Home Vrouwelijke denkers De heilige fenomenoloog
Vrouwelijke denkers

De heilige fenomenoloog

Filosoof en non Edith Stein was gefascineerd door de kloven tussen individuen. Ze vroeg zich af of er zoiets is als een gedeelde ervaring.

Door Alies Pegtel op 21 oktober 2022

Edith Stein filosoof non fenomenoloog fenomenologie
FM11 Filosofie Magazine november
11-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Als puber was de Joods-Duitse Edith Stein (1891-1942) ervan overtuigd dat ze voorbestemd was tot iets groots. De tijd heeft haar gelijk gegeven. Als een van de eerste filosofen ontwikkelde ze een theorie over empathie, waarop ze als ­25-jarige in 1916 promoveerde. Ruim honderd jaar later wordt die nog altijd gelezen. Filosofen en psychologen debatteren ook nu over de vraag hoe empathie precies werkt. Geregeld valt de naam van Steins On the Problem of Empathy, maar in haar dissertatie spreekt ze niet van empathie, maar van Einfühlung.

Strikt genomen heeft haar notie van empathie ook weinig te maken met het hedendaagse begrip, waarmee doorgaans wordt bedoeld dat iemand zich in een ander verplaatst. Voor Stein staat het menselijk bewustzijn centraal en is empathie de wijze waarop we met een medemens in contact treden. Of iemand pijn of verdriet heeft doet er niet toe. Empathie reikt voorbij de zelfwaarneming en maakt het mogelijk de grenzen van je eigen individualiteit te overstijgen. Het is via deze wisselwerking met de ander, stelt Stein, dat je je bewust wordt van jezelf als persoon.

Verschil voelen

Stein werkte haar analyse uit aan de hand van de fenomenologische methode van haar promotor Edmund Husserl. Hij is de grondlegger van de fenomenologie en wilde de filosofie weer de statuur geven van een allesomvattende wetenschap. Realiteit was in zijn tijd – het begin van de twintigste eeuw – verworden tot wat de exacte en natuurwetenschappen als realiteit zagen, redeneerde hij. Deze beperkte wetenschappelijke benadering vervreemdt de mens van de werkelijkheid.

Husserl meent dat de wereld allereerst een product is van het menselijk bewustzijn. In plaats van feiten wilde hij daarom ‘fenomenen’ bestuderen zoals die zich aan ons bewustzijn voordoen. Dit vereiste een speciale aanpak: filosofen moeten aannames en kennis ‘buiten werking stellen’ door deze tussen haakjes te plaatsen, om zo de zuivere ervaringsverschijnselen te kunnen beschrijven.
Bij haar onderzoek naar empathie ging Stein zorgvuldig te werk volgens de fenomenologische richtlijnen. Als je de pijn van een ander voelt, redeneerde ze, dan voelt die desondanks als de pijn van een ander, en niet als je eigen pijn. Dit komt door het verschil tussen een oorspronkelijke en een afgeleide ervaring, concludeerde Stein.

Empathie is een daad van ontvangen, niet van geven

Stel, je ziet dat iemand dolblij is met zijn behaalde diploma. Onherroepelijk graaf je dan in je geheugen naar een vergelijkbare ervaring. De herinnering aan je eigen gevoelens maakt het mogelijk om de emoties van de ander waar te nemen en te begrijpen. Je kunt je dan ook blij voelen, maar jouw afgeleide blijdschap is niet te vergelijken met de oorspronkelijke vreugde die je voelt als je zelf een diploma hebt gehaald.

Kortom, als je empathie voelt voor een medemens, heb je slechts indirect toegang tot andermans ervaring en deel je nooit precies dezelfde gevoelens. Empathie slaat geen brug van verbinding. Integendeel, in Steins optiek legt die juist de kloof tussen jezelf en de ander bloot. Door het wezen van een ander te penetreren leer je hoe je van de ander verschilt: je krijgt informatie over welke eigenschappen je meer of minder hebt in vergelijking met die ander. Invoelen in de ander confronteert je met je waarden en gebreken, en biedt de mogelijkheid om aan jezelf te werken. Empathie is een daad van ontvangen, vindt Stein, niet van geven.

