Home Psyche Wat dromen ons wél vertellen
Psyche

Wat dromen ons wél vertellen

De droomwereld is in de filosofie vaak weggezet als misleidend. Terwijl dromen een rijke bron van inzicht vormen, over ons zelf en ons bewustzijn, schrijft Jeroen Hopster. ‘Elke nacht ontstaat er een ander droom-ik.’

Door Jeroen Hopster op 15 juli 2022

Wat dromen ons wél vertellen beeld Maus Bullhorst
Cover van 07/08-2022
07/08-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dromen hebben een klank van bedrog, ook in de filosofie. ‘Hoe vaak overtuigt de nachtelijke rust me niet van die heel gewone situaties, zoals dat ik hier ben, mijn jas aanheb, bij het haardvuur zit, terwijl ik in feite ontkleed onder de dekens lig,’ mijmerde Descartes. ‘Maar dan herinner ik mijzelf eraan dat ik in mijn slaap veelvuldig door vergelijkbare voorstellingen bedrogen ben.’ Twijfel overmant hem: al schrijvende weet Descartes niet eens zeker of hij op dat moment aan het dromen is. De droomtoestand, zo doet hij het in zijn Meditaties voorkomen, ervaren mensen net zoals hun waaktoestand. Maar die ervaring is misleidend: de droomwereld is immers illusoir.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Cartesiaanse droomduiding heb ik nooit bevredigend gevonden. Wie de droombeleving zorgvuldiger bestudeert, vindt allerlei eigenaardigheden die het waken vreemd zijn. Neem de personages die in dromen figureren, of de plaatsen die je in dromen aandoet. Dromers kunnen vaak duidelijk identificeren met wie ze van doen hebben, ook al ziet de betreffende persoon er volkomen anders uit dan gebruikelijk. Blijkbaar gaat het besef dat de dromer met deze of gene van doen heeft aan het droombeeld vooraf. Gaan dromen, trouwens, wel met een duidelijk beeld gepaard? De droombeleving van een haardvuur is, bij nader inzicht, heel anders dan de perceptuele ervaring van oplichtende vlammen op het netvlies.

Onze dromen zeggen iets over de bewegingen van de geest

Ook de vereenzelviging van dromen met schijn en illusie is nogal beperkend. Natuurlijk, een kritisch filosoof snijdt dwaalsporen de pas af: lees dromen niet op de letter, hou je verre van het paranormale. Maar sceptici die er slechts op uit zijn om dromen te ontmaskeren, getroosten zich niet altijd de moeite om zich serieus in het onderwerp te verdiepen. Daarmee doen ze de filosofie tekort, want dromen vormen een rijke bron van inzicht, over ons zelf en ons bewustzijn.

Droomwereld

Om greep te krijgen op de droomwereld loont het om cartesiaanse meditatie te verruilen voor de boeddhistische variant. Je zou boeddhistische inzichtmeditatie kunnen opvatten als een vorm van eerste-persoonsonderzoek, gericht op het eigen bewustzijn. Je dromen bestuderen ligt in het verlengde daarvan: het levert kennis op van binnenuit, over de bewegingen van de geest. Ook al raakt de inhoud van een droom kant noch wal, toch kan een analyse van het algemene karakter van de droomwereld, en het type belevenissen dat je als dromer meemaakt, verhelderend zijn. Het laat zien welke sporen ons bewustzijn bewandelt, zelfs wanneer het (bijna) is afgesloten van zintuiglijke input.

Ons bewustzijn kent verschillende schakeringen, stelt filosoof Evan Thompson in zijn boek Waking, Dreaming, Being (2017). Thompson, die aansluiting zoekt bij zowel de Indische filosofie als de cognitieve wetenschap, onderscheidt een veelvoud aan waak- en slaaptoestanden – zoals dagdromen, lucide dromen en droomloze slaap –, die met name in het Indische denken scherp worden onderscheiden. Een tweeledig onderscheid tussen wakker zijn, als toestand waarin we niet dromen, en dromen, als toestand waarin we niet wakker zijn, mist nuance. Onze geest beweegt voortdurend tussen verschillende niveaus van aandacht en bewustzijn, zoals een vis nu eens de kade opzoekt en dan weer de diepte in zwemt, meegevoerd door verschillende stromingen.

