‘Mijn leven als traditionele man is geweldig. Ik kom altijd thuis in een schoon huis waar eten op tafel staat. Het tovert een lach op mijn gezicht om te zien dat mijn vrouw zich voor me heeft opgetut met make-up en een mooi schort,’ zegt een man in de introductievideo die hem en zijn vrouw aankondigt als gasten in het Amerikaanse programma Dr. Phil. ‘Mijn man hoeft geen vinger uit te steken als hij thuis is,’ vervolgt zijn vrouw Estee Williams, die hun traditionele huwelijk vastlegt op haar populaire sociale-mediakanalen. ‘In ons huwelijk bestaan ruzies niet,’ voegt haar echtgenoot toe. ‘Ik ben de leider – ik ben verantwoordelijk voor het bedenken van een oplossing en Estee gaat nooit tegen me in.’
Eenmaal overgesprongen op het live gesprek in de studio registreren de camera’s enig ongeloof op het gezicht van presentator Phil McGraw, gevolgd door een korte stilte en wat ongemakkelijk gelach uit het publiek. De scepsis staat op alle voorhoofden geschreven. Williams is niet zomaar een stay at home mom, die voor het huishouden zorgt terwijl haar man werkt. Ze heeft de rolverdeling, waarin hij het hoofd van het gezin is en zij zich onderwerpt, tot de kernwaarde gemaakt van haar bestaan: ze is tradwife. Wanneer het interview is afgelopen, bekruipt me hetzelfde onbehaaglijke gevoel dat de ik aflees op de gezichten van McGraw en de vele anderen die in interviews, artikelen en video-essays op de tradwife-trend reageren.
Tradwives menen dat ze zich moeten gedragen als de tweede sekse
Ergens voelt mijn zorg paternalistisch: mag iemand als Estee Williams niet gewoon haar eigen keuzes maken? Maar aan de andere kant: moeten we ons niet afvragen waarom vrouwen deze keuzes maken? Waar komen die verlangens om traditionele genderrollen te omarmen vandaan?
Nafluiten
Aan de sociale-mediaberichten van tradwives, waarin ze woorden als purpose, designed en created koppelen aan gender, lees ik af dat velen duidelijke ideeën hebben over wat een vrouw is. ‘Omarm je vrouwelijkheid, God heeft twee genders gemaakt die beide voor iets anders bestemd zijn,’ schrijft Williams bijvoorbeeld onder een bericht op Instagram.
Tradwife Jasmine Darke sluit zich daarbij aan: ‘Als een vrouw een carrière wil, veel geld wil verdienen en controle wil over haar man, betekent dat gewoon dat haar man zijn masculiniteit niet omarmt. Als een man masculien is, zal zijn vrouw van nature zacht, onderdanig en feminien worden.’ Zelf zegt ze deze ommekeer ook te hebben ervaren; haar vrouwelijkheid omarmen ‘zorgde ervoor dat ik me overgaf en onderwierp, en dat ik mijn man wilde steunen’.
Een vrouw zou er dus voor gemaakt zijn om haar vrouwelijkheid te omarmen, wat betekent dat ze zich door haar man laat leiden en zich toelegt op zorgen. Ik probeer voor me te zien hoe mijn favoriete feministische filosoof Simone de Beauvoir (1908-1986) zou kijken als ze dat zou lezen. Het lijkt erop dat tradwives menen dat ze zich daadwerkelijk moeten gedragen als ‘de tweede sekse’, de titel van het beroemde werk dat De Beauvoir in 1949 schreef. Maar in dat boek laat De Beauvoir juist zien waarom de koppeling tussen het vrouwelijke geslacht en dingen als onderdanigheid, opvoeden en ramen lappen een grote denkfout is. Eigenlijk gaan we meteen al de mist in als we ons buigen over de vraag ‘Wat is een vrouw?’. Die vraag impliceert namelijk een essentialistisch antwoord: alsof ‘de vrouw’ een onveranderlijke kern of essentie zou hebben.
Het idee van vrouwelijkheid als een onveranderlijk kenmerk klopt niet, schrijft De Beauvoir. Wat we als vrouwelijk zien, is per tijd en cultuur anders. Zo was vroeger roze een jongenskleur en blauw de kleur voor meisjes. En biologische kenmerken dan, zoals een baarmoeder, wijzen die niet op een vrouwelijke kern? Nee, dacht De Beauvoir. Hoewel ze erkent dat biologische verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan, determineren die niet hoe je je gedraagt. Een baarmoeder en vrouwelijke hormonen maken niet dat je spontaan rokjes gaat dragen.
