Home Twintig beste ideeën Linguistic turn
Twintig beste ideeën

Linguistic turn

Door Sebastien Valkenberg op 10 juli 2012

Linguistic turn
07-2012 Filosofie magazine Lees het magazine


Een roos heeft voor geliefden een andere betekenis dan voor biologen. Ludwig Wittgenstein (1889-1951) laat zien
dat taal de werkelijkheid vormt. Dit idee is de aanzet van de talige wending (linguistic turn) in de filosofie. 

Wat is het?
De linguistic turn laat zien hoe onze manier van spreken de werkelijkheid bepaalt.

 

Wat doet het?
Maakt ons gevoelig voor de werking van taal.

 

Zijn filosofie
Wat is zinvol taalgebruik? Hoe voorkomen we vergissingen? In de filosofie gold taal heel lang als een middel om de waarheid uit te drukken. Maar sinds Wittgenstein weten we dat onderzoek naar waarheid begint bij het kijken naar taalgebruik. Taal is geen middel, maar creëert betekenis, ‘maakt’ een werkelijkheid – een belangrijk inzicht om dagelijkse vergissingen te voorkomen, maar ook om propaganda of subtiele mechanismen van onderdrukking bloot te leggen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Zijn filosofie
Volgens de jonge Wittgenstein is taal een afbeelding van de werkelijkheid. Zo heeft een zin als ‘iemand leest de krant’ betekenis omdat we kunnen nagaan of dat ook werkelijk het geval is. Dat gaat bij uitspraken over God of ethiek een stuk lastiger; reden waarom Wittgenstein dergelijk taalgebruik als betekenisloos beschouwt (we kunnen in plaats daarvan beter zwijgen). Wittgenstein meent dat filosofische problemen in feite taalproblemen zijn. Als we precies weten wanneer taal betekenis heeft, dan verdwijnen die problemen vanzelf. Ook voor de latere Wittgenstein is taal van groot belang, maar hij stelt zijn visie bij. Taal is niet langer slechts een afbeelding van de werkelijkheid, maar vindt zijn betekenis in gebruik. Dat kan verschillen per praktijk, of ‘taalspel’. Een roos heeft voor geliefden een andere betekenis dan voor biologen. Sterker nog: het gebruik van woorden ‘maakt’ die werkelijkheid. Iemand een roosje noemen, bevestigt de liefde.

 

Historische achtergrond
Van oudsher is taal in de filosofie een ondergeschoven kindje. De filosoof denkt na over waarheid, taal is slechts een middel om die uit te drukken. Ook voor de jonge Wittgenstein is taal niet meer dan een afbeelding, maar hij laat wel zien hoe cruciaal taalanalyse is. Sindsdien onderkennen filosofen het belang van taal. Die omwenteling noemen we de linguistic turn. De notie van ‘taalspel’ van de latere Wittgenstein heeft vele filosofen beïnvloed. Bijvoorbeeld Michel Foucault en Judith Butler laten zien hoe taalgebruik – bijvoorbeeld over vrouwen of seksualiteit – machtsrelaties kan bevestigen.

 

Het probleem
Taal is niet zo vanzelfsprekend of onschuldig als we denken. Veel problemen ontstaan door foutief of manipulatief taalgebruik.

 

De oplossing
Een grondige analyse van taal en taalgebruik. Hoe onschuldig is het, om een voorbeeld van Judith Butler te gebruiken, als iemand op straat wordt uitgemaakt voor ‘homo’? Een veel gehoord argument is dan: ‘Je bent toch ook homo?’ Maar er is meer aan de hand: de manier waarop het woord wordt gebruikt, bevestigt dat homoseksualiteit niet normaal is, afwijkend. De wending naar de taal die filosofie heeft doorgemaakt, heeft ons gevoelig gemaakt voor de manipulerende kracht van woorden.

Relevante berichten

Scheiding lichaam en geest
Scheiding lichaam en geest
Twintig beste ideeën
Voor leden

Scheiding lichaam en geest

Scheiding lichaam en geest René Descartes (1596-1650) Luisteren naar een mooi muziekstuk is meer dan een paar kleuren op een hersenscan. Wat is het idee? Geest en lichaam zijn voor Descartes twee verschillende zaken. De mens is niet zijn brein. Hoe passen… Read More

Lees meer
Schadebeginsel
Schadebeginsel
Twintig beste ideeën

Schadebeginsel

SchadebeginselJohn Stuart Mill (1806-1873)Met het schadebeginsel geeft Mill antwoord op de vraag wanneer iemands vrijheid mag worden ingeperkt. Wat is het? Definieert de grenzen van individuele vrijheid. Zo lang een ander er geen schade van ondervindt, mag ik doen en zeggen wat ik wil. Wat doet het? Biedt ruimte… Read More

Lees meer
Gulden Middenweg
Gulden Middenweg
Twintig beste ideeën

Gulden Middenweg

Gulden middenwegAristoteles (384 v.Chr-322 v.Chr.)De deugd is het midden tussen twee extremen, maar Aristoteles pleit niet voor middelmatigheid! Wat is het idee? Volgens Aristoteles is de deugd het midden tussen twee extremen. Zo houdt moed het midden tussen lafheid en roekeloosheid. Hoe passen we het toe? Het is geen pleidooi… Read More

Lees meer
Positieve en negatieve vrijheid
Positieve en negatieve vrijheid
Twintig beste ideeën

Positieve en negatieve vrijheid

Positieve en negatieve vrijheid Isaiah Berlin (1909-1997)Van positieve vrijheid is volgens Berlin sprake als mensen ‘meester over zichzelf zijn’. Daartegenover plaatst hij de negatieve vrijheidsopvatting: de afwezigheid van dwang door andere mensen. Wat is het? Berlin laat zien hoe vrijheid in zijn tegendeel kan omslaan. Vrijheid kun je niet afdwingen. Wat doet het? Een gezonde argwaan jegens wereldverbeteraars. Een rookverslaafde zijn sigaretten verbieden en tegelijk volhouden dat hij wordt bevrijd, gaat niet. Kun je mensen dwingen vrij te zijn? Veel beleidsmakers lijken hier vanuit te gaan als ze pleiten voor opgelegde hulp aan mensen die ongezond leven – ‘leefstijlinterventies’ in jargon – én tegelijk volhouden dat van  betutteling geen sprake is. Voor dit type redenering waarschuwde de Engelse filosoof Isaiah Berlin al. Hij maakte de risico’s zichtbaar door twee vormen van vrijheid haarscherp uit elkaar te houden: de positieve en de negatieve variant. Zijn filosofie Van positieve vrijheid is volgens Berlin sprake als mensen ‘meester over zichzelf zijn’. Doorslaggevend is dat ze ergens welbewust toe besluiten. In deze opvatting, die onder meer wordt verdedigd door Plato, Jean-Jacques Rousseau en Immanuel Kant, staat vrijheid gelijk aan zelfbepaling. Daartegenover plaatst hij de negatieve vrijheidsopvatting van John Locke en John Stuart Mill: de afwezigheid van dwang door andere mensen. Alleen zonder andermans bemoeienis zijn we vrij. Read More

Lees meer