Home Dewey was een nationaal geweten voor Amerika

Dewey was een nationaal geweten voor Amerika

De mens schept zichzelf in zijn daden, stelde de Amerikaanse filosoof John Dewey. Hij zag het leven als een onophoudelijk proces van groei en ontwikkeling. En de ervaring staat daarbij altijd centraal.

Door Alies Pegtel op 06 mei 2022

John Dewey | Filosofie Magazine Beeld: Imageselect
Cover van 05-2022
05-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Ervaring is het uitgangspunt van alle kennis. Met dit idee veranderde de Amerikaanse filosoof, psycholoog en pedagoog John Dewey (1859-1952) het onderwijssysteem voorgoed. Kinderen moesten wat hem betreft niet passief luisteren naar wat de leraar hun vertelde en opdroeg. Ze konden veel beter kennis vergaren door brood te bakken en graan te planten, door gewoon zelf dingen te dóén. Want ware kennis is in Deweys visie nuttige kennis die in de praktijk kan worden toegepast.

Dewey, de ontwerper van het ‘ontdekkend leren’ en van project- en thematisch onderwijs, maakte wereldwijd naam als onderwijshervormer. Tegenwoordig zijn themalessen doodnormaal, maar eind negentiende eeuw was dat concept volstrekt nieuw, in een onderwijssysteem dat de autoritaire standenmaatschappij weerspiegelde.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De ‘oneindige’ interactie van mensen, of dat nu in het leslokaal was of daarbuiten, was in Deweys ogen het allerbelangrijkste in het bestaan. Het leven zag hij als een nooit eindigend vervolmakingsproces van groei en ontwikkeling. Daarom dienen filosofen zich volgens hem te buigen over hoe mensen met elkaar communiceren, over hoe ze hun belangen en wensen op elkaar afstemmen – kortom, over het alledaagse praktische leven waarvan we nooit precies weten wat het zal brengen.

In eeuwig geldende theorieën geloofde hij niet. Net zomin als in bespiegelingen over schijn en wezen, waar Plato en Aristoteles zich mee bezighielden. Dewey verwierp metafysica als een nutteloos tijdverdrijf, omdat het altijd speculatie zou blijven en geen zekere kennis zou bieden. Het is in zijn ogen bijvoorbeeld ook zinloos om je af te vragen of de wereld in zichzelf een doel heeft of dat de mens er een doel aan geeft. Die vraag kan toch niet worden beantwoord.

Omdat de ervaring leert dat het bestaan onzeker is, leven we improviserend

Deweys filosofie gaat uit van de ervaring: waarheid is pas waarheid als ze wordt bevestigd in de praktijk. Alles draait om het zelfscheppend vermogen van de handelende mens die in voortdurende wisselwerking met zijn veranderende omgeving de wereld ten goede probeert te keren.

Omdat de ervaring leert dat het bestaan onzeker is, en we vaak niet weten wat er gaat gebeuren, gaan we al improviserend door het leven, redeneert Dewey. Kennis is een manier om met die onzekerheid om te gaan en controle te verwerven. Mensen doen iets en ondergaan de gevolgen daarvan. Door na te denken over de gevolgen van hun handelen vergaren ze kennis – niet over hoe de wereld er werkelijk uitziet, maar over het effect van hun handelen.

Pragmatisme

Met dit ideeëngoed behoort Dewey samen met William James en Charles Sanders Peirce tot de grondleggers van het klassiek pragmatisme. Deze stroming wordt beschouwd als de eerste originele Amerikaanse bijdrage aan de filosofie. Passend in de tijdgeest waren de pragmatisten optimisten. Deze Amerikaanse filosofen ontwikkelden hun ideeën niet voor niets in de zogenoemde progressive era, die ongeveer dertig jaar bestreek, van 1890 tot 1920.

Het was een periode van ongekende groei. De industrie was booming, steden barstten uit hun voegen en immigranten trokken massaal uit Europa naar het ‘nieuwe’ Amerika. In deze snel veranderende maatschappij ontstonden allerlei sociale problemen, maar Dewey geloofde dat mensen vreedzaam kunnen samenleven omdat ze over voldoende creatieve intelligentie beschikken om oplossingen te vinden voor de problemen die ze tegenkomen. Met zijn optimisme stelde hij zijn vele bezorgde Amerikaanse toehoorders en lezers gerust.

