Home Waanzin Wie bepaalt wanneer je gek bent?
Waanzin

Wie bepaalt wanneer je gek bent?

Door Emile Smits op 27 mei 2026

The Truman Show Jim Carrey gek
Truman Burbank is hoofdpersoon in een non-stoptelevisieshow, zonder dat hij het door heeft. Still uit de film ‘The Truman Show’ (1998). beeld Imageselect
Filosofie Magazine Kun je gek zijn als niemand het ziet
06-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Zit waanzin in jezelf? Of ben je gek omdat de samenleving je gek vindt? Drie denkers onderzoeken de zin van waanzin.

‘Als je niet psychotisch bent, of dat nooit bent geweest, dan ben jij degene die vlucht uit de werkelijkheid.’ Aan het woord is Eloy in de documentaire The desert of the real (2025), waarin mensen hun psychose-ervaring delen. De film ging in première tijdens het International Documentary Film Festival Amsterdam en is vanaf augustus 2026 in de bioscoop te zien. Voor Eloy was zijn psychose geen vlucht, integendeel: de ervaring liet de werkelijkheid juist helemaal binnen. ‘Ik zag alles. Het was alsof ik duizend ogen en duizend oren had.’

Het gangbare beeld van de waanzin is dat iemand opgesloten raakt in een eigen werkelijkheid. Maar wat als Eloys werkelijkheid echter is dan de onze, omdat hij iets zag wat wij doorgaans niet zien? Zit de waanzin dan niet in ons, de ‘normale’ mensen?

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Vis in het water

Om waanzin beter te begrijpen, helpt het om eerst de rol van het brein en de omgeving te verkennen. We zien psychische stoornissen vaak als breinstoornissen. Maar wanneer we ons alleen richten op het brein, hebben we een veel te smalle blik op psychische aandoeningen, vindt Sanneke de Haan, hoogleraar filosofie en psychiatrie aan de Universiteit Utrecht. ‘De hersenen spelen natuurlijk wel een rol, maar als onderdeel van een groter geheel: een persoon is altijd in interactie met zijn omgeving.’ Als een depressie niets anders was dan een serotonineprobleem, was die op te lossen met alleen wat pillen. ‘Maar door zo naar depressie te kijken blijven andere factoren onderbelicht, zoals stress op het werk of financiële problemen.’

‘Geen enkele menselijke reactie is, op zichzelf genomen, gek’

‘Daarom pakken zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg mentale problemen vaak breder aan,’ vervolgt De Haan. ‘Om te begrijpen waarom iemand vastloopt, kijken ze naar de persoon in zijn omgeving en naar zijn geschiedenis. Neem iemand die verslaafd is. Daar speelt lichamelijke afhankelijkheid natuurlijk een rol, maar het maakt ook uit of iemands vrienden gebruiken en waar de verslaving vandaan komt. Heeft iemand traumatische dingen meegemaakt? Probeert hij iets niet te voelen? Ook zoiets als schaamte kan meespelen.’

We moeten dus wegblijven van een harde knip tussen lichaam en geest. We zijn niet alleen ons brein; we zijn ook onze relatie tot onze omgeving en onszelf. ‘We zijn belichaamde wezens die zich altijd moeten verhouden,’ stelt De Haan. ‘De Duitse filosoof en socioloog Helmuth Plessner noemt de mens daarom “excentrisch gepositioneerd”, anders dat het dier, dat met zichzelf samenvalt.’ Een vis heeft weinig weet van zichzelf, en heeft genoeg aan het water waarin hij instinctief rondzwemt. Een mens moet daarentegen zijn eigen omgeving vormgeven en constant keuzes maken.

Waanzin wijst daarom op een probleem van afstemming, ziet De Haan. ‘Geen enkele menselijke reactie is, op zichzelf genomen, gek. Als jij opgroeit in een onveilige omgeving, is het heel normaal dat je op je hoede bent. Maar als je vervolgens nooit meer iemand durft te vertrouwen, mislukt de afstemming met je omgeving. Waanzin kenmerkt zich door een zekere rigiditeit. Je raakt vast in een bepaalde groef, in een bepaalde manier van je omgeving duiden. Je bent dan angstig in situaties die niet per se bedreigend zijn, of somber terwijl je dingen doet waar je normaal vrolijk van wordt.’

