Home Liefde Ad Verbrugge: ‘Liefde is levenszin’
Liefde

Ad Verbrugge: ‘Liefde is levenszin’

Niet lang nadat Ad Verbrugge had besloten een boek over de liefde te schrijven, kwam er een eind aan zijn eigen relatie. ‘Erotisch verlangen is het verlangen naar gemeenschapsvorming.'

Door Elma Drayer op 02 juli 2013

07-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Hij is, zegt hij, in zijn leven regelmatig door de eros te pakken genomen. ‘Ik was veertien toen ik mijn eerste grote liefde had – een fundamentele ervaring. Het heeft me vier jaar gekost om daaroverheen te komen; ik kon er totaal niet mee omgaan. Tegelijkertijd besefte ik dat ik spiegelde. Daar zat veel romantisering bij, maar toen al kwam bij mij de platoonse idee op gang dat je altijd op zoek bent naar je wederhelft, de helft die bij je past – het oerbeeld van de liefde.’

In zijn idyllische oud-Hollandse huis, hartje Leiden, biedt filosoof Ad Verbrugge (1967) zijn gast een stuk aan van een bloedrode, hartvormige taart. Voor bij de koffie. Het zal toeval zijn, maar geestig toeval. Zojuist heeft hij het manuscript van zijn nieuwe boek Het offer van liefde afgerond. Een halfjaar werkte hij er vrijwel onafgebroken aan (‘Ik sliep soms maar vier uur per nacht’). En dat terwijl hij aanvankelijk alleen een hoofdstuk wilde toevoegen aan teksten die hij al had liggen. Op een avond drong tot hem door dat onder zijn handen een apart, volwaardig boek groeide. ‘Het offer van liefde is niet gepland,’ zegt hij. ‘Het is me overkomen.’ Nu zal het als eerste deel verschijnen van het tweeluik Staat van verwarring. In Het offer van liefde – waarin het persoonlijke leven van mensen centraal staat – probeert hij begrippen te ontwikkelen die hij straks zal toepassen op een analyse van de hedendaagse cultuur. 

De filosoof heeft naar eigen zeggen een ‘heftige periode’ achter de rug. Niet lang nadat hij had besloten een heel boek te wijden aan de liefde kwam er een einde aan zijn eigen relatie. Jazeker – om de ironie ervan kan hij nu best glimlachen. Maar die perikelen, bezweert hij, waren beslist niet de reden dat hij over de liefde wilde schrijven. ‘Ik ben steeds op zoek naar wat er aan de hand is in onze tijd. Zoals Hegel zegt: “Die Philosophie ist Ihre Zeit in Gedanken gefasst.” En naar mijn idee is er echt iets aan het schuiven in de manier waarop wij aankijken tegen liefde en seksualiteit. Ik wil dat begrijpen. En dat gaat voor mij altijd in confrontatie met de filosofische traditie.’

Hoe verklaart u dat er tegenwoordig amper filosofische aandacht is voor dit thema?
‘Binnen de Romantiek en het Duits idealisme was die er wel degelijk. Maar de grote namen van de twintigste eeuw laten het inderdaad liggen. Het hele existentialisme had moeite met de liefde – althans, met de elementen die ik daarin belangrijk vind. Dat zag je al bij Kierkegaard, en bij Heidegger kwam het terug. Hij stelde de angst centraal; de liefde en het verlangen thematiseerde hij nauwelijks. Simone de Beauvoir had er absoluut oog voor, maar bij haar speelde altijd de individuele vrijheid erdoorheen. Foucault thematiseerde de liefde vanuit het machtsdenken; verder deed hij er vrijwel niets mee. De grote namen van de twintigste eeuw waren denk ik te zeer bezig met de sociale werkelijkheid, met het systeem, de structuren. Het was geen stoer onderwerp.’

En dat, zegt hij, terwijl de liefde natuurlijk een ‘geweldig belangrijk’ cultureel fenomeen is. ‘Tallozen worstelen ermee, vijftig procent van de popsongs gaat erover. Er zijn in ieders leven momenten dat de liefde een enorme dynamiek vertoont. Liefde kan scheppen en verwoesten, en soms doet ze beide tegelijk. Ik ben geen buitenstaander, ik heb dat zelf meegemaakt.’

Verbrugge benadert het thema vanuit ‘de problematiek van de atomaire vrijheid’ – een begrip dat stamt uit het Duits idealisme. ‘De moderne mens heeft nog steeds relaties en contacten, maar is in zekere zin ook los komen te staan. Natuurlijk, we hebben ons altijd kunnen terugtrekken in onszelf, in onze fantasieën. Maar we doen het meer dan ooit.’

