Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 2/2012

Geen talent voor ondergeschiktheid

Siep Stuurman

'Jullie houden van filosofie omdat je geen man kan krijgen', zo bespotte Molière de filosoferende vrouwen van zijn tijd. Pas in de Verlichting konden feministes als Mary Wollstonecraft een plek opeisen voor de vrouwelijke denker.

In het voorjaar van 1661 besprak de Parijse Académie des Orateurs, een school voor stijl en welsprekendheid die door aankomende juristen van het Parlement van Parijs gefrequenteerd werd, de kwestie of de studie van de wetenschappen passend was voor vrouwen. De meningen waren verdeeld. Toch luidde de slotconclusie, opgesteld door de moderator van de academie Jean de Richesource, dat de gangbare argumenten tegen vrouwelijke geleerdheid niet steekhoudend waren. De voorstanders van de geleerde vrouwen stelden dat de natuur zowel aan vrouwen als aan mannen verbeeldingskracht en intelligentie gegeven had, en noemden daarbij historische voorbeelden om hun argumentatie kracht bij te zetten. De advocaat Philippe Cattier wees op ‘een groot voorbeeld van onze tijd’, te weten ‘die beroemde jongedame, mademoiselle Marie Anne de Schurman Holondoise’. 

Schurman, wier debat met André Rivet over deze kwestie in het Latijn, het Frans en het Engels gepubliceerd was, genoot Europese bekendheid. Hetzelfde gold voor Marie de Gournay, die in 1622 een verhandeling over de gelijkheid der seksen gepubliceerd had en die in geheel Europa bekend was als redacteur van Montaignes Essais. In publicaties uit de tweede helft van de zeventiende eeuw worden Schurman en Gournay vaak genoemd. De lofprijzingen gewagen van wijsheid, geestkracht, oordeelsvermogen, talenkennis en eruditie – allemaal onderdelen van het humanistische ideaal van geleerdheid.

De keerzijde van de roem waren de laster en de geringschatting die menig geleerde vrouw ten deel vielen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk Molières satirische toneelstuk Les femmes savantes (1672), waarin geïnsinueerd wordt dat ‘de liefde voor de filosofie’ van de geleerde vrouwen voortkomt uit hun onvermogen om ‘echte’ liefde te krijgen. Sommige mannelijke auteurs schiepen er behagen in geleerde vrouwen belachelijk te maken, te suggereren dat ze lelijk waren en niet aan de man konden komen, of juist weer grove seksuele toespelingen te maken. Vrouwen die zich met filosofie bezighielden, opereerden dus in een intellectueel mijnenveld. Hun optreden leidde tot een van tijd tot tijd oplaaiende culture war over de grenzen van vrouwelijkheid en mannelijkheid. Ze hadden heel wat mannelijke en vrouwelijke medestanders, maar waarschijnlijk waren hun tegenstanders – zowel onder vrouwen  als onder mannen – toch verre in de meerderheid.

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden