Home Historisch profiel: Friedrich Nietzsche

Historisch profiel: Friedrich Nietzsche

Door Joep Dohmen op 23 mei 2011

Cover van 05-2011
05-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

Wees geen slaaf, laat je niet leiden door angst of luiheid, houdt Nietzsche ons voor. Wees vrij en dans, dans zelfs aan de rand van de afgrond.

Volgens Nietzsche moet ons leven een zekere grootsheid en intensiteit bezitten. We moeten het bestaan met een vrolijke ernst opvatten en proberen te ontsnappen aan de vele gedaanten van slaafsheid: angst, luiheid, vermoeidheid, traagheid, onmacht, lijden en rancune. Bovendien moeten we het leven niet opvatten als puur tijdverdrijf, want daar is het veel te kostbaar voor. Daarmee toont Nietzsche zich een representant van het postromantisch expressivisme, dat een vitaal, creatief bestaan voorstaat.

De mens is een scheppend schepsel dat zichzelf in de loop van zijn leven een eigen vorm kan geven. ‘In de mens zijn schepsel en schepper verenigd. In de mens is stof, brokstuk, overvloed, leem, slijk, onzin, chaos; maar in de mens is ook de schepper, de kunstenaar.’ Nietzsches profeet Zarathoestra gaat op zoek naar ‘medescheppers, metgezellen in het oogsten en feesten […] Metgezellen zoekt de schepper, en geen lijken en ook geen kudde en gelovigen.’

Weg dus met de eeuwige slachtoffers. Weg ook met de kuddedieren en de goeroes. Vooral weg met de fundamentalisten. Het komt erop aan om geen meeloper te zijn, maar je eigen weg te gaan. ‘Blijf de aarde trouw!’ is het nietzscheaanse parool. Vlucht niet in een illusionaire wereld. Weiger het cynisme, weiger de scepsis. Accepteer dat het leven een onzekere zaak is en leef het op je eigen, stijlvolle manier. Dat is nietzscheaanse levenskunst.

Nietzsche zag in zijn eigen tijd vooral gebonden geesten, slaven en slachtoffers om zich heen. Weinig mensen waren in staat om af te wijken van de gebaande paden en uit te breken uit de gevestigde orde. De meeste moderne mensen, zo constateerde Nietzsche, kunnen gewoon de moed niet opbrengen om de onzekerheid van het bestaan met open vizier tegemoet te treden. Daarom ontwikkelde hij een nieuwe moraalfilosofie, waarin hij pleit voor soevereiniteit. Zijn voorstel aan de moderne mens is om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Het opvoedingsparool van Nietzsches nieuwe moraal luidt: ‘Word wie je bent.’

Karaktervorming

Nietzsches moderne ethiek vertoont interessante parallellen met de premoderne ethiek van Aristoteles. Voor beide auteurs staat karaktervorming centraal: ze bepleiten een vorm van zelfverwerkelijking. Wat betreft de weg en het doel denken ze echter zeer verschillend. Aristoteles ontwikkelde een deugdethiek: de mens moet proberen in elke situatie het juiste midden te vinden. De deugd ‘moed’, bijvoorbeeld, vormt het juiste midden tussen lafheid en overmoed. Elk mens moet proberen een moedig mens te worden. Het uiteindelijke doel van Aristoteles’ deugdethiek is de realisering en vervulling van iemands potentiële natuur. Gelukkig is degene die er gaandeweg in geslaagd is om volledig deugdzaam te worden. Zo iemand is een voortreffelijk mens en zeer geschikt burger.

