Home Historisch profiel De mens heeft moraal nodig om tot bloei te komen, dacht Philippa Foot
Historisch profiel

De mens heeft moraal nodig om tot bloei te komen, dacht Philippa Foot

Door Alies Pegtel op 9 februari 2026

filosoof Philippa Foot
beeld Sommerville College Archives
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
De Britse filosoof Philippa Foot pleitte voor een herwaardering van ethiek en was de bedenker van het beroemde trolleyprobleem.

De Britse filosoof Philippa Foot overlijdt op 3 oktober 2010 op haar negentigste verjaardag in haar huis in Oxford. The grande dame of philosophy, roemt The Guardian haar in een in memoriam. Maar het nieuws van haar overlijden wordt in de media volledig overstemd door de vraag welke trouwjurk Kate Middleton zal dragen bij haar bruiloft met prins William een half jaar later.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Pas de afgelopen jaren is Foot bekender geworden bij een breder publiek, en dat is mede te danken aan de tendens om vrouwelijke denkers voor het voetlicht te brengen. Ze is vanaf haar studietijd in Oxford bevriend met Elizabeth Anscombe, Mary Midgley en Iris Murdoch, over wie in 2022 de groepsbiografie Het kwartet van Clare Mac Cumhaill en Rachael Wiseman verscheen. Deze vier filosofen blazen net na de Tweede Wereldoorlog ieder op hun eigen wijze nieuw leven in de ethiek van Aristoteles, met zijn nadruk op karaktervorming en deugden.

In academische kring was Foot overigens allerminst vergeten. Zij geldt als een van de belangrijkste grondleggers van de hedendaagse deugdfilosofie. Haar output is bescheiden (de twee essaybundels Virtues and vices en Moral dilemmas, en het boek Natural goodness), maar haar invloed mag niet worden onderschat.

Deugden zijn voor de mens als licht en water voor planten

‘Waarom moreel zijn?’ is een vraag die Foot zichzelf haar leven lang stelde. In Natural goodness (2001) geeft ze een antwoord: mensen hebben deugden nodig om te floreren. Net zoals planten behoefte hebben aan licht en water, zijn deugden als moed, wijsheid en matigheid onmisbaar voor een mens om tot wasdom te komen. Wat bij een eikenboom een natuurlijk defect is dat zijn groei in de weg staat, is bij de mens een zonde. Maar tegenover de menselijke defecten staan in Foots theorie de deugden: beschikkingen van de wil die stuk voor stuk de zonden corrigeren en goed voor ons zijn. Als een mens als sociaal wezen alle deugden aan zijn laars lapt, als hij ongevoelig is voor het recht of zich niet aan zijn beloftes houdt, is hij moreel defect.

Tuberculose

Foot is zeer bescheiden en ze verontschuldigt zich aan het einde van haar lange leven voor haar werktempo. ‘Ik ben echt een vreselijk trage denker. Maar ik heb wel een goede intuïtie voor wat belangrijk is. En hoewel de beste filosofen slimheid en diepgang combineren, geef ik altijd de voorkeur aan een goede intuïtie boven slimheid!’

Dat Foot filosoof wordt, ligt niet in de lijn der verwachting. Ze wordt op 3 oktober 1920 geboren als Philippa Ruth Bosanquet in het gezin van sir William Bosanquet, directeur van een staalfabriek. Ze wordt opgevoed met het idee dat haar leven geslaagd is als ze een goed huwelijk aangaat met een man uit aristocratische kring. Met name haar moeder Esther Cleveland, een dochter van de Amerikaanse president Grover Cleveland, koestert daarvan hoge verwachtingen.

Met haar oudere zus groeit ze op in een achttiende-eeuws landhuis, Kirkleatham Old Hall, in Noordoost-Engeland. Vormend voor haar zelfredzaamheid is de ‘kuur’ die ze als achtjarig tuberculose-patiëntje moet ondergaan en waarbij ze een jaar lang op een balkon in de buitenlucht moet slapen. Ze knapt uiteindelijk op, maar naar later zou blijken is ze hierdoor wel onvruchtbaar geraakt.

