Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 9/2018

Close Reading Wollstonecraft: Niet baren, maar denken

Sophie van Balen
Schrijver en filosoof

Mary Wollstonecraft is de oermoeder van het feminisme. Ze pleitte voor de rechten van de vrouw en liet als eerste zien dat vrouwen ook over rede beschikken.

Ten tijde van de Franse Revolutie leefde er een onstuimige jonge Britse vrouw, die haar seksegenoten opriep om terug te keren tot hun natuur. Daarmee bedoelde ze opvallend genoeg niet baren, maar denken. Ze zou de weinig erkende oermoeder van het feminisme worden. In haar Pleidooi voor de rechten van de vrouw (1792) roept Mary Wollstonecraft niet alleen de man en de samenleving tot de orde, maar vooral ook de adel en de vrouwen zelf. Vrouwen moeten zich bewust worden van hun eigen corruptie – het gevolg van vrijwel eeuwigdurende vooroordelen over de zwakke vrouwelijke geest.

Wollstonecrafts werk reflecteert daarmee de tijd waarin ze leefde. Haar idealen zijn die van de Verlichting, haar fundament het geloof in een volmaakte God, haar methode de zoektocht naar onbetwijfelbare rationele principes.

Emancipatie betekent dat vrouwen zelf moeten leren nadenken, maar de vraag was ‘natuurlijk’ of dat wel kon. Hoewel de vrouw door tijdgenoot Jean-Jacques Rousseau wel een onsterfelijke ziel werd toegeschreven, zou ze geen redelijk wezen zijn. Maar is het niet zo, redeneert Wollstonecraft, dat áls de vrouw een onsterfelijke ziel heeft, gelijk aan de man, dat ze zich dan op dezelfde manier moet laten leiden door de deugd – omdat dat immers de enige manier is om zorg te dragen voor die ziel? En dat ze, om erachter te komen wat haar menselijke deugden zijn, haar rede moet gebruiken? Het is immers een bespottelijk idee dat God, die de vrouw maakte, de fout zou hebben begaan om van haar wél deugdelijkheid te eisen, maar haar níét de capaciteiten daartoe te schenken.

Educatie is dan ook het belangrijkste thema in dit pleidooi voor vrouwenrechten. Wanneer meisjes leren om voor zichzelf te denken – om zogezegd ‘mannelijker’ te worden in de ogen van haar tijdgenoten: zelfstandig te oordelen en deugdzaamheid na te streven – zal eindelijk te zien zijn dat vrouwen politieke rechten waardig zijn.

Haar pleidooi sluit hiermee naadloos aan op de discussie over burgerrechten (voor mannen) die ten tijde van de Franse Revolutie (1789) woedde. Daarin werden politieke rechten verdedigd als een uitbreiding van de autonomie, oftewel het vermogen om onszelf met de rede te regeren.

Vrouwen zullen als denkende wezens bovendien weldenkende kinderen kunnen opvoeden, omdat ze deze vaardigheden nu zelf ook bezitten, en betere echtgenotes zijn, die wanneer de wittebroodsweken voorbij zijn als vrienden en gelijken hun leven met de mannen kunnen delen.

‘Omdat ze van kinds af aan geleerd hebben dat schoonheid de scepter is van een vrouw, voegt de geest zich naar het lichaam en, rondfladderend in zijn vergulde kooi, wil hij alleen maar zijn gevangenis verfraaien.’ (102)

Geleerd

Kort gezegd is er van alles mis met de opvoeding en scholing van meisjes. Meisjes leren dat hun haar en jurkje goed moeten zitten, dat ze beleefd moeten glimlachen naar mannen en meerderen, en dat ze zich welgevallig en ontvankelijk moeten gedragen. Zodoende leren meisjes zich vooral met uiterlijk vertoon en gedragingen bezig te houden en ontwikkelen ze geen abstractere ideeën, die een springplank hadden kunnen zijn voor de ontwikkeling van de rede. Vrouwen zijn niet van nature gefascineerd door poppen, mode en roddelpraat; dit wordt hun aangeleerd.

Scepter

Omdat vrouwen net als ieder ander macht begeren, zetten ze hun superieure charme, zinnelijkheid en hulpeloosheid in om op hun wenken bediend te worden. Ze manipuleren mannen in plaats van met hen in gesprek te gaan en hebben de neiging hen te gaan jennen wanneer ze een moment niet vermaakt worden. Wollstonecrafts oordeel over vrouwen die trots putten uit hun zwakte is meedogenloos. Toch is het ‘zowel onredelijk als wreed om vrouwen fouten te verwijten die ze nauwelijks kunnen vermijden’. De hele maatschappij is er immers op ingericht om dit gedrag teweeg te brengen.

Voegt de geest zich

Misschien wel het belangrijkste punt dat Wollstonecraft maakt is dat de geest zich voegt naar hetgeen hem bezighoudt. Vrouwen mochten zich niet ontwikkelen en hielden zich daardoor voornamelijk bezig met het vinden van de juiste man, de mooiste jurk en de beste roddel, en werden daar letterlijk een beetje simpel van. Deze eenvoud moet echter niet begrepen worden als het bewijs van een lagere natuur, maar als het gevolg van vooroordelen over vrouwen, hun ondergeschikte maatschappelijke positie en gebrek aan educatie. Als er kennis aangeboden zou worden, mogen we verwachten dat de vrouwelijke geest daar ook naar gaat verlangen.

Vergulde kooi

De vrouw wordt dus onderdrukt en dom gehouden, maar merkt dit zelf haast niet op vanwege de beperktheid van haar geest en de vrijwaring van enige verantwoordelijkheid. Zij is slechts bezig met onmiddellijke bevrediging van haar verlangens. Als ze net als mannen ambities zou ontwikkelen buiten haarzelf (of een goede echtgenoot), zou ze het keurslijf waarin ze vastzit kunnen zien voor wat het is, in plaats van er een fraai borduursel voor te maken.