In tegenstelling tot Aristoteles gaat Nietzsche niet uit van een potentiële menselijke natuur die moet worden geactualiseerd of verwerkelijkt. Hij hanteert ook niet het criterium van het juiste midden. Het moderne leven is in zijn tijd een zoektocht naar zin geworden. Na de dood van God staan we voor een nieuwe taak: het uitvinden en scheppen van waarden. Het huidige individu heeft een dubbele moraal: emanciperen uit oude, overleefde verbanden; het zoeken naar en vinden van een eigen oriëntatie. De nieuwe opdracht is: een vrije geest worden, je karakter ‘stijl geven’ op basis van een eigen rangorde van waarden. Nietzsches moraal beoogt geen deugdzame burgers, maar soevereine geesten.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Gezondheid

Nietzsche vraagt ons wel om te emanciperen uit ons slavenbestaan, maar hoe word je vrij? Je bent immers nog lang niet vrij doordat je je van iemand of iets hebt losgemaakt. Vrijheid is voor hem niet het directe resultaat van nadenken of van een beslissing. Vrijheid volgt voor hem pas uit een langdurig praktisch leerproces, de emancipatie van een gebonden naar een vrije geest. De termen die Nietzsche gebruikt ter aanduiding van deze ‘autotherapie’ zijn veelzeggend: gezondheids- en verlossingsleer, kuur en zelfherstel, het vrijmakingsmysterie.

Typerend is de parallellie tussen de begrippenparen ‘ziek-gezond’ en ‘gebonden-vrij’. De emancipatie van een gebonden geest naar een vrije geest is identiek aan het genezingsproces van de zieke die weer gezond wordt. Bovendien hanteert Nietzsche de begrippenparen ‘sterk-zwak’ en ‘heer-slaaf’. Slaaf is degene die gebonden blijft en zich conformeert. Hij is te zwak om op eigen benen te staan en verschuilt zich achter het slachtofferschap. De sterke of soevereine mens, de heer, is degene die de weg van de emancipatie naar de positieve vrijheid heeft afgelegd.
Het emancipatieproces omvat een aantal stadia: binding, losmaking, revolte, afwending en toenadering – de ‘grote gezondheid’ van de vrije geest. Uitgangspunt is de toestand van de gebonden geest. Traditioneel waren natuurlijk veruit de meeste mensen min of meer gebonden aan de gemeenschapsmoraal. Nietzsche doet daar niet moeilijk over: zonder zo’n binding was de mens niet eens aan emancipatie toegekomen. ‘De mens is aan vele kettingen gelegd opdat hij het zou verleren zich als een dier te gedragen: en werkelijk, hij is milder, verstandiger, vrolijker en bezonnener geworden dan alle dieren.’

Vrijheid

Vrijheid begint altijd met een eerste aanzet, een ontluikend verlangen om zich te bevrijden en uit te breken. Nietzsche beschrijft dit verlangen als een raadselachtig fenomeen. Dat een gebonden mens de vrijheid zoekt, is immers niet vanzelfsprekend. Toch wringt er blijkbaar iets in de binding. Nietzsche omschrijft de beslissende gebeurtenis als een soort aardbeving:

De jonge ziel wordt in één klap geschokt, losgescheurd […] zij begrijpt zelf niet wat er zich afspeelt. Een aandrift en aandrang gebiedt en overmeestert haar als een bevel; een wil en wens ontwaakt om weg te gaan, waarheen dan ook, tot iedere prijs; een heftige en gevaarlijke nieuwsgierigheid naar een nog niet ontdekte wereld ontvlamt en woedt in al haar zinnen. ‘Liever sterven dan hier te leven’ – zo klinkt de dwingende stem en verleiding: en dit ‘hier’, dit ‘thuis’ is alles dat zij tot dan had liefgehad!

Die eerste daad van vrijheid, de daad van losmaking, gaat gepaard met gemengde gevoelens: minachting voor de oude plicht, schaamte over de breuk, nieuwsgierigheid naar de toekomst, triomf over het afscheid. Het voornaamste aspect van de losmaking en ontbinding is een ‘wil tot een vrije wil’. Wélke positieve wil vanaf dat moment het vaandel zal overnemen, is op het moment van de bevrijding nog lang niet duidelijk.

