Home Waarheid Jennifer Nagel: ‘Hoe weet ik dat jij hetzelfde weet als ik weet?’
Waarheid

Jennifer Nagel: ‘Hoe weet ik dat jij hetzelfde weet als ik weet?’

‘We weten nog heel veel niet over weten,’ zegt de Canadese filosoof Jennifer Nagel. Hoe weet je bijvoorbeeld dat je hetzelfde weet als een ander?

Door Gwendolyn Bolderink op 27 juni 2024

Jennifer Nagel filosoof kennis Knowledge beeld Keiko Ikeuchi

‘We weten nog heel veel niet over weten,’ zegt de Canadese filosoof Jennifer Nagel. Hoe weet je bijvoorbeeld dat je hetzelfde weet als een ander?

FM7 Filosofie Magazine 7 2024 reizen vliegtuig vliegtuigraampje
07-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

Zelfs de Canadese hoogleraar filosofie Jennifer Nagel (1968) raakt nog weleens in de war als ze geconfronteerd wordt met een probleem uit haar vakgebied: de epistemologie. Die tak van de filosofie houdt zich bezig met vragen als: wat is kennis? Wat is het verschil tussen iets weten en iets toevallig goed hebben? En hoe verhoudt kennis zich tot een mening?

Recent pijnigde ze haar hersenen met de vraag: hoe breng je kennis van de ene persoon over naar de andere? ‘De ervaring van kennis is zó privé. Hoe kun je zo’n ervaring nu met iemand delen?’, vraagt Nagel zich hardop af. Via een videoverbinding is haar kantoor op de Universiteit van Toronto te zien.

Jennifer Nagel (1968) is een Canadese filosoof. Ze is hoog­leraar filosofie aan de Universiteit van Toronto. Haar onderzoek richt zich op epistemologie, filosofie van de geest en metacognitie, de discipline die zich richt op het denken over het eigen denken. Ze heeft ook geschreven over de zeventiende-eeuwse filosofie, vooral over John Locke en René Descartes. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Knowledge. A very short introduction (2014).

‘Intuïtief voelen we aan dat er een verschil is tussen de situatie waarin twee mensen individueel allebei hetzelfde feit weten en de situatie waarin dat feit publiek bekend gemaakt is,’ zegt Nagel. ‘Stel je een situatie voor waarin er een groot geheim is. Ik ken het geheim en jij kent het, maar ik weet niet dat jíj het weet en jij weet niet dat ík het weet. En stel je vervolgens een andere situatie voor, waarin het geheim tussen ons openbaar wordt gemaakt: dan pas kunnen we erover praten en is er gedeelde kennis.’

Je kunt het vergelijken met door een galerie lopen, zegt Nagel. ‘Voelt het niet heel anders om daar alleen rond te lopen en naar een kunstwerk te kijken dan om samen met een vriend naar een schilderij te kijken en je gevoelens en gedachtes erover te delen? Ja, tuurlijk, zou je zeggen, dat weten we allemaal. Maar waarin zit ’m dan precies het verschil?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Gevangenis

Het herkennen van kennis bij onszelf en bij anderen is een van Nagels onderzoeksgebieden. In 2023 gaf ze over dit thema de prestigieuze John Locke Lectures aan de Universiteit van Oxford, een jaarlijkse lezingenreeks die eerder werd gegeven door grootheden als Daniel Dennett, Noam Chomsky en Martha Nussbaum. Ook is ze de auteur van het boek Knowledge. A very short introduction (2014), onderdeel van een boekenreeks van Oxford University Press.

Terug naar het ‘probleem van de gedeelde kennis’, waar Nagel zich nu veel mee bezighoudt. De klassieke benadering van dit probleem werkt met een oneindige herhaling, zegt Nagel, waarna ze moeiteloos een gedachte-experiment uit de doeken doet. ‘Stel, er is een verschrikkelijke gevangenis met twee vleugels, vleugel X en vleugel Y, en beide vleugels hebben een eigen tuin. De gevangenen van deze vleugels zijn altijd van elkaar gescheiden. Er is iets geks aan de hand met deze gevangenis: in beide tuinen is een knop te vinden en als iemand in tuin X de knop op precies hetzelfde moment indrukt als iemand in tuin Y, wordt het volledige beveiligingssysteem van de gevangenis ontmanteld. Alle gevangenen kunnen dan ontsnappen.’

Nagel voegt nog een element aan het experiment toe: als slechts één knop wordt ingedrukt en de andere niet, dan wordt degene die de knop heeft ingedrukt ter plekke geëxecuteerd. ‘Je kunt dus beter maar heel zeker van je zaak zijn.’

