Door de handen van de David van Michelangelo zie je aderen en pezen lopen, de ribben en buikspieren vormen glooiende welvingen op de buik en borstkas en zijn wenkbrauwen en neus werpen schaduwen over zijn gezicht. Marmer is tot op zekere hoogte kneedbaar, als een stuk klei. De beeldhouwer beitelt, hamert en schaaft tot er een nieuwe vorm ontstaat: het standbeeld van een man. Niet alleen is het marmerblok na bewerking veranderd van vorm, ook heeft het een betekenis gekregen die het ervoor niet had: bijvoorbeeld die van een symbool voor kracht en viriliteit.
‘In het oude Griekenland werd de term “plasticiteit” gebruikt om te spreken over beeldhouwkunst,’ zegt de Franse filosoof Catherine Malabou (1959) in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. Met haar baanbrekende combinatie van filosofie en neurowetenschap werd Malabou een van de grote namen van de hedendaagse Franse filosofie. Wie een blik werpt op haar oeuvre ziet een trits aan uiteenlopende thema’s langskomen: van AI tot de clitoris, en van het brein tot het anarchisme. Op de vraag wat haar aantrekt aan deze onderwerpen, antwoordt Malabou dat haar oeuvre misschien divers lijkt, maar toch gegrond is op één concept: plasticiteit.
Plasticiteit is het vermogen om vorm te krijgen en vorm te geven: de beeldhouwer geeft het marmer vorm, terwijl het marmer de vorm ontvangt. Het duidt voor Malabou op het vermogen om te transformeren. Die transformatie kan vervolgens worden ingezet om je te verzetten tegen dominante, maatschappelijke structuren. Malabou vertelt hoe ze voor het eerst geïnteresseerd raakte in de term ‘plasticiteit’ tijdens het onderzoek voor haar proefschrift over Hegel, dat ze schreef onder begeleiding van Jacques Derrida. ‘Hegel is de filosoof van de rigide systemen,’ zegt Malabou. Hij probeerde een allesomvattend systeem te ontwikkelen van waaruit de hele werkelijkheid te snappen is. ‘Toch gebruikt hij de term “plasticiteit” om te zeggen dat de mens juist niet rigide is,’ vervolgt Malabou. ‘De mens en zijn bewustzijn staan niet vast, maar passen zich aan aan invloeden van buitenaf.’
‘Je kunt alleen veranderen als je een stabiele kern hebt’
Voor Malabou is plasticiteit geen abstract begrip, maar juist iets dat zich toont in het alledaagse leven. Twee dagen voor dit interview ontving Malabou een eredoctoraat van de Universiteit Leiden, vanwege haar bijzondere bijdragen aan de wetenschap. ‘Het was emotioneel,’ vertelt Malabou. ‘Het is een eer om dit doctoraat te ontvangen, maar het is ook een soort psychoanalytische heling. Zo’n moment schudt je psyche door elkaar en dwingt je om terug te kijken naar je verleden en na te lopen welke stappen je hebt genomen om hier te komen en welke dingen je bent vergeten.’ Wat ze vergeten was? Malabou moet even glimlachen. ‘Elk moment van wanhoop.’ Met een serieuzere blik: ‘Wanhoop om de academische wereld. De gedachten dat ik nooit iets zou bereiken, nergens in zou slagen. Alle vernederingen. Al die ervaringen en gevoelens kwamen bovendrijven. Tegelijk besefte ik: ik heb doorgezet. Daar zit verzet in, omdat ik iets van die onderdrukte gevoelens heb weten te maken. Sigmund Freud noemt dat Durcharbeitung: wanneer je het onderdrukte omvormt in iets anders. Ook dat is plasticiteit.’
Oerbrein
Voor Malabou is plasticiteit overal: ieder levend wezen heeft het vermogen om een andere vorm aan te nemen en om vorm te geven aan zijn omgeving. Maar niet alleen wezens hebben die eigenschap. Ook materialen kunnen plastisch zijn, zoals marmer en het brein. ‘Het brein heeft het vermogen om zijn architectuur te veranderen,’ zegt Malabou. ‘Door onderwijs, muziek, nieuwe ervaringen, maar ook bijvoorbeeld hersentrauma, ontstaan er andere neurale verbindingen die het brein letterlijk veranderen.’
