Home Leren filosoferen Filosofie is makkelijker als je denkt: Voelen
Leren filosoferen

Filosofie is makkelijker als je denkt: Voelen

In ons katern helpen we u in vijf stappen op weg in het zelf leren denken. Deze keer: voelen.

Door de redactie op 23 september 2022

standbeeld Grieks intiem voelen
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

1. Inleiding: ‘Ziekten van het gemoed’

Voelen is makkelijker als je denkt. Of moet je om te voelen juist niet denken? Een kleine inleiding in de filosofie van het gevoel.

De geschiedenis van de filosofie lijkt soms wel een eeuwigdurende bokswedstrijd tussen het zuivere verstand en het onstuimige gevoel – met het verstand als de gedoodverfde winnaar.

Het begint al bij Plato. In zijn beroemde dialoog de Phaedrus stelt hij dat de ratio onze emoties moet beteugelen en temmen, zoals een koetsier zijn paarden ment. Enkele flinke tikken van de zweep zijn nodig om de gevoelens in het gareel te krijgen. Deze superioriteit van het verstand over het gevoel lijkt tot en met de Verlichting stand te houden. Zo zag Immanuel Kant (1724-1804) gevoelens als ‘ziekten van het gemoed’. Gevoelens zijn onstuimig, ze vertroebelen ons oordeelsvermogen en voorzien ons vaak van foutieve informatie. Een uitgemaakte zaak, lijkt het.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Of heeft het gevoel toch de langste adem? Tijdens de Romantiek en vlak na de Tweede Wereldoorlog kende het gevoel een sterke opleving. Ook volgens politiek filosoof Martha Nussbaum (1947) hebben veel grote denkers het belang van onze rationele vermogens stelselmatig overschat en wordt het tijd voor een herwaardering van het gevoel. In Politieke emoties (2013) stelt ze dat emoties een belangrijke rol in ons politieke en morele leven vervullen. Emoties zijn spontane oordelen; ze laten zien wat we waardevol vinden en wat niet. Zo toont verdriet dat je veel geeft om datgene wat verloren is gegaan. Door onze emoties te cultiveren worden we betere mensen en creëren we rechtvaardige samenlevingen.

Het gevoel is een spontaan oordeel

Maar misschien is dit eeuwige gevecht wel een verkeerde voorstelling van zaken – en zijn het verstand en het gevoel geen rivalen, maar juist geliefden die elke nacht innig verstrengeld in bed liggen. In de afgelopen decennia is het traditionele onderscheid tussen lichaam en geest steeds meer onder druk komen te staan – en daarmee ook het onderscheid tussen voelen en oordelen. Volgens de fenomenologie, een stroming die halverwege de vorige eeuw is ontstaan, oriënteren we ons vanuit ons lichaam op de werkelijkheid. Jean-Paul Sartre (1905-1980) stelt dat onze emoties in die oriëntatie een belangrijke rol vervullen: ze geven zowel over onszelf als over de werkelijkheid essentiële informatie.

Maar maakt dit het echt makkelijker? Want hoe wordt een onbestemd gevoel dan een verstandoordeel? Voelt u ’m? En als iets goed voelt, is het dan ook echt goed? Hoe dan ook, laten we er voor het gemak van uitgaan dat wie zijn verstand blijft oefenen steeds meer gevoel krijgt voor filosofie.

2. Vragen stellen: Kun je denken wat je voelt?

Volgens Socrates, Cicero en Montaigne is filosoferen niet alleen de kunst van het vragen, maar ook leren sterven. En daarmee is meteen veel gezegd over het soort vragen dat de filosoof stelt: wat komt er na de dood? Wat is leven? Vragen die vragen om een antwoord, terwijl je weet dat dat er niet is. De vraag van de filosoof laat zien dat we het leven nooit van buitenaf kunnen verklaren en dat we dus telkens onze wereld van binnenuit moeten bestuderen. Probeer nu eens met die houding deze vraag te stellen: Kun je denken wat je voelt? (En welke vragen zijn er nog meer te bedenken?)

Hebben we allemaal dezelfde emoties? 

Kun je niets voelen?

Kun je voelen wat je denkt?

Is een mentaal gevoel ook fysiek? 

Is voelen een voorwaarde voor een zinvol leven? 

Kun je voelen wat de ander voelt?

Kun je beter leren voelen?

Kun je voelen zonder bewustzijn?

Kan gevoel kloppen?

3. Dialoog: Verleiding van de geest

Filosofie is niet alleen makkelijker als je denkt, maar ook als je praat. Wie praat hoeft niet alles zelf te bedenken. Dat dacht ook Plato, die al zijn gedachten in dialoogvorm goot. Een kort gesprek over de onderbuik aan het eind van een wild feest.

