Home Tijd Waarom de tijd ons allemaal op de hielen zit | recensie
Aandacht Filosofie en literatuur Tijd

Waarom de tijd ons allemaal op de hielen zit | recensie

Greet Van Thienen onderzoekt in een fraai essay onze omgang met tijd, en onthult een bestaansruimte waar de tijd niet doordringt.

Door Marco Kamphuis op 11 juli 2024

tijd klokken klok park bomen beeld Pixabay/Pexels

Greet Van Thienen onderzoekt in een fraai essay onze omgang met tijd, en onthult een bestaansruimte waar de tijd niet doordringt.

Filosofie Magazine FM8 2024 toekomst
08-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Mijn vrouw was met een paar vriendinnen naar het strand. Halverwege de middag zou ik me bij hen voegen in een strandtent. Vijf minuten voordat ik van huis moest vertrekken sloeg ik lukraak De alchemie van de tijd open, een boekje van Greet Van Thienen. Het volgende moment stond mijn vrouw in de kamer en informeerde waarom ik was weggebleven. Ik keek op de klok – twee uur waren verstreken – en wist dankzij mijn lectuur dat ik me had bevonden op wat Hannah Arendt het pad van niet-tijd noemt (terwijl ik me op het duinpad had moeten bevinden).

Diepe concentratie tijdens het lezen, schrijven of denken brengt ons in een bestaansruimte waar de tijd niet doordringt. De denkende mens, zegt Arendt, bevindt zich in een bres in de tijd. Allemaal worden we door de tijd op de hielen gezeten, maar soms val je samen met wat je aan het doen bent en verdwijn je in een daad van aandacht.

Helaas worden dergelijke momenten snel zeldzamer door de informatiestromen die met angstwekkende snelheid op ons afkomen en ons dwingen elk kwartier onze mobiele telefoon te inspecteren – ‘zelfs een baby krijgt niet zoveel aandacht,’ schrijft Van Thienen. Te gemakkelijk geven we onze aandacht weg, ‘alsof het een oneindig beschikbare grondstof is die nooit op kan raken of een vermogen dat zich helemaal vanzelf zal herstellen’. Raak gezegd. Niet alleen concentreren we ons niet, we zijn ook bezig ons concentratievermogen te verliezen: met elk uur dat ik op internet verspil wordt het voor mij moeilijker Proust te lezen. We staan dan ook tegenover een machtige afleidingsindustrie die ons voortdurende zwerven over internet tot verdienmodel heeft gemaakt.

Maar vanwaar onze onrust? Die is, hoewel verergerd door de digitale versnelling, niet voorbehouden aan de moderne mens. Volgens Blaise Pascal hoorde onrust bij de menselijke conditie. Afleiding en vermaak dienen om het existentiële onbehagen af te wenden dat ons overvalt wanneer we even niets te doen hebben. ‘Aangezien de mensen niet in staat waren de sterfelijkheid, ellende en onwetendheid te verhelpen, zijn ze op het idee gekomen gelukkig te worden door totaal niet aan die dingen te denken,’ schreef Pascal in Gedachten (1670). Wat ons bedreigt wanneer we alleen in een kamer zijn is meer dan kinderlijke verveling, het is een leegte die ons aanstaart – het is het besef van onze sterfelijkheid en nietigheid. En dan had Pascal tenminste nog de uitweg van zijn geloof in God.

Jachtig leven

Van Thienen onderzoekt in De alchemie van de tijd onze omgang met de tijd alsook het vreemde gegeven dat we in ons haastige leven op zoek zijn naar rust, maar zodra we rust gevonden hebben weer op zoek gaan naar afleiding in de vorm van activiteit. Behalve bij de eerder genoemde Arendt en Pascal gaat ze te rade bij onder meer Simone Weil (aandacht vereist geen gespannen inzet met gefronste wenkbrauwen, maar een open houding), Jean-Paul Sartre (we zitten niet vast aan ons verleden, elk moment weer is er sprake van vrijheid, ‘de mens is datgene wat zich beweegt naar een toekomst’) en de Zwitserse schrijver Robert Walser (over wie Susan Sontag zei dat hij ‘een groot deel van zijn leven besteedde aan het obsessief omzetten van tijd in ruimte: zijn wandelingen’).

Verleden, heden en toekomst bestaan naast elkaar

Een van de boeiendste hoofdstukken gaat over Orlando van Virginia Woolf, waarin de hoofdpersoon niet alleen van geslacht wisselt maar ook door de eeuwen heen schiet. De roman getuigt van Woolfs fascinatie voor Einsteins speciale relativiteitstheorie, die stelt dat verleden, heden en toekomst naast elkaar bestaan. Orlando was een onverwacht succes voor een auteur die zelf overigens in haar dagboek noteerde hoezeer ze leed onder het jachtige leven en het eeuwige tijdgebrek. En dat was in 1919!

Even tussendoor… Meer lezen over filosofie en literatuur? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Henri Bergson, de eerste filosoof die ik zelf met het thema tijd in verband zou brengen, ontbreekt in dit boekje, wat erop duidt dat Van Thienen geen uitputtend filosofisch overzicht heeft willen geven, maar vooral een persoonlijke ‘tijdreis’ heeft willen ondernemen. Daarbij heeft ze niet alleen haar lees- maar ook haar levenservaringen zo fraai verwoord dat ze mij het pad op lokte dat steeds meer aan het oog onttrokken dreigt te worden: het heilzame pad van niet-tijd.

Cover van De alchemie van de tijd

De alchemie van de tijd
Greet Van Thienen
Letterwerk
152 blz.
€ 24,99