Al in zijn puberteit, vertelt hij, voelde hij weerzin tegen mensen die zich in gezelschap afsluiten. ‘Ik wilde bijvoorbeeld nooit een walkman. Ik weet nog dat we op schoolreis gingen naar Berlijn en een vriend van mij ineens zo’n ding opzette. Dat heb ik toen met een paar andere vrienden behoorlijk belachelijk gemaakt. Jongen, doe ’ns normaal! Doe mee, speel het menselijke spel mee! Die intuïtieve ervaring zit denk ik sterk in dit boek.’

Tegenwoordig hoeft het individu zich volgens hem nog minder aan zijn omgeving gebonden te weten – dankzij internet. ‘De hedendaagse virtuele consumptiecultuur versterkt de mogelijkheid om als het ware in jezelf rond te blijven dobberen.’ Daardoor, betoogt Verbrugge, treedt er een merkwaardige splitsing op tussen wat hij ‘de lijfwereld’ noemt en de virtuele wereld waarin je contacten op afstand hebt, via je scherm. ‘Wij beleven ons lichaam op een andere, nieuwe manier. Tegelijkertijd merk je dat er op allerlei terreinen een soort tegenbeweging op gang is gekomen, dat mensen collectief op zoek zijn naar verbinding. Ik dacht: laat ik daar nu eens over nadenken. En toen stuitte ik op de massale populariteit van Vijftig tinten.’

In zijn boek gebruikt Verbrugge deze megabestseller (alleen al in Nederland zijn er 1,5 miljoen exemplaren van verkocht) als kroongetuige. De trilogie van de Britse schrijfster E.L. James beschrijft de sadomasochistische liefdesrelatie tussen een jonge, knappe studente en een steenrijk, woest aantrekkelijk heerschap. Hij is mysterieus, gekweld, beschikt over een macht die zij niet heeft. Zij laat zich door hem disciplineren, en geeft zich na enig tegenstribbelen met huid en haar aan hem over.

De filosoof kocht de boeken, las ze, en verbaasde zich hogelijk. ‘Literair stellen ze niks voor. Psychologisch zijn ze ook niet sterk. Hoe is het mogelijk dat van zo’n matige trilogie met zo’n thematiek zoveel exemplaren zijn verkocht? Wat zegt dat? Waarom slaat uitgerekend dit nu zo aan?’

Volgens Verbrugge kun je hoe dan ook constateren dat een ‘getormenteerde machtsverhouding’ tussen een man en een vrouw nog steeds sterk erotiserend werkt op vrouwen – alle emancipatie van de laatste decennia ten spijt. De man-vrouwverschillen zijn immers in onze cultuur ‘enorm aan het neutraliseren’, terwijl in de trilogie juist het sekseonderscheid alle nadruk krijgt. Ook wat dat betreft leven we in ‘een staat van verwarring’, meent hij.

‘Ik heb me afgevraagd: wat betekent die neutralisering voor het dagelijks leven, voor onze omgangsvormen, voor onze psychische constitutie? Zit het verschil tussen man en vrouw werkelijk alleen nog in de geslachtsorganen? In mijn ogen is het méér dan dat; het raakt aan een elementaire dynamiek. Voor mij zou het bijvoorbeeld geen optie zijn om met een man samen te leven. En ik heb met een man totaal andere gesprekken dan met een vrouw. Waarom is dat? Ik zeg niet dat ik antwoord heb op deze vragen. Maar ik wilde ze wel onderzoeken.’

Kent u Vijftig tinten niet te veel gewicht toe? Het gaat hier om fictie. Weliswaar populaire fictie, maar dat hoeft niets te zeggen over hoe wij werkelijk denken en voelen.
‘Het verkoopsucces zegt iets over de fantasieën en verlangens in onze cultuur. Daar probeer ik duiding aan te geven.’

Thrillers zijn ook populairder dan ooit. Toch heeft dat nul invloed op hoe wij denken over geweld, moord en doodslag – laat staan op de misdaadcijfers.
‘Ik gebruik Vijftig tinten alleen als aanleiding om het over fenomenen te hebben waarvan ik denk dat ze wel degelijk breder spelen in onze cultuur. Ik gebruik het om de archetypische dynamiek te laten zien. Dáár gaat het me om.’ Verbrugge beschouwt de hype rond het boek als een teken dat er een collectieve hunkering sluimert naar ‘intensivering’. ‘Dat verlangen hangt samen met die vervreemding van ons lichaam. Lichaam en identiteitservaring zijn nu eenmaal onverbrekelijk met elkaar verbonden. Hoe komt het dat ontrouw zo pijnlijk is? Dat heeft te maken met de manier waarop binding en lichamelijkheid aan elkaar zijn gerelateerd. De bedrogene heeft het gevoel dat hij inwisselbaar is. Dat is niet voor niets een heftige ervaring.’

