Home Klassieke Oudheid Historisch profiel: Xenophon, Socrates’ praktische leerling
Klassieke Oudheid

Historisch profiel: Xenophon, Socrates’ praktische leerling

Door Bart Coster op 13 augustus 2019

Historisch profiel: Xenophon, Socrates’ praktische leerling
Cover van 09-2019
09-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Voor Plato’s tijdgenoot Xenophon was nuttig zijn en goed werk doen het belangrijkste in het leven.


Beeld: Hajo de Reiger

Xenophon was niet een van de drie grote filosofen uit de Griekse Oudheid: Socrates, Plato en Aristoteles. Net als Plato was hij een leerling van Socrates, maar waar Plato nadacht over Ideeën en essenties, richtte Xenophon zich liever op praktischere zaken. Zo weigerde hij zich met speculatie bezig te houden over het ontstaan van de kosmos en de substantie van alle dingen, zoals de filosofen vóór Socrates veel hadden gedaan.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Zo dacht Herakleitos dat alles uit water bestond, zodat hij op de fameuze spreuk ‘panta rhei ‘(alles stroomt) kwam. Xenophon wees zulke filosofie af op twee gronden: ten eerste is het onmogelijk om de waarheid te kennen over deze zaken, want ze kunnen niet bewezen of ontkracht worden. Ten tweede, zelfs al zou de waarheid hierover gekend worden, dan zou deze geen praktische toepassing kennen. Dat maakte het voor Xenophon al direct niet de moeite waard. Hij was een pragmaticus pur sang.
Deze houding heeft Xenophon gedurende zijn hele leven en oeuvre volgehouden: zijn filosofische inzichten zijn altijd praktisch toepasbaar. Nuttig zijn en goed werk doen is voor hem het belangrijkste in het leven.

Deze praktische invalshoek kreeg Xenophon al van jongs af aan mee. Hij werd geboren rond 430 voor Christus, gedurende de vroege jaren van de Peloponnesische Oorlog die woedde tussen Athene en Sparta. Xenophons ouderlijk huis lag zo’n twintig kilometer van Athene, in een vruchtbare vallei.

Zijn vader was eigenaar van een landgoed waar een aantal landerijen bij hoorden. Hierdoor was Xenophons familie vrij rijk en had ze goede connecties met de rest van de Atheense burgerij.

Gedurende zijn jeugd was Xenophon waarschijnlijk veel in Athene, vooral voor zijn opleiding. Xenophon was de enige zoon van zijn vader en moest dus goed voorbereid worden op het overnemen van het landgoed en de landerijen. Hiervoor kreeg hij een klassiek Griekse opleiding: hij bestudeerde Homerus en andere grote Griekse geleerden en schrijvers, bekwaamde zich in het spelen van muziek en oefende zijn lichaam in de gymnasia, die toen nog geen plekken waren om uit boeken te leren, maar om te worstelen, te boksen en aan verspringen te doen.

Xenophon leerde op het platteland ook goed paardrijden, een kunst die hij in zijn militaire carrière nog verder zou ontwikkelen. Een van Xenophons bekendste werken is de verhandeling Over de kunst van het paardrijden. Zoals bij meer van Xenophons verhandelingen is het op het eerste gezicht slechts een praktische instructie, maar gebruikt hij het onderwerp van de verhandeling ook om algemenere levenslessen aan zijn publiek mee te geven.

Plezierig voor het paard

In deze verhandeling noteert hij de overeenkomsten tussen paarden en mensen. Mensen noch paarden zijn op hun best wanneer ze gedwongen worden, stelt hij; ‘niets dat onder dwang gebeurt, kan ooit mooi zijn’. Net zoals mensen willen paarden op hun best zijn. Om succesvol te kunnen zijn, moet de leider bedenken wat plezierig is voor het paard. Het paard is niet slechts een object, maar een partner wiens vrijwillige en plezierige deelname vereist is om er een succes van te maken. Zo moet je als leider ook met mensen omgaan, als je succesvol wilt zijn, schrijft Xenophon.

Tijdens een van zijn dagen in Athene loopt Xenophon in een steegje Socrates tegen het lijf, zo vertelt Diogenes Laërtius, de biograaf van vele klassieke figuren. Socrates hield hem tegen met zijn staf en vroeg hem waar hij moest zijn om bepaalde producten te kopen. Xenophon wees hem de weg naar bepaalde handelaren, waarop Socrates hem vroeg waar hij heen moest om eervol en deugdzaam te worden. Xenophon bekende zijn onwetendheid en Socrates nodigde hem uit hem te volgen en te leren. Vanaf die tijd was Xenophon een van Socrates’ leerlingen.

Xenophon was in dezelfde periode een leerling van Socrates als Plato, maar haalde totaal andere dingen uit zijn gesprekken met en observaties van Socrates dan Plato deed. Plato’s Socrates is ironisch, af en toe zelfs sarcastisch, en maakt mensen zich ervan bewust dat ze eigenlijk niets weten. Ook houdt hij zich bezig met abstracte vragen zoals ‘Wat is gerechtigheid?’ en ‘Wat is schoonheid?’

