Home Mens en techniek De techbro’s lopen weg met René Girard. Is zijn denken gevaarlijk?
Mens en techniek

De techbro’s lopen weg met René Girard. Is zijn denken gevaarlijk?

Door Valerie Granberg op 29 juli 2026

Techbro’s Mark Zuckerberg, Jeff Bezos, Sundar Pichai en Elon Musk bij Donald Trumps inauguratie. beeld ANP/Saul Loeb
Techbro’s Mark Zuckerberg, Jeff Bezos, Sundar Pichai en Elon Musk bij Donald Trumps inauguratie. beeld ANP/Saul Loeb
Filosofie Magazine 8 2026 Hoe gevaarlijk is denken
08-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
René Girard dacht dat alle mensen concurrenten van elkaar zijn, en inspireerde daarmee de techbro’s. Maar wat dacht Girard nu echt?

Er zijn weinig filosofen die zoveel invloed hebben gehad op het denken van de techmiljardairs als de Frans-Amerikaanse denker René Girard (1923-2015). Hij wordt vereerd als de denker die onthulde dat de mens wordt gedreven door ‘mimetische begeerte’: we verlangen niet op basis van onze eigen ‘authentieke’ wil, maar omdat we zien dat een ander hetzelfde begeert. En Girard wordt soms the godfather of the like button genoemd: de like-button is het ultieme gereedschap voor mimetisch verlangen, omdat die sociale waardering meetbaar maakt. Waarom oefent Girard zo’n grote aantrekkingskracht uit op de Amerikaanse techbro’s? Wat is zijn mensbeeld precies? En heeft hij gelijk of kun je de mens ook anders zien?

Het is een illusie om te denken dat we ons laten leiden door rationele overwegingen die helemaal uit onszelf komen, dacht Girard. In De romantische leugen en de romaneske waarheid (1961) laat hij aan de hand van een aantal romans zien dat we blindelings begeertes van anderen overnemen: we verlangen naar bepaalde spullen, kleding en vakanties, omdat we zien dat anderen ze willen. Dit is de romaneske waarheid. Maar tegelijkertijd ontkennen we dat we dat doen, omdat we dan moeten toegeven dat we die dingen niet uit onszelf willen. Dit noemt Girard ‘de romantische leugen’.

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Mimetische begeerte kan volgens Girard tot strijd leiden: ‘Twee begeerten die naar hetzelfde object convergeren, zijn een hindernis voor elkaar,’ schrijft hij in God en geweld (1973). Omdat we hetzelfde willen als anderen, worden we concurrenten van elkaar. Het geweld dat met die strijd gepaard gaat, kan tijdelijk ingedamd worden door een zondebok aan te wijzen: iemand die opgeofferd wordt om de opgebouwde spanningen in de samenleving te ontladen.

Toch kun je betwijfelen of het idee van de mens als strijdend wezen wel de enige interpretatie is van Girard. In zijn vroege werk God en geweld schrijft hij nog: ‘Elke mimesis in de begeerte mondt automatisch uit in een conflict.’ Maar later in zijn leven nuanceert hij dit standpunt. Hij gelooft dat mimesis ook positief kan zijn: ‘Ik zou zeggen dat mimetische begeerte, zelfs in een slechte vorm, inherent goed is, omdat ze, verre van enkel nabootsend te zijn in de beperkte zin van het woord, de opening uit onszelf is.’ Verlangen is volgens Girard een openheid naar anderen. Met dit uitgangspunt is mimesis ook de bron van kunst, cultuur en creativiteit.

Losers

Een van de meest omstreden figuren die is beïnvloed door Girard, is Peter Thiel, mede-oprichter van PayPal en softwarebedrijf Palantir. De software van Palantir wordt door Israël ingezet in Gaza en door de Amerikaanse immigratiedienst ICE, waarbij volgens Amnesty International mensenrechten worden geschonden. Thiel is Trump-adept en antidemocraat. Hij had grote invloed op het gedachtegoed van vicepresident J.D. Vance en spekte diens politieke carrière met miljoenen dollars.