Het feit dat we vrouwen bijvoorbeeld minder snel dan mannen verbinden met spierkracht heeft weliswaar een logische oorsprong, maar zulke feiten betekenen op zichzelf niets. Dat doen ze pas als we ze beladen met betekenis en ze een morele lading geven. Een vrouw die eruitziet als een bodybuilder, krijgt dan de kritiek dat ze ‘geen echte vrouw’ is. Zo is het feit dat vrouwen gemiddeld genomen minder spieren hebben, veranderd in een voorschrift: vrouwen hóren smal en slank te zijn. Door dat soort normen worden bezitters van baarmoeders vaak genoeg aangevallen met opmerkingen als ‘Die en die, dat zijn geen echte vrouwen,’ zoals De Beauvoir al zag gebeuren.
‘Blijkbaar,’ schrijft ze, ‘is dus niet ieder vrouwelijk menselijk wezen ook noodzakelijk een vrouw. Om als zodanig te worden beschouwd, moet zij deel hebben aan die blijkbaar mysterieuze en bedreigde realiteit die bekend staat als vrouwelijkheid.’ Deze ‘mysterieuze en bedreigde realiteit’ is een soort mythische constructie die door de geschiedenis en cultuur tot stand is gekomen en die we vrouwelijkheid zijn gaan noemen. Daardoor zijn we bepaalde eigenschappen als ‘vrouwelijk’ gaan bestempelen. Wie een vrouw is, kun je dus niet toetsen door haar op het bezit van een bepaald lichaamsdeel of een eeuwige essentie te betrappen: een vrouw is iemand van wie verwacht wordt dat ze zich gedraagt naar wat we vrouwelijk noemen.
Nafluiten is een machtsspel
Maar waarom beantwoorden we aan die verwachtingen? Wie van begin af aan in sprookjes, verhalen en de media ziet dat mooie vrouwen die zich bescheiden, onderdanig en charmant gedragen het beste uit de verf komen, ziet daarin een beeld van hoe zijzelf moet zijn. Je identiteit toets je onbewust aan de voorbeelden die je worden voorgeschoteld. Zo worden de mythen over vrouwelijkheid niet alleen gewoon: je gaat ook zo wíllen zijn en zelf de norm bevestigen, waardoor je die vervolgens weer overdraagt op anderen. Van De Beauvoir is het befaamde citaat: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het.’ Daarmee zegt ze niet alleen dat er geen vrouwelijke essentie is, maar ook dat jijzelf en de samenleving je omvormen tot wat we ‘een vrouw’ noemen. En jij hebt op jouw beurt weer invloed op het gemeenschappelijke beeld van wat een vrouw is. Je wordt gevormd door de situatie en je vormt de situatie vervolgens ook.
Het is al met al wel te begrijpen waar de verlangens en ideeën van tradwives vandaan komen. Door patriarchale normen kun je denken dat je iets wil, zonder dat je het uit jezelf wil. Denk aan het verlangen om dun te zijn of om volle lippen te hebben. We vinden dat mooi, omdat we hebben bedacht dat zo’n uiterlijk iemand een vrouwelijke uitstraling geeft. Hoe je je lichaam en eigenschappen beoordeelt, is niet aangeboren. Zelf herinner ik me de verwarrende gevoelens wanneer ik als tiener werd nagefloten. Het stootte me af – al kon ik nog niet goed verwoorden waarom – maar ergens voelde ik me gevleid. Nu, na het lezen van De Beauvoir, weet ik heel goed waarom ik die afkeer voel: nafluiten is een machtsspel waarbij een man laat zien dat je de tweede sekse bent, een lustobject. Door dat te beseffen kun je jezelf losmaken van het verlangen naar die vorm van bevestiging.
Tekst loopt door onder afbeelding

Begrensde vrijheid
Hoewel de mythen waarover De Beauvoir schrijft nog altijd invloed hebben op hoe we gender zien, is het beeld dat ze in De tweede sekse schetst wel veranderd: het is tegenwoordig een stuk normaler om als vrouw te studeren, carrière te maken en kinderloos te blijven. Waarom is de tradwifebeweging dan juist nu zo groot?
