Home Historisch profiel Mary Wollstonecraft, de verlichte feminist
Historisch profiel Politiek Rechtvaardigheid Vrouwelijke denkers

Mary Wollstonecraft, de verlichte feminist

Vrouwen bezitten hetzelfde verstand als mannen, betoogde Mary Wollstonecraft (1759-1797) in een tijd waarin werd uitgegaan van het tegendeel.

Door Alies Pegtel op 26 januari 2024

Mary Wollstonecraft filosoof A Vindication of the rights of women Een bewerking van 'Mary Wollstonecraft', een olieverfschildertij van John Opie uit ca. 1797

Vrouwen bezitten hetzelfde verstand als mannen, betoogde Mary Wollstonecraft (1759-1797) in een tijd waarin werd uitgegaan van het tegendeel.

FM 2 Filosofie Magazine Friedrich Nietzsche Tim Fransen Wat hebben we nu aan de peptalk van Nietzsche
02-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

In 1792 publiceerde de 32-jarige Engelse verlichtingsfilosoof Mary Wollstonecraft (1759-1797) een vurig pleidooi voor de onafhankelijkheid van vrouwen. In het voorwoord van A vindication of the rights of woman schrijft ze: ‘Ik doe deze oproep met verve uit naam van de mensheid – ik pleit voor mijn sekse en niet voor mijzelf.’ Ze eiste rechten voor vrouwen, zodat zij niet langer gedwongen waren om ‘rondtastend in het duister ingemetseld te blijven in hun huishoudens’. Want, zo redeneerde Wollstonecraft, als mannen kunnen opkomen voor hun vrijheid en zelf kunnen oordelen over hun geluk, is het dan niet onrechtvaardig om vrouwen onder het juk te houden? ‘Wat maakt de man tot enige rechter, als de vrouw de gave van de rede met hem gemeen heeft?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Haar pleidooi voor vrouwenrechten maakte Wollstonecraft in één klap beroemd. Het was ongekend dat iemand gelijke rechten voor vrouwen opeiste op grond van het argument dat ze van nature hetzelfde verstand bezitten als mannen. Iedereen ging uit van het tegendeel: mannen en vrouwen waren compleet verschillende wezens. Sinds de middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino had gesteld dat ‘in de man de rede overheerst’, was de vrouw – die zou worden gedreven door emoties – aan hem ondergeschikt. Op deze goddelijke ordening was de patriarchale structuur van de maatschappij gebaseerd, inclusief die van het gezin. Een vrouw was haar hele leven afhankelijk van beslissingen van mannen – eerst die van haar vader, vervolgens die van haar echtgenoot, broers of zonen.

Het huwelijk is volgens Wollstonecraft een legale vorm van prostitutie

God had volgens de gelovige Woll­stonecraft ‘alle dingen goed gemaakt’. Maar de mens – lees: de man – had volgens haar ‘van alles verzonnen om zijn werk te bederven’. Met nauwelijks verhulde woede schreef ze dat vrouwen op grond van verkeerde opvattingen gereduceerd waren tot ‘volgzame slaven’ die leefden onder ‘de tirannie’ van mannen. De moraliteit van de complete samenleving leed hieronder, want ­slavernij corrumpeerde ‘zowel de meester als de verachte onderhorige’.

Zolang vrouwen geen gelijke rechten hebben, meende Wollstonecraft, maken ze ­zowel zichzelf als mannen ‘zedeloos’. Om namelijk toch een vorm van macht uit te oefenen gebruiken vrouwen koketterie en slinkse verleidingstechnieken om mannen te manipuleren, die zich op hun beurt laten overmeesteren door hun begeerte. Het huwelijk bestempelde ze als een legale vorm van prostitutie. Wil een maatschappij optimaal profiteren van de vooruitgang van kennis en deugd, dan dient de vrouw de ‘metgezel’ van de ­man te zijn.

Bevoorrechte klasse

A vindication of the rights of woman was onmiskenbaar het product van de Franse Revolutie. Onder het motto vrijheid, gelijkheid, broederschap hadden revolutionairen in 1789 een einde gemaakt aan de absolute monarchie van Lodewijk XVI. De standsverschillen tussen adel en burgerij werden afgeschaft en het individu kreeg rechten tegenover de staat. Deze radicaal nieuwe zienswijze op de gezagsverhoudingen kwam tot uiting in de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789). Vertalingen ervan circuleerden door heel Europa.

