Home Habermas: filosoof van de hoop en de rede

Habermas: filosoof van de hoop en de rede

Door Ivana Ivkovic op 04 december 2013

Cover van 12-2013
12-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

De standpunten van de Duitse filosoof Jürgen Habermas roepen regelmatig weerstand op. Hij is in de loop der jaren zowel door links als door rechts fel aangevallen. Toch gaat hij onverstoorbaar door met zijn pleidooi voor een sterkere en vooral redelijkere publieke sfeer. Onlangs ontving hij de Erasmusprijs uit handen van koning Willem-Alexander.
 

Habermas (1929) is als veel intellectuelen van zijn generatie getekend door de Tweede Wereldoorlog. De gruwelen van de oorlog en de ontsporing van de maatschappij onder het nazisme hebben Habermas zo geraakt dat hij zegt dat hij geboren werd in 1945. Maar zijn werk is ook verbonden met de democratisering en het Wirtschaftswunder van het naoorlogse Duitsland. Onvermoeibaar verdedigt Habermas de democratische verworvenheden en de Europese erfenis.

Habermas is een erfgenaam van de befaamde Frankfurter Schule, die kritische reflectie op de maatschappij combineerde met sociologisch onderzoek. De marxistisch geïnspireerde denkers van dit instituut vroegen zich in de jaren twintig af waarom de voorspelde socialistische revolutie uitbleef. Toen ze op onderzoek uitgingen, ontdekten ze dat Duitsers extreem gevoelig waren voor autoriteit. Ze waren kwetsbaar voor figuren die zich als ‘sterke man’ opwierpen; er was geen voedingsbodem voor een revolutie. 

Na de oorlog publiceerden Max Horkheimer en Theodor Adorno, de belangrijkste leden van het instituut, boeken waarin de waarden van de Verlichting genadeloos werden onderzocht. De Verlichting stelde rede tegenover autoriteit en barbaarsheid. Maar de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog leerden volgens Horkheimer en Adorno dat de Verlichting geen remedie biedt tegen barbaarsheid, maar dat de ratio zelf tot overheersing en geweld kan leiden. Van oorlogsindustrie tot gaskamers, van uit de hand gelopen bureaucratie tot plat mediaspektakel, het vereiste allemaal een uiterst ‘rationele’ aanpak – maar de uitkomst was vernietigend. Voor Horkheimer en Adorno bewees dat het morele failliet van de Verlichting. Deze Frankfurter denkers gingen de geschiedenis in als degenen die de donkerste bladzijde van Duitslands geschiedenis van filosofische aantekeningen voorzagen.
 

‘Rode fascist’

Habermas daarentegen is verbonden met de hoop op een redelijke en democratische maatschappij. Maar tegelijk is hij zich er ook van bewust dat de verlichtingswaarden waarop deze redelijke maatschappij is gestoeld uiterst wankel zijn.

Habermas krijgt voor het eerst bekendheid met zijn boek Strukturwandel der Öffentlichkeit in 1962. Hij schrijft het voor zijn habilitatie, een soort tweede promotie. De habilitatie vindt plaats in Marburg, want Habermas is in conflict geraakt met Horkheimer en Adorno. Zij weigeren zijn habilitatie te accepteren.  Het conflict draait om de interpretatie van het marxisme. Ondanks dit conflict wordt Habermas later toch hoogleraar in Frankfurt, als opvolger van Horkheimer.

