Home Politiek De ware Verlichting begint bij piraten
Politiek

De ware Verlichting begint bij piraten

Door Erik de Lange op 16 juni 2026

piraten vlag met doodshoofd en zwaard
beeld RootOfAllLight/Wikimedia Commons
Piraten laten zien hoe je je kunt verzetten tegen de gevestigde orde, schrijft Erik de Lange. Daarmee inspireren ze veel filosofen.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Op de oeverloze zee van de wereldfilosofie verschijnt een schip aan de horizon. Een zwarte vlag met schedel en botten klappert aan de mast. Door een kijker valt de bemanning te ontwaren: Michel Foucault, Immanuel Kant, Carl Schmitt en Cicero staan joelend op het dek, zwaaiend met kromzwaarden en proostend met rum. De toeschouwer denkt eerst aan een luchtspiegeling, maar onterecht: er zit meer zeeroverij in de filosofie dan we geneigd zijn te denken.

Piraten hebben al eeuwenlang de filosofie in hun greep. Waarom? Als ultieme vrijbuiters zijn zeerovers de ideale vijandfiguren van de gevestigde orde en ze zijn geromantiseerde helden. Ze zijn sleutelfiguren in het denken over macht en het verzet daartegen. Het is tijd om uit te varen, op rooftocht te gaan door de filosofie en te ontdekken wat piraten ons kunnen leren over de mogelijkheid van verzet.

Erik de Lange (1991) is universitair docent in de geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. In 2025 verscheen zijn boek De laatste dagen van Barbarije. Hoe piraterij verdween van de Middellandse Zee, dat op de shortlist stond voor de Libris Geschiedenis Prijs.

Vijanden van de mensheid

De piraat speelt in de filosofie al sinds de klassieke oudheid de rol van tegenkracht, van schaduwfiguur die rondtrekt langs de randen van de gevestigde orde. De piraat is daarom de ultieme vijand van die gevestigde orde: hij rooft, leeft op eigen houtje en is in conflict met alle erkende machthebbers.

De Romeinse staatsman en schrijver Cicero (106-43 v.Chr.) legt de basis voor dit denkbeeld. Hij brandmerkt piraten als communis hostis omnium, oftewel ‘gemeenschappelijke vijand van iedereen’. Volgens Cicero kunnen piraten geen enkele toevlucht tot de wet nemen, omdat ze niet behoren tot een rechtsgemeenschap. Ze zijn geen erkende vijanden op wie de regels van oorlogsvoering van toepassing zijn of met wie een vredesverdrag gesloten kan worden. Latere rechtsfilosofen als Alberico Gentili (1552-1608) en Emer de Vattel (1714-1767) bouwen verder op dit idee. Zij ontzeggen piraten de toegang tot het internationale volkenrecht dat in die tijd opkomt. Piraten worden ‘vijanden van de gehele mensheid’ en staan buiten de regels van de internationale orde. Iedereen mag piraten nietsontziend bestrijden.

De ware Verlichting

Tegelijkertijd kennen de piraten die daadwerkelijk rondzwerven op zee de liefde voor het denken. Waar zeerovers voet aan de grond krijgen en gemeenschappen stichten, experimenteren ze met nieuwe samenlevingsvormen – soms gebaseerd op verlichtingsidealen van vrijheid en tolerantie. De ware Verlichting, zo stelt antropoloog David Graeber in zijn postuum verschenen Piratenverlichting (2023), vond je niet in de salons van Parijs, het hof van Pruisen of bij geleerden aan Schotse universiteiten, maar in een piratenkoninkrijk eind zeventiende eeuw op Madagaskar. Zeerovers gebruiken hun posities buiten de bestaande orde om vastgeroeste normen, waarden en ideeën uit te dagen. 