In Londen maakte Wollstonecraft destijds als schrijver deel uit van de salon van de verlichte uitgever Joseph Johnson. In haar intellectuele kringen werd juichend gereageerd op het nieuws dat de onmondige burger de autonomie had verworven om zichzelf te regeren op basis van de rede. Wollstonecraft hoopte dat dit ook voor vrouwen zou gaan gelden. Ze geloofde hartstochtelijk in de maakbaarheid van een nieuwe samenleving, en klom onmiddellijk in de pen toen de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke de Franse Revolutie bekritiseerde in zijn Reflections on the revolution in France (1790). Volgens Burke zou het radicale utopie-denken van de verlichtingdenkers – met wier gedachtegoed de organisch geëvolueerde tradities en instituties van Kerk en adel waren afgebroken – uitlopen op een catastrofe.

In A vindication of the rights of men (1790), dat eerder verscheen dan haar pleidooi voor vrouwenrechten, verdedigde Wollstonecraft tegenover Burke de republikeinse idealen van de Franse revolutionairen. Het ancien régime was gebaseerd op de macht en willekeur van een kleine bevoorrechte klasse die het overgrote deel van de bevolking in een wurgende afhankelijkheidsrelatie hield. Maar mensen waren niet van nature ongelijk: dat kwam door de vooroordelen van het oude corrupte establishment waar de conservatieve Burke zo nostalgisch over schreef.

Ook vrijheid vond Wollstonecraft essentieel voor het welslagen van de morele revolutie die zij naast de politieke ­omwenteling noodzakelijk achtte. De mens is onvolmaakt geschapen, stelde ze, en ieder mens heeft de taak om zichzelf door middel van de rede te vervolmaken. Vrij zijn betekent vrij zijn van overheersing, en voldoende kennis vergaren om eigen beslissingen te kunnen nemen. De ene helft van de mensheid moest ophouden de andere helft te domineren en onderdanig te houden.

Meisjesschool

Talent voor ondergeschiktheid bezat Wollstonecraft zelf zeker niet. Als meisje vond ze het al zeer onrechtvaardig dat haar broertje een goede opleiding kreeg en zij niet. Een paar jaar dorpsschool was volgens haar vader Edward John Wollstonecraft voldoende voor haar. Later vertaalde ze teksten in het Frans en Duits – talen die ze zichzelf had aangeleerd.

Wollstonecraft werd op 27 april 1759 geboren in Londen in een verarmd middenklassengezin, als tweede van zeven kinderen. Haar vader verspeelde door gok- en drankverslavingen de erfenis van haar grootvader. Stijf van de frustratie en alcohol sloeg hij geregeld haar moeder Elizabeth Dickson. Wollstonecraft hield aan dit huiselijk geweld een grondige afkeer van het huwelijk over.

Om rond te komen greep ze de banen aan die voor een vrouw toegankelijk waren. Ze werd gezelschapsdame en later gouvernante bij een aristocratisch gezin in Ierland. Betrekkingen waarvan ze vanwege haar gebrek aan dienstbaarheid gruwde, en die haar doordrongen van de onrechtvaardigheid van het klassenverschil en de hypocrisie van de adel.

Gelijkheid tussen man en vrouw is nodig om te profiteren van vooruitgang

Een belangrijke ervaring met onderwijs deed Wollstonecraft op toen ze met twee zussen en hartsvriendin Fanny Blood een meisjesschool oprichtte. De school in een dorpje boven Londen bestond niet lang. Fanny vertrok naar Portugal en overleed, met Wollstonecraft – die haar was nagereisd – aan haar zijde. Hierna schreef Wollstonecraft Thoughts on the education of daughters, waarin ze pleit voor seksegelijkheid in het onderwijs. Uitgever Joseph Johnson gaf haar debuut in 1787 uit. Hij onderkende haar talent en bood haar later een baan aan als vertaler en recensent bij zijn tijdschrift Analytical Review.

Wollstonecraft schreef een sentimentele roman en verscheidene moralistische verhalen over meisjesonderwijs. Haar doelgroep was vrouwen uit de middenklasse, van wie een stijgend aantal net als zijzelf graag las. Op het ­gebied van vorm en thematiek was filosoof Jean-Jacques Rousseau een inspiratiebron, de beroemde filosoof en schrijver die het baanbrekende opvoedkundige boek Emile (1762) publiceerde.

Vrouwelijk zelfbewustzijn, dat is wat Wollstonecraft wilde kweken. En ze was niet de enige. In de Franse revolutionaire voorhoede waren echtscheiding, gelijkheid in het huwelijk en onderwijs voor meisjes al langer centrale thema’s, mede door toedoen van filosoof en politicus Nicolas de Condorcet en zijn echtgenote Sophie. Maar de slagzin ‘Vrouwen wees staatsburgeressen’ werd niet breed gedeeld. Zo gold de nieuwe mensenrechtenverklaring van 1789 alleen voor mannen. Uit protest tegen de uitsluiting van vrouwen schreef Olympe de Gouges in 1791 een Verklaring van de rechten van de vrouw en burgeres. Ze stierf twee jaar later onder de guillotine.