Boeddhistische droomintrospectie richt zich onder meer op onderzoek naar het ‘zelf’ of ‘ik’. Thompson volgt het inzicht, teruggrijpend op de Indische denker Nagarjuna (ca. tweede-derde eeuw), dat er geen statisch zelf bestaat. Wat wij als zelf benoemen is een beweeglijke constructie, ontstaan uit een samenspel van lichamelijke en mentale processen van ‘zelfcreatie’. Die processen zijn diep ingesleten: het onderscheid tussen ‘zelf’ en ‘niet-zelf’ komt met groot gemak op, ook in de droom. Maar het zelf dat wij ervaren is ook veranderlijk en kan, naargelang onze bewustzijnstoestand, verschillende vormen aannemen.

Zo is het ‘droom-ik’ geen dubbelganger van het ‘waak-ik’ van de dag ervoor. Het droom-ik mist de narratieve identiteit, de collectieve bundeling van herinneringen en ervaringen, die een essentieel onderdeel vormen van ons waak-ik. Veel droomverslagen putten slechts fragmentarisch uit herinneringen, en leggen getuigenis af van handelingen die de dromer in wakende toestand nooit zou verrichten. Soms lijken de handelingen van het droom-ik eerder geboren uit het narratief van de droom dan uit keuzes die je uit eigen beweging maakt. Het droom-ik is een figurant in de vertelling.

Een ander verschil tussen waak- en droom-ik is dat wij in het wakende leven zintuiglijk en sociaal zijn ingebed in een concrete omgeving. Die inbedding stabiliseert het proces van zelfcreatie. In de droomwereld ontbreekt die stabiliserende omgeving, met als gevolg dat het droom-ik – en diens belevenissen – meer fluïde is.

Dromen is bewustzijn dat niet weet dat het bewust is

Het waak-ik vertoont een duidelijke continuïteit met de dag ervoor, maar in de nacht ontstaat telkens een ander droom-ik. Thompson beschrijft de kortdurende toestand van hypnagogie, die sommige dromers ervaren alvorens zij in slaap vallen, als moment waarop de transitie van waak-ik naar droom-ik plaatsvindt. In hypnagogische toestand wordt de aandacht geabsorbeerd door een snelle reeks van kortdurende, veranderende beelden. Terwijl dat gebeurt lijken de grenzen tussen zelf en wereld even te verdwijnen. Er is geen duidelijke wereld, geen universum waarvan het ‘ik’ onderscheiden is; er zijn slechts beelden die dynamisch in elkaar overvloeien. Maar al heel snel neemt de droomverbeelding meer concrete vormen aan. Het ‘waak-ik’ is getransformeerd, een nieuw ‘droom-ik’ is geboren.

Psychotherapie

Verschaffen onze dromen behalve inzicht in de aard van het zelf en bewustzijn ook een inkijk in de inhoud ervan? Wat vertellen iemands dromen over die specifieke persoon? Om die vraag te beantwoorden leg ik mijn oor te luister bij de psychotherapie, het vakgebied van filosoof en psycholoog Arthur Eaton. ‘Een mooie zin in het Engels luidt: Dreams betray preoccupations,’ vertelt Eaton. ‘Ze verraden waarmee je bezig bent. De inhoud van dromen is iets wat uit jou komt. Het kan je nieuwe informatie geven over jezelf.’

In de psychotherapie zijn dromen nog steeds heel belangrijk, stelt Eaton. ‘Een droom heeft eindeloos veel interpretaties, en er zijn eindeloos veel scripts in de psychoanalyse om naar dromen te kijken. Eén zienswijze, die ik zelf vruchtbaar vind, is om de verschillende onderdelen van een droom, of de verschillende personages in een droom, allemaal op te vatten als de persoonlijkheid van de dromer, die in de droom met elkaar in dialoog treden. Die manier van kijken levert in therapie bijna altijd nieuwe inzichten op.’

