Home Philip Zimbardo: ‘Een held worden, kun je leren’

Philip Zimbardo: ‘Een held worden, kun je leren’

Door Rein Gerritsen op 29 september 2016

Philip Zimbardo: ‘Een held worden, kun je leren’
Cover van 10-2016
10-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Philip Zimbardo werd wereldberoemd met zijn Stanford-gevangenisexperiment, waaruit bleek dat mensen door groepsdruk tot het ergste in staat zijn. Tegenwoordig laat de inmiddels 83-jarige hoogleraar zien hoe we die druk kunnen weerstaan.

Vrijdagvond 1 april 2016, 19.30 uur. Het gebouw ‘De Vereniging’ in Nijmegen stroomt vol. Veertienhonderd bezoekers drommen samen om hoogleraar Philip Zimbardo – de bedenker van het Stanford-gevangenisexperiment – aan het woord te horen. Deze keer vertelt hij geen verhaal over waarom mensen het kwade doen, maar vertelt hij geanimeerd waarom ze zich soms heldhaftig gedragen. ‘Een held worden kun je leren’, luidt zijn stelling.

Twee uur later is Zimbardo in de overvolle lobby druk bezig met een signeersessie. Opvallender is dat hij iedereen kort te woord staat, voor een minuut of nog langer. Op die manier zal lang niet iedereen aan de beurt komen voor zijn handtekening, gezien de lange rij die voor de schrijftafel staat. ‘Ik weet het, ik weet het’, verzucht hij. ‘Toch wil ik het zo persoonlijk doen, en de mensen weten dat ook. Mijn hele werkzame leven ben ik bezig geweest met wat ontmenselijking teweegbrengt, in gevangenissen, in de politiek en in internationale conflicten, maar nu wil ik mijn aandacht verleggen naar wat individuen, die mevrouw en die meneer, van hun leven vinden. Zo te zien stellen ze dat op prijs.’ Voor degenen die niet aan de beurt kwamen, ligt er een vooraf gesigneerde foto klaar, die vergezeld gaat van een warme handdruk.

In de twee dagen daarna staat de opleiding tot held, het Heroic Imagination Project, centraal bij de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens een pauze spreek ik met Zimbardo op het zonovergoten terras van het Grotius-gebouw. ‘Mensen worden niet zomaar een held’, zegt hij achter een sapje. ‘Ze kunnen wel leren om weerstand te bieden aan een ziek systeem of de omstandigheden.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zaten de Amerikaanse sociaal psychologen Solomon Asch, Stanley Milgram en Philip Zimbardo met een grote vraag in hun maag. Hoe kon zoiets als de Holocaust gebeuren? En in het verlengde hiervan: hoe verhinderen we dat zoiets nog eens plaatsvindt? Ze verzonnen allerlei ingenieuze gehoorzaamheidsexperimenten om de proef op de som te nemen.

Die experimenten verliepen zeer succesvol, maar boden weinig hoop. Tachtig procent van de mensen die deelnamen gaven vooraf aan, in het vooronderzoek, dat ze iemand anders nooit kwaad zouden doen; slechts twintig procent kon weerstand bieden aan de verleiding. In de documentaire 10% – What Makes a Hero? uit 2013 stelde de filmmaker Yoav Shamir die verwachting met nog eens tien procent naar beneden bij.

Maar hoe kan dat nou? Kennen mensen zichzelf zo slecht of is iedereen geneigd tot het kwade?     
‘Geen van beide. Het heeft meer te maken met je aanpassen aan de groep, met de werking van groepsdruk. Dan doen mensen de gekste dingen. Soms blijkt die groepsdruk uit het omstandereffect, waarbij we met z’n allen aan de kant staan te kijken hoe iemand verdrinkt, in de veronderstelling dat onze buurman wel hulp zal bieden. Soms dwingt de groepsdruk via systemische invloeden ons de ogen te sluiten voor rampen. Dan legt die je denken lam. We willen helemaal niet stilstaan bij de reusachtige bergen plastic die in de oceanen drijven, en de massamedia zorgen ervoor dat we onbekommerd blijven, ook al is er een gigantische milieuramp op handen. Ze berichten er eenvoudigweg niet over.’

Vervolgstudies met het omstandereffect lieten echter verrassende gebeurtenissen zien, die te maken hebben met ons verwachtingspatroon. Zo verwacht iedereen dat een slachtoffer ‘Help!’ roept. Bijna niemand zal daarop reageren. Maar zodra de drenkeling iets zou zeggen als: ‘Jij daar, met dat rode jasje, help mij!’, wordt er wél direct hulp geboden. Zo’n onverwachte wending wijst namelijk een tot dusver anoniem gebleven omstander aan als individu met een eigen verantwoordelijkheid. Het maakt het lijden van een ander tot een persoonlijke kwestie, ook in de ogen van anderen, en dan reageren de meeste mensen wel.

