Home Het neoliberalisme zwaait de scepter

Het neoliberalisme zwaait de scepter

Door Jolanda Breur op 29 juni 2017

Cover van 07/08-2017
07/08-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Vijftien denkers winden er geen doekjes om: als de westerse wereld niet wil vervallen in barbarij, zal ze het roer moeten omgooien. Voor het neoliberalisme is geen plaats meer.

De verkiezingszege van Donald Trump en de Brexit hebben intellectuelen van diverse pluimage de pen doen oppakken. Is het neoliberalisme op zijn retour en valt de wereld zoals wij die kennen uit elkaar? Vijftien van hen uiten hun zorgen hierover in een boek met als titel De grote regressie. Of die teruggang een voldongen feit is, valt moeilijk aan te tonen. Maar deze denkers wagen een poging met analyses waarin zowel het neoliberalisme, het populisme als progressief links er flink van langs krijgt. Want het internationale politieke klimaat is volgens de auteurs verre van behaaglijk.

Dat komt volgens publicist en schrijver Pankaj Mishra door de duistere erfenis van de Verlichting. Uit die achttiende-eeuwse periode stamt het idee dat de mens met zijn verstand geluk nastreeft en pijn vermijdt. Hij begrijpt zijn eigen en het collectieve belang, waarnaar hij kan handelen met een vrije wil. De Homo economicus was geboren en werd omarmd door alle ideologische gezindten. Religie en traditie boetten aan belang in.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Eigenbelang

Volgens Mishra is het een simpele visie, die andere menselijke eigenschappen negeert. Wat te denken van waardigheid, onze hang naar vertrouwdheid, angst voor reputatieverlies en bijvoorbeeld de aantrekkingskracht van het slachtofferschap? We houden er nog altijd geen rekening mee. Critici van het ‘irrationalisme’ in de huidige politiek gaan ervan uit dat burgers handelen uit materieel eigenbelang. Dat ze boos worden uit frustratie en je dan maar beter aan hun wensen tegemoet kunt komen. De verklaringen voor hun onvoorspelbare gedrag wisselen elkaar in hoog tempo af. Maar langzaam dringt door dat het zoeken naar rationele oplossingen voor de huidige politieke chaos, van welke kleur ook, weinig voorstelt.

Verbazingwekkend laat, vindt Mishra, want die prominente rol van de ratio lag eind negentiende eeuw al onder vuur. De filosofie, kunst en literatuur waarschuwden dat het leven van mensen om meer draait dan louter egoïsme en competitie. Onze samenleving is niet slechts een contract tussen calculerende individuen. Politiek die bestaat uit een verzameling schema’s samengesteld uit peilingen en onderzoeken, mist een wezenlijke bron. En daar gaat de schrijver terug naar Freud. Onder de eenvoudigste wereldse transactie ligt het uitgestrekte domein van het onbewuste, zo stelt hij. Het ‘zelf’ is dynamisch en voegt zich steeds naar de wisselwerking tussen het psychische apparaat, zoals Freud dat noemde, en de omgeving. Het handelt niet altijd naar verkondigde principes en idealen, want ook angst, hoop en wraak spelen een rol. De verbijstering over de recente politieke ontwikkelingen geeft al aan dat ons denken niet geworteld is in emoties en impulsen. Net als tijdens het fin de siècle moeten we op zoek naar wat het betekent om mens te zijn. 

Opgekropte impulsen

Het verzet tegen rationalistische ideologieën, waar ook denkers als Friedrich Nietzsche, Max Weber en filosoof Robert Musil aan deelnamen, kon de opkomst van het neoliberalisme niet voorkomen. Het verlichtingsrationalisme en het negentiende-eeuwse utilitarisme mondden uit in deze ideologie en sinds de val van de Muur zwaait het de scepter. Musil vond niet dat de mens te veel intellect en te weinig ziel had, maar ‘te weinig intellect in kwesties van de ziel’. Hij en zijn tijdgenoten onderzochten de opgekropte impulsen van de mens en de verborgen prikkels van de liberale democratie. Freud meende dat een cultuur wordt opgelegd aan een onwillige meerderheid door een minderheid die zich de instrumenten van macht heeft toegeëigend. Politiek filosoof Tocqueville bespeurde eerder al verontrustende emoties tijdens de negentiende-eeuwse Amerikaanse democratische revolutie. Hij was bang dat meritocratie en een gelijk speelveld mateloze ambitie, jaloezie en chronische ontevredenheid zouden ontketenen. Het enthousiasme over gelijkheid zou zelfs kunnen ontaarden in vrijwillige beknotting van vrijheden en een verlangen naar een sterke leider. En daardoor zijn we volgens Mishra nu getuigen van een ‘universele razernij van angst en afkeer’. Ondanks onze materiële welvaart hebben we een ‘schreeuwend tekort’ aan stabiliteit, veiligheid, identiteit en eer. Hij voegt daar nog een waarschuwing van Tocqueville aan toe: als je voor vrijheid kiest, moet je zien te wennen aan een leven vol agitatie, verandering en gevaar. Het wordt tijd de subjectieve emoties weer op het schild te hijsen.