Wie hierna Xenophons Socrates leert kennen zou bijna denken dat het over verschillende personen gaat. Xenophons Socrates is bovenal erg menselijk. Zo beschrijft Xenophon hoe Socrates bij een feest een Fenicische dansmeester vraagt hem wat bewegingen te leren. Iedereen lacht: wat moet jij nou met dansbewegingen, Socrates? Hij antwoordt: ‘Bij God, ik zal dansen!’ Een vriend van Socrates vertelt de groep dan dat hij die ochtend bij Socrates langs was geweest, en dat hij hem toen in zijn eentje had zien dansen. Wanneer Socrates hierover bevraagd wordt, bekent hij van harte en raadt hij iedereen aan wat meer te dansen: het houdt je in beweging en kan overal en altijd gedaan worden.
 

Altijd nuttig

Ook is Xenophons Socrates meer gericht op praktische zaken dan op abstracte vragen. Socrates was een man die ‘nuttig was onder alle omstandigheden en op alle manieren’, zo schrijft Xenophon. Hij ging in gesprek met mensen uit alle lagen van de samenleving: de ene keer is hij in gesprek met een befaamde prostituee, de andere keer met een jonge, ambitieuze politicus, en dan weer met de zoon van Perikles, de leider van Athene. Hij gaf hun, bijna als een coach, praktisch advies. Laat je je bijvoorbeeld constant op de kast jagen door de onbeleefdheid van anderen? Verander je houding; de wereld draait niet om jou, en het is vrijwel nooit persoonlijk bedoeld, adviseert Socrates. Heb je ruzie met je broer? Kijk naar het dierenrijk en zie dat dieren die samen opgroeien, hunkeren naar elkaars gezelschap; liefde tussen broers is natuurlijker dan ruzie. Zelf beschrijft Xenophons Socrates zich opvallend genoeg als een pooier: hij legt uit dat hij mensen nuttiger en waardevoller voor de stad maakt, en in die zin op een succesvolle pooier lijkt die het beste uit zijn prostituees haalt.

Zijn roem als militair bouwde Xenophon toen hij als huurling meeging in een expeditie van Cyrus de Jongere. Hierover schrijft hij zijn bekendste werk: de Anabasis, ook wel De tocht van de tienduizend genoemd. Na een aantal maanden door vijandig gebied te hebben getrokken kwam Xenophon achter een lastige waarheid: ze waren niet ingehuurd om een opstand neer te slaan, maar om in opstand te komen: Cyrus de Jongere wilde zijn broer van de Perzische troon stoten.

Al voordat ze bij het leger van zijn broer kwamen, waren ze uitgeput en waren de voorraden aan het opraken. Op de eerste dag strijd tussen de twee grote legers werd Cyrus direct geveld door een speer. Nu zaten de Griekse huurlingen ver van huis, zonder doel of broodheer. Na ongeveer een maand overlegd te hebben werden de Griekse aanvoerders door Cyrus’ oudere broer uitgenodigd om te overleggen over hun plannen. Na een aantal uur zagen de Grieken wat er van het overleg geworden was: de hoofden van hun aanvoerders waren niet meer in contact met hun lichamen. De boodschap was duidelijk: de Grieken moesten vertrekken.

Na deze crisis, beschrijft Xenophon, waren de meeste Grieken zo terneergeslagen dat ze geen vuur maakten, niet aten, en maar gewoon op de grond lagen, slapeloos door heimwee naar hun thuisland. Toch wisten ze zich uiteindelijk boven deze moedeloosheid te verheffen. Door gemeenschapszin, democratie en goed leiderschap ontstond een ordelijk leger, dat uiteindelijk de weg terugvond naar Griekenland.

De rampzalige situatie waarin de 10.000 Grieken zich bevonden bracht hen dichter bij elkaar. Om te overleven en weer thuis te komen, moesten ze samenwerken en was er geen plaats voor conflicten. Dit was eerder wel anders; Xenophon beschrijft hoe voor de rampzalige veldslag en het onthoofden van de Griekse aanvoerders de verschillende facties binnen de Grieken regelmatig ruzie met elkaar hadden.

Dit verdween allemaal door de noodzaak samen te werken. De Grieken werden dus steeds meer een eenheid, onder andere doordat er een zekere mate van democratie was in het leger. De Grieken waren, in tegenstelling tot de Perzen, gewend vrij te zijn en zelf beslissingen te nemen. Er waren bijeenkomsten waarbij de soldaten gevraagd werd zelf voorstellen in te dienen. Tijdens de vergaderingen werd er gestemd, waarbij iedere man één stem had. De nieuwe generaals werden verkozen door de soldaten in plaats van benoemd te worden door de officieren. Tijdens de bijeenkomsten legden zij verantwoording af over de gemaakte keuzes en werden daarop kritisch bevraagd.
 

