Home Praktische filosofie Andy West: ‘In de gevangenis staat de tijd aan jouw kant’
Praktische filosofie

Andy West: ‘In de gevangenis staat de tijd aan jouw kant’

Door Djuna Spreksel op 30 maart 2026

Andy West filosoof in de gevangenis
beeld Carlotta Cardana
Filosofie Magazine 4 2026 Wat ben jij zonder wij
04-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Wat heeft het denken je te bieden als je achter de tralies zit? Andy West filosofeert met gevangenen en schreef er een memoir over.

Als Andy West (1986) na zijn studie filosofieles gaat geven, komt hij voor het eerst sinds zijn jeugd weer in een gevangenis. Die plek was voor hem als kleine jongen bekend terrein, maar heeft hij die sinds zijn studententijd de rug toegekeerd. West groeit op in een arm gezin in Oost-Londen, waar geweld en drugscriminaliteit aan de orde van de dag zijn. Zijn vader, oudere broer en oom ‘zitten’ alle drie en als kind bezoekt hij zijn familie in de gevangenis. Maar zijn omgeving verandert radicaal als West filosofie gaat studeren aan de universiteit. Plotseling bestaat die uit slimme mensen met geld, een sociaal vangnet en een toekomstperspectief. De gevangenis kennen ze uit actiefilms.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

‘Kun je gevangen zijn als je kunt gaan en staan waar je wilt?’

‘Ik voelde een afstand tussen mijzelf en andere studenten en kon niet praten over mijn eigen intieme relatie met die plek,’ vertelt West via een videoverbinding. ‘Ik geloof dat studeren niet alleen betekent dat je nieuwe kennis opdoet. Om te kunnen functioneren in zo’n omgeving terwijl je uit de arbeidersklasse komt, moet je een deel opgeven van wie je bent – inclusief de wijsheid die je hebt meegekregen. Ik voelde me verdrietig toen ik hoorde dat er mensen waren die filosofieles gaven in de gevangenis, omdat ik dacht: ik heb dat gedeelte van mijn leven losgelaten, en nu claimt iemand anders die plek. Maar ik kreeg ook het gevoel: dat zou ik moeten doen.’

En zo geschiedde. Inmiddels werkt West voor The Philosophy Foundation en geeft hij in gevangenissen filosofieles aan mannen. Van gevangenen die straf uitzitten voor een relatief licht vergrijp, zoals een winkeldiefstal, tot beroepscriminelen en zedendelinquenten die nooit meer vrijkomen: allemaal filosoferen ze in een kring en onder begeleiding van West – whiteboard, marker en talking stick in de aanslag – over thema’s zoals geluk, waarheid, schaamte, schuld en liefde. West schreef over zijn ervaringen het boek The life inside en in 2026 verscheen de daarop gebaseerde BBC-serie Waiting for the Out.

Het boek en de serie zijn meer dan een verslag van die filosofische gesprekken. Door de lens van een ‘binnen’ waaruit niemand kan ontsnappen, analyseert West zowel de complexe ervaringen van mensen die als ‘schuldig’ worden bestempeld, als de verhouding tussen de samenleving en het gevangeniswezen. ‘Ik voelde een plicht om de gevangenis zichtbaar te maken, om te getuigen over wat daar gebeurt,’ vertelt West. ‘Hoe het leven en het denken eruitzien van wie verborgen zit.’ Hij richt de blik ook naar binnen en onderzoekt de confrontatie met zijn eigen gevoelens van geërfde schuld en schaamte, waar hij niet goed van loskomt. Het boek roept onder andere de vraag op of je gevangen kunt zitten terwijl je kunt gaan en staan waar je wilt, en andersom: of de gevangenis een plek kan zijn waar je vrij bent.

Hoe bespreekt u een onderwerp als vrijheid met mensen die vastzitten?
‘Het werkt goed om te beginnen met een verhaal, een beeld of een metafoor. Toen ik voor het eerst filosofie ging geven, was ik doodsbang. Ik had bedacht: als ik daar kan staan en hun aandacht voor even kan vasthouden door ze een kort verhaal te vertellen, overleef ik het wel. Dat bleek gelukkig te kloppen.

