Om mijn stapels aantekeningen bij elkaar te houden, heb ik ooit een stel loden apothekers-gewichten gekocht. Soms verrast het me nog steeds als ik er een optil, hoe zwaar zo’n gewichtje is. Dat moet een bijzonder moment zijn geweest, bedacht ik me laatst: als kind ontdekken dat niet alle grote dingen zwaar zijn en niet alle kleine dingen licht.
Zulke ontdekkingen heb ik ook gedaan in sommige boeken. Bij Ludwig Wittgensteins Over zekerheid denk ik vooral aan een van de eerste alinea’s: ‘Uit dat het mij (of iedereen) zo toeschijnt, volgt niet dat het zo is. De vraag is wel of men het zinvol betwijfelen kan.’
Zinvol betwijfelen: sinds ik die woorden las, is mijn begrip veranderd. Een vorm van zekerheid die niet voortkomt uit onwrikbaar begrip, maar uit een soort onmacht: niet in staat zijn tot twijfel. Wittgenstein schrijft verderop: ‘Hoe zou een vergissing er hier uitzien? Heb ik daar een heldere voorstelling van?’
Dat zoek ik in de filosofie, begin ik steeds meer te beseffen: geen losse inzichten of concrete feiten, maar een slijpsteen voor mijn taal, zodat mijn beleving fijnmaziger wordt. Te zien dat ik ze allebei nodig heb, ‘klein’ en ‘licht’, omdat ze soms totaal verschillen.