In het boek ontwikkelt Habermas een aantal gedachten die de kern van zijn werk blijven uitmaken. Hij schetst daarin de geschiedenis van de publieke sfeer in de moderne maatschappij. Uit het boek blijkt dat Habermas een open en vrije communicatie als essentieel onderdeel van een gezonde publieke ruimte beschouwt. Zo is een discussie mogelijk tussen gelijke partners die op geen enkele manier onder druk worden gezet en samen proberen maatschappelijke kwesties te begrijpen. Maar Habermas beschrijft ook hoe de publieke sfeer in de verdrukking komt door de massamedia en de krachten van de markt – een ontwikkeling die hij zeer betreurt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Zijn leven lang zal Habermas zich opwerpen als een felle verdediger van de publieke sfeer. Mogelijke bedreigingen ontstaan in zijn ogen niet alleen door de ‘vermarkting’, maar ook door het optreden van links. Zo beschuldigt Habermas eind jaren zestig de Duitse studentenbeweging ervan opzettelijk staatsgeweld uit te lokken en daarmee haar doel voorbij te streven. Habermas vindt dat de studentenbeweging zich ten onrechte op Marx beroept om de eigen handelwijze te legitimeren. Hij wordt een ‘rode fascist’ genoemd en tot vijand van de beweging verklaard. De woede van de studenten is zo groot, omdat ze Habermas als linkse denker tot hun eigen kamp rekenen.

Na het overlijden van Adorno in 1969 lopen de conflicten almaar hoger op; Habermas gooit in 1971 het bijltje erbij neer. Hij verlaat Frankfurt en wordt directeur van het Max Planck Instituut nabij München. Pas in de jaren tachtig keert hij naar Frankfurt terug, vlak na de publicatie van zijn belangrijkste werk: Theorie van het communicatieve handelen. Het boek telt 1175 pagina’s en wordt ook ‘het blauwe monster’ genoemd – naar de omvang en de kleur van de kaft.
 

Gedeelde leefwereld

In zijn hoofdwerk bouwt Habermas het ideaal van een open en vrije communicatie verder uit. Hij spreekt van ‘communicatieve rationaliteit’: een redelijke omgang met de wereld en met elkaar. Iedere deelnemer aan een redelijke discussie kan zijn eigen standpunten beargumenteren en staat open voor kritiek van een ander. Bovendien moet die ander serieus worden genomen en als een gelijke worden gezien. De deelnemers aan de discussie hebben het algemeen belang op het oog en doen een oprechte poging tot een gedeeld begrip te komen. Habermas gaat nog een stap verder en stelt dat wij pas door een open communicatie redelijke wezens worden, en niet omgekeerd. Communicatieve rationaliteit staat tegenover een instrumentele benadering, waarin mensen anderen reduceren tot een middel om hun doel te bereiken. Wie een bedrijf runt, wil de winst maximaliseren en zal bijvoorbeeld de productie naar het buitenland verplaatsten of mensen ontslaan wanneer hij dat nodig acht. Consumenten en werknemers zijn ‘factoren’ die dit proces vooruithelpen of hinderen. Habermas stelt dat dergelijk instrumenteel handelen is gebaseerd op een beperkte vorm van rationaliteit, die parasiteert op communicatieve rationaliteit. Ook voor strategische beslissingen door bedrijven of overheden is gedeeld begrip nodig, anders pakken ze averechts uit doordat ze verzet oproepen. Habermas veroordeelt het doelgericht handelen niet, want geen maatschappij kan zonder functioneren. Hij bekritiseert wel de tendens om hiervan het uitgangspunt van het politieke leven te maken.

Mensen functioneren volgens Habermas in een gedeelde leefwereld. In die wereld spreken zij, delen zij met anderen en sluiten zij vriendschappen. Deze leefwereld is gebaseerd op communicatieve rationaliteit. Daarnaast zijn er systemen, zoals de staat en de markt, waarin instrumentele rationaliteit de boventoon voert. De problemen ontstaan daar waar systemen de leefwereld ‘koloniseren’ en die een ongepaste doel-middellogica opdringen. Zoals een verpleegster die zeven minuten krijgt om een patiënt steunkousen aan te trekken, maar geen tijd om een praatje te maken. In dit geval holt doelmatigheid de zorg uit.

