Home Praktische filosofie Stoïcijn Dennis de Gruijter: ‘Een goede daad is vaak mazzel’
Praktische filosofie

Stoïcijn Dennis de Gruijter: ‘Een goede daad is vaak mazzel’

Door Djuna Spreksel op 23 februari 2026

filosoof en stoïcijns coach Dennis de Gruijter
beeld Merlijn Doomernik
Filosofie Magazine hoe denken we dat dieren denken
03-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Dennis de Gruijter coacht mensen om te leven volgens stoïcijnse principes. Zoals: wie zich aan anderen ergert, moet eerst zichzelf onderzoeken.

Toen het een aantal dagen had gesneeuwd, kwam filosoof en stoïcijns coach Dennis de Gruijter (1978) in zijn wijk een sneeuwpop tegen. De pop was gemaakt door buurtgenoten en had een bordje in zijn hand: ‘Beterschap Gijs! Van de buurt.’ Een lief gebaar voor een zieke buurman, ziet De Gruijter, en ook een staaltje stoïcijnse filosofie.

Waarom is dat? De stoïcijnen begrijpen menselijke relaties als concentrische cirkels, legt hij uit. Wijzelf zijn het middelpunt van onze eigen cirkel, want we moeten eerst goed voor onszelf zorgen. Maar we hebben ook plichten tegenover anderen. ‘Je breidt die cirkel uit naar je geliefde, familie, vrienden, buurtgenoten en ten slotte naar de hele aarde. Sommige mensen maken zich zo druk over het kwaad in de wereld dat ze blokkeren en blind raken voor hun directe omgeving. Een stoïcijn accepteert dat het kwaad er is en erkent dat hij er iets mee moet. Maar in de wereld het kwade bestrijden heeft weinig zin als je achtertuin niet op orde is. Begin maar eens in je eigen buurt, zou een stoïcijn zeggen. En dat hebben deze mensen gedaan.’

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Dennis de Gruijter (1978) is filosoof en stoïcijns coach. Na zijn studie filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam was hij jarenlang filosofiedocent op de middelbare school. In 2022 richtte hij De Stoïcijnse School op, waar hij met lezingen, workshops en een podcast de filosofie van de Stoa uitdraagt. Ook coacht De Gruijter ondernemers en werknemers op basis van stoïcijnse principes. Naast De stoïcijnse school (2025, met Michiel Buis) schreef hij De solidariteit van de schok (2018) over de Tsjechische filosoof Jan Patocka.

Betrokken zijn bij je naasten, dat is misschien niet het eerste waaraan je denkt bij het stoïcisme. Deze antieke, hellenistische filosofie, die in de klassieke oudheid ontstond, heeft vooral het imago van onverstoorbaarheid – denk aan de karakterisering ‘stoïcijns’ in modern taalgebruik. De stoïcijnen staan te boek als koele kikkers die hun emoties de baas zijn en zich niet bezighouden met de gebeurtenissen in de wereld, omdat ze daar geen invloed op hebben.

Maar dat is niet het hele verhaal, betoogt De Gruijter in het boek De stoïcijnse school (2025), dat hij schreef met filosoof Michiel Buis. Ja, klassieke denkers zoals Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius sporen je aan om het onvermijdelijke te aanvaarden, maar ook om verantwoordelijkheid te nemen en controle te houden over je leven. Ze pleiten niet tegen emoties, maar roepen op tot zelfonderzoek waarin die emoties kritisch tegen het licht gehouden worden. En waar het stoïcisme tegenwoordig vaak wordt ingezet als een verzameling lifehacks, met simpele adviezen voor een frictieloos leven, zijn innerlijke rust en geluk voor de stoïcijnen nooit een doel op zich. Hooguit zijn het bijproducten, die meekomen met hetgeen waar het de stoïcijnen om te doen is, namelijk je leven leiden overeenkomstig met de natuur.

‘Een goede daad is vaak mazzel’

De Gruijter: ‘De stoïcijnen begrijpen de natuur als een geheel. Tegenspoed, zoals verlies, ziekte en dood, maken deel uit van de kosmische orde waarvan wij allemaal onderdeel zijn. Je zult ermee te maken krijgen, maar hoe en op welk moment is niet aan jou. Als je je daar toch druk om maakt, lijd je onnodig. Epictetus schrijft in Zakboekje dat het niet de dingen zelf zijn die ons van streek maken, maar onze oordelen over die dingen. Als je gelooft dat wat niet aan jou is, wel aan jou is, zul je gevangen zijn. En andersom: als je je uitsluitend bezighoudt met wat aan jou is, ben je vrij.’