Zelf beschreef Dewey zijn opvattingen als ‘instrumentalisme’. In de evolutie, zoals omschreven door Darwin, diende het nadenken als instrument voor het handelen, om onveilige en onduidelijke situaties te verbeteren. Wetgeving, bijvoorbeeld, heeft de samenleving minder chaotisch gemaakt. Vanuit Deweys instrumentalistische perspectief is het belangrijk dat bestaande kennis zo goed mogelijk wordt doorgegeven, het liefst via ‘ervaringsprocessen’.

De school is in zijn optiek een instrument voor sociale vooruitgang en gemeenschapsvorming. In een snel veranderende samenleving moeten kinderen de bagage en motivatie meekrijgen om de onvoorspelbare problemen die ze in hun leven zullen tegenkomen het hoofd te bieden.

In zijn lange leven, dat bijna een eeuw omspande en waarin een Amerikaanse burgeroorlog en twee wereldoorlogen plaatsvonden, publiceerde Dewey niet alleen over onderwijs en pedagogiek. Hij liet een reusachtig oeuvre na, bestaande uit tientallen boeken en duizenden artikelen over onderwerpen die variëren van taal en wetenschap tot religie en kunst.

Van nature verlegen groeide de noeste werker uit tot de beroemdste filosoof die Amerika ooit had gekend. Hij was allesbehalve een studeerkamergeleerde. Hij was een democraat in hart in nieren, een ‘praktisch idealist’, voorvechter van verdraagzaamheid en kiesrecht voor alle Amerikanen, die vaak in de openbaarheid trad. Begin twintigste eeuw was Dewey voor Amerika wat Jean-Paul Sartre later was voor Franrijk: het nationaal geweten.

Laboratoriumschool

John Dewey werd in 1859 geboren in een protestants middenklassengezin in Burlington, Vermont, een van de oostelijke staten van de Verenigde Staten. Hij was vermoedelijk een verre nazaat van Nederlandse migranten met de naam ‘Van der Weij’. Zijn vader had een kruidenierswinkel, die hij op zijn vijftigste van de hand had gedaan om te gaan vechten in de Amerikaanse Burgeroorlog. John was op dat moment een peuter van twee jaar en trok met zijn moeder en twee broers bij familie in. Na zijn studie filosofie aan de universiteit van Vermont werkte hij als leraar, maar hij vond zichzelf daar niet geschikt voor. Hij pakte zijn studie weer op en in 1884 promoveerde hij op een proefschrift over Kant aan de Johns Hopkins Universiteit, waar hij ook stevig geschoold werd in Hegels idealisme.

Dewey vond een baan aan de Universiteit van Michigan en viel voor de slimme filosofiestudent Alice Chipman. Zij was een van de eerste vrouwelijke Amerikaanse studenten, een strijdster voor vrouwenrechten, en sleepte haar geliefde mee in haar sociale engagement. Onder haar invloed begon Dewey zich te interesseren voor onderwijs en pedagogiek, en verruilde hij zijn academische houding voor experimentele filosofie.

De school bereidt niet voor op het leven, de school ís het leven

Ze trouwden in 1886. Ondanks zijn harde werken, vaak samen met Alice, kregen ze zes kinderen en adopteerden een zevende. De Deweys waren toegewijde ouders, die met hun kinderen voor die tijd ongebruikelijk verre reizen maakten naar Europa. Maar de vroegtijdige dood van twee zoontjes trok blijvende sporen; Alice zou sindsdien geregeld lijden aan depressies.

Mede omdat zijn rouwende echtgenote uitkeek naar iets nieuws, vertrok Dewey naar de net opgerichte universiteit in Chicago. Naast zijn hoogleraarschap in de filosofie ontwikkelde hij met enkele collega’s de functionele psychologie, waarin de nadruk ligt op bewuste ervaring en gedrag.

