Home Dieren Hoe geven we dieren een stem?
Dieren

Hoe geven we dieren een stem?

Hoe kunnen we dieren een stem geven? Filosoof Eva Meijer verdiept zich in de taal en de politieke positie van dieren. Filosofie Magazine zoekt haar op tussen de Amsterdamse zwerfkatten.

Door Marc van Dijk op 31 mei 2017

Eva Meijer filosoof foto Martin Dijkstra
Cover van 06-2017
06-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Als je ergens bewijs vindt voor de stelling dat dieren in menselijke ogen nog steeds vaak ‘dingen’ zijn, is het bij de SAZ, de Stichting Amsterdamse Zwerfkatten. Op een whiteboard worden de opgevangen verwaarloosde katten geturfd. In de maanden dat mensen massaal op vakantie gaan, is er elk jaar een enorme piek. ‘Dat zijn de wegwerpkatten,’ zegt Eva Meijer.

Op dinsdagmiddagen werkt de dierenfilosoof hier als vrijwilliger. Ze begon er als schoonmaker, maar algauw bleek dat ze in het kleine onooglijke kantoortje meer kon betekenen: de telefoon opnemen, helpen bij de administratie en computerproblemen oplossen.

Vanmiddag is het rustig. Af en toe gaat de telefoon en staat ze een beller te woord over de mogelijkheden om een kat ‘te laten helpen’. De stichting biedt deze mogelijkheid voor mensen met een minimuminkomen met korting, om te voorkomen dat complete nestjes op straat belanden. De straat is een jungle; huiskatten vechten en paren met verwilderde exemplaren. De kaart van Amsterdam is hier bezaaid met gekleurde stipjes: markeringen van zones waar katten-aids en andere besmettelijke ziektes zijn aangetroffen.

Eva Meijer voelt zich thuis bij de zwerfkattenopvang, omdat de mensen hier op z’n minst proberen de wensen en belangen van de dieren serieus te nemen. Dat past bij de benadering die Meijer heeft in haar veelzijdige werk; naast filosofische studies schrijft ze romans en liedjes en maakt ze tekeningen. Ze spreekt consequent van ‘de mens en andere dieren’. De revolutie begint met een zuivering van de taal.

Dierentalen

Dierentalen, haar laatste filosofische boek, was dit jaar genomineerd voor de Socratesbeker. Het geeft een beeld van de verrassende, nog maar nauwelijks verkende complexiteit van dierlijke communicatie. Eva Meijer: ‘De overtuiging dat dieren geen taal hebben, stond altijd centraal en in de westerse filosofie werd “taal” zonder uitzondering gedefinieerd als mensentaal. Aristoteles stelde dat dieren, omdat ze niet in mensentaal kunnen spreken, geen onderscheid kunnen maken tussen goed en slecht, en dus geen deel kunnen uitmaken van de politieke gemeenschap. Descartes, die dieren zag als machines (bêtes-machines), zei dat dieren omdat ze niet spreken geen ziel hebben en daarom geen pijn kunnen voelen. Kant zag dieren als redeloos, waardoor ze buiten de morele gemeenschap vielen. Heidegger stelde dat dieren niet kunnen sterven, maar enkel “verdwijnen”, iets wat ook weer te herleiden valt tot het feit dat ze niet spreken in mensentaal.’

Wat zouden al die grote denkers zeggen als ze het overzicht in Meijers boek tot zich hadden kunnen nemen? Waar blijft het idee dat dieren niet kunnen sterven als je leest hoe een dolfijn zelfmoord pleegt, of hoe olifanten ritueel en groepsgewijs hun gestorvenen begraven en rouw beleven? Dolfijnen geven elkaar namen, bultruggen en vleermuizen zingen zeer verfijnde liefdesliedjes, bijen hebben een grammatica in geuren, honden begrijpen grammatica in mensentaal, inktvissen in kleurpatronen op hun huid. Het hele dierenrijk zoemt en trilt van de ons volslagen onbekende talen. Er is geen domein waarin nieuwe ontdekkingen de filosofische ideevorming van eeuwen sneller achterhaald lijken te maken. Meijer: ‘Nieuwe ontdekkingen over talen van andere dieren stellen het beeld van taal als mensentaal ter discussie, en roepen de vraag op wat taal eigenlijk is – een vraag die ik met hulp van filosofen als Wittgenstein en Derrida probeer te beantwoorden.’

Volgens Meijer is het de hoogste tijd dat we ons denken over dieren grondig bijstellen, waarop ook ons gedrag zal volgen. Maar waar moet je beginnen als huisdieren worden vertroeteld (zolang het leuk is) en miljarden dieren wereldwijd enkel als kleine vleesfabriekjes worden beschouwd? Hoe zouden we ooit een stem kunnen geven aan dieren?

