Home Dennett: ‘Thank goodness, dank goedheid’
Vrijheid

Dennett: ‘Thank goodness, dank goedheid’

Door Martin Struik en Nanda van Bodegraven op 28 februari 2012

Cover van 03-2012
03-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Eind 2006 ontsnapte de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett aan de dood. Een gesprek over dankbaarheid en vrije wil.

‘Ik had een soort openbaring, ook al was die niet religieus. Ik had zoveel geluk gehad’, zegt Daniel Dennett aan het eind van het interview. ‘Ik leefde nog!’ De Amerikaanse filosoof vertelt hoe hij in 2006 ontsnapte aan de dood: een dissectie in zijn aorta werd net op tijd ontdekt en hij onderging een levensreddende operatie waarin zijn aorta vervangen werd. “‘Thank goodness”, zei ik toen. Dat is geen eufemisme voor “Dank God”; het danken van God slaat de plank mis. Het is dankzij de concrete goedheid van mensen dat ik nog leef.’

Dennett wil maar zeggen: hij mag ooit uitgemaakt zijn voor Darwiniaans fundamentalist, hij gelooft niet dat er meer is dan de natuur, maar dat betekent helemaal niet dat daarmee moraal en zingeving onmogelijk worden. Ook in een ‘goddeloos universum’ is de mens geen dier dat zich louter bekommert om zijn eigenbelang, geen oog heeft voor schoonheid en niet in staat is tot verheven emoties als dankbaarheid, ontzag en bewondering. ‘Als je iets wilt bewonderen, bewonder dan de natuur.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Waarom?
‘Het wordt steeds duidelijker hoe we de mens in al zijn facetten – met vrije wil, moraal, bewustzijn – kunnen begrijpen als natuurlijk fenomeen; een product van biologische en culturele evolutie. Een naturalistische visie doet geen afbreuk aan de waarde en grootsheid van de mens. Integendeel, onze waardering en ontzag nemen hierdoor toe. De mens is een hoogtepunt van complexiteit in de levende natuur.’

Die grootsheid wordt steeds duidelijker door onze onderzoekende geest. ‘De natuur beloont nieuwsgierigheid. Kennis is macht, en onwetendheid is zwakheid. Zelfs eenvoudige organismen verbruiken energie om informatie te vergaren over de wereld waar ze in leven en hun kansen te verbeteren. Bij de mens reikt dit veel verder; we zijn niet slechts bezig om voedsel te vinden en ons te verstoppen voor vijanden. Onze nieuwsgierigheid strekt zich uit naar alles. We hebben epistemische honger. Wetenschap is de beste manier om die honger te stillen.’

Maar welke taak heeft de filosofie nog als wetenschap de hele natuur, inclusief de mens, kan verklaren?
‘Filosofie heeft een belangrijke taak. Ik onderscheid twee wereldbeelden: het manifeste wereldbeeld en het wetenschappelijk wereldbeeld. Het manifeste wereldbeeld is de wereld van het dagelijkse leven, het leven zoals wij dat waarnemen en dat ons vertrouwd is. Een wereld van tafels en stoelen maar ook bedoelingen en verlangens. Aan de andere kant is er het wetenschappelijk wereldbeeld, waarin het gaat om entiteiten als “kwantumdeeltjes”, “velden”, “snaren” en “zwarte gaten”. Er staan twee kampen lijnrecht tegenover elkaar. Je hebt de denkers die zeggen dat alleen de dagelijkse ervaringswereld “echt” is en dat de wetenschap ons slechts abstracties laat zien. Zij proberen de wetenschap op afstand te houden door het “uniek menselijke” zo te definiëren dat het niet langer natuurwetenschappelijk toegankelijk is. Daartegenover staan “sciëntisten” die stellen dat alleen de wetenschap laat zien wat er werkelijk bestaat; zij menen dat heel onze ervaringswereld illusoir is.
Het is de taak van de filosofie om te onderhandelen tussen deze twee wereldbeelden, en te laten zien hoe ze toch samen gaan. En dat is geen makkelijke taak. Als je dat wilt doen, moet je zowel het manifeste als het wetenschappelijke wereldbeeld heel goed begrijpen. Zo kunnen we bijvoorbeeld onze dagelijkse ervaring van keuzevrijheid verhelderen door te laten zien hoe die heeft kunnen evolueren.’