Volgens Verbrugge keert een boek als Vijftig tinten zich tegen de oppervlakkige ‘seksuele consumptie waarin de afstand bewaard blijft’. De trilogie draait in zijn ogen om een erotische verhouding waarin beide partners diep doordrongen raken van elkaars onvervangbaarheid en uniciteit. ‘Tegenover de vluchtige, vrijblijvende, geëxtensiveerde, wezenloze en afgesloten seksualiteit van de consumptieve porno,’ schrijft hij, ‘wordt hier de intensiteit van de erotiek in het spel gebracht.’

Sowieso, zegt Verbrugge, bespeurt hij in onze cultuur ‘iets van een heroriëntatie’ op klassieke waarden als trouw en gebondenheid, een hunkering naar authenticiteit en echtheid. ‘Overal zie ik de vraag naar het aardegebonden karakter van het leven weer aan de oppervlakte komen. Ik proef het bij de huidige studentengeneratie. Tegenwoordig zijn de hippe studenten conservatief, en zij zijn ook in hun seksualiteit veel exclusiever, vinden veel dingen ordinair. Zo’n boek als Vijfig tinten hoort voor mij bij deze beweging. In de jaren zeventig had je er niet mee aan moeten komen. Toen had je gewone bouqetreeksromans of lekkere porno, maar zo’n mix – nee.’

Is dat niet gewoon een elitekwestie? Uw studenten keren zich af van ongebreidelde seks, nu ook de groenteman porno kan downloaden.
‘Misschien is het een golfbeweging, maar die heeft in mijn ogen dan vooral met evenwicht te maken. Zo’n boek als Vijftig tinten laat zien dat het lichaam altijd weer terugkeert. We leven in een tijd van ontgrenzing en ontlijving. Sinds de jaren zestig hanteren we een vrijheidsconcept dat de ongebondenheid sterk verheerlijkt. Maar radicale ongebondenheid, ontdekken we nu, leidt tot een Houellebecq-achtige vervreemding. Terwijl de vrijheidservaring misschien wel juist ligt in de mate van gebondenheid die je ervaart. En dat keert op allerlei niveaus terug. Ik zie het erotisch verlangen als het verlangen naar gemeenschapsvorming. Dat probeer ik in dit boek zwaar aan te zetten. Dat is het grotere project dat hierachter zit.’

Wat is liefde?
De filosoof zucht. ‘Er is niet één antwoord op. Liefde heeft verschillende verschijningsvormen, dat leg ik in mijn boek allemaal uit! Cruciaal is dat liefde met levenszin te maken heeft.’

Ik dacht dat u zou zeggen: liefde is verbinding.
‘Ja, maar het is ook het accepteren van de ander als de ander. De erkenning van elkaars individualiteit. Liefde betekent dat je inziet dat het niet louter om jezelf gaat – en dat van beide kanten. Dat is natuurlijk paradoxaal, en het is een delicaat evenwicht. Je laat je in met iemand die je nooit zult kunnen bemachtigen. Je hangt vast aan iemand over wie je niet de baas wordt. En dat moet je ook niet willen.’

Op de laatste bladzijden van Het offer van liefde pleit Verbrugge voor een mensopvatting ‘waarin lichaam en ziel in hun samenhang worden begrepen’. Daartoe dienen wij niet alleen de eigen filosofische traditie tegen het licht te houden, maar ook ‘een spirituele confrontatie’ aan te gaan met ‘de wijsheid van het Oosten’. Waarbij hij nadrukkelijk verwijst naar de liefdeskunst die tantra heet. Wat bedoelt hij daarmee?

Een van de problemen van de hedendaagse seksualiteit, zegt hij, is dat wij eisen stellen aan elkaar. Ook de vrouwelijke hoofdpersoon in Vijftig tinten maakt zich daaraan eigenlijk schuldig: ze verwacht dat de man al haar verlangens vervult. Verbrugge: ‘Iets of iemand buiten ons moet ons gelukkig maken. Of het nu muziek is, een film, een stad die we bezoeken, of de partner met wie we een erotische relatie hebben. Het gevaar is dat zo’n consumptieve fixatie er in een seksuele verhouding toe leidt dat de liefde uiteindelijk wordt opgeofferd. Je komt snel in een cirkel van verwijten: de ander doet iets niet goed.’ In de tantra daarentegen ben je in de eerste plaats verantwoordelijk voor je eigen genot. ‘Dat is jouw geschenk aan de ander, in plaats van dat die ander dat bij jou moet bewerkstelligen. Een radicale omkering.’

Even valt zijn woordenstroom stil. ‘Dit strekt veel verder dan ik nu kan opschrijven. Daar ben ik zelf nog niet klaar voor. En de lezers zijn er zeker nog niet klaar voor.’

Relevante berichten