Eva Meijer, tussen de katten die luieren en rondlopen in een van de twee opvanglokalen: ‘Ik vind die vraag verkeerd. Suggereren dat wij mensen de andere dieren een stem moeten geven is net zoiets als zeggen: “Ik ga als witte mens een stem geven aan zwarte mensen.” Dat is raar en patroniserend. Dat geldt tegenover dieren ook. Mensen hebben heel lang ontkend dat dieren talen hebben. Nu we ontdekken hoe rijk en complex de talen en culturen van niet-menselijke dieren zijn, gaat het erom te erkennen dat ze een stem hebben en vervolgens om te leren beter naar hen te luisteren en ons handelen aan te passen. Alleen zo kunnen we andere manieren ontwikkelen om samen te leven. Inclusief politieke vertegenwoordiging en op andere manieren de ruimte delen.’

U zou de ruimte tussen mens en dier willen herverdelen?
‘Mensen gaan ervan uit dat ze recht hebben op de ruimte en dat ze andere dieren daartoe mogen verjagen of ombrengen – denk maar aan de ganzen in Nederlandse weilanden. Terwijl het een recht betreft dat mensen zichzelf gegeven hebben ten koste van andere dieren. In Afrika en Azië leidt de menselijke kolonisatie van de ruimte regelmatig tot conflicten met tijgers die mensen aanvallen of olifanten die huizen molesteren. Bij ons in Europa gaat het meestal om kleinere dieren, dus valt het minder op. En de dieren in de vee-industrie zijn grotendeels onzichtbaar.’

De rode kat Harry is intussen klaar met brokjes eten en gaat in een merkwaardig drafje terug naar zijn matje. Harry mist één poot en wordt regelmatig onvriendelijk bejegend door de anderen. Toch zie je hier in de opvang maar weinig conflicten over de ruimte. Een stuk of tien, vijftien katten en katjes kunnen kennelijk prima samen in een kleine kamer verblijven. Af en toe horen we een snauw of blaasgeluiden. Maar de algehele sfeer is vredig. ‘Katten lijken veel meer op honden dan vaak gedacht wordt,’ zegt Meijer. ‘Ze zijn in de regel sociaal, maken graag vrienden en passen zich makkelijk aan de omstandigheden aan. Al zijn er altijd uitzonderingen, net als bij mensen.’

En toch is ook deze opvang bepaald geen ideale plek voor de dieren. Meijer: ‘Zelfs hier bij de opvang van zwerfkatten zijn het uiteindelijk niet de katten die bepalen wat er met ze gebeurt. Ze zijn afhankelijk van de Nederlandse regelgeving en de inschattingen van de mensen hier. Die inschattingen zijn weliswaar gebaseerd op ervaring en interacties met de dieren, maar toch worden de keuzes wel voor hen gemaakt.’

U zou willen dat katten hun eigen lot konden bepalen?
‘Zeker. Maar dat kan hier niet echt. Dit is een crisisplek, waar dieren terechtkomen die opgehaald of gevangen zijn na meldingen, omdat ze in nood zijn. Ze komen hier vrijwel allemaal uitgemergeld en uitgeput binnen. Zulke dieren moet je gewoon helpen, dat is slechts een kwestie van mededogen.’

Maar dat ‘helpen’ houdt ook in dat ze gesteriliseerd of gecastreerd worden, of bij ernstige ziekte, ge-euthanaseerd. Ik denk niet dat een kat daar vrijwillig mee zou instemmen.
‘Inderdaad. Dat het soms toch de beste keuze is, hangt samen met de situatie waar we nu eenmaal in zitten. Mensen hebben katten gedomesticeerd en in enorme aantallen in huizen in steden opgenomen. Dat schept een verplichting. Op z’n minst om te zorgen dat ze een goed leven hebben, met goede leefomstandigheden en zonder nodeloze blootstelling aan besmettelijke ziektes. Maar eigenlijk gaat de verplichting nog veel verder: we zouden hun stem moeten meenemen in de politieke vormgeving van onze gemeenschap. Dat is een elementair democratisch principe; iedereen die deel uitmaakt van de gemeenschap, mag niet alleen meespelen met het spel, maar ook meedenken over de regels. We hebben er vrij lang over gedaan om dit in te zien voor niet-witte mensen en vrouwen. Maar bij dieren duurt het nog langer. Zelfs in de dierenrechtenfilosofie wordt weinig nagedacht over het recht op politieke participatie.’