Stel je nu de volgende gebeurtenissen voor, vervolgt Nagel. ‘Gevangene X vindt een blauwdruk in de gevangenisbibliotheek waar dit manco in het beveiligingssysteem op staat, en later vindt gevangene Y dezelfde blauwdruk.’ Op dat moment hebben beide gevangenen dezelfde kennis, maar ze weten niet dat de ander het weet.

Nagel: ‘Stel nu dat gevangene X een video te zien krijgt van gevangene Y die de blauwdruk ziet: nu weet gevangene X dat gevangene Y het weet, maar hij kan nog steeds niet op de knop drukken, want gevangene Y weet nog niet dat gevangene X het weet. Nu krijgt gevangene Y de video te zien: ze hebben nu dezelfde kennis en ze weten allebei dat de ander het weet, maar ze weten nog niet dat de ander weet dat de ander het weet.’ Volgt u het nog?

‘Beide gevangenen kunnen de knop dus nog niet indrukken. Ze moeten allebei nóg een video zien, en nog een video en nog een video, tot je in een oneindige herhaling terechtkomt,’ vervolgt Nagel. Maar is dit wel gedeelde kennis? ‘Psychologisch voelen we aan dat dit niet is wat het betekent om kennis te delen. Gedeelde kennis is niet: ik weet dat jij weet dat ik weet dat jij weet ad infinitum.’

De benadering van de oneindige herhaling lijkt dus niet te werken. Niet in de minste plaats omdat elke herhaling met een prijs komt: hoe meer van dit soort herhalingen, hoe minder kennis je eigenlijk met elkaar gemeen hebt. We weten van elkaar dat we iets weten, maar weten we ook echt samen iets?

Zintuigen

Nagel bedacht een andere benadering voor dit probleem. Twee mensen die kennis delen hebben niet allebei een individuele ervaring van die kennis. Nee, er ontstaat tussen die twee mensen een nieuw soort kennis. En die gecombineerde kennis is sterker dan de kennis van de individuen onderling. Het gedachte-experiment kan dus nooit opgelost worden; er zijn alleen twee individuele ervaringen van kennis, geen echte gedeelde kennis.

‘Wanneer je een probleem met ­iemand bespreekt of wanneer je samen een kunstwerk bekijkt in een galerie, is er iets aan de gedeelde reactie die beter is dan de reactie die je in je eentje zou hebben,’ zegt Nagel. Hoe kan dat?

Voor haar benadering put Nagel inspiratie uit empirisch onderzoek naar de werking van onze zintuigen. Als een persoon twee ijzeren staafjes krijgt en enkel op de tast (met een blinddoek op), moet aangeven welke van de twee breder is, is er een relatief grote foutmarge. Als een persoon alleen mag kijken, is de foutmarge al een stuk minder groot. Ons zicht is dus betrouwbaarder dan tast.

En wat gebeurt er als iemand mag kijken én mag voelen? De foutmarge wordt nog een stuk kleiner. Oftewel, we hebben meer kennis over de ijzeren staafjes als je deze beide zintuigen mag gebruiken. Het gecombineerde resultaat werkt beter dan een enkel zintuig op zichzelf. Dat is interessant, omdat je ook zou kunnen verwachten dat er een gemiddelde ontstaat tussen zicht en aanraking, waarbij de resultaten van zicht dus omlaag gehaald worden.

‘Gedeelde kennis werkt op een vergelijkbare manier,’ zegt Nagel. Wanneer we in een gesprek kennis delen, vormen we een koppel, een eenheid. ‘Als we een gesprek voeren is het niet zo dat ik een aantal oordelen maak en jij individueel een aantal ongerelateerde oordelen. Nee, we beslissen samen of we bijvoorbeeld ergens gaan wandelen of waar we gaan lunchen.’

Drijfveren

‘De kennis van twee mensen komt in zo’n geval samen; we worden een soort “super-actor”,’ vervolgt Nagel. ‘En de kennis van een team is sterker dan dat van zijn sterkste lid. Ik controleer jouw nonsens en jij houdt die van mij tegen het licht. Zo bundelen we onze epistemische krachten.’

De kennis van anderen en de kracht van het gesprek zijn belangrijke thema’s voor Nagel. Ze verklaren ook wat de mens als soort zo goed maakt in kennis vergaren. We zijn nieuwsgierig naar wat andere mensen weten. ‘Niet-menselijke dieren zijn ook nieuwsgierig, maar de mens heeft een middel dat geen enkel ander dier heeft: vragen stellen. Dat is een erg krachtig instrument als je nieuwsgierig bent, want je kunt daarmee bewust de kennis van anderen opdoen.’