Als het over vrijheid gaat, vertel ik bijvoorbeeld Homerus‘ verhaal over Odysseus. Als Odysseus na de Trojaanse oorlog met zijn scheepslieden huiswaarts keert, stuit hij op verleidelijke wezens die Sirenen worden genoemd. De Sirenen zingen een prachtig lied waarmee zij schippers betoveren die dronken van liefde overboord springen.

Odysseus is vastberaden om de liederen aan te horen en beveelt zijn mannen hem stevig vast te binden aan de mast en zelf bijenwas in hun oren te stoppen. Er is één bemanningslid dat de was toch uit zijn oren haalt, het gezang hoort en overboord springt. Odysseus en zijn bemanning bereiken Ithaca, maar Odysseus moet leven in de wetenschap dat hij de prachtige liederen nooit meer zal horen.

‘Met een filosofische vraag leer je iemands hoop, angsten en verlangens kennen’

Ik vraag dan aan de mannen wie het meest vrij is: Odysseus, de scheepslieden met bijenwas in hun oren of de man die de was uit zijn oren haalt? Daar komen verschillende antwoorden op. Sommigen vinden: Odysseus, want hij heeft moed getoond, in tegenstelling tot de bemanningsleden die zich verdoven met bijenwas. Iemand anders zegt: de man die overboord springt, want hij heeft ervoor gekozen geen bevelen op te volgen, maar zijn eigen weg te gaan. Dat kan niet, zegt de derde, want hij was onder invloed. Dan is er iemand die zegt dat de mannen met bijenwas vrij zijn, omdat ze geen keuzes hoeven te maken. Hij vergelijkt zichzelf met die mannen: in de gevangenis hoeft hij ook geen keuzes te maken die hem in de problemen brengen, en geen rekeningen te betalen. Hij voelt zich vrij. Een ander is het daar niet mee eens: als je geen keuze hebt, kun je niet vrij zijn.’

Waarom is de gevangenis een goede plek voor zo’n gesprek?
‘Ik geloof niet dat je van filosofie een beter mens wordt, maar wel dat het als mens goed is om te filosoferen. Je bestaat in deze wereld en daarom heb je te maken met thema’s zoals rechtvaardigheid, macht en vriendschap. Een filosofisch gesprek is een goede manier om erachter te komen hoe je zelf ergens over denkt en wat anderen daarover gedacht hebben. Maar het is ook een manier om erachter te komen wie de ander is. Als je de vraag stelt wat belangrijker is, fysieke of mentale vrijheid, kun je aan de hand van het antwoord iets ontdekken over iemands geschiedenis en over waar zijn hoop, verlangens en angsten liggen. Als je naar televisieprogramma’s over gedetineerden kijkt, wordt in de eerste minuut besproken welke misdaad ze hebben begaan en welke straf ze krijgen. Maar als je hen vraagt of zij in de confrontatie met de Sirenen liever Odysseus of zijn scheepslieden zijn, ben je meteen voorbij al die juridische termen. Filosofie is een prachtig instrument om te onthullen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Waarin verschilt filosofieles geven in de gevangenis van daarbuiten?
‘Dat heeft iets te maken met aandacht. Op het moment dat ik ’s ochtends door de beveiliging ga, stap ik in een wereld waar alles vertraagt, waar de tijd meer gewicht krijgt. Gevangenen zijn voor een groot gedeelte van de dag gewoon aan het wachten – bijvoorbeeld totdat ze naar hun bezoek mogen of te eten krijgen. Je mag geen smartphone hebben. Daardoor zijn ze aanwezig. Dat past goed bij de filosofie, die langzame vragen stelt waarvoor je de tijd nodig hebt. Een aporetisch moment, waarbij je een toestand van verwarring bereikt over wat je eigenlijk weet, verandert de tijd. Tegelijkertijd zijn er gevangenen met ADHD, wat ervoor zorgt dat gesprekken soms alle kanten opgaan. Maar ik merk het verschil als ik ’s avonds naar buiten stap en iedereen om me heen weer haast heeft. Mensen praten wel tegen je, maar denken ondertussen: ik moet nog iets afmaken en daarna heb ik een afspraak. Het gevoel dat alles nú moet is in de gevangenis compleet afwezig. Er zijn veel ingewikkelde dingen aan filosofieles geven in de gevangenis, maar de tijd staat hier wel aan jouw kant.’