Hersenwetenschappers

Ook de vrije will is volgens Dennett in een door en door natuurlijke wereld mogelijk (‘Natuurlijk hebben mensen vrije wil’). Hoewel Dennett hetzelfde wetenschappelijke wereldbeeld heeft als de hersenwetenschappers die zeggen dat de vrije wil een illusie is, toch weigert hij aan te nemen dat het bewustzijn machteloos aanhobbelt achter onze onbewust gemaakte keuzes.
 

Waaruit bestaat menselijke vrijheid?
‘De mens is niet zomaar een diersoort. Mensen zijn bijzonder in allerlei opzichten. Omdat we taal hebben, kunnen we onze redenen overdenken en verantwoorden. Ook dieren hebben redenen voor hun gedrag, alleen kennen zij die redenen zelf niet. Een koekoeksjong weet niet waarom het, direct nadat het uit het ei kruipt, de andere eieren uit het nest duwt. Alleen wij mensen kunnen dankzij taal de redenen voor ons gedrag aan onszelf en elkaar representeren. Taal en cultuur moeten we zien als onze software. Let op, dit is geen analogie: taal ís software. Taal en cultuur transformeren ons brein, zoals software dat doet met je laptop – ze voegen vermogens toe die er eerder niet waren. Taal maakt een wonderbaarlijk cognitief niveau mogelijk in de hersenen: namelijk het vermogen om ver vooruit te kijken. Begrippen als “oude dag”, “sparen” en “pensioen” maken het voor ons mogelijk langetermijnplanning te maken. We kunnen voor- en nadelen afwegen van verschillende toekomstscenario’s die we kunnen kiezen.

Deze vrijheid maakt ons verantwoordelijk op een manier die niet voor andere dieren geldt. Als een chimpansee zijn verzorger aanvalt en verwondt, gaan we daar heel anders mee om dan als een mens een ander mens verwondt. Voor dieren bestaat geen moraliteit, ze hebben hooguit een soort proto-moraliteit. Wat dieren missen is het vermogen om te redeneren en verantwoording af te leggen voor hun gedrag.
Het vermogen tot redeneren, om weloverwogen te handelen, is de basis van menselijke waardigheid. Ik sluit me aan bij dat grondidee van Immanuel Kant. Maar ik verschil ook van Kant. Hij verhief de redelijkheid tot onrealistische hoogte. Daardoor lijkt alles wat niet aan die absolute norm van redelijkheid voldoet ineens onredelijk. Dat is jammer, daarmee doet hij afbreuk aan de juistheid van zijn inzicht.’

Wat vindt u van hersenwetenschappers zoals Dick Swaab en Victor Lamme die stellen dat de vrije wil niet bestaat?
‘Zij maken een elementaire fout. En anders dan veel andere filosofische denkfouten is dit er een die er werkelijk toe doet. Jonathan Schooler heeft bijvoorbeeld aangetoond dat wanneer het geloof in de vrije wil afneemt, mensen eerder geneigd zijn om vals te spelen. In een experiment liet hij mensen een tekst lezen waaruit zou blijken dat de vrije wil niet bestaat. Daarna werd een spel gespeeld. De deelnemers die deze tekst hadden gelezen bleken vaker vals te spelen in dit spel.

Bovendien, als mensen ophouden te geloven in de vrije wil kan dit hun vermogen om het lot in eigen handen te nemen werkelijk verzwakken. En deze verkeerde opvatting wordt gevoed door neurowetenschappers die niet grondig over de kwestie hebben nagedacht. Die denken dat ze de filosofie voor de vuist weg kunnen bedrijven. Maar dat kunnen ze niet.

De redenatie van Lamme en Swaab doet me denken een gedachte-experiment van de achttiende-eeuwse natuurkundige Pierre-Simon Laplace. In dat experiment kent een demon van elk deeltje de precieze locatie en beweging. Dit laat hem toe zowel het verleden als de toekomst exact vast te stellen. Alles wordt bepaald door natuurwetten. Dan is het een illusie dat we een vrije wil hebben, want als alles vast staat, dan zijn er geen echte keuzes. En ik ben het met Lamme en Swaab eens dat een vrije wil die losstaat van de keten van oorzaken niet bestaat. Maar dat is helemaal niet erg want deze vrije wil is niet de moeite waard. We willen geen wil die vrij is van oorzaken, we willen dat onze eigen waarden en redenen ons gedrag veroorzaken. We kunnen redenen representeren en tegen elkaar afwegen, en onze handelingen laten bepalen door de beste redenen. Dit is de vrije wil die we willen hebben: we zijn zelf als persoon verantwoordelijk voor wie we zijn en wat we doen. En dit is een vrije wil die niet in strijd is met determinisme en het wetenschappelijk wereldbeeld.’

