Filosofen als Derrida, Foucault en Lacan wordt vaak onleesbaarheid verweten. Emily Eakin laat zien hoe ze ons denken hebben veranderd.
Al decennialang zijn de complexe teksten van (post)structuralisten als Jacques Lacan, Michel Foucault en Jacques Derrida niet weg te denken uit de geesteswetenschappen. Ze schreven filosofische bestsellers en vergaarden roem in zowel Frankrijk als Amerika, waar hun werk bekend werd als theory. ‘Deze Franse denkers blijken achteraf van cruciaal belang te zijn geweest voor ons begrip van de wereld waarin wij leven, een wereld die we bovendien in bepaalde opzichten aan hen te danken hebben. Hun invloed reikte diep en heeft onze manier van denken voorgoed veranderd,’ schrijft New York Times-journalist Emily Eakin in haar bijzonder boeiende en leesbare Mijn leven in theorie.
De taal, de waarheid en de werkelijkheid zijn instabiel
Onleesbaarheid: dat is het hardnekkigste verwijt dat de (post)structuralisten kregen. Een essay van Derrida kun je inderdaad niet lezen in een drukke trein tussen Almere en Amsterdam waarin de halve coupé aan het videobellen is. En toegegeven: sommige teksten zijn ook ondoorgrondelijk. Volgens Eakin is ook voor de welwillende lezer aan bepaalde teksten van de psychoanalyticus Jacques Lacan geen touw vast te knopen. Tijdens haar studie Engels analyseerde ze geregeld literaire werken aan de hand van zijn theorieën. Jaren later, als ze weer een blik werpt op haar academische geschriften, moet ze bekennen dat ze niet meer begrijpt wat ze met bepaalde zinnen bedoelde.
Die complexiteit was deels wat theory zo aantrekkelijk maakte voor studenten in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De jonge Eakin liet zich inpalmen door de intellectuele debatten over taal en macht op Yale: ‘Intelligent praten was sexy en niets was zo sexy als praten over theory.’ Eakin en haar studiegenoten hadden toegang tot iets wat voor anderen gesloten bleef. Daarnaast diende die vermeende geheimtaal van de Franse filosofen nog een ander belangrijk doel voor de studente Eakin: ‘Het gevoel van superioriteit dat theory meebracht – een arrogant idee dat jij ingewijde bent – kon heel wat onzekerheid camoufleren.’
Met hun soms raadselachtige zinnen bleek theory makkelijk te ridiculiseren of bekritiseren. Conservatieven noemden deconstructie ‘een circusact’ of ’taalkundige volksverlakkerij’. In Nederland verafschuwde de toentertijd gezaghebbende recensent Carel Peeters het ‘radeloze relativisme’ van de deconstructie. Ondanks al die weerstand is de invloed van theory op de hedendaagse wereld onmiskenbaar. Ze leerde ons dat taal, de waarheid en de werkelijkheid instabiel zijn.
Badjas
Taal maakt ons tot wie we zijn. En ook de wereld waarin we leven komt tot stand door taal. ‘Exacter uitgedrukt: taal is alles wat ertoe doet. Onze kennis van de wereld is niet te scheiden van ons discours erover. Of, in de gevleugelde woorden van Derrida: “Il n’y a pas de hors-texte“: er bestaat geen “buiten-de-tekst”.’ Later vond er een tweesprong plaats in theory: Derrida bleef zich richten op de retorische analyse met zijn methode van close reading, terwijl Foucault onderzocht hoe politieke en sociale macht tot stand komen en doorwerken in de geschiedenis. Na zijn dood in 1984 zou Foucault een van de meest geciteerde auteurs in de geesteswetenschappen worden.
Even tussendoor …
Meer lezen over de beste filosofieboeken? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Speciale editie: Leven als filosoof
- Leer leven als een filosoof
- Ontdek de lessen van grote denkers
- Filosofie voor het dagelijkse leven
Filosofie Magazine tijdelijk al vanaf 6,99 per maand
- Elke maand heldere analyses van scherpe denkers
- Lees & luister onbeperkt op filosofie.nl
- Op papier én digitaal, incl. archief in de app
De oeuvres van Derrida, Foucault, Lacan, Gilles Deleuze, Paul de Man en Roland Barthes mogen abstract zijn door hun neologismen en poëtische taalgebruik, gelukkig is Eakin nogal erudiet, en belangrijker: ze kan het gedachtegoed van de Fransen kundig en lucide uitleggen. Dat is geen geringe prestatie, want exegeses van de volgelingen van theory zijn vaak doorspekt met jargon en onbegrijpelijke zinsconstructies.
Eakin vervlecht knap drie verhalen in Mijn leven in theorie: haar eigen relatie met theory, het werk van de Franse denkers en hun levens. De Man bleek een oplichter, Lacan een rare snuiter die zijn patiënten soms sprak in zijn badjas. Louis Althusser vermoordde zijn vrouw. De afgunst tierde welig: het was soms een wedstrijdje ver plassen vermomd als wijsgerig debat. En veel van die knappe koppen werden geteisterd door depressies. De vrolijkste van het stel was Roland Barthes. Niet voor niets gaf hij een van zijn fijnste essays de veelzeggende titel Het plezier van de tekst.
Uiteindelijk nam Eakin afscheid van theory om journalistiek te studeren. Die studie bood haar ‘de kans om weer een lichaam te zijn, niet alleen een geest’. Het ongrijpbare van de deconstructie maakte plaats voor transparantie en het concrete. Gelukkig verdampte de genegenheid voor theory nooit helemaal en schreef ze deze heerlijke en relativerende liefdesverklaring.
Mijn leven in theorie. Over moderne Franse filosofen
Emily Eakin
vert. Marlies Weyergang, Hilje Papma, Arwin van der Zwan en Annemie de Vries
Athenaeum
512 blz.
€ 34,99