Westerse filosofen haken rond het midden van de twintigste eeuw hierop aan. Ze beginnen te doordenken hoe piraten als buitenstaanders van de gevestigde orde niet alleen de ultieme vijand zijn, maar ook figuren van verzet. Volgens filosoof en nazi-jurist Carl Schmitt (1888-1985) vormen piraten de voorhoede van de historische ‘draai naar zee’, waar de globale verbinding en fluïditeit van de moderne wereld begint. Diezelfde fluïditeit benadrukken de Franse denkers Gilles Deleuze en Félix Guattari in hun boek Traité de nomadologie. La machine de guerre (1986), waarin de nomadische piraat, met zijn varende huis op de gladde zee, als bedreiging wordt neergezet voor de autoriteit van de staat en als mogelijke aanstichter van rebellie.

Iets vergelijkbaars zien we bij de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). In een van zijn meer poëtische buien schrijft Foucault een lofzang op het piratenschip. Het schip ‘was niet alleen het belangrijkste instrument van economische ontwikkeling (…) maar tegelijkertijd het grootste reservoir van de verbeelding. Het zeilschip is de heterotopia par excellence. In beschavingen zonder schepen drogen de dromen op, verdringt spionage het avontuur, en komt de politie in de plaats van de kapers.’ Het schip, zeker onder de piratenvlag, is een heterotopia (een plaats die verwijst naar een elders, zoals de begraafplaats naar het hiernamaals), waar de status quo van de werkelijkheid bevraagd en opnieuw vormgegeven kan worden. Daarom stelt Foucault dat we piratenschepen nodig hebben als instrumenten van onze verbeelding, als tegenstelling van de fantasieloze politie.

Piratenutopieën

Er was een bepaald soort anarchist nodig, eentje met een grote boekenkast, obsessieve historische interesse en een voorliefde voor cosplay, om al deze losse ideeën samen te brengen in een echte piratenfilosofie. Die anarchist is de Amerikaan Peter Lamborn Wilson (1945-2022). Wilson zwierf jaren rond door het Midden-Oosten en Iran en werd onderweg haast verliefd op de piraterij. Hij zag piraten als historische voorlopers van de tegencultuur die hij zelf als student in de jaren zestig had meegemaakt en had zien falen, met de teloorgang van radicale emancipatiebewegingen als de Black Panthers en Weather Underground.

Het boek dat Wilson beroemd zou maken is de handzame T.A.Z. The temporary autonomous zone (1991). Wilson publiceerde het onder het pseudoniem Hakim Bey, dat is afgeleid van de Moorse alchemist Al-Hakim, maar ook de titels van de Noord-Afrikaanse piratenheersers langs de Barbarijse kust klinken erin door. De gemeenschappen van piraten worden in T.A.Z. een prototype voor hedendaags verzet. Hakim Bey noemt deze nederzettingen ‘piratenutopieën’: ‘complete mini-maatschappijtjes, doelbewust buiten de wet levend en vastberaden dat zo te houden, al was het maar voor een kort maar vrolijk leven’. Piratenutopieën verschillen van andere utopieën omdat ze geen ‘nergensoorden’ zijn, maar juist een concrete plaats in de ruimte innemen – soms in een tijdelijk opgeëist gebied, soms in een voorheen lege plek op de kaart: ‘De T.A.Z. is ergens.’

Het recht op feest

Naast de concrete ruimte die de tijdelijke autonome zone (T.A.Z.) inneemt, is ‘vrolijk leven’ een ander cruciaal aspect ervan. De T.A.Z. is als een volksfeest: spontaan, heuglijk en niet bedoeld voor de eeuwigheid. ‘Iedereen die meedoet aan een opstand beschouwt haar zonder uitzondering als een feest,’ schrijft Hakim Bey, ‘zelfs te midden van gewapende strijd, gevaar en risico’s’.