Onderwijs krijgt ze thuis van inwonende gouvernantes, en de laatste spoort haar aan om te gaan studeren. Ze grijpt de kans van harte aan om te ontsnappen aan haar snobistische, elitaire milieu waar ze zich nooit thuis heeft gevoeld. Na een voorbereidend jaar wordt ze toegelaten tot de universiteit van Oxford. Aan Sommerville College, een van de twee colleges voor vrouwen, gaat ze Politics, Philosophy en Economics studeren. Een kennis stelt haar moeder gerust dat ze heus nog huwbaar was: Don’t worry dear. She doesn’t look smart.

Tekst loopt door onder afbeelding

Foot (tweede rij van voren, tweede van rechts, in het witte jasje) bij haar toelating aan Oxford in 1939. Tijdens haar ­studie leerde ze veel andere vrouwelijke denkers kennen. beeld Sommerville College Archives

Vrouwenquotum

Als Foot in 1939 arriveert op Oxford, voeren op de filosofieafdelingen daar de ‘realisten’ de boventoon. Zij vinden dat een filosoof zich moet opstellen als een natuurwetenschapper. Voortrekker is Freddie Ayer die in 1936 met zijn boek Language, truth and logic het logisch positivisme heeft geïntroduceerd als enige zinvolle werkwijze. De metafysica is door hem doodverklaard. Vragen over de zin van het bestaan of hoe als goed mens te leven, doet hij af als onzinnig: uitspraken hierover kunnen niet geverifieerd worden door logica of feiten. Geïnspireerd door Ludwig Wittengensteins stelling ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’, perkt Ayer het vakgebied van de filosofie radicaal in. Hij schrapt moraal en ethiek, omdat morele uitspraken slechts uitdrukking zouden geven aan subjectieve gevoelens. Volgens zijn non-cognitieve aanpak en die van volgelingen als Richard Hare, dienen morele discussies zich voortaan te beperken tot taalanalyse van begrippen als ‘goed’ en ‘fout’.

Foot zag zichzelf als een trage denker met een uitstekende intuïtie

Voor vrouwen als Foot is het lastig om zich staande te houden in de universitaire gemeenschap die door mannen wordt gedomineerd. Er worden op Oxford weliswaar vrouwen toegelaten, maar er geldt een quotum: van de vierduizend studenten mogen slechts 820 vrouw zijn. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, komt daar plots verandering in. De meeste mannen op Oxford worden opgeroepen voor het leger en voor het eerst krijgen meerdere vrouwen tegelijk de mogelijkheid onderzoeks- en onderwijsposities te bekleden.

In 1942 studeert Foot af, waarna ze als onderzoeker war work gaat verrichten voor de overheid. In Londen deelt ze een flat met haar beste vriendin, de latere filosoof en romanschrijver Iris Murdoch. Ze wisselen ook vriendjes uit. Een ex van Murdoch, de strikingly handsome historicus Michael Foot, steelt haar hart. Ze trouwen in juni 1945. Hun huwelijk eindigt vijftien jaar later, omdat hij kinderen wil en zij die niet blijkt te kunnen krijgen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Kaartje van Iris Murdoch aan Philippa Foot met een tekening van een vrouw met een hondje
Iris Murdoch stuurde deze kaart naar haar vriendin Foot in 1959 of 1960. Foot was getrouwd met Murdochs ex-vriend, wat hun vriendschap onder druk zette. Na de scheiding bloeide die vriendschap weer op, getuige dit kaartje. beeld Iris Murdoch Collecties, Kingston ­University Archives

Vriendin

Na de oorlog is Foot in 1947 teruggekeerd naar Sommerville College, waar ze een aanstelling heeft gekregen om filosofie te doceren. Oud-studentes herinneren zich haar als een toegankelijke, elegante docente met een groot gevoel voor humor, een rolmodel. Deze beschrijving geldt niet voor de kettingrokende Elisabeth Anscombe, die andere grote filosofe, en de favoriete leerling van Wittgenstein. Zij is onbenaderbaar, maar niet voor de jongere Foot. De vrouwen discussiëren in die naoorlogse dagen verhit over de noodzaak om de moraal als basis voor menselijk handelen weer een plaats te geven in de filosofie. Het nieuws over de Duitse concentratiekampen is bij Foot ingeslagen als een bom. ‘Dit is wat mij deed interesseren in de moraalfilosofie (…) Ik dacht: het kan gewoon niet zo zijn zoals Stevenson, Ayer en Hare zeggen, dat moraliteit slechts de uitdrukking is van een houding.’