Razendslim

Het verlangen om het wezen van de mens te doorgronden bracht Stein ertoe om filosofie te gaan studeren. Dat was in haar tijd helemaal niet vanzelfsprekend. In haar geboortejaar 1891 werden vrouwen voor het eerst mondjesmaat toegelaten tot de Duitse universiteiten.

Dat ze mocht studeren had ze te danken aan haar sterke, ruimdenkende moeder Auguste Stein. Edith, het jongste kind van de zeven, was anderhalf toen Auguste plots weduwe werd. In haar autobiografie beschrijft Stein hoe haar moeder hun kwijnende houthandel in Breslau uitbouwde tot een bloeiend bedrijf. Tegen de tijd dat ze met haar zus Erna het gymnasium afrondde was er voldoende geld om hen beiden te laten studeren.

Edith was vroegwijs, razendslim en het lievelingetje van haar moeder. Zelf nam ze liever geen studievrienden mee naar huis. ‘Ik was zo’n dwaas dat ik mij voor de werkkleding en de ruwe werkhanden van mijn moeder schaamde.’

Auguste putte kracht uit haar joodse geloof, maar tot haar grote verdriet deelde geen van haar kinderen haar orthodoxe overtuiging. Stein stopte met bidden op haar vijftiende.

Kennis van jezelf is alleen mogelijk door de kennis van anderen

Ze wilde promoveren in de psychologie, waar ze in haar woonplaats Breslau aan begon. Maar het viel haar tegen, omdat deze studie ‘nog in de kinderschoenen stond’. In 1913, op haar eenentwintigste, kwam ze ‘begeesterd door de fenomenologie’ aan in Göttingen.

Daar werd ze als een magneet aangetrokken tot Husserl. Adolf Reinach, destijds zijn rechterhand, introduceerde haar bij ‘de Meester’. Husserl noemde het ‘een heldendaad’ toen ze hem vertelde dat ze het tweede deel van zijn Logische Untersuchungen had gelezen. Binnen een mum van tijd behoorde ze tot zijn inner circle. Velen waren net als Husserl en Stein Joods, maar hadden zich bekeerd. Husserl was protestant geworden, mede omdat het voor hem als jood vrijwel onmogelijk was om hoogleraar te worden.

Het is geen toeval dat veel fenomenologen tot een religieuze overtuiging kwamen. De fenomenologie zet zich af tegen het kantiaanse subjectivisme en keert de blik op de objectieve werkelijkheid. Stein schrijft dat men er een ‘nieuwe scholastiek’ in zag. De invloedrijke Joodse fenomenoloog Max Scheler, van wie ze de ‘genialiteit’ zag afstralen, was katholiek geworden. Hij vertelde erover in zijn colleges, wat diepe indruk op haar maakte.

Geruïneerd

Stein boog zich over kwesties als hoe we een ander lichaam kunnen erkennen als een levend lichaam met zijn eigen sensaties en waardoor we de mogelijkheid krijgen om met de ander te communiceren. Ze kwam tot de slotsom dat de kennis van jezelf als een persoon met bepaalde eigenschappen alleen mogelijk is door de kennis van anderen.

Stein werd geboren in een roerig tijdsgewricht en zou twee wereldoorlogen meemaken. De Eerste Wereldoorlog werd in haar intellectuele kring met enthousiasme ontvangen. Aan haar vlam, de filosoof Roman Ingarden, schreef ze: ‘Ik denk dat ik vrij objectief mag stellen dat er sinds Sparta en Rome nergens zo’n groot bewustzijn is geweest een natie te zijn als in Pruisen en het nieuwe Duitse Rijk.’ Ze meldde zich aan bij het Rode Kruis en werd in 1915 uitgezonden naar het huidige Tsjechië om gewonden te verplegen.

