Home Kaplan: ‘Ja, de Kerstman bestaat’

Kaplan: ‘Ja, de Kerstman bestaat’

Door Florentijn van Rootselaar op 03 december 2014

Kaplan: ‘Ja, de Kerstman bestaat’
Cover van 12-2014
12-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Eric Kaplan is schrijver van de bekende sitcom The Big Bang Theory én filosoof. Hij schreef een filosofisch boek over de Kerstman.

Vannacht verdwaalde Eric Kaplan in Amsterdam. De Amerikaan, die voor een tweedaags bezoek in Nederland is, was de stad ingetrokken omdat hij niet kon slapen vanwege een jetlag. Hij ziet er deze ochtend vermoeid uit; zijn haar is halflang en ongekamd. Maar zijn humeur is onverwoestbaar: hij is relaxed, op z’n Amerikaans, en neemt alle tijd voor het gesprek, in een achterkamertje van een Amsterdams schrijvershotel. Kaplan is vooral bekend als comedy-schrijver, van onder meer The Big Bang Theory (BBT), een sitcom over nerds die moeite hebben met het echte leven. Minder bekend is dat hij ook filosofie studeerde, aan Harvard, en nu zelfs werkt aan een proefschrift. Tussendoor schreef hij Bestaat de Kerstman?, een diepzinniger en moeilijker boek dan de titel doet vermoeden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Een filosoof als comedy-schrijver?
‘Filosoferen en schrijven zijn twee manieren om hetzelfde te doen: nadenken over ons leven.’

Is er een specifieke relatie tussen de filosofie die u bestudeerde en de sitcom BBT?
Yeah, sure. De filosofie die ik bestudeerde – Nietzsche en Heidegger, Freud, Kierkegaard – laat vaak zien hoe beperkt ons denken is. Denken is ook niet onze primaire manier om met de wereld en met andere mensen om te gaan. En dat is precies de moraal van BBT. Neem het personage Sheldon, een onthechte rationalist: omdat hij niets weet van zijn lichaam en over sociale normen kan hij zich niet verhouden tot anderen.’

Een contradictie tussen geest en wereld dus. Tegenstellingen zijn sowieso heel bepalend voor uw denken.
‘Zeker, ik heb me verdiept in het denken over contradicties. Aristoteles zei al: iets kan niet tegelijkertijd p en niet-p zijn. Komedie is het genre waarin dat dus wel kan. Een vrouw kan een lustobject zijn en tegelijkertijd is ze iemands moeder. Je kunt je dan al op minstens twee manieren tot haar verhouden – dat is lastig, en vaak ook komisch. Dat soort tegenstellingen moet je niet onderdrukken maar omarmen.’

Bij u is het hele universum uiteindelijk een grote contradictie?
‘Ja, en dat is maar goed ook, want dat maakt het leven interessanter en ook democratischer. Als het universum niet tegenstrijdig was, zou er vast een of andere slimme jongen rondlopen die ons vertelt dat we netjes binnen de lijntjes moeten kleuren. Maar zo zit de wereld niet in elkaar.’

Zeker tegenwoordig niet…
‘Op dit moment van de geschiedenis hebben we een ongelooflijke uitwisseling van ideeën. Een reactie is om je daarvan af te sluiten en je op te sluiten in je eigen traditie. Dat is dogmatisme. Ik vind dat vervelend, dus zo wil ik niet zijn. Ik probeer zelf weer aansluiting te vinden bij de Joodse traditie, maar gelukkig is die niet als een dogma aan mij overgedragen. Voor mij is de traditie door de afstand die ik ervan heb een stuk frisser.’

Hoe is dat, leven in een wereld vol tegenstrijdige opvattingen?
‘Openheid is wel opwindend en in ieder geval niet zo saai als die dogmatische houding. Maar het is wel lastig: je komt telkens mensen tegen die een hoop rommel in je hoofd willen dumpen, allerlei ideetjes en ideologieën willen ze aan je kwijt omdat ze denken dat die goed voor je zijn, of gewoon omdat ze een politieke agenda hebben. We leven in een wereld waarin het stikt van de opvattingen waar je toch wat mee moet. Als je internet opgaat kun je een marxist vinden, een anarchist, een rooms-katholiek. Ik vroeg me af of er een Facebookpagina was voor mensen die in Odin geloven. En wat bleek, er zijn er zelfs twee: een voor fascisten en een voor wat meer liberale mensen…’

En we hebben naast al die geloven nog het geloof in de Kerstman.
‘Ja, via hem zeg ik iets over geloof. Eigenlijk over alle opvattingen die we over de wereld hebben, of die nu religieus zijn, of wetenschappelijk. Al die wereldbeschouwingen laten de wereld op een of andere wijze als betekenisvol aan ons verschijnen.’

Goed, nu de lastige kwestie: bestaat de Kerstman?
‘Eerst dacht ik dat hij niet bestond, nu denk ik dat hij dat in zekere zin wel doet. Omdat hij de manier is waarop de werkelijkheid zich onthult aan een bepaalde groep mensen in een bepaalde historische situatie.’

Maar als je iets ouder wordt geloof je toch niet meer in hem?
‘Waarom moet de opvatting van de ouderen altijd winnen? We hebben in ons leven nu eenmaal kinderen, mensen van middelbare leeftijd en ouderen. De waarheid is denk ik een dialectische combinatie van wat jonge en oude mensen denken. In de VS praten vooral verwarde mensen over hun innerlijke kind. Dat lijkt stom, maar misschien is het wel niet zo stom. Soms worden we gedreven door onze kinderlijke neigingen. En het is niet noodzakelijk het beste om die te onderdrukken. Misschien moet je wel vrienden met ze worden en ze een stoel aan je tafel geven.’

Maar je weet toch heel goed dat de Kerstman gewoon je buurman is?
‘Het is een grap, maar je kunt toch ook zeggen dat ik een zootje atomen ben verkleed als mij. Maar als jij dan mijn hoofd wil afhakken zeg ik toch: “Wow, wacht even, doe dat niet”. En jij zegt: “Maar ik neem toch alleen maar wat atomen van je hoofd weg en verplaats ze daarheen”. En dan zal ik wel zeggen: “Nee, dat is niet cool man.”’