U las Zakboekje toen u depressief was. Deze passage over vrijheid heeft u in die periode geholpen. Wat gebeurde er?
‘Ik begreep dat ik leed omdat ik dingen van mij probeerde te maken die niet van mij waren – bijvoorbeeld hoe anderen mij zagen, hoe ze met mij omgingen. Daar had ik geen controle over, dus raakte ik gefrustreerd. Nadat ik Epictetus had gelezen, wilde ik meer weten: hoe komt het dat ik bepaalde dingen niet in mijn macht heb? Tegenwoordig worden stoïcijnse leefregels gepresenteerd als geïsoleerde opdrachten; je gooit alle bagage overboord en gaat fluitend door het leven. Maar zo werkt het niet, er zit een heel denksysteem achter. Na een eerste kennismaking met het stoïcisme komt er als het ware een ruimte vrij waar je kunt gaan bouwen.’

Wat betekent het om te leven volgens stoïcijnse principes?
‘Het draait om het realiseren van de potentie die in jou besloten ligt. De klassieke stoïcijnen hebben een spiritueel wereldbeeld waarin alles met elkaar verbonden is. Er is een wereldse, horizontale as – wij zijn verbonden met alle andere wezens op aarde – en een mystieke, verticale as: we staan in verbinding met de goden en de natuurkrachten. Je lotsbestemming wordt opgevat als dat wat jou te doen staat in dit leven en je lot ontstaat door een samenspel van allerlei krachten. Je hebt de vrijheid om goede keuzes te maken en je lotsbestemming onder ogen te zien. Hoe je dat doet? Enerzijds door je redelijke natuur te volgen en steeds meer inzicht te verkrijgen in jouw plaats binnen het grotere geheel, anderzijds door je sociale aard te volgen en goed te zijn voor andere mensen. Het goede en het kwade zijn geen kwaliteiten van de wereld zelf, maar zitten in de keuzes die we maken.’

Wanneer is een keuze goed?
‘Als die bijdraagt aan een leven overeenkomstig met de natuur. Om zo’n leven te leiden moeten we onszelf op orde brengen. Filosoof Pierre Hadot noemt dat: een zelfcoherent geheel worden. Dat doen we door ons karakter te vormen, bijvoorbeeld door te oefenen in juist oordelen. Stel je voor dat iemand een ander in nood helpt. Je zou kunnen zeggen: nou, dat is een goede daad. Maar voor een stoïcijn klopt dat niet zomaar. Meestal is iets mazzel. Een daad is pas goed als je weet dat je een goede daad verricht en als je handeling voortkomt uit een juist oordeel. Je kunt je karakter ook op andere manieren vormen, bijvoorbeeld door weerstand niet uit de weg te gaan.’

Dus als ik last heb van een vervelende collega moet ik naast hem of haar gaan zitten?
‘Je zult eerst zelfonderzoek moeten doen: waarom heb ik last van die persoon? Dat is ongemakkelijk, omdat een deel van de verantwoordelijkheid voor de situatie naar jezelf verschuift. Epictetus zegt: de ondeugd, in dit geval dat je je aan een ander ergert, geeft je al een aanwijzing. En Marcus Aurelius zegt het nog explicieter: je wordt belemmerd door je eigen wegwijzer en die wijst altijd naar binnen. Na je zelfonderzoek moet je je afvragen wat je te doen staat. Uiteindelijk kom je misschien uit op verdraagzaamheid: je zult het met deze persoon moeten doen. Maar het is ook mogelijk dat je de waarheid zult moeten spreken en iemand moet confronteren met zijn gedrag.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Als het goede niet te vinden is in de buitenwereld, maar alleen in je keuzes, hoe weet je zeker dan of je op het goede pad bent?
‘Over die vraag waren de klassieke stoïcijnen, die zichzelf beschouwden als imperfecte leerlingen, volop in discussie. Hun antwoord luidt: dat weet je nooit helemaal zeker, want je hebt de waarheid niet in pacht. Maar Seneca schreef wel dat je kunt ervaren of je in de juiste richting zit. Bijvoorbeeld door bij jezelf na te gaan welke dingen weerstand bij je oproepen en hoeveel last je daarvan hebt. Hoe minder je je belemmerd voelt door tegenslagen, hoe meer je op de goede weg zit.’