Schoonmakers

Daniel Dennett benadrukt het aan het eind van het interview. Hij is een naturalist, maar dat sluit dankbaarheid niet uit. Integendeel. Theoretisch kon hij die al verantwoorden, maar door zijn operatie zag hij ook hoe sterk dankbaarheid kan zijn in een onttoverde wereld, in een wereld zonder hogere moraal of zin. Want dankbaar was hij toen hij gered was: ‘Alle mensen, nu en in het verleden, die deze goedheid mogelijk gemaakt hebben, zijn de juiste ontvangers van mijn dankbaarheid. De verpleegkundigen, de artsen, de assistenen, de schoonmakers, het keukenpersoneel.

En de intenties van individuen zouden zonder het hele systeem van de medische wetenschap en technologie min of meer nutteloos zijn. Ik dank alle wetenschappelijke en medische instituten die blijven zoeken naar verbeteringen, en die missers in het systeem proberen te corrigeren. Ik dank de redacties van Science, Nature, Journal of the American Medical Association, Lancet. Ik dank de uitvinders van alle technische hulpmiddelen. Wat een teamwork. Wat een fantastische menselijke prestatie. Dank goedheid.’

Vier soorten vrijheid
Voor Dennett is vrijheid gradueel. De meest eenvoudige vorm van vrijheid bij organismen is het vermogen om gevaar of honger te vermijden. Daarvoor is informatie over de omgeving cruciaal. Dennett onderscheidt in Kinds of Minds (1996) vier verschillende manieren waarop informatieverwerking plaatsvindt in breinen, resulterend in steeds meer vrijheid en flexibiliteit.

Darwiniaanse wezens vertonen alleen aangeboren, instinctief gedrag. Bijvoorbeeld een spin die een web weeft. Die doet dit op precies dezelfde manier als z’n moeder, ook al heeft die nooit het web van zijn moeder gezien. Hij heeft voorgeprogrammeerde instincten die in de loop van de evolutionaire geschiedenis van de spin zijn geselecteerd omdat ze de kans op overleven groter maken.

Skinneriaanse wezens kunnen nieuw gedrag leren door beloning en straf. Ze proberen diverse vormen van gedrag willekeurig uit, en als één variant beloond wordt kiezen ze de volgende keer eerst die reactie. Vissen leren op deze manier op welke plaats vaak voedsel te vinden is. Dit is flexibeler gedrag dan wat darwiniaanse wezens vertonen, want deze dieren leren patronen in de omgeving te herkennen en daarvan gebruik te maken. Deze mensen vernoemde Dennett naar de Amerikaanse psycholoog Burrhus Skinner, de grondlegger van het radicale behaviorisme dat ook uitgaat van leren door beloning en straf.

Popperiaanse wezens hebben uitgebreidere cognitieve vermogens. Zij ontwikkelen een ‘innerlijke omgeving’, een model van hun omgeving waarin ze virtueel verschillende vormen van gedrag testen. Ze maken zo een voorselectie van diverse gedragsmogelijkheden. Bijvoorbeeld bij het verschijnen van een roofdier stellen deze dieren zich mogelijke acties voor: aanvallen, vluchten of schuilen, en kiezen de beste optie. Dennett verwijst naar Karl Popper omdat die voorstelde dat hypotheses moesten kunnen sneuvelen in de wetenschap: popperiaanse wezens laten hypotheses over acties sneuvelen. Wat beter is dan dat ze zelf sneuvelen.

Gregoriaanse wezens – dit zijn wijzelf – importeren via cultuur goede en geteste ideeën en daarop enten ze hun gedrag. Wij maken gebruik van door vele generaties overgeleverde kennis, zoals grammaticale taal, en allerlei technologie, zodat we die niet zelf hoeven uit te vinden. Daardoor verruimen onze handelingsopties zich explosief.
Belangrijk voordeel hiervan is dat culturele kennis veel sneller evolueert dan de andere drie vormen van informatieverwerking. Dennett vernoemt deze wezens naar de informatietheoreticus Richard Gregory, want die wijst erop dat cultureel overgedragen hulpmiddelen ons denken veranderen.

Met deze steeds uitgebreidere en complexere schat aan culturele informatie ontstaat gaandeweg een grote mate van innerlijke reflectie. We beschikken over verhalen, zelfbeelden, en abstracte begrippen en dat levert nog weer grotere vrijheid op: begrippen als ‘goedheid’ of ‘autonomie’ of ‘aandacht’ kunnen meespelen in de complexe afwegingen die ons handelen sturen.