Home Emil Cioran: Als zwartkijker vitaal in de put

Emil Cioran: Als zwartkijker vitaal in de put

Door Marco Kamphuis op 28 mei 2018

Emil Cioran: Als zwartkijker vitaal in de put
Cover van 06-2018
06-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

De Roemeense filosoof Emil Cioran heeft een inktzwarte kijk op het leven, maar bezat een enorme scheppingsdrift.

Emil Cioran (1911-1995) een pessimist noemen doet hem geen recht. Schopenhauer was een pessimist: de mens is gedoemd tot willen, en daarmee tot lijden. Goed, daar valt mee te leven. Maar de lezer die het waagt Een kleine filosofie van verval te openen, Ciorans eerste in het Frans geschreven boek uit 1949, staart in een inktzwarte put, en verlangt er onmiddellijk in te springen. De wil waar Schopenhauer het over heeft is voor de Frans-Roemeense schrijver-filosoof een gepasseerd station: ‘Overal mensen die willen… maskerade van stappen die zich haasten naar kleingeestige of mysterieuze doelen; verlangens die elkaar kruisen; iedereen wil; de massa wil; duizenden reikend naar ik weet niet wat. Ik kan hen niet volgen, nog minder kan ik hen trotseren; ik houd verbluft halt: welk wonder geeft hun zoveel vaart mee?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Non-suïcide

De leegloper begrijpt beter dan de hardloper dat al die dadendrang volstrekt zinloos is. De mens is gemaakt om te lijden, en als je geluk hebt lijd je intens, dat verdrijft de verveling tenminste nog een beetje. In Ciorans ogen is het universum niet onverschillig, alles spant samen om ons te doen lijden. In eenzaamheid, ook dat nog. ‘Welke zonde heb je begaan om geboren te worden, welke misdaad om te bestaan?’ Voor ‘de ziekte van het leven’ bestaat slechts één vorm van genezing: zelfmoord plegen is de enige logische daad. Het is dus opmerkelijk dat niet iedereen dat doet.

Op dit punt is Een kleine filosofie van verval enigszins ambivalent: het op de lange baan schuiven van zelfmoord wordt enerzijds als een onvergeeflijke zwakheid voorgesteld, anderzijds heeft de loutere mogelijkheid van zelfmoord iets positiefs, iets bevrijdends voor Cioran. ‘De deur staat altijd open’ is een gevleugelde uitdrukking van de stoïcijnen. Welnu, die open deur geeft Cioran de kracht om te leven. Daarmee heeft het bestaan nog altijd geen zin, maar het zet zich wel voort… als ‘een toestand van non-suïcide’. Of zoals Cioran ook wel zei: ‘Zonder het idee van zelfmoord zou ik mezelf zeker van kant hebben gemaakt.’

Vreemd dat er lichtzinnige mensen zijn die helemaal nooit over zelfmoord lijken na te denken. ‘Wie zich nooit zijn eigen vernietiging heeft voorgesteld, wie zich nooit de toevlucht tot het touw, de kogel, het gif of de zee heeft ingebeeld, is een lage werkslaaf of een worm die kruipt in het kosmische kreng.’

In 1937 vertrok Cioran naar Parijs om filosofie – zijn grote liefde – te studeren. Onvoorstelbaar maar waar: uitgerekend in de omgeving van de Sorbonne, waar hij dezelfde lucht inademde als Sartre en De Beauvoir, verloor hij het geloof in de filosofie. Het filosofische denken boekt immers geen enkele vooruitgang en verandert hoe dan ook niets aan ons lot. Filosofen zijn kletskousen die systemen bouwen op definities, concepten, formules – dat wil zeggen, op de leugens van het abstracte verstand. Een naam aan een ding geven komt neer op ‘het verwerpen, het vervelend en overbodig maken, het vernietigen’. ‘Onder elke formule ligt een kadaver begraven: het wezen of het object sterft onder het drogbeeld waaraan het plaats heeft gegeven.’ Hier verraadt zich de invloed van Bergson, over wie Cioran zijn proefschrift schreef. Wanneer we een woord in de mond nemen (boom, huis), herkauwen we een cliché zonder dat het aangeduide ding ons nog iets zegt. ‘Waarom zou niet elke generatie een nieuw idioom leren, al was het maar om de objecten nieuwe levenskracht te geven?’

Eerder had hij al de religieuze illusie verloren. Cioran, zoon van een Russisch-orthodoxe priester, schrijft nog wel met affectie over heiligen (vermoedelijk aangetrokken door hun lijden), maar inmiddels walgt hij van dogma’s, religieus of anderszins. ‘In ieder mens sluimert een profeet en wanneer deze ontwaakt, is er een beetje meer kwaad in de wereld.’ Het ligt in de aard van de mens om zijn eigen onbeduidende ideeën als middelpunt van het universum te beschouwen en rond te bazuinen. ‘Wanneer de mens zijn vermogen tot onverschilligheid verliest, wordt hij een potentiële moordenaar; wanneer hij zíjn idee in een god verandert, zijn de gevolgen niet te overzien.’ De grote ellende in de wereld komt niet op rekening van grijpgrage opportunisten, maar van de lui die ergens in geloven, de fanatici die omdat ze onomkoopbaar zijn wreed worden vervolgd, tot het moment waarop ze zelf de wrede vervolgers worden. Nog los daarvan: mensen geloven uit intellectuele lafheid, om de leegte en verveling van het bestaan niet te zien. ‘Heer, geef me de kracht om nooit te bidden.’

Wraaklust

Terwijl Cioran de illusies van zijn medemensen hekelt, spaart hij zichzelf niet. Het fanatisme en de onverdraagzaamheid van de eenvoudigen van geest zijn ‘een teken van leven’, steunend op sterke instincten. Zijn eigen scepsis daarentegen ‘vooronderstelt een algemene toestand van vermoeidheid en onvruchtbaarheid’. Als je inziet dat de Waarheid niet bestaat en haar dus ook niet nastreeft als ideaal, is dat het begin van het einde. Moralisten zoals La Rochefoucauld (en hijzelf) observeren, terwijl de geobserveerden leven. Hun venijnige uitspraken verbergen de wraaklust ‘van de overwonnenen die het leven niet kunnen vergeven hun verwachtingen te hebben teleurgesteld.’

Emil Cioran overdrijft zijn eigen nederlaag. De orakelende, nietzscheaanse stijl waarin hij zijn wanhoop heeft gegoten, getuigt op een paradoxale manier van een enorme scheppingsdrift, om nog maar te zwijgen van de energie die de Roemeen opbracht om dit boek in het Frans te schrijven (en tot viermaal toe te herschrijven). Terloops worden slapeloosheid en depressie aangeduid. Maar gezien de vitaliteit die deze bladzijden uitdrukken verbaast het niet dat Cioran ‘gewoon’ op 84-jarige leeftijd in het ziekenhuis overleed.