Agathon: Socrates, jij lijkt te kunnen drinken zonder dronken te worden. Als iemand nog een zinnig woord kan uitbrengen ben jij het wel. Kunnen we nog iets opsteken van deze liederlijke avond?

Socrates: Ach, vergeef jezelf je beneveling, lieve vrienden, als jullie alle verleiding en opwinding maar gebruiken om bij ware schoonheid uit te komen.

Agathon: Ik denk dat de meesten van ons blij mogen zijn als ze vanavond nog thuiskomen! Ware schoonheid via de onredelijke wegen van eros? Ik volg je niet.

Socrates: Alleen door oefening kun je verleiding leren weerstaan en tot het inzicht komen dat het ware schone zuiver is, rein, onvermengd, en niet gebonden aan menselijk vlees of andere sterfelijke rommel.

Alcibiades: M’n onderbuik zegt vaak meer dan m’n hoofd, lieve Socrates. Burp! O, pardon. Ik drink dus… hik ben!

Agathon: Bespaar ons je dronkenmanspraat, Alcibiades!

Socrates: Ach, laat hem zeggen wat-ie op z’n lever heeft. Ik heb een zwak voor zijn jeugdigheid. En er schuilt waarheid in zijn grappen.

Alcibiades: Wie zich laat raken door z’n gevoelens kent ook de gevoelens van de ander. En wat is er voor een mens nu hoger dan mensenkennis? Een leven zonder vleselijk genot noem ik vreselijk genot. Maar wie ben hik?

4. Gedachte-experiment: Niet doen wat goed voelt

Wetenschap toetst met experimenten de feiten, filosofie toetst met experimenten het denken.

Stel je voor!
Maakt het uit wat je voelt als niemand er iets van merkt? We zijn geneigd vooral waarde te hechten aan gedrag dat zichtbaar is voor de buitenwereld. Onterecht, vindt de Brits-Ierse filosoof en schrijver Iris Murdoch (1919-1999). Gevoelens geven betekenis aan de wereld, zelfs als je ze voor iedereen verborgen houdt: ‘Het is niet stil en duister daar binnen.’ Om dat te illustreren ontwierp Murdoch in haar boek De soevereiniteit van het goede (1970) een beroemd geworden gedachte-experiment, over schoonmoeder M. en schoondochter D.

M. voelt lange tijd een zekere aversie jegens haar schoondochter. Ze vindt haar ‘onvoldoende verfijnd, vulgair, onbeleefd en een beetje kinderachtig’. Ze kan het idee dat haar zoon onder zijn stand is getrouwd maar niet van zich afschudden. Maar daar laat ze nooit iets van blijken: als D. op bezoek komt, is haar schoonmoeder het toonbeeld van vriendelijkheid. Op een dag houdt M. haar mening nog eens kritisch tegen het licht: is ze niet bevooroordeeld? Langzaam maar zeker veranderen haar gevoelens over D. Haar schoondochter is niet vulgair, maar verfrissend en eenvoudig, niet onbeleefd maar spontaan, niet kinderachtig maar jeugdig. Ondertussen gedraagt M. zich net zo vriendelijk als eerst.

Met dit experiment wil Murdoch laten zien dat niet alleen ons gedrag of onze keuzes, maar ook onze gevoelens een morele betekenis kunnen hebben. Ons innerlijke leven kan ons bekrompen maken of juist bevrijden. Dat is de verandering die de schoonmoeder doormaakt: ze onderdrukt haar afkeer en voelt zich daarna vrij om met liefde naar haar schoondochter te kijken. In die liefdevolle gevoelens schuilt haar morele ontwikkeling, volgens Murdoch. Moreel handelen is dus niet hetzelfde als in vrijheid handelen. Wat de schoonmoeder een vrij mens maakt is niet haar gedrag, maar de visie die achter dat gedrag schuilgaat. ‘Wat bevrijdend werkt, is een juist inzicht.’

Echt?!
Maar als een opvatting of oordeel van buiten helemaal niet te zien is, hoe kan het dan toch op onze wereld enige invloed uitoefenen? Wat heb je eraan als iemand van je houdt zonder dat je er iets van merkt? Of sterker: wat heb je aan de liefde die iemand voor je voelt als deze geliefde je ondertussen pijn doet? Murdochs gedachte-­experiment is een antwoord op de wetenschappelijk georiënteerde behavioristen uit haar tijd, die stellen dat we betekenis uitsluitend kunnen afleiden uit wat we kunnen observeren. Daarmee zien behavioristen de ervaring geheel over het hoofd. Alsof de wereld dezelfde is als iedereen een ander innerlijk leven zou hebben.

