Home Ignaas Devisch: ‘Onze rusteloosheid hoort bij ons’

Ignaas Devisch: ‘Onze rusteloosheid hoort bij ons’

Door Lianne Tijhaar op 21 april 2016

Ignaas Devisch: ‘Onze rusteloosheid hoort bij ons’
Cover van 05-2016
05-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Te druk, rusteloos, overal willen zijn – Ignaas Devisch vindt dat we niet moeten proberen eraan te ontsnappen. Integendeel: ‘We moeten onze rusteloosheid inzetten om onze passies na te streven.’
 
‘Druk, druk, druk. We klagen er voortdurend over, maar stouwen tegelijk onze vrije tijd vol met activiteiten’, stelt filosoof Ignaas Devisch. Hij schreef er een boek over, dat ‘nadrukkelijk geen zelfhulpboek’ is. Al die tips maken ons alleen maar onrustiger. Volgens Devisch moeten we terug naar de kernvraag van het debat: we hebben meer vrije tijd dan ooit, waarom slagen we er dan niet in tot rust te komen? ‘En hoe erg vinden we dat eigenlijk?’ aldus Devisch, die zelf ook niet bepaald stil kan zitten. Hij is hoogleraar filosofie in Gent en onderwijst aan de medische faculteit van de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool. ‘Zoals de meesten om mij heen merk ik dat je niet aan je tijd ontsnapt. Ik blijf rusteloos op zoek naar nieuwe thema’s en vraagstukken waarin ik mij kan vastbijten.’

Dat er behoefte is aan rust, daar kunnen we niet omheen. De wellness-industrie is booming, we gaan massaal aan de mindfullness en yoga, en de zelfhulpboeken die ons leren ‘niets te doen’ behoren in elke boekhandel tot de bestsellers. Zeggen dat je het druk hebt volstaat niet langer als antwoord op de vraag hoe het gaat – we gebruiken superlatieven als ‘hectisch’ en ‘ik raak overspoeld’. Bovendien kampt één op de zeven werkende Nederlanders met burn-outklachten en slikken steeds meer mensen pillen om te kunnen slapen of om weer wakker te worden. ‘Daar kunnen we onze ogen niet voor sluiten’, stelt Devisch. Toch vindt hij dat er de afgelopen jaren veel te snel op is gereageerd met pleidooien voor verlangzaming. ‘We moeten eerst onderzoeken waarom we het zo druk hebben. Dan zullen we inzien dat hoe goed we onze tijd ook indelen, we altijd een tekort ervaren.’

Stroomstoot

De onrust die we ervaren komt niet alleen van buiten, stelt Devisch. Hij maakt een onderscheid tussen ‘onrust’ en ‘rusteloosheid’. Onrust ervaar je als je te veel werkt of opgejaagd wordt door je baas, maar rusteloosheid komt juist vanuit onszelf. Het is datgene wat de mens al eeuwen voortstuwt. In de zeventiende eeuw schreef filosoof Blaise Pascal al: ‘De oorzaak van alle ellende van de mensen is dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven.’ De actualiteit van deze diagnose blijkt wel heel letterlijk uit een onlangs uitgevoerd experiment van psycholoog Timothy Wilson (University of Virginia). Hij zette proefpersonen in een kamer en diende ze een stroomstoot toe. Alle deelnemers verklaarden te willen betalen om geen tweede schok te krijgen. Welnu, driemaal raden wat er gebeurde toen de onderzoeker de kamer verliet en een aantal minuten liet verstrijken… Veel kandidaten dienden zichzelf uit verveling nog een schok toe.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Blijkbaar ervaren we liever iets onaangenaams dan helemaal niets. Daar ligt volgens Devisch de kern van het debat. ‘Als het écht zou gaan om “te hard werken”, dan zou het nu toch beter moeten gaan. We werken gemiddeld minder, en toch hebben we van alles te doen. Pascal stelt dat we niet in een kamer kunnen blijven zitten, omdat we rusteloze, verlangende wezens zijn en geen raad weten met onze verveling. Daarom houden we ontspanning nooit lang vol: terwijl je niets doet, denk je aan wat je nog wilt beleven. Mensen blijven steeds verlangen naar iets anders. Op het moment dat ze iets hebben verworven, zijn ze alweer op zoek naar het volgende. Volgens psychoanalyticus Jacques Lacan is de mens zowel getekend door een fundamentele onbevredigbaarheid, een tekort, als door het streven naar de invulling van dat tekort. Die invulling lukt nooit echt.’
 