In het verlengde hiervan stichtte Dewey in 1894 een school waar hij experimenteerde met nieuwe leerinhouden en werkvormen, en het vrije kinderspel bestudeerde. De ‘onbedorven’ kinderattitude, gekenmerkt door grote nieuwsgierigheid, verbeeldingsvermogen en experimenteerzucht, lag wat hem betreft van nature heel dicht bij de natuurwetenschappelijke werkwijze, die hij hoogachtte.

Alice stond aan het hoofd van deze Laboratory School. In een tijd dat echtgenotes hoogstens anoniem op de achtergrond meewerkten, gaf Dewey haar royaal alle credits als zijn inspirator. In zijn pedagogische magnum opus Democracy and Education schreef hij in 1916, op zijn zevenenvijftigste: ‘My fundamental indebtedness is to my wife, by whom the ideas of this book were inspired.’

Traditionele scholen waren afgestemd op een wereld die in traag tempo voortkabbelde. De leerstof sloot zelden aan bij de belevingswereld van kinderen, zelfstandig denken werd niet gewaardeerd. Op zijn praktische laboratoriumschool heerste een ‘speelse geest’. Al doende maakten kinderen op hun eigen initiatief kennis met de wereld, in interactie met elkaar en met een antiautoritaire leraar als gids, die activiteiten slechts suggereerde of aanreikte. Cognitieve aspecten van het leerproces kwamen aan bod, maar leerlingen konden er ook tuinieren, schilderen en dansen.

Alles draaide om ervaring, Deweys filosofische kernbegrip. Hij dacht dat kinderen door zelf te ontdekken vanzelf ook algemene vaardigheden zouden aanleren. Wie goed leert schaken wordt ook beter in wiskunde, beschreef hij in How We Think (1910).

Democratie

De school bereidt niet voor op het leven; de school ís het leven, vond Dewey. Het klaslokaal was een minisamenleving die kon werken als multiculturele smeltkroes. Hij zag een nauwe relatie tussen onderwijs en zijn ideale staatsvorm: de democratie. Democratie bood net als zijn school een educatieve structuur die mensen actief uitdaagde: ‘Wil jij een vrij mens zijn en aanvaard jij je rechten en plichten als burger?’ Omgekeerd zag hij het als taak voor het onderwijs om kinderen te vormen tot actieve democratische burgers door ze te leren samenwerken, communiceren en kritisch denken. De oorsprong van de democratie legde Dewey niet bij het initiatief van staatsmannen, maar bij het volk, in zijn woorden ‘het publiek’. De democratie ontstaat van onderaf, legt hij uit in The Public and Its Problems (1927). Voor Dewey is democratie veel meer dan een politieke organisatievorm. Het is volgens hem een ideale manier van leven die organisch ontstaat als er heel veel mensen heel veel met elkaar communiceren. Hij ziet ook geen tegenstelling tussen de gemeenschap en het individu: beide hebben zonder elkaar geen bestaansrecht. Sociale en politieke doelen vallen in de democratie samen. Om tot volle wasdom te komen is vrijheid van meningsuiting onontbeerlijk en verdient iedere burger stemrecht, ongeacht huidskleur, sekse, religie of klasse. Eenheid in verscheidenheid.

In 1904 vertrok Dewey uit Chicago naar Columbia University in New York, waar hij de rest van zijn leven bleef. Alice stierf in 1927. Twintig jaar later, op zijn zevenentachtigste, hertrouwde hij met Roberta Grant. Drie jaar later feliciteerde premier Willem Drees hem met zijn negentigste verjaardag: ‘I can assure you that in the Netherlands your important work in the field of philosophy and education is well known and highly appreciated.’

Deweys pedagogiek was zeer invloedrijk. Maar door de cognitieve psychologie die in de jaren vijftig ontstond, raakte hij in diskrediet. Het kortetermijngeheugen is beperkt, bleek uit wetenschappelijke studies. Als een leerling zonder voorkennis een probleem moet oplossen, raakt zijn geheugen overbelast. Vaardigheden staan niet los van inhoud en kennis. Wie schaakproblemen leert oplossen, kan niet beter zinnen ontleden. Maar sinds de jaren negentig herleeft de belangstelling voor Dewey. De toonaangevende filosoof Richard Rorty (1931-2007) beschouwde hem als een profeet van het ­postmodernisme.