5. Close reading: Jean-Paul Sartre over emoties

Filosofie is ook makkelijker als je leest. Goed leest. Het liefst met pen of potlood in de hand.

Er is wel degelijk een wereld van de emotie 1 . Alle emoties hebben dit gemeen dat zij eenzelfde wereld aan het licht brengen, die wreed is, verschrikkelijk, somber, vrolijk enz., maar waarin de relatie van de dingen met het bewustzijn altijd en uitsluitend magisch is 2. Wij moeten spreken van een wereld van de emotie 3, zoals men spreekt van een wereld van de droom of van de werelden van de waanzin. Een wereld, dat wil zeggen: afzonderlijke syntheses die onderling verband houden en kwaliteiten bezitten. Een kwaliteit wordt echter slechts aan een object verleend via een overgang naar het oneindige. Zo vertegenwoordigt dit grijs bijvoorbeeld de eenheid van een oneindigheid aan Abschattungen, werkelijke en mogelijke, waarvan sommige groengrijs zullen zijn gezien in een bepaald licht, zwart enz. Op een dergelijke manier gaat het toe als de emotie aan het object en aan de wereld kwaliteiten toekent; zij kent ze hun dan ad aeternum 4 toe. Wanneer ik een object plotseling als afschrikwekkend waarneem, zeg ik natuurlijk niet expliciet dat het voor altijd afschrikwekkend zal zijn. Maar de uitspraak dat het object afschrikwekkend is, als substantiële kwaliteit ervan, is op zichzelf al een overgang naar het oneindige. Het afschrikwekkende ligt nu in de zaak, in de kern van de zaak; het is er de affectieve textuur van, de gesteldheid. Zo doet zich via de emotie een verpletterend beslissende kwaliteit van de zaak aan ons voor. En daarin nu juist wordt onze emotie overtroffen en gaande gehouden. Het afschrikwekkende is niet slechts de stand van zaken van het moment, het is aangezegd voor de toekomst, het strekt zich uit over heel de toekomst en verduistert haar, het is een openbaring over de zin van de wereld 5.

Uit: Magie en emotie: Schets van een theorie van de gemoedsbewegingen, Jean-Paul Sartre vert. Louis Tas en Henk Bouman, Boom, 2017.

  1. Sartre (1905-1980) kennen we vooral als de belangrijkste filosoof van het existentialisme. Veel minder bekend is dat hij ook een belangrijk denker is binnen de fenomenologie, een stroming die rond dezelfde tijd opgang maakte als het existentialisme en waarvan Edmund Husserl (1859-1938) de grondlegger is. Husserl was erg kritisch op de psychologie, aangezien die het menselijk bewustzijn louter aan de hand van empirische feiten wilde begrijpen. In Magie en emotie schaart Sartre zich aan de kant van Husserl en legt hij uit waarom de psychologen – en ook de psychoanalytici – met hun methodes emoties niet goed kunnen doorgronden. Emoties als angst, woede en verdriet zijn volgens hem geen toevallige bewustzijnsinhouden, zoals de psychologen denken, maar manieren waarop wij omgaan met de werkelijkheid.
  2. Wat bedoelt Sartre als hij emoties magisch noemt? In de eerste plaats kun je dit lezen als een sneer naar de psychologen. Emoties kunnen niet als empirische feiten worden beschreven en dus kan de empirisch-wetenschappelijke psychologie over emoties geen zinnige uitspraak doen. Maar volgens Sartre zijn emoties ook magisch omdat ze onze werkelijkheid herschikken zonder dat er ook maar iets aan de feitelijke wereld hoeft te veranderen. Hierdoor kunnen emoties ons helpen om om te gaan met conflictueuze situaties. Zo geeft Sartre het voorbeeld van iemand die flauwvalt van angst als er een wild dier op hem afstormt; deze emotionele reactie verandert niets aan de feitelijke situatie, maar biedt wel een manier om met de situatie om te gaan.
  3. Met zijn nadruk op de ‘wereld’ van de emoties rekent Sartre af met de heersende opvatting onder psychologen dat emoties enkel in de persoon besloten liggen. Zo’n standpunt is onverzoenbaar met zijn fenomenologisch vertrekpunt: bewustzijn is altijd op de wereld gericht. We ervaren emoties dan ook als een reële werkelijkheid buiten ons; iets voelt niet alleen afschrikwekkend, iets is afschrikwekkend.
  4. ad aeternum = tot in de eeuwigheid, eeuwigheidswaarde.
  5. Wie goed oplet, leest hier tussen de regels de invloed van de filosoof Martin Heidegger (1889-1976). Volgens Heidegger ontsluiten wij de wereld op een bepaalde wijze door onze emoties; zo krijgt de wereld betekenis. Sartre neemt dit idee van hem over.