Zelfdwang

Dat we die emoties zorgvuldig onder de pet hielden, is een kwestie van zelfdwang. Tenminste, zo betoogt de Duitse socioloog Oliver Nachtwey in zijn essay. Hij grijpt daarvoor terug op de civiliseringstheorie van Norbert Elias. Die zag onze huidige beschaving als de uitkomst van veranderde, complexere sociale en persoonlijkheidsstructuren. Het raakt aan Freuds idee over sublimerende driften in zich ontwikkelende culturen, waardoor externe dwang verandert in zelfdwang. Door de individualisering, een onderdeel van civilisering, verandert volgens Elias onze persoonlijkheidsstructuur. En die is weer afhankelijk van het maatschappelijk machtsevenwicht van dat moment. Daardoor is het beschavingsproces nooit voltooid en altijd in gevaar.

Zelfdwang is een zware last in het neoliberalisme, volgens Nachtwey. Je vergelijkt jezelf voortdurend met anderen, want je moet concurreren. Zelfoptimalisatie is een must en falen dien je daarom vooral jezelf aan te rekenen. Na een mislukking zoek je optimistisch naar nieuwe kansen.

Nachtwey put uit het gedachtegoed van filosoof Max Horkheimer uit de vorige eeuw, die in het ‘semireligieuze geloof in de markt’ de belichaming zag van de instrumentele rede. Die laatste zorgt dat alles in het licht staat van doel en middel, ofwel de beheersing van de natuur en van het zelf. Het is een geloof in ‘een anonieme god die de mens tot slaaf maakt’. Want ondanks de toegenomen autonomie zijn we afhankelijk van ons optreden in de markt. Ook kunnen we niet buiten instituties, maar die creëren geen georganiseerde gemeenschap en solidariteit. De burger werd een klant met rechten. De markten zijn echter een bron van onzekerheid, en dat geeft mensen het gevoel geen controle te hebben over hun leven en de toekomst. Volgens Nachtwey hebben we behoefte aan overzicht en beheersbaarheid. Ook groeiden onze schuldgevoelens, omdat we in alle vrijheid toch productief én beschaafd moeten blijven. Zelfdwang wordt weer externe dwang, de controle over impulsen neemt af, en haat en wrok komen explosief tevoorschijn.

Toverstaf

In De grote regressie probeert Nachtwey net als de veertien andere denkers grip te krijgen op de razendsnelle maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Over één ding zijn ze het allemaal eens: het moet anders. De opties lopen uiteen van een geradicaliseerde sociaaldemocratie tot internationale, postkapitalistische samenwerkingsverbanden. Volgens de onlangs overleden cultuurfilosoof Zygmunt Bauman zijn de strategiën die we tot nu toe zinvol achtten hun houdbaarheidsdatum voorbij. We hebben geen idee hoe het verder moet. Als we al geloven in vooruitgang, zien we die zeker niet enkel als een zegen. We maken ons zorgen over banenschaarste, dalende inkomens en de tijdelijkheid van onze prestaties. We zijn de controle kwijt, voelen ons gereduceerd tot pionnen op een schaakbord die heen en weer geschoven worden door anonieme spelers. We zijn als de dood dat we onbekwaam bevonden worden voor ons werk, dat ons elke waarde wordt ontzegd. Totdat ons enkel de marge rest. Bauman waarschuwt dat geen toverstaf helpt tegen de huidige maatschappelijke problemen. Wel een culturele revolutie, maar die kost tijd. We moeten het hoofd koel houden en langetermijnplannen maken – vaardigheden die we in deze tijd zijn verleerd. Maar met moed, visie en vooral veel geduld is er hoop dat het tij keert.