Thiel studeerde filosofie en was student van Girard aan de Stanford-universiteit. Hij neemt Girards diagnose over dat mimetische begeerte leidt tot strijd, maar laat diens nuanceringen daarbij achterwege. Bij Girard wordt de zondebok bijvoorbeeld achteraf geïdentificeerd als onschuldig slachtoffer, terwijl Thiel het zondebokmechanisme omdraait. Zo wijst hij klimaatactivist Greta Thunberg aan als ‘legionair van de Antichrist’. Door van Thunberg een zondebok te maken rechtvaardigt hij zijn autoritaire agenda, die nodig zou zijn om de orde in de wereld te waarborgen.

Het idee dat we de wereld bezitten, zorgt voor denken in termen van strijd

Hoewel Thiel mimetische strijd als noodzakelijk ziet, plaatst hij zichzelf en zijn techbro’s daarbuiten. In plaats van mee te doen in de concurrentiestrijd, zijn zij volgens Thiel de uitverkorenen die monopolies weten te creëren en zo de strijd laten uitdoven. ‘Competitie is voor losers,’ meent Thiel. Je zou dit kunnen zien als de ultieme vorm van Girards romantische leugen: Thiel ontkent dat hijzelf midden in de mimetische rivaliteit zit.

Girards vroege denken past in een breder discours, waarin de mens wordt gezien als een rivaliserend wezen dat puur gericht is op eigenbelang. De Engelse filosoof Thomas Hobbes schreef al in Leviathan (1651) dat mensen zonder gemeenschappelijke macht die ontzag afdwingt in een oorlog van allen tegen allen verwikkeld raken. Met de Latijnse spreuk homo homini lupus est (‘de mens is voor de mens een wolf’) wijst hij op de egoïstische menselijke natuur. De Engelse filosoof en socioloog Herbert Spencer (1820-1903), die Darwins evolutietheorie toepaste op de samenleving, gebruikte de term ‘survival of the fittest’ om uit te drukken dat competitie de drijvende kracht van ontwikkeling is. Ook Sigmund Freud beschouwde zelfbehoud als een fundamentele eigenschap van de mens. Volgens hem zijn baby’s aanvankelijk volledig op zelfbehoud gericht en ontwikkelen zij pas later sociale vaardigheden. In al deze visies is de mens fundamenteel op zichzelf gericht.

Paddenstoelen

Toch kun je je afvragen of deze donkere zienswijze van de mens, die zo populair is onder de techbro’s, wel de enige manier van denken is. De Duitse filosoof Eva von Redecker haalt de natuurtoestand van Hobbes aan in haar boek Revolutie voor het leven (2025) en stelt de vraag: waar komt dit wantrouwende individualisme vandaan? Ze refereert aan Hobbes’ De cive (1642), waarin hij schrijft dat mensen in de natuurtoestand lijken op paddenstoelen die uit de grond tevoorschijn komen en zonder wederzijdse verplichtingen opgroeien.

Deze metafoor is veelzeggend. Volgens Von Redecker is die een masculiene fantasie van niet geboren worden, maar autonoom uit de grond opschieten. Ironisch genoeg vormen juist paddenstoelen de zichtbare vruchtlichamen van immense ondergrondse schimmelnetwerken waarin voeding en informatie voortdurend worden gedeeld. De metafoor keert zich daarmee tegen zichzelf.

Von Redecker stelt bovendien dat het idee dat de mens gericht is op strijd en zelfbehoud gepaard gaat met een specifieke, moderne opvatting van bezit. Modern eigendom geeft de bezitter niet alleen het recht om te controleren en te gebruiken, maar ook om te misbruiken en te vernietigen. Het idee dat we de wereld kunnen bezitten, legitimeert denken in termen van strijd en controle.

Tegenover dit op competitie geënte discours staan talloze denkers die juist samenwerking als fundamenteel principe benadrukken. De Russische ecoloog Pjotr Kropotkin betoogde in Wederzijdse hulp (1902) dat soorten vaak overleven dankzij samenwerking. De Amerikaanse bioloog Lynn Margulis liet zien dat endosymbiose, waarbij verschillende organismen samengaan tot een nieuw geheel, een sleutelrol speelt in de evolutie. De Belgische bio-ethicus Kristien Hens schrijft in Denken met microben (2025) dat aan de oorsprong van het leven niet alleen strijd, maar ook samenwerking ligt. Symbiose is bepalend geweest voor de evolutie van de mens en andere soorten.