Rebel

De tweede stap in de emancipatie is de revolte, een vorm van rebellie en destructief gedrag. De gebonden geest was altijd gewend te gehoorzamen en in te stemmen: zoals het gaat, gaat het goed. Maar wie zich eenmaal van zijn binding heeft losgemaakt, vervolgt zijn weg met sterke argwaan en scepsis. Wat zijn dit hier voor bindingen, waarom gelden deze regels, welke belangen zitten erachter? De rebel houdt alle bestaande waarden tegen het licht: ‘Kan men niet alle waarden omkeren?’

In de befaamde tekst ‘Von den drei Verwandlungen’ uit Also sprach Zarathustra voert Nietzsche drie metaforen op: de kameel, de leeuw en het kind. Ze staan voor de ontwikkelingsfasen op weg naar de vrijheid. De kameel is de lastdrager en staat voor de gebonden geest; de leeuw staat voor de rebel of de revolutionair, en het kind voor de vrije geest. De leeuw is weliswaar ongebonden, maar nog lang niet vrij: hij móét verscheuren. Degene die zich nog maar net heeft losgemaakt, wil zich doorgaans niet meteen opnieuw binden. Integendeel, hij rebelleert als het ware tegen de binding zelf. Hij verwerpt elke moraal die hij tegenkomt, juist omdat die bindt.

Tussenmens

Na de ontbinding en de revolte volgt een lange overgangsfase, die van de tussenmens. De tussenmens heeft twee gedaanten. Eerst leeft hij in wachttijd, afgewend van het echte leven. Hij volgt misschien wel een bepaalde moraal – niet omdat hij erin gelooft, maar eerder op pragmatische gronden en zeker niet blind. Er vindt een tijdelijke opschorting plaats van het echte, geëngageerde leven. Op dat punt van het tussen-leven zijn verschillende richtingen mogelijk. Soms keert iemand terug op het oude nest; de vertrouwde binding blijkt toch te sterk. Soms kiest iemand radicaal voor een nieuwe binding; hij kan niet zonder fundament. Soms blijkt iemand een kwaaie hond, omdat hij te lang aan de ketting heeft gelegen. Hij blaft, gromt en bijt soms; meer zit er niet in. De echte tussenmens valt niet terug en geeft zich niet opnieuw over. Hij leeft zonder eigen waardeoordelen en zonder binding. Hij leeft vooral zonder engagement, zonder haat, zonder liefde.

Dan volgt langzaam de tweede fase: de toewending naar het nieuwe leven. Hier begint de positieve vrijheid. De nieuwe ziel, geheel losgekomen van haar vroegere bindingen, bevrijd van haar radicale scepsis en vertrouwd geraakt met het opschorten van oordelen, beziet de wereld met nieuwe ogen. Na een periode van ziek-zijn past het om de gezondheid als het ware eerst in kleine doses tot zich te nemen. Het is, aldus Nietzsche, alsof iemand voor het eerst pas werkelijk tot bewustzijn komt: ‘Zij was buiten zichzelf, deze ziel, het lijdt geen twijfel. Nu pas ziet zij zichzelf.’
Het raadsel van de grote vrijmaking nadert zijn ontknoping. De vrijgeworden geest ontdekt waarom hij zich van zijn vroegere bindingen moest ontdoen. Hij begrijpt zijn eerdere rebellie en afstandelijkheid. Hij realiseert zich dat hij deze hele beweging van onteigening naar toe-eigening moest doorlopen om ooit zichzelf te kunnen vinden en gehoorzamen. De vrije geest beseft wat het is om de stuurman te zijn van zijn bestaan.