Verstandige moeders

Wollstonecraft was niet de enige stoutmoedige activist die opkwam voor vrouwenrechten. Maar ze was uniek in de analyse die ze maakte van de manier waarop de ongelijkwaardige relatie tussen man en vrouw de maatschappij ontwrichtte. Omdat ze vanaf hun geboorte werden geïndoctrineerd om zich te gedragen als gewillige echtgenotes waren veel vrouwen van zichzelf vervreemd geraakt. In plaats van dat ze respect wilden afdwingen met hun ­talenten en deugden presenteerden ze zich ‘als poedels met strikjes voor het applaus van mannen’.

Volgens Wollstonecraft werd een vrouw niet als infantiel, behaagziek schepsel geboren, maar door de maatschappij zo gemaakt. Omdat ze geen onderwijs kreeg leerde ze niet om haar verstand te gebruiken. Vrouwen werden dom gehouden. Ze zagen zelf niet eens hoezeer de mannelijke onderdrukking hen beroofde van de ambitie om hun leven in eigen hand te nemen.

Onderwijs was volgens Wollstonecraft cruciaal voor gelijke kansen. Geschoold zouden vrouwen gelijkwaardige gesprekspartners zijn voor hun echtgenoten en verstandige moeders die hun kinderen beter konden opvoeden. Ze voerde ook het argument aan dat vrouwen met een opleiding arts zouden kunnen worden of een winkel konden beginnen, en zo konden bijdragen aan het algemeen nut.

Wollstonecraft was voorstander van kosteloos gemengd onderwijs voor jongens en meisjes van alle standen. Daarbij moest Rousseau het ontgelden. Hij vond dat educatie van meisjes alleen gericht moest zijn op hun ‘natuurlijke aanleg’ om bevallig te zijn. Een vrouw was van nature volstrekt ongeschikt om abstracte zaken zoals politiek te begrijpen. Omdat hij de ‘vrouwelijke’ deugden voor het praktische huishouden en moederschap romantiseerde, bleef onderbelicht dat de ‘verlichte’ Rousseau de status quo tussen man en vrouw wilde behouden. Wollstonecraft betoogde dat een vrouw haar deugden, en daarmee haar ziel, kon ontwikkelen als ze leerde om na te ­denken. Zo kon de vrouw bewijzen dat ze zich ook over abstracte zaken kon buigen en haar politieke ­rechten en burgerrechten waard was.

Zelfmoordpogingen

Als non-conformist vond Wollstonecraft privé niet makkelijk haar draai. Na een mislukte affaire met de getrouwde schilder Henry Fuseli belandde ze in een geestelijk dal. Als afleiding stuurde haar uitgever haar naar Frankrijk om over de revolutie te schrijven. Ze kwam eind 1792 aan, op het moment dat de revolutie ontspoorde. Te midden van de Terreur werd ze verliefd op de Amerikaanse zakenman en schrijver Gilbert Imlay. Ze raakte zwanger en beviel in 1794 van haar buitenechtelijke dochter Fanny. Maar Imlay verliet haar voor een ander. Terug in Londen was ze dusdanig depressief dat ze twee zelfmoordpogingen deed. Haar ex-minnaar Imlay vroeg haar daarop naar Scandinavië te reizen om zijn zaken te behartigen.

Van deze reis, die ze maakte met haar peuter en een dienstmeisje, deed ze verslag in Letters written during a short residence in Sweden, Norway and Denmark (1796). Na het lezen van dat boek werd de anarchistische filosoof William Godwin verliefd op haar. Met hem zou Wollstonecraft een gelijkwaardige liefde beleven. Als principiële tegenstanders van het huwelijk bleven ze apart wonen, totdat ze zwanger werd. Wollstonecraft beviel in 1797 van haar tweede dochtertje Mary, maar overleed elf dagen later op 38-jarige leeftijd aan een infectie. Een gebroken Godwin haastte zich haar biografie te schrijven en bracht ook haar onvoltooide roman uit: Maria, or the wrongs of woman (1798). Hij wilde met zijn boek Wollstonecraft eren, maar lezers waren geschokt over haar ongehuwde moederschap en zelfmoordpogingen. Vanwege die collectieve afkeuring werd ze postuum in de ban gedaan. Pas in de twintigste eeuw werd Wollstonecraft herontdekt, en tegenwoordig geldt ze als de oermoeder van het feminisme.