Sociaalpsychologische experimenten, zoals studies naar het omstandereffect, staan aan de basis van het Heroic Imagination Project, maar waar bestaan de lessen, of het programma, nog meer uit? Waarom staat het HIP bijvoorbeeld bij scholen in achterstandwijken als lesstof op het menu?
‘Vooral om het idee de nek om te draaien dat je nooit een kwartje wordt als je voor een dubbeltje bent geboren. Als je dat als scholier uit zo’n wijk al van het begin af aan denkt – ja, dan heb je inderdaad grote kans dat het nooit wat met je wordt. Zo ook het idee dat mensen zichzelf veel te laag inschatten als het gaat om hun bereidheid om iets voor iemand anders te doen. Om het deftiger te zeggen: we proberen een mindset, een gefixeerd geloofssysteem, op losse schroeven te zetten – een van de zes onderdelen van ons programma. De andere vijf gaan over het omstandereffect, sociale conformiteit, vooroordelen, het doorbreken van stereotypen en bewustwording van de situatie. Dat programma noemen we in zijn geheel Understanding Human Nature, waarbij de focus ligt op hoe om te gaan met de steeds veranderende situaties, en niet op bepaalde persoonlijkheidskenmerken.’

De banaliteit van het goede

De inmiddels 83-jarige Zimbardo, gestoken in een Superman-T-shirt met de tekst Hero in training, spreekt uit eigen ervaring. In 1933 geboren in de armste wijk van New York City, de South Bronx, groeide hij als straatschoffie op, van zich af slaand en vechtend, tot hij uiteindelijk gekozen werd als bendeleider van The Seven Dwarfs. ‘Eigenlijk werd ik uitgeroepen tot leider omdat ik iets totaal afwijkends deed’, herinnert hij zich. ‘Kijk, om fysiek sterker te worden gebruikten die andere jongens allerlei middelen, of ze gingen naar de sportschool, of beide. Daarvoor hadden ze geld nodig. En ook al was ik vel over been, een ietwat ielig mannetje met een spitse Siciliaanse neus, toch deed ik dat niet. Ik had geen geld voor die zaken, en ik wou ook niet wegens diefstal de gevangenis in draaien. Ik kwam toen op het idee om lege conservenblikken te verzamelen. Die bond ik met touwen aan elkaar vast, vulde ze met zand en daarmee sjouwde ik een paar uur per dag trap op, trap af in een flatgebouw bij ons in de buurt. Dat werkte. De andere jongens lachten mij vierkant uit, maar na een jaar was ik de sterkste.’

Binnen de psychologie vindt Zimbardo nog weinig gehoor voor zijn studies naar heldendom. Deels komt dat doordat ‘het probleem van het kwaad’ een grote rol speelt in de religie, de filosofie en de laatste tijd ook in de wetenschappen. Er is geen ‘probleem van het goede’. Anderzijds komt het doordat we dachten dat helden te zeer individuen zijn en niet algemeen genoeg als studieonderwerp. Studies naar altruïsme zijn er daarentegen volop, ook vanuit de evolutiebiologie. Toch bestaan er grote verschillen tussen altruïstisch gedrag en heldendaden: een held is een doener die risico’s loopt door te doen, maar dat hoeft bij iemand die doneert voor een goed doel niet zo te zijn. Een held voelt niet alleen mee met anderen, maar komt ook in actie als er dingen misgaan, ook al brengt die actie gevaar voor hemzelf met zich mee.

Natuurlijk worden mensen als Mandela en Gandhi collectief beschouwd als superhelden, maar ook de kleine man bulkt van de heldenmoed, mits hij maar een geschikte uitlaatklep kan vinden om dat te tonen. Hoe spoor je mensen nu aan tot heldendaden?
‘Allereerst door ze iets te leren’, aldus Zimbardo. ‘Je kunt iemand wel wijzen op zijn eigen verantwoordelijkheid, als middel om het omstandereffect in het drenkelingenvoorbeeld tegen te gaan, maar als die “hè, jij daar, met je rode jasje” niet kan zwemmen, zijn we nog verder van huis. Je begint met leren zwemmen, en ook dan blijven er risico’s verbonden aan je actie. Je zou kramp kunnen krijgen. Je moet dus goed leren zwemmen, zodat je weet wat je in geval van kramp moet doen. In feite is heldendom niet meer dan een manier om te leren hoe je de omstandigheden naar je hand kunt zetten ten behoeve van iets anders dan jezelf. Dit is natuurlijk heel banaal, en je kunt de omstandigheden nooit helemaal onder controle krijgen, maar het is een goede eerste stap, waardoor je je angst voor het onbekende overwint. Wij trainen mensen daarin.’

