Home Kunst Kunst moet ons confronteren met de absurditeit van het bestaan, vond Frank Vande Veire (1958-2026)
Kunst

Kunst moet ons confronteren met de absurditeit van het bestaan, vond Frank Vande Veire (1958-2026)

Door Michel Dijkstra op 3 juli 2026

kunstfilosoof Frank Vande Veire voor een kast vol met boeken
beeld Filip Naudts/Wikimedia Commons
Op 19 juni overleed Frank Vande Veire. Kunst kan ons helpen het leven zin te geven, dacht de Vlaamse filosoof.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

‘Je bent nooit zo populair als op het moment dat je bijna doodgaat,’ zegt Frank Vande Veire op een gegeven moment in de documentaire Een donkere spiegel (2025). De Vlaamse kunstfilosoof was tijdens de opnames al terminaal ziek, te verzwakt voor publieke optredens. Hij wist dat hij zijn derde roman niet zou voltooien. Het laconieke en provocatieve karakter van zijn uitspraak over toegenomen roem in het aangezicht van de dood sluit naadloos aan bij zijn esthetische denken. Vande Veire was van mening dat kunst in de eerste plaats het ongemakkelijke, choquerende en subversieve ter sprake moet brengen.

Tere zieltjes

Deze gedachte ontwikkelde Vande Veire (1958-2026) op basis van denkers als Nietzsche, Heidegger, Bataille, Lacan en Derrida. Bij deze filosofen is esthetica meer dan een bespiegeling over kunst, schrijft hij in het overzichtswerk Als in een donkere spiegel. De kunst in de moderne filosofie (2003): het is onlosmakelijk verbonden met levenskunst. De grondtoon van het menselijk bestaan is volgens Vande Veire ‘ontreddering’. Deze variant op Heideggers ‘geworpenheid’ (het idee dat we ons in het leven ‘aantreffen’ omdat we er niet zelf voor gekozen hebben) houdt in dat we fundamenteel niet weten wat te doen; de mens moet zijn leven zelf zin geven. Kunst en filosofie kunnen ons hierbij op weg helpen.

Volgens Vande Veire kunnen beide disciplines hun inspirerende functie pas optimaal vervullen als ze het ongemakkelijke niet schuwen. Zo confronteren een denker als Heidegger en een schilder als Francis Bacon ons elk op hun eigen manier met de rol van angst in het bestaan. Vande Veire verzette zich levenslang tegen de opvatting dat kunst rekening zou moeten houden met de tere zieltjes van de luisteraar of toeschouwer. In zijn spraakmakende pamflet ‘I love art, you love art, we all love art, this is love’ (2003) stelt hij lucide dat de ‘kunst haar crisis wordt afgenomen’. In plaats van je uit het lood te slaan, worden artistieke producten vaak probleemloos geconsumeerd, schilderijen van Bacon en Picasso’s Guernica incluis. Door kunst op deze wijze ‘ongevaarlijk’ te maken, onttrek je volgens Vande Veire haar fundamentele functie aan het zicht. Namelijk: ons confronteren met de absurditeit en het fragiele van de menselijke conditie.

Grensoverschrijdende roman

Uniek aan Vande Veires oeuvre is dat hij niet alleen over kunst nadacht, maar zijn esthetische opvattingen ook in kunstwerken vormgaf. In de tweede helft van zijn carrière manifesteerde hij zich als romancier. De door hemzelf als ‘grensoverschrijdende roman’ omschreven Bloeiende Agatha (2013) brengt de fundamentele onvervulbaarheid van doelgericht seksueel verlangen ter sprake. Hoofdpersonage Philippe wil koste wat kost een mysterieuze, door hem ‘Agatha’ (‘De goede’) genoemde vrouw ‘bezitten’. Doordat Agatha direct al zijn erotische wensen inwilligt, wordt zij paradoxaal genoeg steeds minder grijpbaar. Er volgt een stortvloed van vernederingen en martelingen die Bataille naar de kroon steken, maar hoe meer Agatha tot een lustobject wordt teruggebracht, hoe meer zij in een soort onmenselijke heilige verandert. Zo laat Vande Veire met zijn roman aan de ene kant zien hoe het mechanisme van de pornografie nooit ultiem bevredigt. Aan de andere kant toont hij hoe precies deze onbevredigdheid tot een mystieke taal leidt, want Philippe probeert ‘zijn’ Agatha steeds in een constante stroom van romantisch-spirituele aanroepingen te vatten.

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie en kunst? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Volmaakt gedachteloos

Dit oneindige verlangen en de ontoereikendheid van de taal komt nog sterker tot uitdrukking in Vande Veires meesterwerk Het einde van alle straten. Een liefdesfantasie (2022). In dit grotendeels uit innerlijke monologen bestaande verhaal is hoofdpersonage Frank geobsedeerd door de mysterieuze ‘H’, met wie hij vroeger al een kortstondige verhouding had. In plaats van H. rechtstreeks te benaderen, achtervolgt hij haar op veilige afstand en geeft hij zich over aan eindeloze liefdesfantasieën.

Als Frank deze gedachtespinsels opschrijft, blijkt dat zijn verlangen een wonderbaarlijk onderdak vindt in de taal: ‘En ik ben jaloers op mijn woorden (…) op hoe ze met al hun onschuldige valsheid neerdalen in andermans ziel (…) in andervrouws ziel. Ik ben nu volmaakt gedachteloos, en gedachteloos zal ik straks in slaap vallen, want ik vertrouw erop dat mijn gedachten nu in deze woorden verdwenen zijn, dat ik in het licht dat ze verspreiden onzichtbaar ben, en H. met mij.’

Deze romanpassage is de perfecte illustratie van Vande Veires denken: kunst kan ons een ondraaglijk verlangen doen uithouden. En dan plotseling, te midden van alle spanning, een opening tonen.

Loginmenu afsluiten