De neurowetenschappen laten zien hoezeer het brein verandert. Het brein van een wiskundige is anders dan dat van een muzikant en als bepaalde neurale netwerken uitvallen, nemen andere delen het over. Het brein verandert voortdurend van vorm. En dus, stelt Malabou in haar boek Wat te doen met ons brein? (2011), klopt de oude visie van het brein niet. Volgens die visie zou het brein werken als een computer en niets meer zijn dan een input-outputmachine die reageert op reflexen.
Met de uitspraak dat wij ons brein zijn, heeft Malabou geen probleem. Waar ze wel problemen mee heeft: dat dit zou betekenen dat wij erdoor gedetermineerd zijn. Nee, we zijn geen bundel reflexen die niks anders kan doen dan wat het oerbrein van ons verlangt. ‘Mensen maken hun eigen brein,’ schrijft ze. We zijn zowel de auteurs als de producten van ons brein. De plasticiteit van het brein betekent dat we onszelf kunnen veranderen.
Op de vraag hoe we moeten veranderen, heeft Malabou een helder antwoord: we moeten ons verzetten tegen kapitalistische manieren van denken. Plasticiteit moet niet verward worden met ‘flexibiliteit’, legt ze uit, een term die het kapitalisme zich toegeëigend heeft. Door tijdelijke contracten, ongezonde werktijden en een afbrokkelend sociaal vangnet dwingt het kapitalistische systeem ons om onszelf continu aan te passen. Op die manier hoeft het systeem niet te veranderen, maar zijn wij het die flexibel moeten zijn. ‘Flexibiliteit betekent dat je jezelf in allerlei bochten moet wringen, moet buigen, moet gehoorzamen.’ Zo heeft het kapitalisme onze plasticiteit in zekere zin gekaapt. ‘Het kapitalisme weet verzet altijd in zijn voordeel te gebruiken,’ zegt Malabou. ‘Maar daar moeten we niet in meegaan. We kunnen onszelf aanpassen, maar we zijn geen slaven.’
Rücksichtslos meebewegen met wat de maatschappij van ons verlangt is dus zeker niet wat Malabou voor ogen heeft met ‘plasticiteit’. Er moet juist een stabiele kern zijn. ‘Dit besefte ik toen ik beelden zag van Chinese arbeiders die moesten leven in veel te kleine ruimtes,’ vertelt Malabou. ‘Dat is flexibiliteit, zei ik tegen mezelf. Deze mensen hebben geen enkele stabiliteit. Het enige wat ze kunnen doen, is gehoorzamen en buigen.’ Malabou maakt de vergelijking met het marmerblok dat verzet biedt tegen de beitel van de beeldhouwer. Niet alleen dwingt het marmer de beeldhouwer tot bepaalde handelingen, het marmerblok heeft ook geen ongelimiteerde kneedbaarheid. ‘Als een standbeeld uit het marmer is gebeiteld, kan het marmer niet terug naar zijn originele vorm. Dat is een verzet tegen verandering.’
‘Plasticiteit betekent dat je een identiteit hebt die niet rigide is, maar die je ook niet kunt verliezen,’ zegt Malabou. Het marmerblok kan transformeren, maar er zijn limieten. ‘We moeten ons verzetten tegen destructieve verandering, want anders ben je niemand. Kapitalisme dwingt ons om te zijn zonder identiteit.’
Tekst loopt door onder afbeelding

Niet gehoorzamen
Malabous werk glipt je makkelijk door de vingers. Net als bij Derrida wordt haar filosofie gekenmerkt door verzet tegen dominante structuren in de maatschappij en door het continu willen creëren van nieuwe manieren van denken – want ook in ons denken zitten dominante structuren die we moeten doorbreken. In die zoektocht is Malabou zich de laatste jaren gaan richten op anarchisme, de politieke stroming die zich verzet tegen de staat en gelooft in het zelfbestuur van groepen mensen. De staat zou volgens het anarchisme een dominante structuur hebben van enerzijds bevelhebbers en anderzijds mensen die gehoorzamen. Geen staat zonder dominantie, aldus de anarchist.