Overdag dromen

In een waan gaat dus iets mis in de afstemming met je omgeving. Maar hoe zie je die omgeving dan? Hoe presenteert de werkelijkheid zich aan je als je waanzinnig wordt? ‘In de fenomenologie, de tak van filosofie die de belichaamde ervaring als uitgangspunt neemt, wordt wel gesteld dat iemand bij een psychose opgesloten zit in diens eigen perspectief,’ vertelt filosoof en onderzoeker Linde van Schuppen. Voor haar promotieonderzoek luisterde zij naar de verhalen van tientallen mensen met een psychose. ‘Maar dat beeld lijkt niet helemaal te kloppen,’ vervolgt ze. ‘Mensen in een psychose snappen vaak heel goed dat wat ze zeggen wordt gezien als gek. Dat maakt het zo eenzaam. Het omgekeerde is waar: wij zijn vooral slecht in luisteren naar hun perspectief. In onze wereld is er geen plek voor hun blik op de wereld.’

Volgens de fenomenologie leven we in een gedeelde wereld. ‘Maar mensen in een psychose hebben naast onze gedeelde wereld nog een tweede wereld,’ zegt Van Schuppen. ‘Ze vertellen dat ze vaak wisselen tussen onze gedeelde wereld en hun eigen wereld met ideeën en waarnemingen die anderen niet hebben. Die wereld is anders gestructureerd. Je hébt niet alleen bepaalde overtuigingen, maar zíét die in de wereld terug. Kleine dingen die voor anderen niet zo relevant zijn, worden heel belangrijk. Een sleutelbos op tafel kan dan een teken zijn dat de wereld morgen ten onder gaat. Wanneer mensen hun overtuigingen waarnemen, hebben argumenten daar geen vat meer op.’

De waan komt vaak als een plotselinge ervaring van subjectieve zekerheid, volgens Van Schuppen. ‘In de autobiografie Memoirs of my nervous illness beschrijft Paul Schreber hoe hij plots inzag dat hij als Gods vrouw een nieuw en beter mensenras zou voortbrengen. Eigenlijk kun je waanzin vergelijken met de liefde: plots weet je dat iemand de ware is en zie je de wereld anders. Veel van de mensen met een psychose die ik sprak, hingen hun levensverhaal op aan de liefdes die ze hebben gekend.’

Dat argumenten vaak geen vat hebben op de waan, betekent niet dat de wereld van de psychose betekenisloos is. ‘Eerder heeft die wereld een overvloed aan betekenis,’ aldus Van Schuppen. Er lijkt verwantschap te zijn tussen creativiteit en waanzin. ‘Mensen in een psychose kunnen heel kunstzinnig met taal omgaan. Het doet me denken aan dichtkunst. De dichter is zich ook bewust van de klank of vorm van woorden. Je pakt een woord en kijkt er van een afstandje naar. Veel mensen die ik sprak schreven gedichten of maakten visuele kunst van geschreven woorden. Als je meebeweegt met die betekenisvorming, is er wel degelijk nog een wereld om te delen.’

Maar Van Schuppen waarschuwt ervoor om de waan te romantiseren. ‘Voor sommige mensen was hun psychose een waardevolle ervaring, voor anderen de meest beangstigende en traumatiserende gebeurtenis in hun leven. Aan een psychose gaat vaak een tijd van isolatie en slaapgebrek vooraf. Een aantal van de geïnterviewden noemden het zelfs een slaapstoornis: je droomt overdag omdat je ‘s nachts niet slaapt. Als psychoses nauw verbonden zijn met isolatie en eenzaamheid, hebben mensen meer verbinding nodig. Samen dingen doen, samen weer een wereld delen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Still uit de film The desert of the real (2025).

