‘Tijd is óf uitvinding óf helemaal niets’
Therapie is nooit een doel, maar een middel. Soms komt er een proces op gang waardoor dit begint om te keren en de therapie een doel op zichzelf wordt, soms blijkt deze omkering al vanaf het begin aanwezig. Om het schip tegen deze onderstroom te beschermen, worden er doelen geformuleerd om de therapie te verankeren in de realiteit: een andere baan, een betere relatie, vriendschappen. De therapie richt zich op de emotionele blokkades die het bereiken van dit doel bemoeilijken; zo komt er een onvoorspelbaar proces op gang. Die onvoorspelbaarheid is de bedoeling: er worden gevoelens en gedachten blootgelegd die tot dan onbewust waren. Dit zorgt voor inzichten die iemand kunnen helpen betere keuzes te maken, keuzes die bijdragen aan het verwezenlijken van diens doelen.
Een patiënt, een vrouw van in de veertig, in een relatie, geen kinderen, ervaart een chronische onvrede over haar leven. Ze is afgestudeerd jurist en heeft een baan onder haar niveau als officemanager bij een marketingbureau, na een aantal mislukte pogingen om in de advocatuur aan de slag te gaan. Haar diepste wens is om kleding te ontwerpen, maar verder dan een paar cursussen en wat half afgemaakte ontwerpen is ze nooit gekomen.
In de therapie gaat het over haar neiging zich aan anderen te onderwerpen en geen initiatief te nemen, wat samen lijkt te hangen met de relatie tot haar overheersende en emotioneel labiele moeder, die haar verleidde met grandioze fantasieën over haar toekomst. Moeder was een knappe vrouw die zich extravagant kleedde; uiterlijk en kleding speelden een centrale rol in haar leven. Vader vertrok toen mijn patiënt nog een baby was.
De gesprekken verlopen moeizaam, mijn patiënt is vaak wanhopig over zichzelf en haar leven. Het verraderlijke is dat ze het heeft over haar gevoelens en hoe ze die begrijpt, waardoor het lijkt alsof de gesprekken ergens over gaan. Tegelijkertijd verstrijkt de tijd en gebeurt er niets in haar leven. Wanneer ik haar confronteer met deze realiteit waarin ze niet bereikt wat ze wil, namelijk meer bevrediging op professioneel vlak en zich tevreden voelen over haar relatie, werpt ze een waaier aan bezwaren op. Waar het op neerkomt, is dat ze geen tijd heeft om dingen te doen die kunnen helpen haar leven te veranderen. Ook de therapie kost haar tijd.
‘Tijd is óf uitvinding of helemaal niets,’ is een uitspraak van de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941). Hij ziet tijd als een creatief proces in plaats van een opeenvolging van statische, meetbare momenten.
Tijd is waarschijnlijk een van de meest gebruikte argumenten om iets niet te doen. Tijdgebrek is een gevolg van de keuzes die we maken in de uren die we tot onze beschikking hebben. Als er andere zaken zijn waar we deze tijd aan besteden, is dat een keuze. Soms ligt dat buiten onze macht en moeten we iets doen, maar veel keuzes maken we in relatieve vrijheid. Dan kun je het tijdsargument zien als een andere manier om ‘Ik wil niet’ te zeggen. Eerst is er de gedachte, dan is er tijd. Het doet me denken aan een zin uit de roman Walging van Jean-Paul Sartre (1905-1980): ‘Drie uur, dat is altijd net te vroeg of te laat voor de dingen die je wilt doen.’ Dat is precies zo’n gedachte die van de tijd een keurslijf maakt, die lamlegt in plaats van aanzet tot actie. Drie uur is wat je ervan maakt.
De vraag voor mijn patiënt is tweeledig: waarom wil ze niet, en waarom zegt ze dat niet? Eerlijke antwoorden geven helderheid. Bijvoorbeeld: ik durf niet en daar schaam ik me voor. Of: ik heb er geen zin in en dat wil ik niet toegeven, omdat ik me dan moet verzoenen met wat er nu is en de illusie moet opgeven dat het beter wordt. Of: ik zie op tegen het vele werk en dat vind ik gênant om toe te geven, eigenlijk gaat het me vooral om de status die hoort bij een carrière als kledingontwerper.
Pijnlijk om toe te geven misschien, maar zulke antwoorden kunnen duidelijk maken dat de oorspronkelijke doelen een rookgordijn waren: een manier om de illusie van groei te creëren, zonder echt risico’s te nemen. De belangrijkste vraag is misschien wel wat er mis is met geen risico’s nemen.
De gevalsbeschrijvingen uit deze rubriek zijn nooit herleidbaar tot een bestaande patiënt of oud-patiënt.