Inmiddels is het vanuit sociaalpsychologisch onderzoek goed gedocumenteerd wat mensen tot kwalijk gedrag drijft. ‘Mijn grootste inspiratiebron’, zegt Zimbardo, ‘lag echter niet in het werk van psychologen, maar bij de filosofe Hannah Arendt, vooral in haar werk Eichmann in Jerusalem: de banaliteit van het kwaad. Een werkelijk briljant boek. Ze liet zien hoe een pennenlikker als Adolf Eichmann desondanks een van de hoofdverantwoordelijken was voor de moord op 6 miljoen Joden, hoewel hij geen enkele kwalijke bedoeling had. Ook volgens het psychiatrisch onderzoek was Eichmann geen maniak, maar normaal. Afschrikwekkend normaal. Volkomen losgeweekt van de alledaagse werkelijkheid hield deze man zich uitsluitend bezig met abstracte, logistieke processen. Schreibtischmörder raakte pas nadien een ingeburgerd begrip. Toen kwam ik op het idee: als het kwaad zo banaal is, geldt zoiets dan ook voor het goede?’

Ja, maar dat roept bij mij toch de vraag op: als het kwade zo banaal is dat het niet eens de bedoeling van iemand vergt om het aan te richten, hoe zit het dan met het goede? 
‘Dat klopt, ook helden zijn zo banaal dat ze vaak niet weten dat ze iets goeds doen. Het punt is dat als je iemand het kwade kunt aanleren, je hem ook het goede kunt aanleren.’

Maar als het zo eenvoudig lijkt, waarom liep het gevangenisexperiment dan zo uit de hand? Dat lag aan een aantal factoren, aldus de ex-bendeleider. Een gevangenis bestaat, net zoals een plastic berg. Het zou beter zijn als ze niet bestonden, maar dat doen ze nu eenmaal wel. Je moet eerst erkennen dat er een probleem is en dan herkennen waaruit dat bestaat. En gevangenissen zijn per definitie ziekmakende omgevingen, voor iedereen die ermee te maken heeft, de bewakers net zo goed als de gevangenen. ‘De architectuur van zo’n gebouw, de geografische ligging, de inrichting, de huisregels, de geluiden en de geuren – alles is onheilspellend. Daartegen kun je je wapenen, misschien niet helemaal, maar toch ten dele. Door je bewust te worden van wat zo’n omgeving met je doet. Ook dat is iets wat je kunt leren. Zo’n training is echt cruciaal, want als je gevangenisbewaarders er niet in traint eigen verantwoordelijkheid te nemen, te beseffen dat gevangenen medemensen zijn, dan veroordeel je ze eigenlijk van hogerhand tot een leven als Eichmannetjes. Wie is dan de misdadiger, vraag ik me af.

Maar wijzelf en onze proefpersonen waren destijds ongetraind. We wisten van toeten noch blazen. Daarom ging het toen mis. Inmiddels hebben we veel bijgeleerd. En dat proberen we over te brengen op andere mensen. Eerst in het klein, daarna groter.’

1971
In de kelders van het psychologielaboratorium van de Stanford-universiteit (tegenwoordig omgebouwd tot museum) voert Philip Zimbardo het gevangenisexperiment uit. 

1975
Het Stanford-gevangenisexperiment leidt naar een wetswijziging in sommige Amerikaanse staten: het is daar sindsdien verboden om jongeren tot 16 jaar volgens het strafrecht voor volwassenen te beoordelen. Ook de doodstraf mag niet opgelegd worden.

Zimbardo maakt deel uit van allerlei internationale onderzoeksgroepen naar de psychologie van folteraars.

Intussen zijn we zo’n 64.000 soortgelijke experimenten verder, met meer dan 2,5 miljoen betrokkenen. 

Najaar 2006
Na 35 jaar publiceert Zimbardo voor het eerst een boek over het gewraakte experiment, The Lucifer Effect. 
Terzelfdertijd, als tegenwicht, lanceert hij het Heroic Imagination Project.

2007
Zimbardo treedt op als getuige-deskundige voor ‘Chip’ Frederick, de maker van de beruchte uitgelekte foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis.

2015
Keer op keer werd het gevangenisexperiment verfilmd. Pas de laatste versie uit 2015 kan Zimbardo’s goedkeuring wegdragen.

2016
Het Heroic Imagination Project krijgt voet aan de grond in Hongarije, Sicilië, Ierland, Indonesië en Australië. Scholieren en studenten uit vooral achterstandswijken krijgen les in de psychologie van het alledaagse heldendom.