Home Rechtvaardigheid ‘Je kunt de oorlog in Oekraïne alleen oplossen door na te denken’
Politiek Rechtvaardigheid

‘Je kunt de oorlog in Oekraïne alleen oplossen door na te denken’

Ook in oorlogstijd moet de filosoof moeilijke vragen durven stellen, zegt filosoof en econoom Philippe Van Parijs.

Door Jonathan Janssen op 20 februari 2024

Philippe Van Parijs filosoof boekenkast beeld Sven Cirock/Wikimedia

Ook in oorlogstijd moet de filosoof moeilijke vragen durven stellen, zegt filosoof en econoom Philippe Van Parijs.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Dat de val van de Berlijnse Muur in 1989 het ‘einde van de geschiedenis’ zou betekenen, zoals de Amerikaanse politiek denker Francis Fukuyama ooit stelde, heeft de Belgische filosoof en econoom Philippe Van Parijs altijd een grote overdrijving gevonden. ‘Fukuyama bedoelde dat we in een historische tijd terecht zijn gekomen waarin het kapitalisme voor altijd het economisch systeem en de liberale democratie het politiek systeem zal blijven. Maar betekent dat dat de geschiedenis gedaan is?’

De Russische invasie in Oekraïne, die alweer bijna twee jaar aan de gang is, bewijst in ieder geval dat de strijd tussen democratische en autocratische regimes nog lang niet gestreden is. Maar wat voor rol kan de filosoof spelen in dat conflict? In een videogesprek vanuit zijn Brusselse woonkamer vol boekenkasten gaat Van Parijs op die vraag in.

Philippe Van Parijs (Brussel, 1951) is emeritus hoogleraar economische en sociale ethiek aan de Université catholique de Louvain en bijzonder gasthoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde jarenlang filosofie aan Harvard University. Van Parijs is voorzitter van de Internationale Raad van het Basic Income Earth Network (BIEN) en van de Brusselse Raad voor Meertaligheid.

Kan de filosoof een rol spelen in de oorlog in Oekraïne?
‘De filosofie kan helpen om erover na te denken, maar zal hem niet oplossen.’

Maar wat bereik je dan door over oorlog na te denken?
‘Aan het begin van de oorlog in Oekraïne schreef de Franse filosoof Étienne Balibar dat de rol van de filosoof in zulke conflicten die van parrhêsia is. Dat is een term die Plato gebruikte om de filosofische praktijk van zijn leermeester Socrates in publieke debatten te beschrijven, en die betekent: van alles durven zeggen, de moed hebben om de waarheid te zeggen. Balibar interpreteert dat in deze context zo: ook al bevind je je in één van de kampen, je moet moeilijke vragen durven te stellen. Daarmee komt het conflict niet meteen ten einde, maar je kunt alleen tot een oplossing komen door grondig na te denken. Ik voel wel voor die interpretatie van Balibar.’

De Duitse filosoof Jürgen Habermas kreeg in februari 2023 veel kritiek over zich heen toen hij opriep om met Poetin te onderhandelen over een compromis. Is die oproep een voorbeeld van parrhêsia?
‘Habermas stelde de terechte vraag of het niet de beste oplossing is om een compromis te vinden. Want wat is het alternatief? Dat na veel meer lijden een van beide partijen moet capituleren, of dat er per mirakel een consensus ontstaat over wat rechtvaardig is in deze omstandigheden. Veel mensen vonden de aanbeveling van Habermas schandalig.

Maar wat is eigenlijk een compromis? Een compromis betekent dat beide partijen in een onderhandeling concessies doen. Dat is anders bij een consensus, waarbij je iets opgeeft maar het rechtvaardig vindt dat je het opgeeft. Denk aan een mooi stuk taart waar we allebei zin in hebben en dat we fifty-fifty verdelen. Dat is eigenlijk geen concessie, dat vinden we allebei rechtvaardig.

Even tussendoor… Meer lezen over oorlog en rechtvaardigheid? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

In het geval van een compromis vinden we beiden dat we recht hebben op de taart. Jij omdat je die gebakken hebt, ik omdat ik al drie dagen niet gegeten heb. We hebben allebei onze redenen om te zeggen dat we er recht op hebben. Bij een concessie geven we dus een eis op waarvan we vinden dat die rechtvaardig is.’

Dus we moeten de woede over het feit dat Poetin een extra stuk taart overhoudt aan zijn inval in Oekraïne gewoon terzijde schuiven?
‘Compromissen gaan altijd gepaard met veel emotie, met het gevoel dat men vrede met onrechtvaardigheid afkoopt. Maar in een conflict als dit zie ik geen andere mogelijke vorm van compromis dan het opgeven van territoriale integriteit in ruil voor nationale soevereiniteit. Oekraïne wil allebei behouden, maar ik denk dat een van de twee opgegeven zal moeten worden. Zo eindigde ook de onafhankelijkheidsoorlog tussen België en Nederland in 1839. Na acht jaar oorlog werd toen afgesproken dat de Belgen hun nationale soevereiniteit mochten behouden, in ruil voor de helft van de provincie Limburg en de helft van de provincie Luxemburg. Daardoor ligt Maastricht nu in Nederland.’

Zachte handel

Veel Europeanen zagen de inval in Oekraïne in 2021 niet aankomen. Hoe kon Rusland haar economische belangen in het Westen zo op het spel zetten? Het idee dat handelsbetrekkingen tot vrede leiden kent een lange filosofische geschiedenis, vertelt Van Parijs. ‘De verlichtingsdenker Montesquieu schreef in 1748 al in De l’esprit de lois dat de handel tussen landen tot vrede leidt, en dat zeggen Immanuel Kant en Thomas Paine ook. Want als je met elkaar handelt, heb je meer te verliezen als je elkaar kapot strijdt.’ Dat argument is de geschiedenis ingegaan als de stelling van doux commerce, of ‘zachte handel’.

Bewijst de invasie in Oekraïne niet dat Montesquieus stelling niet klopt?
Handel is volgens Montesquieu op zichzelf niet genoeg voor vrede, het is enkel een belangrijke factor. Maar je kunt je wel afvragen waarom handel in deze situatie toch niet goed gewerkt heeft voor vrede. Nou, Montesquieus stelling gaat niet op als er vormen van asymmetrie ontstaan die het voor één van de twee partijen mogelijk maakt om van handel een wapen te maken.

De eerste vorm van asymmetrie gaat om het verschil tussen goederen die onmiddellijk nodig zijn, zoals energie of voedsel, en zaken die kunnen wachten, zoals software, mooie auto’s en tassen van Louis Vuitton. Hierom kon Rusland bijvoorbeeld een wapen maken van haar enorme gasvoorraden waar Europa van afhankelijk is.

De tweede asymmetrie heeft van doen met hoe democratisch landen zijn. Als een land heel democratisch is heeft dat land een zwakkere positie, omdat het gevoelig is voor wat het electoraat denkt. Als het volk er genoeg van heeft, bijvoorbeeld omdat energie heel duur wordt, kan het bestuur de bevolking niet manipuleren of brainwashen. Een autocratisch regime heeft die steun niet nodig. Om die twee redenen kun je begrijpen waarom Rusland het risico kon nemen een oorlog te beginnen.’