Home 5 redenen waarom we Freud nu moeten bestuderen

5 redenen waarom we Freud nu moeten bestuderen

Freud toont als geen ander dat het leven moeizaam en pijnlijk is, maar ook dat een beter leven mogelijk is. Florentijn van Rootselaar legt uit waarom we juist nu Freud moeten lezen.

Door Florentijn van Rootselaar op 21 juni 2016

5 redenen waarom we Freud nu moeten bestuderen
07-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

1. Freud laat ons zien dat de mens ten diepste een verhalenvertellend wezen is – en dat vergeten we nog weleens in de tijd waarin luisteren naar de mens tijdens psychotherapie vervangen is door medicatie van de patiënt. Een miskenning van wie we zijn, vindt ook de Engelse psychoanalyticus en filosoof Darian Leader, want vertellen we niet als eerste een verhaal als ons wordt gevraagd hoe het gaat? En is het niet dankzij die verhalen dat we ons leven als zinvol ervaren?, zo betogen ook filosofen als Adam Sandel. Als we geen verhalen meer vertellen, wordt ook onze individualiteit bedreigd – want elk verhaal is uniek, maar elke pil gelijk.

Dat de verhalen verdwijnen is niet alleen een bedreiging voor degene die worstelt met een psychisch probleem, voor iemand die daarvoor een psycholoog of psychiater bezoekt. Want die nieuwe opvatting over de mens, als een wezen dat in de kern een brein is dat door medicatie is te beïnvloeden, dringt ook door buiten de kamer van de arts, wat heeft geleid tot een vreemde paradox: onze liefde voor biografieën, voor waargebeurde verhalen, wordt steeds groter – zoals blijkt uit de cijfers van de boekhandel – maar we zien onszelf desondanks als een brein op pootjes, dat verhalen vertelt waar we eigenlijk geen waarde aan moeten hechten; we zijn een onbetrouwbare babbelbox, ons brein babbelt er flink op los, zoals neurowetenschapper Victor Lamme meent. Laten we die onbetrouwbare verhaaltjes maar negeren, zegt hij, want de echte beslissingen zijn allang door het brein genomen voor we die verhalen vertelden. Een miskenning van de mens, een miskenning van het verhalenvertellende wezen.

2. Freud betoogt keer op keer dat de mens een verlangend wezen is. Dankzij ons verlangen leven we, voelen we ons vitaal – maar het is ook door het verlangen dat we altijd bevangen zijn door rusteloosheid, zo diagnosticeerde Ignaas Devisch onlangs nog in dit blad de moderne mens. Door dit inzicht van Freud leren we dat een goed leven niet betekent dat we afscheid nemen van het grote, onrust brengende verlangen, maar dat we die rusteloosheid soms maar beter kunnen omarmen – al zijn er betere, en slechtere manieren om dat te doen.

3. Freud toont dat transformatie van de mens mogelijk is, hoe lastig het proces ook is, en hoe onvolkomen het resultaat. De mens is niet louter een door genen aangestuurd brein, zoals in de moderne psychiatrie steeds meer wordt betoogd – een wezen dat dankzij medicatie een draaglijk leven kan leiden, maar nooit een gelukkig leven. Freud – hoe realistisch en zelfs pessimistisch hij ook is – stelt daartegenover dat het door hard werken mogelijk is je leven te veranderen, authentieker te worden en zelfs gelukkiger. De angsten uit onze kindertijd hoeven ons niet volledig te bepalen; de kinderlijke verlangens kunnen volwassen verlangens worden. Een dergelijke transformatie is geen fictie, geen utopische toestand die we niet kunnen bereiken: er zijn vele voorbeelden van een geslaagde therapie, vele getuigenissen van mensen die in staat zijn eindelijk een leven te leiden. Daarmee is het leven nog geen idylle, nog geen suikerzoet verhaal – maar beter is het wel.

4. De Franse denker Bernard Stiegler gebruikt Freud om tot een onrustbarend inzicht te komen over de mens in de moderne tijd: dat wat ons volgens Freud tot mens maakt, onze verlangens, wordt volgens Stiegler bedreigd door de marketing, een discipline die in 1930 werd bedacht door Edward Bernays, die daarvoor inzichten ontleende aan zijn oom Freud. Het consumentenkapitalisme tracht volgens Stiegler systematisch de aandacht van mensen in een bepaalde richting te sturen, door de toenemende invloed van internet en sociale media is dat alleen nog maar erger geworden. De behoeften van individuen worden ermee klaargemaakt voor de markt, voor andere verlangens is geen ruimte meer. Als de mens alleen nog maar wil wat de markt hem laat willen, leidt dat tot een uitputting van zijn verlangen, het vernietigt het libido – om een term van Freud te gebruiken. Volgens Stiegler leidt deze ontwikkeling zelfs tot het gevoel niet te bestaan.

5. De mens verlangt niet alleen naar leven, naar schoonheid en harmonie, betoogt Freud. Ook is hij niet louter een hedonist, die streeft naar geluk. Niet alleen een levensdrift, Eros, heeft ons in zijn ban, net zo sterk is de doodsdrift of Thanatos, zo ontdekte Freud tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat soldaten naar het front bleven trekken, en vooral ook: hoe was het mogelijk dat ze na de oorlog in de greep bleven van het geweld en de destructie, en soms kozen voor zelfdestructie? Die doodsdrift was extreem bij de soldaten, maar ook de gewone burger is er volgens Freud in de greep van. Ook in het alledaagse leven heerst agressie, alleen slagen we er in om die niet op onszelf, maar op anderen te richten. Het resultaat: een schijnbaar brave huisvader die zijn gezin tiranniseert, een brute baas, maar ook een ‘kalifaat’ (IS) met strijders die zich door Thanatos laten leiden, zo vindt althans Jessica Stern, een van ’s werelds meest vooraanstaande terrorisme-experts: ‘Hun leven staat in het teken van Thanatos en niet van Eros. Ze houden van de dood, zoals Bin Laden dat ook verwoordde: “We love death more than you love life.”’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.