Toen iedereen nog dezelfde magazines las, en dezelfde televisieprogramma’s en films bekeek, waren de gendernormen die de media voorspiegelden voor iedereen redelijk gelijk. Nu hebben we onze eigen tijdlijn op Instagram, X en Facebook, waar mensen met gedeelde wereldbeelden afgesloten bubbels vormen. Wie onderdeel is van de tradwifegemeenschap op internet, belandt al snel in een echokamer waarin extreme gendernormen gelden. Hun eigen vrouwelijkheid toetsen ze aan een hypertraditioneel beeld van ‘de vrouw’, waarna ze dat beeld zelf gaan belichamen en de norm zo alsmaar radicaler wordt. Wat misschien begon als een verlangen naar een traditioneler huwelijk, kan veranderen in overtuigingen zoals deze, gevonden op Instagramaccount The Tradwives Club: ‘Alle vrouwen moeten en willen worden geleid, of ze dat nu willen toegeven of niet.’
Volgens De Beauvoir zijn we geboren met een opgelegde vrijheid: we worden niet bepaald door een vaste kern, maar moeten ons eigen leven vormgeven. Maar die vrijheid is wel begrensd, bijvoorbeeld door je kansen en waar je wieg staat. De situatie waarin veel vrouwen vroeger verkeerden maakte het moeilijk om af te wijken van een leven als huisvrouw, al moedigde De Beauvoir dat natuurlijk aan. Anders dan in haar tijd zijn veel vrouwen nu bevrijd van het vanzelfsprekende lot om huismoeder te worden. Maar het is alsof de echokamers van de online tradwifegemeenschap een even begrensde situatie als die van vroeger creëren.
Boze feminist
De sociale-mediabubbel van de tradwives is natuurlijk niet alleen te bezoeken voor tradwives zelf. Er is veel aandacht voor de trend in interviews en artikelen. Daarin valt een patroon op: ongemakkelijkheid. Is het niet nogal paternalistisch om je af te vragen of een vrouw die voor traditionele genderrollen kiest dat wel echt wil, of ze niet is geïndoctrineerd door patriarchale normen? Uit angst om betuttelend of juist een boze feminist gevonden te worden, monden beschouwingen van de tradwife vaak uit in de conclusie dat we de keuzes die vrouwen maken moeten toejuichen, wat voor keuzes dat ook zijn. Die reactie is typerend voor het keuzefeminisme, een tegenwoordig veelvoorkomende vorm van feminisme waarvan het einddoel individuele keuzevrijheid is: je moet het pad kunnen kiezen dat jij wil.
Wie vrij is, stijgt uit boven het haar ingefluisterde lot
De Beauvoir heeft het keuzefeminisme niet meer meegemaakt, en ze zou er denk ik niet erg gecharmeerd van zijn. Voor haar betekent vrijheid niet simpelweg dat je niet belemmerd wordt: vrijheid is iets dat je beoefent. Wie vrij is, neemt de verantwoordelijkheid om haar eigen leven vorm te geven en stijgt uit boven het haar ingefluisterde of opgelegde lot. Dat betekent ook dat je stáát voor de vrijheid; niet alleen voor die van jezelf, maar ook voor die van anderen. Als je de keuzes van individuele vrouwen onvoorwaardelijk toejuicht, hoe zit het dan met keuzes die de vrijheid en emancipatie van de hele groep inperken? Je verliest dan het doel uit het oog: losbreken van de mythen van vrouwelijkheid.
De weg naar dat doel is niet die van keuzefeminisme (want daarmee komen we er niet, vrees ik), maar ook niet die van boos feminisme. De sleutel zit in kennis, in begrijpen: we moeten inzien waarom sommige vrouwen voor een bestaan als tradwife kiezen en waarom we allemaal in meer of mindere mate conformeren aan traditionele gendernormen. Zelf draag ik make-up, en ik las ooit dat De Beauvoir haar nagels graag rood lakte – een feitje dat ik troostend vond: zelfs zij was vatbaar voor die normen. Maar dat niemand immuun is voor patriarchale normen, is geen vrijbrief om er klakkeloos in mee te gaan. We mogen onszelf en anderen aanspreken op de verantwoordelijkheid om te onderzoeken waar onze verlangens vandaan komen, na te gaan of die wel authentiek zijn, en vervolgens ons eigen levenspad te kiezen – in plaats van blindelings te volgen wat het patriarchaat voorschrijft. De Beauvoir leerde mij hoe je jezelf met filosofie een liefdevolle schop onder de kont kunt geven. Ik weet zeker dat ik geen tradwife word; nu nog eens zien of ik de mascara ook wat vaker links kan laten liggen.
