Home Waarheid Onbetwiste waarheden
Waarheid

Onbetwiste waarheden

Wat maakt iets waar? Vijf perspectieven op wat echt is en wat niet.

Door Ilana Buijssen op 25 maart 2020

Onbetwiste waarheden
Cover van 04-2020
04-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Schijnwereld

Onze waarheid is onecht

Volgens Plato is de wereld die we waarnemen een afspiegeling van de ware wereld. Vergelijk het met een foto, die ook een imperfecte weergave is van de werkelijkheid. Hoe graag we ook zouden willen, we zijn niet in staat om de onveranderlijke en eeuwige waarheid te kennen.

Christelijke denkers namen Plato’s opvatting van waarheid grotendeels over. Ook zij vonden dat de waarheid onze dagelijkse ervaring ontsteeg. Om haar te bereiken moesten we proberen één te worden met God, al zouden we daar door onze lichamelijkheid nooit helemaal in slagen.

Friedrich Nietzsche bestreed deze traditie. Volgens hem was het onderscheid tussen het aardse en het goddelijke domein een onterechte verdubbeling van de werkelijkheid. Er is alleen de wereld zoals we die ervaren en geen bovennatuurlijke en alomvattende waarheid. Over de oude theorie van de alomvattende waarheid schrijft Nietzsche: ‘Wat als de waarheid steeds minder geloofwaardig wordt? (…) Wat als God uiteindelijk onze oudste leugen blijkt te zijn?’  

Los van verlangens

Waarheid leidt naar bevrijding

Vier edele waarheden vormen de basis van de boeddhistische leer. De eerste edele waarheid is dat we lijden (dukkha), omdat de wereld onze verlangens niet kan bevredigen. Volgens de tweede waarheid jagen we deze verlangens na door het ongefundeerde geloof in een ‘zelf’.

Gelukkig biedt Boeddha een uitweg, de derde waarheid: ‘Er bestaat een tegengif tegen het lijden: je bevrijden van begeerte, van gehechtheid, van het zelf.’ We moeten de wereld accepteren en niet willen veranderen. Dat inzicht in de derde edele waarheid maakt een einde aan het lijden en brengt ultiem geluk (nirvana). De vierde edele waarheid maakt duidelijk hoe we moeten leven om dit nirvana te bereiken. Zo moeten we onder meer ethische richtlijnen volgen. Op die manier komen het ware en het goede in het boeddhisme samen.


Beeld: ©StudioVandaar, Jedi Noordegraaf

Steeds opnieuw testen

De waarheid is onzeker

‘Het moet mogelijk zijn voor een empirisch wetenschappelijk systeem om weerlegd te worden door ervaring.’ De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper formuleerde in de twintigste eeuw zijn invloedrijke falsificatiecriterium voor wetenschappelijke waarheid. Is het onmogelijk om te testen of een theorie klopt? Dan hebben we te maken met een pseudowetenschappelijke theorie.

Als wetenschappers een serieuze theorie hebben opgesteld, moeten ze hun best doen om hem te falsifiëren: om aan te tonen dat hij onwaar is. Als een wetenschapper beweert dat alle zwanen wit zijn, moet hij zijn best doen om zwarte zwanen te vinden. Als hij die nergens ziet, komt zijn theorie sterker te staan.

Helaas kunnen we op die manier nooit definitief en helemaal zeker bewijzen dat een theorie waar is, zegt Popper: ‘Het maakt niet uit hoeveel witte zwanen we hebben waargenomen, dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat alle zwanen wit zijn.’

Praktische instelling

Waarheid is wat werkt

Een theorie is waar als blijkt dat het goed is om erin te geloven, stellen pragmatisten als William James, Willard Van Orman Quine en Richard Rorty. Zij geloven niet in een objectieve waarheid die losstaat van het menselijk oordeelsvermogen. Theorieën moeten in de praktijk bewijzen wat ze waard zijn. Ze kunnen altijd in de prullenmand verdwijnen om plaats te maken voor een theorie die beter werkt: ‘Wie vanuit pragmatisch oogpunt opmerkt dat alles waar we redelijkerwijze in geloven nog niet waar hoeft te zijn, zegt dat er morgen best iemand met een beter idee kan komen,’ schrijft Rorty in zijn essay Solidariteit of objectiviteit.
De opvatting dat waarheid is wat werkt, werkt al een tijdje heel aardig.

Veranderlijke taal

De waarheid is een constructie

We zijn geneigd om waarheid te beschouwen als een harde kern die we door nauwgezet onderzoek bloot kunnen leggen.
De Franse filosoof Michel Foucault betoogt dat we de waarheid niet als zo’n harde kern moeten zien, maar als een construct dat door de geschiedenis heen verandert. Zo werd bijvoorbeeld homoseksualiteit in het verleden beschouwd als een ziekte. Inmiddels zien we homoseksualiteit in het Westen als een seksuele oriëntatie. De heersende manier van praten is bepalend voor onze opvattingen.

Binnen die manier van praten is er altijd ruimte voor discussie over onze waarheden. De filosofie heeft volgens Foucault de belangrijke taak om de discussie aan te wakkeren: ‘Wat is filosofie vandaag de dag (…) als die er niet in bestaat te laten zien hoe en in hoeverre het mogelijk is om anders te denken, in plaats van te legitimeren wat we al weten?’ Filosofen moeten het veranderlijke karakter van waarheid aan het licht brengen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.