Spaghettimonster

De scheidslijn tussen zin en waanzin is dun, volgens psychoanalyticus en emeritus hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Gent Paul Verhaeghe. ‘Of iemand wordt gezien als waanzinnige of profeet, hangt niet alleen af van de inhoud van zijn wanen, maar ook van de tijd waarin hij leeft en welke gedeelde ideeën gelden. Om dat te begrijpen, moeten we een onderscheid maken tussen paranoïde en schizofrene waanzin. Iemand met schizofrene waanzin heeft een wereld die verbrokkeld is, wat gepaard gaat met veel angst. Daar blijft ruimte voor twijfel. De paranoïde waan is perfect uitgekristalliseerd, er is geen enkele twijfel meer. De paranoïcus ís Napoleon, Jezus of Gods vrouw.’

De angst in de schizofrene waan komt juist door het inzicht in de werkelijkheid, meent Verhaeghe. ‘We zien de werkelijkheid normaal door de bril van onze taal. We kunnen aannemen dat een baby wordt geboren in chaos; alles komt op het kind af. Via taal en concepten – “oogjes“, “mondje”, ”neusje” – leert het kind de chaos te ordenen. Taal en gedeelde concepten maken de wereld hanteerbaar. In de schizofrene vervreemding wordt die gedeelde sluier van de werkelijkheid afgetrokken. Dan wordt men geconfronteerd met de onderliggende chaos, het Ding an sich dat we kennen van Immanuel Kant. De structuur van werkelijkheid valt plots helemaal weg. Iedereen zou daar bang van worden. Denk aan de film The Truman Show, waarin Truman Burbanks leven zonder zijn medeweten een grote realityshow is waarin hij de hoofdrol speelt. Wanneer hij daarachter komt, ontstaat er een scheur in zijn werkelijkheid. En het resultaat is paniek.’

Bij de paranoïcus is er juist geen enkele paniek. ‘Die ervaart acute verlichting, een onbetwistbaar inzicht waar hij volledig in opgaat. Iedereen heeft zo’n tweede leven, de wereld van onze fantasie. Alleen kunnen wij bepalen wanneer we die knop aan en uitzetten. Net zoals we kritisch afstand kunnen nemen van het gedeelde verhaal over onze werkelijkheid, zonder in de vervreemding te vervallen van de schizofreen.’

Het verschil tussen waanzin en zin legt Verhaeghe uit met een anekdote over Sigmund Freud (1856-1939), de grondlegger van de psychologie. ‘Freud heeft één studie geschreven over de paranoïde waanzin, gebaseerd op de autobiografie van Paul Schreber. Sommige critici vonden dat die studie van Freud zelf waanzin was. Daarop gaf Freud de volgende repliek: “In de waanzin van Schreber gelooft maar één iemand, Schreber zelf. In mijn waan geloven veel mensen. Dus kan het geen waanzin zijn.”’

‘Waanzin is een irreëel verhaal waaraan niet getwijfeld wordt’

‘Wanneer genoeg mensen geloven in een waanzinnig verhaal, slaat het om in zingeving,’ zegt Verhaeghe. ‘Als we allemaal geloven dat we afstammen van Adam en Eva, of van een spaghettimonster, dan is dat de werkelijkheid.’ Zo maakt de ongefundeerde zekerheid van de paranoïcus de waanzin van onze maatschappij inzichtelijk, vervolgt Verhaeghe. ‘Waanzin is een irreëel verhaal waaraan niet getwijfeld wordt. Neem het hedendaagse geloof in grenzeloze groei: als de economie niet blijft groeien, zijn we onze welvaart kwijt. Dat is toch waanzin? Als we blijven groeien, zijn we gewoon onze planeet kwijt. Toch twijfelen er weinig mensen aan.’

Door zijn psychose herkende Jan Gerrit, een van de geïnterviewden in The desert of the real, die dunne lijn tussen fictie en werkelijkheid. ‘We vertellen onszelf verhalen, die doen ons geloven dat we een bepalende rol hebben in wat er gebeurt. In een psychose gaat die fictie naar de knoppen. Ik ga nooit meer echt geloven in de fictie die we met elkaar in stand houden. Dat wil niet zeggen dat ik die afwijs. Ik denk alleen dat we met z’n allen kunnen erkennen dat we dit soort ficties nodig hebben om goed met elkaar om te gaan.’

Loginmenu afsluiten