Robin Wall Kimmerer, plantkundige en afstammeling van de Potawatomi-stam in de Verenigde Staten, beschrijft in Geschenken van het krentenboompje hoe vanzelfsprekend geven is in de natuur. Het krentenboompje geeft elk jaar bessen, niet omdat het daarvoor betaald krijgt, maar omdat geven deel uitmaakt van zijn manier van bestaan. Ook dit sluit aan bij Von Redeckers kritiek op Hobbes: de natuur werkt niet uitsluitend met concurrentie, maar evenzeer met afhankelijkheid, zorg voor elkaar en samenwerking.

Ook in de psychoanalyse wordt het beeld van de competitieve mens weersproken. De Schotse psychiater en tijdgenoot van Freud Ian Suttie verzette zich tegen diens idee dat baby’s worden gedreven door zelfbehoud. Volgens hem zoeken zij vanaf het begin een relatie van wederzijdse genegenheid. ‘Ik meen dat de kiem van goedheid of liefde aanwezig is in het individu vanaf het allereerste begin,’ schreef hij in The origins of love and hate (1935). Een baby wil een relatie van genegenheid aangaan met de verzorger, een band van wederzijdse afhankelijkheid. Hechting is geen zwakte, maar een fundamentele menselijke behoefte.

Tekst loopt door onder afbeelding

Een menigte bestormt een MediaMarkt in Rotterdam vanwege een kortingsactie. beeld ANP/Joey Bremer

Zonder strijd

Daarnaast kun je je afvragen of Girards theorie van mimetische begeerte niet op een andere manier gelezen kan worden. De neurowetenschapper Vittorio Gallese, een van de ontdekkers van de spiegelneuronen, vergelijkt Girards mimetische theorie met zijn eigen theorie van embodied simulation. In zijn artikel ‘The two sides of mimesis’ (2009) schrijft hij dat mensen elkaars verlangens inderdaad imiteren, maar dat Girard te veel nadruk legt op de negatieve gevolgen hiervan. Volgens Gallese is mimesis fundamenteel voor sociale verbondenheid. Hij schrijft: ‘De ontdekking van het spiegelmechanisme suggereert dat de wortels van mimesis meer te maken hebben met sociale identificatie dan met conflict.’ Volgens Gallese heeft mimesis twee kanten: een sociale kant, die leren, empathie en communicatie mogelijk maakt, en een competitieve kant, die kan leiden tot rivaliteit en conflict. Daarmee betoogt hij dat conflict een mogelijke uitkomst van mimesis is, niet de essentie ervan.

Volgens Gallese laat onderzoek naar spiegelneuronen zien dat imitatie dient om met anderen mee te voelen, gezamenlijk te handelen en cultuur over te dragen. Rivaliteit ontstaat pas als de omstandigheden daartoe uitnodigen, bijvoorbeeld in tijden van schaarste. Of mimesis tot strijd leidt, hangt volgens hem dus af van de context. Dit sluit aan bij Girards latere, positievere perspectief op mimetisch verlangen, dat door Thiel niet wordt erkend.

Girard wees er dus op dat we onze identiteit in relatie tot anderen vormen. Het is daarom belangrijk te kijken naar de verlangens die we ongemerkt overnemen en die vervolgens kritisch te onderzoeken. Mimesis kan inspireren, maar de richting van die inspiratie doet ertoe. Techbro’s als Thiel hebben Girards filosofie gekaapt om hun hang naar dominantie te rationaliseren. Maar een denker als Gallese laat zien dat mimesis niet alleen tot strijd kan leiden, maar ook tot zijn tegendeel.

Van 24 t/m 28 augustus 2026 geeft Valerie Granberg de summerschool Ik heb dus ik ben. De filosofie van bezit aan de ISVW in Leusden.

Loginmenu afsluiten