Wie is u in al die jaren het meeste bijgebleven?
‘De dichter W.B. Yeats heeft het in een van zijn gedichten over de mens die tot in de eeuwigheid contempleert, maar ondertussen vastgeketend zit aan een stervend dier. Zo heb ik me altijd over het stoïcisme gevoeld: wat mij betreft draait die filosofie te veel om contemplatie en houdt het te weinig rekening met de kwetsbare menselijke conditie en de realiteit van alledag. Maar in de gevangenis gaf ik les aan iemand die een hele lange straf uitzit. De stoïcijn Epictetus is een belangrijke leermeester voor hem. Hij heeft een soort ruimte om hem heen waar niemand in komt. Iedere dag doet hij zijn oefeningen, leest boeken, blijft veel in zijn kamer ook als hij eruit mag. Wanneer hij telefoneert, zorgt hij dat hij zeker een minuut eerder stopt dan volgens de regels nodig zou zijn, zodat er geen bewaker hoeft te komen die de verbinding verbreekt. Als hij naar buiten gaat, is hij daarna ruim op tijd weer terug in zijn cel, zodat niet de bewaker maar hijzelf de deur dichtdoet. Dat geeft hem een gevoel van autonomie. Hij verhoudt zich actief tot wat in zijn macht ligt. Door deze man ben ik anders over het stoïcisme gaan denken. Ik zag iemand die filosofie echt léven, in een context waar dat compleet logisch was: op een plek waar je nauwelijks controle hebt en je gemakkelijk gek kunt worden. Dat stemde me bescheiden.’

Wat ik opmerkelijk vond bij het lezen van uw boek: veel gevangenen vinden dat ze zelf best wel geluk hebben.
‘Ja, een gevangene zei een keer: het is in de gevangenis gemakkelijk om het gevoel te krijgen dat je geluk hebt. Bijvoorbeeld omdat je bezoek ontvangt, een eigen kamer hebt, vroeger naar school ben geweest. Ze gaan de gevangenis in, en dat is absoluut geen pretje, maar ze zijn omringd door anderen die het nog slechter hebben. Het is een kwestie van perspectief. Ik probeer dat mezelf nu ook voor te houden: als ik me vergelijk met mensen die hoger op de sociale ladder staan, word ik ontevreden. Maar als ik naar beneden kijk, dan zie ik zoveel mensen die veel minder goed hebben dan ik.’

Welke fout heeft u in het begin gemaakt?
‘Ik schatte mijn leerlingen te laag in. Misschien had ik mijn vader en mijn oom als referentiepunt in mijn hoofd als ik aan gevangenen dacht. Zij lazen nooit, waren niet geïnteresseerd in ideeën, hadden geen opleiding genoten. Ik ging ervan uit dat zij mijn publiek zouden zijn. Er zitten zeker mensen voor wie dat klopt, maar velen hebben een ander profiel. Het zijn complexe, ontwikkelde, nieuwsgierige individuen, die soms jarenlang in hun cel hebben zitten lezen. Of die open colleges volgen aan de universiteit. Ik wilde een van die eerste lessen de filosoof John Locke bespreken en hoe hij dacht over de menselijke identiteit, maar ik wilde het ook toegankelijk houden. Ik schreef onder zijn naam op het bord het woord “herinnering”, en stak van wal. Maar al snel werd ik onderbroken. Wat u zegt klopt niet, zei iemand. Locke spreekt niet over herinnering, maar over “bewustzijn”. Ik heb het bord snel schoongeveegd. Later begon een ander Locke ook nog met Rousseau te vergelijken. Sindsdien weet ik dat ik ze behoorlijk mag uitdagen.’

Waiting for the out
De BBC-serie Waiting for the out maakte grote indruk in het Verenigd Koninkrijk. The Guardian vergeleek de serie met de hitserie Adolescence vanwege het perspectief op mannelijkheid dat erin aan bod komt, en de serie leidde tot discussies over het Britse gevangeniswezen. Waiting for the out werd uitgezonden op BBC One.

Loginmenu afsluiten