Vrije geest

Aan het eind van het emancipatieproces ontdekt de vrije geest volgens Nietzsche het probleem van de rangorde. Het menselijk leven voltrekt zich altijd vanuit wisselende perspectieven en waarden. De vrijgeworden geest heeft zich losgemaakt van elke absolute moraal. Hij is bovendien elk cynisme en elke scepsis voorbij. Hij kan het zich nu ook permitteren om zijn afstandelijkheid op te geven. Gaandeweg is hij zijn eigen rangorde van waarden op het spoor gekomen, van waaruit hij voortaan leeft. Ook vrije geesten zijn dus vaak opnieuw gebonden – aan huwelijk, rang of stand, beroep, partij of staat. Leven en samenleven betekent nu eenmaal waarderen, dat wil zeggen standpunten innemen, veranderen en opnieuw een standpunt innemen. Het beslissende punt is telkens waarom iemand zich losmaakt, waarom en op grond waarvan iemand zich weer verbindt. De vrije geest is diegene die weigert, afwijkt, zich onthoudt, meegaat, toestemt, en dat telkens opnieuw vanuit een eigen waardeoordeel. Hij gelooft niet in algemene oplossingen voor bijzondere levenssituaties. Een vrije geest zegt ‘elk geloof, elke zekerheid vaarwel, geoefend als hij is in het vermogen om op dunne koorden en mogelijkheden overeind te blijven en zelfs aan de rand van afgronden nog te dansen’.

Tot zover Nietzsches omschrijving van deze disciplina voluntatis: het leerproces van de innerlijke vrijheid. De belangrijkste stap in je leven is de vaststelling van wat je werkelijk van belang vindt en het leven van het echte leven! Uiteindelijk gaat het om een leven in liefde of rechtvaardigheid, om schoonheid of geluk. De waarden die mij ten diepste aanspreken vormen de basis voor mijn concrete eigen levensvorm, bijvoorbeeld een liefdevol en rechtvaardig leven.

Authentiek

De dominante moraal van onze tijd, het liberalisme, kent geen beschavingsoffensief. Zij verdedigt de negatieve vrijheid, de losmaking van religieuze of politieke overheersing, en propageert de strijd tegen bevoogding en paternalisme. Tegen de achtergrond van de geschiedenis is dat begrijpelijk, maar als morele leidraad voor onze tijd schiet die moraal ernstig tekort. Het liberalisme laat niet zien hoe mensen hun leven zouden kunnen beheren, en bovendien heeft het geen visie op positieve vrijheid. Ziedaar de achtergrond van de huidige opvoedingsimpasse en de malaise van de moderniteit.

Nietzsche wilde die impasse overwinnen en de weg vrijmaken voor een authentieke levensstijl. Authenticiteit betekent: niet bang zijn en je puur uit angst aan de regels houden. Moedig zijn en waar nodig onredelijke autoriteiten weerstaan. Niet lui zijn, maar actief uitzoeken wat voor jou van wezenlijk belang is. Creatief zijn en in de praktijk van alledag uitdrukken wat voor jou werkelijk van belang is. Zelfexpressie verwijst naar het handelen vanuit je hernieuwde wezen.

Wanneer toont iemand karakter volgens Nietzsche? Dat is het geval wanneer hij erin slaagt om de oorspronkelijke chaos van zijn persoonlijkheid te overwinnen. Zo iemand heeft door zelfdiscipline – ‘met veel langdurige oefening en dagelijks werk’ – zijn persoonlijkheid ontwikkeld tot een stijlvol karakter. De vrije geesten hebben hun eigen vorm gevonden. Ze hebben zichzelf onteigend door afstand te nemen van hun slavenbestaan en zich zichzelf gaandeweg opnieuw toegeëigend door de integratie van bepaalde waarden. De ‘heren’, de soevereine vrije geesten, zijn de karaktervolle mensen voor Nietzsche. Het nihilisme wordt pas werkelijk overwonnen door de authentieke mens.

Deze tekst is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Friedrich Nietzsche: Het soevereine leven van de vrije geest’ uit De prijs van vrijheid. Denkers en schrijvers over moderne levenskunst, Joep Dohmen en Maarten van Buuren.