Home Onderwijs Albert Camus had alles aan zijn leraar te danken | recensie
Onderwijs

Albert Camus had alles aan zijn leraar te danken | recensie

Door Ira Pronk op 2 juli 2026

Albert Camus (l) en zijn oudere broer Lucien in 1920
Albert Camus (l) en zijn oudere broer Lucien rond 1920
Cover van
07-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
De band tussen leraar en leerling werkt een leven lang door. Zo bleef Albert Camus brieven schrijven aan zijn oude onderwijzer.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

De band tussen leraar en leerling is in veel opzichten uniek. Na een paar gedeelde jaren waarin de leraar – als het goed is – een uitgestoken hand, een perspectief op het leven of een cruciale aanmoediging biedt, scheiden de wegen van leraar en leerling meestal. De band blijft doorleven, maar vaak wel onzichtbaar – hoofdzakelijk als innerlijke beleving. Wie denkt niet geregeld aan die ene docent? Wie roept hem of haar niet op in gedachten bij het maken van een levenskeuze of wanneer een levensles van die leraar opeens op zijn plaats valt?

Voor Albert Camus (1913-1960) en zijn vroege onderwijzer Louis Germain loopt het anders: ze houden contact. Als Camus al lang en breed is uitgegroeid tot beroemd filosoof, bezoeken ze elkaar nog jaarlijks en onderhouden ze een levendige correspondentie. Die brieven zijn nu samen met een hoofdstuk uit Camus’ roman De eerste man gebundeld, met voorwoord door Bas Heijne.

Camus groeide op in een straatarm milieu in Algiers, met een analfabete moeder en een strenge grootmoeder. Zijn vader, die in 1914 stierf aan het front, heeft hij nooit gekend. De wereld van de jonge Camus bestond uit de hitte van de Algerijnse zon, het spaarzame contact met zijn zwijgzame moeder en voetballen op het veld. Voor een kind is de wereld zo groot als zijn leefomstandigheden; hij kan er niet buiten zien. Meneer Germain kon dat wel en zag dat het jongetje een bijzondere gave had voor lezen en schrijven. Hij zorgde er eigenhandig voor dat Camus kon studeren op het lycée. Camus schreef zijn docent na de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur in 1957 dat hij aan hem alles te danken had: ‘Toen ik het nieuws kreeg, dacht ik eerst aan mijn moeder, en daarna aan u.’

Even tussendoor …

Meer lezen over Camus en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

De brieven tussen Germain en Camus lijken op het eerste gezicht niet zo bijzonder; ze vallen niet op door hun literaire of filosofische kwaliteit. Wel zijn ze teder en oprecht. Na het lezen van het hoofdstuk uit De eerste man, waarin Camus de herinneringen aan zijn schooltijd oproept, krijgen ze echter een nieuwe diepte. Hoe schatplichtig we zijn aan anderen blijft soms een abstract gegeven; iets dat we wel weten, maar toch niet altijd voelen. Totdat je de leefwereld van een kind voor de geest haalt en je herinnert hoe de ander niet alleen een ander, maar je hele wereld kan zijn.

Brieven aan mijn leraar. Een ode aan de bijzondere band tussen leraar en leerling
Albert Camus
inl. Bas Heijne, vert. Tatjana Daan en Jan Pieter van der Sterre

De Bezige Bij
128 blz.
€ 15,-

Loginmenu afsluiten