Het is ook niet eenvoudig, wel?
‘Het roept veel nieuwe vragen op, maar dat is niet de reden dat het niet gebeurt. Economische belangen spelen hierin een grote rol. En zeker ook onze ideeën over dieren. Omdat mensen altijd dachten dat andere dieren geen stem hebben, zijn we er ook altijd van uitgegaan dat wij voor ze moeten bepalen wat het beste voor ze is. Maar dat is gebaseerd op een achterhaald idee over subjectiviteit van dieren; dat ze voorgeprogrammeerde machientjes zijn en enkel kunnen handelen op basis van instinct. Terwijl ze verschillende culturen, talen en dialecten kennen en persoonlijkheden hebben. Ze zijn zelf degenen die het beste inzicht hebben in wat goed voor ze is. Dat geldt tot op grote hoogte ook voor de katten. Wat wij goed vinden voor de kat is in de meeste gevallen gebaseerd op een ongelijke machtsrelatie en culturele vooroordelen.’

Dus: alle deuren en kooien openzetten?
‘Dat is te simpel; zoals gezegd bepaalt de context onze verantwoordelijkheden per situatie en per dier waarmee wordt samengeleefd, en je kunt gedomesticeerde dieren niet zomaar aan hun lot overlaten. Maar we zouden wel mogelijkheidsvoorwaarden moeten creëren waarin dieren met ons kunnen meepraten, bijvoorbeeld via politieke experimenten.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Zoals?
‘Denk bijvoorbeeld aan de Amerikaanse farm sanctuaries. Dat zijn plekken waar voormalige boerderij- of slachthuisdieren worden opgevangen. Er wordt in interactie met de dieren gekeken waar ze in hun leven na te zijn geëxploiteerd behoefte aan hebben.

Maar je kunt het ook op huis-, tuin- en keukenniveau toepassen. Toen ik mijn hond Olli kreeg, een Roemeense straathond die was gered van executie, moest die erg wennen aan de riem. De riem is een knechtend, letterlijk onderdrukkend instrument. Maar toch was het voor ons samen ook een middel om elkaar te leren kennen. Ik kon aangeven waar ik naartoe wilde, maar Olli kon dat ook. Zo raakten we op elkaar ingespeeld en ontwikkelden we een gemeenschappelijke taal.’

En toch: zou de hond niet nóg liever loslopen?
‘Natuurlijk, en als dat zou kunnen in de stad, zou dat ook het beste zijn. Maar daarvoor zijn onze steden en dorpen te veel op mensen gericht. Loslopen is op veel plekken gevaarlijk of verboden. Openbare ruimtes zijn vaak comfortabel voor mensen, maar heel beperkend voor dieren. Naast aandacht vragen voor dierenrechten, zoals het recht op bewegingsvrijheid, kunnen we op individueel niveau zoeken naar manieren waarop het anders kan. Er zijn mooie voorbeelden te over. Een Amerikaanse onderzoeker maakte een hondenluikje in zijn deur en liet zijn hond vrijelijk door het dorp lopen. De hond kwam en ging wanneer hij wilde. Hij wist dat hij niet op vee moest gaan jagen, omdat de boer hem dan zou neerschieten. Hij wist waar hij eten of gezelschap kon krijgen. Ook andere honden in het dorp leefden zo. Natuurlijk waren er dingen waar die honden niets bij in te brengen hadden. Maar waar ze overdag uithingen en wat ze met elkaar deden, dat bepaalden ze zelf.’

En wat zouden onderzoekers kunnen veranderen?
‘Om te beginnen hun houding; nog steeds is het zo dat de onderzoeker vaak de voorwaarden bepaalt, het dier gevangenhoudt en met hem of haar mag doen wat hij wil. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Len Howard, de Britse onderzoeker die de hoofdrol speelt in mijn roman Het vogelhuis. Zij zette de deuren en ramen van haar huis open en wachtte elke dag af welke vogels haar kwamen opzoeken. De vogels bleven wild, maar ze bouwden wel een band met haar op. Ze heeft unieke biografieën over hen geschreven, op basis van vrijheid en vriendschap. Veel onderzoek is vertekend door de genegeerde invloed die uitgaat van de gevangenschap van de onderzoeksdieren.’

In de ruimte naast de onze wordt er gespeeld met een kat; een van de vrijwilligers daagt het dier uit met een object aan een touwtje. Ook een kitten dat op straat was beland en nu nogal snel zijn nagels en tanden ergens in zet, blijkt graag te willen spelen. ‘Spelen is een geslaagde manier voor een dier om weer aan mensen te wennen,’ zegt Eva Meijer.

Ze legt momenteel de laatste hand aan een proefschrift over de politieke stem van dieren. Of het nou gaat om het veranderen van de regels, het aanpassen van instituties of het concreet meewegen van de politieke belangen van dieren, steeds is haar motto: het moet niet namens of voor de dieren, maar in samenspraak mét de dieren. ‘Anders blijven we hangen in een antropocentrisch systeem, waarin alles uiteindelijk toch weer om de mens draait. Dat wij het nog meemaken dat alle dieren recht op leven krijgen, acht ik uitgesloten. Maar we kunnen stappen zetten in de goede richting.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.