NV Ik

We worden als mens gedreven door een rusteloze begeerte naar meer. Dat streven noemde filosoof Thomas Hobbes de motor van het leven. De dag dat we niets meer verlangen, gaan we dood. In de moderne tijd is deze rusteloosheid steeds meer doorgedrongen in alle facetten van ons leven. ‘Kenmerkend aan deze tijd is dat we nadrukkelijk op zoek gaan naar activiteiten naast ons werk. We willen hier en daar tegelijk zijn, carrière maken, vrienden en familie zien. We moeten ons vervelen, maar ook blijk geven van voortdurende activiteit.’

Hoe kan dat? Volgens Devisch heeft dat alles te maken met het grondbeginsel van onze moderne samenleving, namelijk het idee dat een goed leven een gemaximaliseerd leven is. ‘Omdat we niet meer vanzelfsprekend uitgaan van het bestaan van een hiernamaals, ligt alle nadruk op het leven hier op aarde. We willen aan het eind van ons leven het gevoel hebben dat we er alles uit hebben gehaald. Hoe minder we ons leven beschouwen als een lot, hoe meer we als een ondernemer tekeer gaan. We accepteren het leven niet meer zoals het is, maar willen steeds meer en beter. Stilstaan is achteruitgaan. Of zoals de Duitse filosoof Peter Sloterdijk het zou zeggen: “We hebben geleerd onszelf ontevreden te maken met de status-quo.”’

Geldt dat niet vooral voor hoogopgeleide millennials?
‘In de veertiende eeuw betrof het vooral een jonge elite die zich wilde verkennen, maar het is allang niet meer een elitair probleem. Naarmate de tijd vordert, weerklinkt het idee dat je iets met je leven moet aanvangen veel breder in de samenleving. Dat zie je ook terug in vacatures, met teksten als: “Grijp je kans, ontplooi je.” Het idee heerst dat we het leven zelf in handen moeten nemen en niet zomaar de dingen op zijn beloop moeten laten. Wie je bent en wat je doet, is geen vaststaand gegeven meer. We zijn een bedrijf geworden – een NV Ik.’

Passies

Het leven is een rusteloze worsteling, als we Devisch mogen geloven. Dat klinkt wellicht wat negatief, maar zo bedoelt hij het niet. De toenemende rusteloosheid gaat volgens hem hand in hand met onze toenemende vrijheid. ‘Vroeger hadden we die vrijheid niet. Toen bepaalde de kerk hoe je moest leven om een goed mens te zijn. Tegenwoordig zijn we blij dat we zelf ons leven kunnen inrichten, maar het brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Hoe meer mogelijkheden we hebben, hoe meer keuzes we moeten maken en hoe minder bevrijdend de keuze aanvoelt. Want als het fout loopt, dan kun je alleen naar jezelf kijken. Tegelijkertijd wil niemand naar een leven zónder keuzes. Onze rusteloosheid hoort bij ons – het is datgene wat de mens voortdrijft. Dat betekent niet dat we harder moeten werken, maar wel dat we onze rusteloosheid moeten inzetten om onze passies na te streven.’

Hoe doen we dat dan?
‘Ik denk altijd aan Picasso. Dat was een zeer rusteloze man. Hij kwam niet tot rust vooraleer zijn ideeën op doek stonden en was niet snel tevreden. Die gedrevenheid noem ik rusteloosheid. Dat is iets anders dan onrust, het voortdurend opgejaagd worden door je omgeving, wat mensen vaak ervaren voordat ze een burn-out krijgen. Burn-outs ontstaan doordat mensen te veel moeten doen waar ze zich te weinig in herkennen. Of we nu veel of weinig werken, we willen bovenal het gevoel hebben dat onze activiteiten ertoe doen. De vraag is dus niet hoe we aan de drukte kunnen ontsnappen, maar hoe we ons leven zinvol inrichten. Om mezelf als voorbeeld te nemen: ik vind het harde werken dat hoort bij het schrijven van een boek wel zinvol, maar onttrek me liever aan de dagelijkse vergaderingen op de universiteit, waar toch niets beslist wordt. Ik werk zeer hard, met heel veel plezier, dankzij mijn rusteloosheid. Maar ik zou me niet elke dag willen afvragen of ik mijn criteria heb gehaald. Zo kan ik niet leven.’