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Hakim Bey geeft ons enkele historische voorbeelden van de T.A.Z. Zo waren er de boekaniers van de Caraïben: zeerovers die multinationale en multiraciale gemeenschappen van verschoppelingen en overlopers vormden op eilanden als Tortuga (voor de kust van hedendaags Haïti), de Bahama’s en Jamaica. Hun naam danken ze aan het Franse werkwoord boucanier, dat het roosteren van vlees aanduidt en op zichzelf al aantoont dat je bij de boekaniers feestelijker kon eten dan op het gemiddelde marineschip, waar het menu vooral bestond uit droog beschuit en gepekelde runderlappen. Ook stelden de boekaniers hun eigen leefregels op, bekend als de piratencode. Feest was een recht, zoals blijkt uit de code aan boord bij kapitein Bartholomew Roberts: Art. XI: The musicians to have rest on the sabbath day, but the other six days and nights, none without special favour. Deze levenslust zag Hakim Bey niet alleen terug bij de piraten, maar bijvoorbeeld ook bij de communes van Parijs, Lyon en Marseille in 1870 en 1871 en vrijstaat Fiume onder leiding van dichter en proto-fascist Gabriele d’Annunzio, die bestond van 1919 tot 1920.

De mogelijkheid van verzet

Deze vrijplaatsen waren allemaal van korte duur. Wat kan Wilsons piratenfilosofie ons nu nog leren over de waarde en mogelijkheid van verzet? De harde werkelijkheid is dat piratengemeenschappen vaker wel dan niet door repressie ten onder gaan. De boekaniers werden uitgerookt door de Engelse vloot; de commune van Parijs werd belegerd en ingenomen door het Franse leger; en ook de Noord-Afrikaanse piraten waaraan Hakim Bey zijn pseudoniem ontleent, vonden uiteindelijk een bitter einde.

Dat komt mede door de verlichte ideeën van denkers als de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Kant ziet de Barbarijse zeerovers van Noord-Afrika als een obstakel op weg naar de eeuwige vrede en noemt hun bestaan in zijn essay Naar de eeuwige vrede ‘in strijd met het natuurrecht’. De Britse utilitarist Jeremy Bentham (1748-1832), die bekendstaat als pacifist en oproept tot de afschaffing van krijgsmachten en koloniën, gaat nog een stap verder. Volgens Bentham zijn de Barbarijse piraten een ‘plaag’ die van de zee verdreven moet worden. De Fransen gebruikten vervolgens dezelfde woorden toen ze in 1830 Algiers binnenvielen, wat het einde betekende van de Noord-Afrikaanse piraterij en een eeuw van koloniale overheersing inluidde.

Leef intens

Moeten we dus concluderen dat verzet tegen de gevestigde orde onmogelijk is? Dat piraten altijd vertrapt worden onder de stalen neuzen van de macht? Hakim Bey zou ervan gruwen: ‘Het hart komt in opstand tegen een universum dat wreed genoeg is om een dergelijk onrecht alleen op onze generatie te doen neerkomen.’ De tijdelijkheid van de T.A.Z. hoeft volgens Bey geen probleem te zijn. Het is het besef dat er ruimte is voor verzet dat het hart vormt van het piratendenken, de erkenning dat een andere wereld kan bestaan, al is het maar voor even. Bey geeft ons daarbij een opdracht: ‘De wereld verandert, of niet. Blijf ondertussen in beweging en leef intens.’

Bovendien blijkt de oude belofte van vrijheid minder makkelijk te onderdrukken en te vernietigen dan de piratengemeenschappen waarin zij vorm kregen. Tijdens de zogeheten Gen Z-protesten van 2025, die plaatsvonden van Marokko tot Nepal en van Madagaskar tot Indonesië, wapperde steevast de Straw Hats’ Jolly Roger, een piratenvlag ontleend aan de anime-serie One Piece. Ooit eigenden piraten zich het schip toe, het instrument van het globale kapitalisme; nu wordt een vlag uit een Netflix-serie gebruikt om nieuwe gemeenschappen van verzet te vormen.

Koppig serpent

De belofte van de mogelijkheid tot opstand – daarin schuilt de waarde van de piraat als filosoof. Het verzet zal altijd weer de kop opsteken, ook wanneer de hoop gekapseisd en gezonken lijkt. Verzet, zo schreef de Martinikaanse dichter Aimé Césaire al, is als ‘het koppige serpent dat langzaam uit het scheepswrak kruipt’.

Loginmenu afsluiten