Het goede voorbeeld

Tegelijkertijd was goed leiderschap onmisbaar, benadrukt Xenophon. Voor de rampzalige veldslag en de onthoofding van de aanvoerders gaat hij nauwelijks in op de prestaties van individuen. Dit verandert na deze crisis, waarmee Xenophon het belang van goed leiderschap in moeilijke tijden onderstreept. Een goede leider geeft het goede voorbeeld, zo vertelt Xenophon zijn medeofficieren in een speech: ‘Het is waarschijnlijk ook gepast dat jullie iets boven de gewone soldaat uitstijgen. Want jullie zijn generaals, kolonels en kapiteins; toen er vrede was, hadden jullie het voordeel van geld en eer; en nu er oorlog is, is het logisch dat jullie jezelf beter vinden dan de massa en dat jullie plannen voor hen maken en in hun plaats werken, wanneer dat noodzakelijk is.’


Zelf gaf Xenophon ook het goede voorbeeld. Toen de soldaten in een sneeuwstorm hoog in de bergen niet in beweging wilden komen, maar warm in hun tent onder de dekens wilden blijven, stapte Xenophon naakt zijn tent uit om brandhout te splijten. Hierdoor kwam de rest van het leger ook in actie.

Dat de aanvoerders beter waren dan de gewone soldaten, maakte niet dat Xenophon vond dat aanvoerders zich ook te goed moesten voelen om door hen lastiggevallen te worden. Xenophon stond erom bekend dat hij dag en nacht benaderd kon worden voor zaken van militair belang, zo schrijft hij zelf. Zijn toegankelijkheid vond hij zelfs zo belangrijk dat hij op een gegeven moment niet meer te paard het leger aanvoerde, maar te voet. Hij wilde niet boven zijn soldaten uittorenen.

Uiteindelijk moeten gemeenschapszin, democratie en leiderschap leiden tot een ordelijk leger, vond Xenophon. Ordelijkheid is een belangrijk thema in zijn geschriften, en hoewel overal van belang, is het volgens Xenophon in zaken van militaire aard zelfs onmisbaar. ‘Goede orde lijkt veiligheid te verschaffen, terwijl wanorde reeds velen vernietigd heeft’, schrijft hij.
 

Of hij gek geworden was

Alleen orde maakt dat iets zijn potentie kan realiseren, schrijft Xenophon. Een wanordelijk leger is net zo nutteloos als een stapel hout en stenen; terwijl als het geordend wordt, die stapel hout en stenen een prachtig en functioneel huis kan zijn. ‘Niks is zo nuttig of zo mooi voor mensen als orde’, vindt Xenophon.

De tijd van gemeenschapszin en ordelijkheid had slechts een beperkte houdbaarheidsdatum, ontdekte Xenophon nadat het leger de woestijn doorkruist had en bij de Zwarte Zee aangekomen was, waarvandaan ze weer thuis konden komen. Net op dat moment was Xenophon zo optimistisch geworden dat hij een visioen had: het leek hem een goed idee om daar, op de kust van Perzië, een stad te stichten. Toen hij dit idee inbracht in de vergadering, keken zijn medesoldaten hem aan alsof hij gek geworden was; iedereen wilde nu gewoon zo snel mogelijk naar huis.

Nu de Grieken in veiliger gebied waren aangekomen, verdween de gemeenschapszin en de ordelijkheid, en kwamen de meningsverschillen weer bovendrijven. Nu zag Xenophon pas echt hoe belangrijk ordelijkheid was geweest. Een groep Grieken die uit hebzucht op rooftocht was gegaan, zonder goedkeuring van de aanvoerders, werd betrapt en moest zich terugtrekken, waardoor velen van hen omkwamen dan wel gewond raakten. Xenophon noteert met teleurstelling dat tijdens de tocht door de woestijn de Grieken zich nooit hadden hoeven terugtrekken; nu wanorde in het leger was geslopen, werd het veel minder effectief.

Na de expeditie trad Xenophon in dienst van het leger van Sparta. Vanwege zijn militaire successen in die tijd werd hem een landgoed vlakbij Sparta geschonken, waar hij het grootste gedeelte van de rest van zijn leven een rustig plattelandsleven zou leiden en hij de meeste van zijn werken zou schrijven.

Hoewel niet de geniaalste van de oud-Griekse filosofen, laat Xenophon een andere manier van filosoferen zien dan de academische. Hij was net zo goed als Plato een leerling van Socrates, al hield hij daar heel andere dingen aan over dan Plato. Uit zijn werken blijkt dat hij wel degelijk filosofisch nadenkt, maar weigert abstracte verhandelingen te schrijven. In plaats daarvan keek hij altijd hoe hij de inzichten die hij opdeed zo nuttig mogelijk kon maken voor zijn lezers.