Het stoïcisme richt zich op handelen: het goede toont zich in de praktijk. En daar schuurt het bij de klassieke stoïcijnen. Seneca werd zelf bijvoorbeeld schatrijk door woekerrentes, terwijl hij zelfbeheersing predikte.
‘Klopt, en deze spanning is waardevol. Ze laat zien dat Seneca, en anderen met hem, aspiraties hadden om zichzelf te verbeteren, maar dat dit niet altijd lukte. Schuld en schaamte tonen dat er iets in jezelf zit waarmee je niet samenvalt. Socrates spreekt van een dialoog met jezelf waarin duidelijk wordt: je moet het anders gaan doen. Seneca is mijn favoriete stoïcijn omdat hij zijn menselijkheid toonde. Tijdens zijn leven moest hij leidinggeven in een slangenkuil en later moest hij de slechte keuzes van keizer Nero zien te rechtvaardigen. Het was onvermijdelijk dat hij daarbij zijn handen vuil moest maken, maar hij deed het toch.’

U werkt als stoïcijns coach, waarbij u mensen helpt stoïcijnse principes toe te passen op werk-, sport-, familie- en vriendschapsrelaties. Met wat voor soort vragen komen ze?
‘Ik werk voornamelijk met werkende mensen die twijfelen over waar ze mee bezig zijn. Ze zijn uit koers geraakt en moeten opnieuw contact maken met hun innerlijke kompas. Het komt vaak voor dat ze last hebben van anderen. Vanuit een stoïcijns kader onderzoeken we welke oordelen meespelen. Uiteindelijk ontstaat er dan een ommekeer: niet anderen blijken het probleem, maar – en daar is Marcus Aurelius’ wegwijzer weer – mensen stellen onredelijke eisen aan zichzelf. Nu is de vraag: wat moeten ze doen? Een mogelijke uitkomst is dat ze niet op hun plek zitten. Zo is een afdelingsleider van een middelbare school, die was gepromoveerd tot decaan, teruggekeerd naar zijn eerdere rol. Maar daarvoor moest hij wel zijn onzekerheid overwinnen: “Misschien vinden ze me nu een loser.”’

Wat is een voorbeeld van stoïcijnse oefeningen die u met hen doet?
‘Ik vraag mensen om ’s ochtends op te schrijven welke dingen ze die dag verwachten tegen te komen die ze niet leuk vinden. Als die dingen dan gedurende de dag inderdaad op hun pad komen, vraag ik hen te onderzoeken wat er bij hen gebeurt. Je leert dat andermans gedrag misschien je ego, reputatie of gevoel raakt, maar niet wie jij ten diepste bent: je karakter en deugden worden niet gekwetst. Zo’n oefening lijkt klein, maar raakt aan grote vragen: wie is de ziel die in mij huist en voor wie ik zorg draag? Wat in mij moet beschermd worden en wat juist niet? Welke offers moet ik brengen om het goede te doen?’

‘Ik leer mijn kinderen: het leven is niet mooier dan het is’

U heeft kinderen die u stoïcijns opvoedt. Hoe doet u dat?
‘Ik schilder het leven niet mooier af dan het is: je krijgt niet altijd wat je wil en soms schatten anderen je niet op waarde. Als mijn kinderen bij me komen omdat ze ergens mee zitten, gaan we verkennen wat er echt speelt: klopt het dat hun vriendinnetje vervelend deed of vonden zijzelf de situatie gewoon niet leuk? Ik laat de kinderen ook fysiek meehelpen in en rondom het huis, want ook dat is een manier om te leren bijdragen aan het geheel.

De genegenheid voor je kroost maakt voor de stoïcijnen deel uit van de menselijke natuur. Epictetus zegt dat mooi: wanneer we kinderen krijgen, ligt het niet meer in onze macht om niet van ze te houden en niet ze voor te willen zorgen. Maar hoe doe je dat op een goede manier? Seneca schrijft: de meeste ouders bidden voor de verkeerde dingen, namelijk dat hun kind knap en gezond wordt en een goede carrière en leuke partner krijgt. Maar in plaats van de weg te plaveien kun je je kind beter helpen om sterke karaktereigenschappen en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Wat er dan ook gebeurt, je kind redt zich wel.’

De stoïcijnse school. Aanvaard ­alles en leg je ­nergens bij neer!
Michiel Buis en Dennis de Gruijter
Noordboek
384 blz.
€ 29,90

Loginmenu afsluiten