Een ander gevaar schuilt in manipulatie en machtsmisbruik, wanneer redelijke argumenten het onderspit delven door sterke retoriek, bijvoorbeeld die van het populisme. Of wanneer argumenten worden ingeruild voor suggestieve beelden, zoals in de mediacratie van Berlusconi.
 

Rechtvaardigheid

Voor communicatieve rationaliteit is het essentieel dat niemand van het redelijke gesprek wordt uitgesloten en dat de kracht van argumenten wint, en niet de macht van de spreker. Dat klinkt als een ideaal dat ver verwijderd is van de politieke werkelijkheid, maar voor Habermas is dit geen utopisch denkbeeld. Democratie bestaat volgens hem alleen dankzij de erkenning van redelijkheid en rechtvaardigheid. De grondslag van de macht in een democratie is zelf redelijk, omdat democratische beslissingen worden gelegitimeerd met een beroep op de instemming van alle betrokkenen. Dit is de grondgedachte van een van Habermas’ latere werken, Faktizität und Geltung, uit 1992.

Habermas waarschuwt voor maatschappijkritiek die deze redelijke grondslag overboord gooit en in puur cynisme uitmondt. Zoals kritiek op de corruptie van politieke partijen kan leiden tot de cynische conclusie dat alle politici corrupte leugenaars zijn. Wij zouden moeten inzien dat cynisme niet straffeloos is, want democratie kan zich niet te ver verwijderen van redelijkheid en rechtvaardigheid zonder zelf in te storten. Habermas legt daarmee de grondslag voor de opvatting van ‘deliberatieve democratie’, waarin de werkelijk democratische beslissingen niet alleen formeel en inhoudelijk worden beoordeeld, maar waarin er ook belang wordt gehecht aan het proces waarin deze tot stand zijn gekomen. Is er ruimte ingebouwd voor kritiek? Zijn alle partijen aan het woord gekomen? Zijn alle betrokkenen fair behandeld? Ook al is er altijd macht in het spel bij het doorvoeren van politieke beslissingen, hun legitimeringsgrond ligt in het redelijke proces dat eraan voorafgaat. In die zin is communicatieve rationaliteit de grondslag van een democratische maatschappij.
 

Europa

Het is niet verrassend dat Habermas ook vaak heeft gedebatteerd over de toekomst van Europa. Hij is zeer kritisch over het democratisch tekort van de Europese instellingen. Maar hij legt de eurosceptici evenzeer het vuur na aan de schenen. Al in 2001 pleitte Habermas voor een Europese grondwet. In een interview in Der Spiegel vertelt Habermas dat hij door de crisis van 2008 besefte dat het proces van democratisering en groeiende welvaart niet vanzelf gaat en geenszins zeker is. Recent heeft Habermas de Duitse premier Angela Merkel fel bekritiseerd vanwege haar aanpak van de economische crisis in de Zuid-Europese landen. Hij vindt dat Merkel Zuid-Europa op een oneigenlijke manier onder druk zet. De opgelegde eisen zijn volgens hem torenhoog en geven de democratische besluitvorming binnen deze landen geen ruimte. Ook vindt Habermas dat Europa elke verantwoordelijkheid ontloopt voor de negatieve effecten van zijn eigen crisispolitiek, bijvoorbeeld de hoge werkloosheid.

Habermas’ werk is tegelijkertijd de beste remedie tegen het cynisme van de eurosceptici. Habermas hekelt het feit dat niemand tegenwoordig voor Europa staat. Burgers hebben zich massaal van Europa afgewend en politici gaan met een lang gezicht naar Brussel om de belangen van hun eigen land te beschermen. Premier Mark Rutte past ook in dat rijtje met zijn recente uitspraak bij de jaarlijkse Isaiah Berlin-lezing in Londen: Europa is volgens hem een ‘praktische samenwerking’ en ‘geen doel op zich’. Maar volgens Habermas moet ieder weldenkend mens erkennen dat de Europese landen zo op elkaar zijn aangewezen dat ze problemen wel samen moeten oplossen.