‘Nieuwsgierigheid is een intrinsiek verlangen naar kennis,’ zegt Nagel. ‘Het werkt als een accelerator voor kennisvergaring.’ Toch is die niet essentieel: ook zonder nieuwsgierigheid kun je kennis opdoen. Honger, dorst of competitiedrang kunnen ook drijfveren hiervoor zijn.

Gedachte-experiment
Een klassieke, filosofische opvatting van kennis stelt dat kennis gelijkstaat aan een gerechtvaardigde, ware overtuiging. Ook wel een justified true belief genoemd. Wanneer je een uitspraak doet die waar is, waarvan je overtuigd bent en waarvoor je een goede reden hebt om die te geloven, is er sprake van kennis.

Maar klopt dat wel? Stel, Erik zit samen met zijn vriend Henk in de auto. In de verte ziet Erik een schaap. Hij zegt tegen Henk: ‘Kijk, daar staat een schaap!’ Wat Erik niet weet is dat er in dat landschap, op de plek waar hij het schaap ziet, een grote rots staat die precies op een schaap lijkt. Achter de schaapvormige rots staat wel degelijk een écht schaap. Weet Erik dat er een schaap in het veld staat?

De uitspraak ‘Kijk, daar staat een schaap!’ voldoet aan de drie voorwaarden van kennis: het is een ware, gerechtvaardigde overtuiging. Toch zullen de meeste mensen het geen kennis noemen. Er zijn veel variaties te verzinnen op dit gedachte-experiment; die worden ook wel ‘Gettier-problemen’ genoemd, naar filosoof Edmund Gettier die in 1963 als eerste dit probleem aankaartte.

Gettier zette de gangbare opvatting van wat kennis is op de tocht en sindsdien is er nog steeds een zoektocht gaande naar nieuwe definities van kennis. Terwijl sommige filosofen zoeken naar een vierde voorwaarde voor kennis, stappen andere helemaal af van het idee dat kennis te herleiden is tot een aantal simpele bouwstenen.

Winnen

Dat kennis niet alleen ontstaat door nieuwsgierigheid wordt ook duidelijk door de komst van supercomputers. Neem AlphaZero, een artficiële intelligentie (AI) die zichzelf heeft leert schaken. De enige kennis die de schaakrobot in het begin heeft zijn de basisregels van het spel. AlphaZero leert zichzelf het schaakspel aan via een proces van trial and error: het systeem leert van gewonnen potjes, vergissingen en domme zetten. Nagel: ‘AlphaZero wil geen kennis vergaren. Het enige wat het computerprogramma wil is winnen. Toch kun je zeggen dat het schaakkennis opdoet. Maar is het ook nieuwsgierig? Nee.’

Toch kan het wel, nieuwsgierige AI. Wat heb je daarvoor nodig? Nagel: ‘Je kunt AI ook zo programmeren dat die een beloning krijgt wanneer de voorspellingen niet kloppen. Als je onderweg bent naar huis en alles verloopt zoals je had verwacht, leer je niets nieuws. Maar soms gebeuren er dingen die je verrassen. Zo’n moment waarop je verrast wordt, waarop je voorspelling niet klopt, is altijd een moment waarop je iets leert. Het is een moment waarop je denkt: oh my goodness, nu moet ik mijn wereldmodel updaten.’

Nieuwsgierige AI-programma’s zullen op zoek gaan naar situaties die ze nog niet ervaren hebben. Ze gaan deurtjes openen in een computerspel die ze nog niet eerder hebben geopend, om te kijken wat er dan gebeurt. Op zo’n moment bevraagt een programma het eigen model van de wereld. Nagel: ‘Het is alsof het vraagt: waar is mijn wereldmodel het zwakst? Wat zijn de plekken waar ik niet goed kan voorspellen wat er gaat gebeuren? Laat ik naar die plekken gaan en ontdekken wat er gebeurt.’

Wij mensen zijn net zo, zegt Nagel. ‘Dat is waarom we zoveel in gesprek gaan met elkaar: het gesprek is het land van de verrassing.’

Knowledge: A Very Short Introduction, Jennifer (Associate Professor of Philosophy at the University of Toronto) Nagel - Paperback - 9780199661268

Knowledge. A very short introduction
Jennifer Nagel
Oxford University Press
160 blz.
€ 13,95