U doet geen dingen die u niet wilt. Maar in feite is alles wat we wél willen al te veel om in ons leven te stoppen. Hoe gaat u daarmee om?
‘Tja, zoals iedereen waarschijnlijk: sukkelen, worstelen en onvermijdelijk toch keuzes maken. Natuurlijk vind ik het moeilijk. Als de wereld interessant is, dan kom je tijd tekort. Daarom stel ik bewust een aantal zaken voorop: tijd voor mijn kinderen, tijd om elke dag te koken en tijd om ’s avonds te werken. Maar dat zijn mijn persoonlijke passies. Als filosoof wil ik me niet in de positie manoeuvreren waarin ik mensen vertel hoe ze moeten leven. Het is stuitend dat al die zelfhulpboeken eerst honderd bladzijden klagen over de totale onmogelijkheid van het leven, en vervolgens op de meest oppervlakkige manier met een aantal tips denken het probleem te kunnen oplossen. Daarmee zadel je mensen enkel op met nóg meer druk. Want als je die tips hebt, zou het daarmee moeten lukken, en dan is het jouw probleem als je er niet in slaagt. Maar wat ik bovenal opmerkelijk vind, is dat we in een periode waarin we ons sterk maken voor autonomie, massaal aankloppen bij experts die ons gaan vertellen hoe we moeten leven. Waarom moet iemand anders jou vertellen hoe je tot jezelf moet komen? Het enige wat ik als filosoof kan doen is onderzoeken waar de vraag ligt, en die vraag teruggeven aan de mens. Waarom zoeken we naar een oplossing voor een probleem dat we zelf blijven genereren?’

Wegdromen

Wíllen we wel van de drukte af? De ondertitel van Devisch’ boek, Pleidooi voor een mateloos leven, suggereert het tegendeel. Toch bedoelt hij er niet mee dat we zomaar moeten doordenderen. Wat hij er wel mee bedoelt, is dat we onze verlangens niet te makkelijk moeten laten begrenzen. ‘Onder alle bierreclames staat de boodschap: “Geniet, maar drink met mate.” Dat is natuurlijk dubbelzinnig, want we worden net opgeroepen om op ons verlangen in te gaan. Als we genieten, is het vaak niet met mate, hoor jongens. Maar daarmee wil ik natuurlijk geen oproep doen tot drankmisbruik, wel tot passie! Juist de mateloosheid is interessant in het leven. Feest eens een keer door tot vijf uur ’s ochtends en ga om tien uur weer aan de slag. Dat levert mooie anekdotes op – dáár haal je energie uit. Maar dat lijken we gewoonweg vergeten te zijn. Kijk hoe planmatig we onze kinderen opvoeden. Het is volkomen idioot dat kinderen in de kleuterklas al allerlei doelen moeten bereiken. Als ik lesgeef, dan trek ik de gordijnen open en zeg ik: “Je hebt het recht om weg te dromen tijdens mijn colleges.” Dat is een fundamenteel basisrecht van de student. Je hoort naar buiten te kunnen kijken, en als het even te saai wordt, begin je te dromen over een betere wereld. We zouden wat meer anarchisme moeten toelaten en ons soms volledig moeten verliezen in het najagen van onze verlangens en passies, in plaats van ons door anderen te laten voorschrijven wat we wel of niet moeten doen. Reken maar dat er dan ook niet zoveel burn-outs zouden zijn.’

Toch waarschuwt u dat we moeten oppassen dat mateloosheid geen plicht wordt.
‘Ja, net zoals “tot rust komen” interessant is, tot het een plicht wordt. Natuurlijk hebben we rust nodig, maar door die op een kunstmatige manier te organiseren (twee keer in de week naar yogales) wordt het een plicht. Als mateloosheid straks op dezelfde manier wordt georganiseerd, dan schrap ik de subtitel van mijn boek.’