Verschillende fenomenologen trokken naar het front. Reinach, die Stein had begeleid bij haar promotieonderzoek, zou in 1917 in een loopgraaf sneuvelen. Stein was toen al summa cum laude gepromoveerd in Freiburg.

Stein ambieerde een academische carrière en bood zich aan als Husserls assistent. Ze worstelde met duizenden pagina’s chaotische aantekeningen in onleesbaar stenoschrift. Hieruit stelde ze het manuscript samen van ­Ideeën II, waar ze sterk haar eigen stempel op drukte. Het verscheen pas lang na Husserls dood in 1938, onder enkel zijn naam.

Vrouwen kwamen niet in aanmerking voor een professoraat

In de opmaat naar haar ‘habilitatie’ – de promotie die in Duitsland nodig is om hoogleraar te worden – bestudeerde ze tegen de achtergrond van een totaal verslagen en geruïneerd land de verhouding tussen individu, gemeenschap en staat. Een collectief vormt zich uit solidariteit tussen afzonderlijke individuen, redeneerde Stein. Ze vroeg zich af of er zoiets bestaat als een gemeenschappelijke ervaring, of dat er enkel sprake is van een som van individuele ervaringen. In 1918 schreef ze hierover een stuk dat zou verschijnen in het Jahrbuch van 1922, onder redactie van Husserls nieuwe assistent Martin Heidegger.

Stein had haar droom van een professoraat in Freiburg opgegeven, en had plaatsgemaakt voor hem. Beweerd wordt dat hij en Husserl haar carrière dwarsboomden, maar er is een brief van ­Husserl bewaard gebleven waarin hij haar sterk aanbeveelt voor een universitaire promotie. Vrouwen kwamen destijds simpelweg niet in aanmerking voor het habilitatietraject. Stein probeerde het tevergeefs bij verschillende universiteiten en schreef ten slotte in 1919 een boze brief aan de minister van Onderwijs. De minister antwoordde dat vrouw-zijn geen beletsel diende te zijn. In 1924 trad de eerste vrouwelijke hoogleraar in Duitsland aan; ze was econoom. Het zou nog dertig jaar duren voordat de eerste vrouw als universitaire privaatdocent in de filosofie werd aangesteld.

Eindeloos en eeuwig

In het Interbellum bekeerde Stein zich tot het katholicisme. Een tijdlang was ze zoekende, maar toen ze bij een vriendin en fenomenoloog de autobiografie van Teresa van Avila las wist ze het plots zeker. Op haar eenendertigste liet ze zich dopen en ging ze lesgeven. Eerst bij de meisjesschool van de dominicanen Speyer en vanaf 1932 bij het Instituut voor Pedagogiek in Münster. In 1934 trad ze in bij de karmelietessen in Keulen onder de kloosternaam Teresa Benedicta van het Kruis.

Ze gaf veel lezingen over de rol van de vrouw. In Die Frau. Ihre Aufgabe nach Natur und Gnade benadrukt Stein dat de vrouwelijke aard van nature ‘moederlijk gericht’ is en dat ze haar man volgens haar roeping dient te gehoorzamen. Tegelijkertijd vond ze dat vrouwen dezelfde maatschappelijke ambten als mannen mochten bekleden, ook in de katholieke kerk.

In 1933 verboden de nazi’s haar te doceren. Vijf jaar later vluchtte ze naar een klooster in het Limburgse plaatsje Echt. Haar zus Rosa, die ook katholiek was geworden, volgde. Nadat de Nederlandse bisschoppen in 1942 hadden geprotesteerd tegen de Jodenvervolging pakten de nazi’s uit vergelding alle katholieke Joden op. De zussen werden via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd en werden de volgende dag omgebracht. In 1998 werd Stein door de paus heilig verklaard.

Ook als non was Stein zich altijd bezig blijven houden met filosofie. In Endliches und Ewiges Sein (1937) integreert ze de fenomenologie in de scholastiek van Thomas van Aquino. Hierin stelt ze: ‘De filosofie wordt niet door theologie, maar als theologie voltooid.’