Voor de moderne psychoanalyse is het ook heel belangrijk om te kúnnen dromen. ‘Als iemand in staat is te dromen, toont dit dat hij of zij de inhoud van zijn of haar onbewuste kan dragen en er creatieve uitingen voor kan vinden. Het toont ook aan dat iemand in staat is om zich “over te geven aan de slaap” – de controle uit handen te geven.’

Dromen is een rijk psychisch fenomeen, waarbij wij contact leggen met het onbewuste. ‘Jean-Bertrand Pontalis, een Franse psychoanalyticus, zei het mooi: “Dromen is bewustzijn dat niet weet dat het bewust is.” Dromen kunnen je overvallen. Ze kunnen je iets vertellen over jezelf wat je niet eerder over jezelf wist. Daarom zijn dromen zo belangrijk, en zo mysterieus. Ze vallen buiten de kaders van wat je normaal gesproken over jezelf weet, of denkt te weten. En toch horen ze bij je.’
Daar ligt ook een link met de boeddhistische kijk op dromen, merkt Eaton op. ‘Ook psychoanalytici zeggen dat dromen je interne coherentie in twijfel trekt. Precies omdat, net zoals vrije associatie, de droom je kan verrassen. Er bestaan andere perspectieven dan het ik-perspectief waar je van uitging.’

Nachtmerries

Verschillen tussen de boeddhistische en psychotherapeutische droomduiding zijn er ook. Neem het droom-ik dat ’s nachts ontstaat: is dat telkens een compleet nieuw karakter, zoals de boeddhistische lezing suggereert? Annette van Schagen, klinisch psycholoog en gespecialiseerd in de behandeling van nachtmerries, merkt op dat in dromen juist veel herhalingen voorkomen, soms met negatieve inhoud. ‘We zien dat mensen die problemen hebben, spanning ervaren of gestrest zijn eerder dromen hebben met een nare inhoud. Sommige mensen hebben telkens nachtmerries over hetzelfde thema. Sommigen willen zelfs niet gaan slapen, omdat ze een nachtmerrie niet willen herbeleven. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: problemen leiden tot nachtmerries, en nachtmerries leiden weer tot nare gevoelens en slaaptekort.’

De inhoud van dromen, beaamt van Schagen, kan een indicatie geven van onze psychische gesteldheid. Maar ze voegt eraan toe dat er onder dromers grote individuele verschillen bestaan. ‘Er zijn verschillen tussen de levendigheid van dromen en de mate waarin mensen hun dromen onthouden. Hoe levendiger een droom is, hoe makkelijker die te onthouden is. Dat heeft te maken met hoe ons geheugen werkt. Als gebeurtenissen met emoties gepaard gaan, onthoud je die beter, of dat nu positieve of negatieve emoties zijn.’

Omdat de individuele verschillen zo groot zijn, stelt van Schagen, kun je droomduiding nooit uit een boekje halen. ‘Ik heb veel onderzoek gedaan naar nachtmerries, ook bij mensen met psychologische problemen. Regelmatig constateerde ik dat zij elke nacht ontzettend chaotisch dromen. Er is geen thema in te ontdekken, het gaat van hot naar her. Het is één grote chaos. Waarom juist die personen zo dromen, dat weten we eigenlijk niet.’

Droomvertellingen die wél een duidelijk stramien hebben, worden in de psychotherapie vaak op één van twee manieren uitgelegd: of als spiegel van het dagelijks leven, of als voorbereiding op een gebeurtenis in de toekomst. Maar of een van die duidingen inderdaad op de dromer van toepassing is, is een hoogstpersoonlijke aangelegenheid, stelt van Schagen. ‘Mensen willen graag een eenduidige verklaring. Zo zit het, punt. Maar zover zijn we nog helemaal niet in het begrijpen van dromen en slaap.’

Welke betekenis hebben dromen? Dat is een vraag waar de meeste wetenschappers zich liever verre van houden, benadrukt Van Schagen. Het boeddhisme en de psychotherapie laten zien dat het ook niet de beste vraag is om te stellen. Dromen geven zowel inzicht in de aard van het menselijk bewustzijn als in de bewuste en onbewuste besognes van individuele dromers. Maar betekenis, die geven dromers er zelf aan.