Foot gaat zich verzetten tegen de dominante stroming van de non-cognitivisten om de moraal buiten beschouwing te laten. In haar essays ‘Moral beliefs’ en ‘Moral arguments’, die ze eind jaren vijftig publiceert, wijst Foot op de verwevenheid van feiten en morele interpretaties. Als je vaststelt dat iemand zich ‘brutaal gedraagt’ is dat niet slechts de uitdrukking van een persoonlijk gevoel, redeneert ze. Zo’n waardeoordeel kan alleen begrepen worden in samenhang met een reeks collectieve regels over hoe mensen zich wel of niet dienen te gedragen. Zonder deze algemeen geldende gedragsregels is het begrip ‘brutaal’ betekenisloos. Moraal heeft dus wel degelijk een rationele basis en is niet louter een emotioneel pseudo-concept.

Foot is atheïst en worstelt met hoe zij de menselijke gedragsregels, oftewel de deugden die een persoon tot een goed mens maken, in haar filosofie kan inpassen. Ze beschouwt moraal als de bindende en drijvende kracht die de samenleving bijeenhoudt. Maar waarom mensen hun beloften nakomen en elkaar vertrouwen, blijft voor haar lang een mysterie. Veel deugdfilosofen, zoals de katholieke Anscombe, zijn gelovig en menen in navolging van Aristoteles dat de deugden door een of andere hogere macht zijn bepaald. Anscombe brengt Foot met de filosofie van Thomas van Aquino in aanraking en later is Foot bereid de hare te offeren. Ze vindt haar vriendin de betere filosoof en leerde van Anscombe filosoferen. ‘Ik heb alles aan haar te danken.’

Abortus

Foot blijft op Somerville tot 1969 en verdeelt daarna haar tijd tussen Oxford en de Verenigde Staten, waar ze ze op verschillende plekken gasthoogleraar is. In 1974 wordt ze hoogleraar filosofie aan de universiteit van Californië. Haar aandacht verschuift van de metafysica van de moraal naar toegepaste ethiek. Ze houdt zich bezig met actuele vraagstukken, waaronder abortus en euthanasie. Abortus wordt in Engeland in 1967 gelegaliseerd, Nederland volgt pas later in 1984. Foot spreekt zich niet uit over de legalisering, maar in haar essay ‘The problem of abortion and the doctrine of the double effect’ (1967) bespreekt ze het ethische dilemma van abortus: is het moreel aanvaardbaar om het ene leven te beëindigen om een ander leven te redden? Aan de hand van aansprekende voorbeelden schetst ze het verschil tussen voorziene, onbedoelde en ongewenste gevolgen van een handeling en laat ze lezers nadenken over de waarde van een mensenleven, verantwoordelijkheid en morele plicht.

Een van voorbeelden die ze geeft, het prikkelende gedachte-experiment ‘het trolleyprobleem’, maakt haar beroemd bij academici buiten haar vakgebied. Stel: je ziet een op hol geslagen tram die afkoerst op vijf mensen die aan het spoor werken. Als je de wissel omzet en de tram rijdt door over een ander spoor, sterft er maar één persoon en worden vijf levens gered. Wat moet je doen?

Mag je een mensenleven beëindigen om een ander te redden?

Foot vindt zelf dat je de wissel moet omzetten: er bestaat een morele plicht om de grootste schade te voorkomen. Maar met het trolleyprobleem wil ze ook laten zien dat morele keuzes regelmatig ad hoc worden gemaakt en lang niet altijd de uitkomst zijn van een weloverwogen denkproces.

In 1991 gaat ze met pensioen. Foot heeft haar deugdethiek altijd zelf in de praktijk gebracht en heeft zich net na de oprichting in de jaren veertig aangemeld bij Oxfam, ze zit in het bestuur van de ontwikkelingsorganisatie. Ze is tevens een enthousiast tuinier. In Natural goodness, dat ze aan het eind van haar carrière schrijft, keert ze terug bij de moraalfilosofie van haar beginjaren, bij de diepe verbintenis tussen alle levende wezens die de antieke filosofen al onderkenden.

Boeken

Natural goodness
Philippa Foot
Clarendon Press
136 blz.
€ 48,39

Moral dilemmas. And other topics in moral philosophy
Philippa Foot
Oxford University Press
228 blz.

Het kwartet. Hoe vier vrouwen de filosofie opnieuw tot leven wekten
Clare Mac Cumhaill en Rachel Wiseman
Ambo Anthos
464 blz.
€ 17,99

Loginmenu afsluiten