‘Het brein is anarchistisch, er is geen centraal bestuur’
De vraag of ze zelf een anarchist is, vindt Malabou een gevaarlijke: ‘Zodra je dat zegt, zien mensen je als een gevaarlijke terrorist. Maar in zekere zin ben ik dat wel. Vroeger zou ik mezelf zo niet genoemd hebben, maar ik heb zoveel staten zien falen.’ Van klimaatproblemen tot migratie en het opkomende fascisme – staten lijken geen weerstand te kunnen bieden tegen de crises van deze tijd, constateert Malabou. Door het falen van de staat zien we volgens haar steeds meer anarchistische bewegingen, zoals de wereldwijde Occupy-beweging uit 2011 en de gele hesjesprotesten in Parijs in 2018. Het is dus mogelijk: anarchistische vormen van zelfbestuur.
Toch blijven veel mensen bij anarchisme denken aan geweld, chaos en naïviteit, zegt Malabou. ‘Zo was ik vroeger ook, ik geloofde er niet in. Veel mensen zijn niet in staat om het idee te accepteren dat we onszelf kunnen besturen.’ Hoe dat komt? ‘Het idee dat zonder overheid een natuurtoestand van geweld en burgeroorlog zou uitbreken, dat afkomstig is van Thomas Hobbes, is nog altijd in stand gebleven.’
De kracht van het anarchisme ligt volgens Malabou in de plastische structuur ervan. ‘Anarchisme is de enige vorm van politieke organisatie die zijn eigen regels moet verzinnen. Omdat er geen bestuur van bovenaf opgelegd wordt, moet het elke keer zichzelf opnieuw vormgeven. Anarchisme is dus een plastische kracht, omdat mensen zichzelf moeten organiseren.’ Het brein is eigenlijk ook anarchistisch, voegt Malabou toe. ‘De plasticiteit van het brein betekent dat er geen hiërarchie is. Alle regionen werken samen, zijn gelijk aan elkaar en kunnen werk van elkaar overnemen. Het brein is een netwerk, er is geen centraal bestuur.’
Geen man nodig
Niet alleen het brein, ook de clitoris is anarchistisch, stelt Malabou in Gewist genot. Dit boek over de clitoris, dat ze schreef ze in 2020, werd in 2025 naar het Nederlands vertaald. ‘De clitoris is anarchistisch omdat die een zekere autonomie heeft,’ vertelt Malabou. Ze wijst op het feit dat de clitoris geen enkele functie vervult behalve genot: de clitoris kan voor seksueel plezier zorgen zonder reproductie en dus zonder man. ‘De clitoris is niet afhankelijk van de fallus. De clitoris is vrij.’ Hierin schuilt ook het gevaar, zegt Malabou. ‘Feminist Carla Lonzi ontwikkelde in de jaren zeventig de term “clitoridiaans”. Die term heeft een politieke betekenis: een clitoridiaanse vrouw kan onafhankelijk denken, zonder man. De clitoris staat voor een autonoom bewustzijn.’
Voor Malabou staat de clitoris symbool voor de bevrijding van een ‘fallocentrische manier van denken’. Daarmee doelt ze op een vorm van denken waarin mannelijke normen en het mannelijk perspectief centraal staan. In deze tijd is clitoridiaans denken hard nodig, stelt Malabou. Kijk naar de Verenigde Staten, waar een genderideologie van witte, mannelijke superioriteit de steunpilaar is van een autoritair regime. En ook de filosofie zelf is niet vrijgepleit van fallocentrisch denken. ‘Dat blijkt bijvoorbeeld uit dat het feit dat er in de filosofie vaak gesproken wordt over autoriteit en hiërarchie in plaats van over gelijkwaardigheid,’ legt Malabou uit.
Om clitoridiaanse denkers te worden is er nog veel verandering nodig, meent Malabou. We moeten onze taal bijvoorbeeld opnieuw vormgeven. De eerste stap is in elk geval het herkennen van wat Malabou de ‘fallische orde’ noemt. Vervolgens is het cruciaal dat de filosofie zelf nieuwe vormen van denken blijft creëren. ‘Ook daarin moeten we plastisch zijn. De plasticiteit van het brein houdt in dat alles wat we doen en alle manieren waarop we denken een afdruk achterlaten op het brein. Het brein is ons product, onze interne sculptuur. Dat betekent ook dat we er zelf verantwoordelijk voor zijn.’
Gewist genot. Het (ver)denken van de clitoris
Catherine Malabou
vert. Bart Buseyne
Noordboek
128 blz.
€ 19,90


