Iemand die het bestaan van een Europese of oosterse filosofie in twijfel trekt, zouden we met gefronste wenkbrauwen aankijken. Maar de vraag of Afrikaanse filosofie bestaat, is de Kameroense filosoof Pius Mosima veelvuldig tegengekomen in boeken en academische teksten. Dat is te wijten aan de koloniale geschiedenis, denkt Mosima. ‘Afrika kent rijke filosofische tradities die teruggaan tot het oude Egypte en Ethiopië. Maar met de komst van het kolonialisme werd als het ware een onzichtbaarheidsspreuk over Afrikaanse filosofie uitgesproken. Racisme en eurocentrisme zorgden er lange tijd voor dat het Afrikaanse denken werd afgedaan als onlogisch en primitief, en dus ook niet-filosofisch.’
Pius Mosima is filosoof en is gespecialiseerd in Afrikaanse filosofie. Hij werkt aan de Universiteit van Bamenda in Kameroen en is gastdocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Universiteit Leiden.
Gelukkig verliest die spreuk langzaam aan kracht: Afrikaanse stemmen duiken steeds vaker op in het onderwijs en in publieke en academische debatten. Een van die stemmen is Mosima zelf, die samen met filosoof Henk Haenen het inleidende werk Afrikaanse filosofie schreef. ‘We leven in een geglobaliseerde wereld, een soort wereldgemeenschap,’ zegt Mosima. ‘Mensen raken daardoor steeds meer geïnteresseerd in andere culturele perspectieven en filosofische tradities. En dekoloniale bewegingen maken ruimte om andere manieren van kennen en denken te erkennen. In Afrikaanse tradities is het lichaam bijvoorbeeld een bron van wijsheid. Daarom beweegt mijn lichaam veel wanneer ik lesgeef. Waar zulke gebruiken vroeger werden weggezet als raar, wekken ze nu vaak nieuwsgierigheid en interesse.’
Zonder ego
De manier waarop mensen denken is cultureel bepaald, meent Mosima. Om een filosofische traditie echt te begrijpen, moet je dus ook kijken naar de achterliggende culturele waarden, de fundamentele vragen die worden gesteld binnen een cultuur en de manier waarop mensen zich gedragen. ‘Afrikaanse filosofie vertrekt vanuit het belang van de gemeenschap. Dat zie je bijvoorbeeld in het begrip “ubuntu”: “Ik ben omdat wij zijn.” Je bent een persoon doordat andere personen en de gemeenschap je vormen, dat idee is diep geworteld in ons denken. Die verbondenheid is cruciaal voor onze waarden, voor hoe we begrippen als “kennis” begrijpen en voor hoe we naar oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen.’
In dominante filosofische stromingen binnen industriële, kapitalistische samenlevingen ligt vaak de nadruk op het individu. ‘Dat begon al in de Verlichting,’ legt Mosima uit. ‘Bij Descartes met cogito ergo sum – “ik denk, dus ik ben” – en bij Kant, die veel schreef over autonomie. Het draait om het ik, het ego, het zelfstandige subject. Dat verschilt sterk van Afrikaanse filosofie, waar alles relationeel is en gericht op de gemeenschap.’ De beoefening van Afrikaanse filosofie gebeurt in dialoog met de ander, vroeger vooral mondeling. Ook de geschreven filosofie is sterk beïnvloed door die gesprekken binnen gemeenschappen, die traditioneel de voornaamste vorm van denken waren en ook nu nog dominant zijn. Spreekwoorden, mythen en verhalen zijn volwaardige vormen van kennis in de Afrikaanse traditie. Mosima: ‘Filosoferen wordt niet als een individuele bezigheid gezien – kennis ontstaat, net als de denker zelf, in relatie tot anderen. Kennis is geen middel waarmee je debatten wint en bewijst dat jouw redenering sterker is dan die van een ander, maar is relationeel, ingebed in het leven zelf.’
Olifantendans
Die verbondenheid is niet alleen zichtbaar in het denken in het algemeen, maar ook in de filosofische discipline die zich richt op de geldigheid van redeneringen: de logica. Mosima: ‘De aristotelische logica is gebaseerd op wetten van non-contradictie. Daar geldt: als iets A is, kan het niet tegelijk niet-A zijn. Het denken is dus gebaseerd op of/of-tegenstellingen: waar of onwaar, subject of object, rationeel of emotioneel. Maar de Nigeriaanse filosoof Sophie Oluwole probeerde die benadering te verruimen door het idee van “binaire complementariteit” te introduceren. Tegengestelden hoeven elkaar volgens haar niet uit te sluiten, maar bestaan samen en vullen elkaar aan.’
Dat betekent ook dat categorieën dynamisch zijn, vult Mosima aan. ‘In Kameroen doen we de Maalé-dans – een olifantendans waarin menselijke en dierlijke vormen samenvloeien. Mens wordt dier, dier wordt mens. Ingewijden kunnen zich spiritueel transformeren in olifanten en weer terugkeren naar de menselijke gedaante. Dat geeft ze de kracht om hun dorpen te beschermen en de geheimen van het woud te kennen. In de dans wordt duidelijk dat grenzen tussen mensen en dieren poreus zijn. Dat zie je ook bij grenzen tussen landen – Kameroen, Nigeria en Ghana zijn koloniale constructies die in werkelijkheid helemaal niet zo rigide afgebakend zijn, maar onderling verbonden. Tegenstellingen met onveranderlijke categorieën doen vaak geen recht aan de werkelijkheid; het is een denkfout om de mens en de natuur als tegenstellingen tegenover elkaar te zetten, want dan ga je ervan uit dat beide een vaste essentie hebben, losgekoppeld van elkaars invloed.’
Dit relationele, complementaire denken is ook zichtbaar in Afrikaanse rituelen, dans en beeldende kunstwerken, zegt Mosima. ‘Afrikaanse kunst drukt waarden uit zoals respect, moed, en verbondenheid met de natuur. Kunst is nooit enkel een object, maar is altijd beladen met ethiek, geschiedenis en de ziel van een gemeenschap. Zo biedt kunst een ontologische basis: kunst helpt ons begrijpen wat de werkelijkheid is en hoe we daarin moeten leven.’
Even tussendoor …
Meer lezen over Afrikaanse filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Ecologisch
De Afrikaanse manier van kijken naar de wereld is volgens Mosima leerzaam voor landen waar individualisme en kapitalisme leidend zijn. ‘Denk bijvoorbeeld aan de ecologische crisis. Is die niet mede ontstaan doordat de mens de natuur naar de achtergrond heeft verdrongen? De Afrikaanse omgang met de natuur kan waardevolle inzichten bieden voor het aanpakken van klimaatproblemen. En Afrikaanse filosofie kan ook behulpzaam zijn op individueel niveau. Er ligt veel druk op “iemand” zijn: je moet weten wie je bent en losstaan van de groep. Het kan inspirerend zijn om kennis te maken met andere betekenissen van persoon-zijn. Mensen delen een gemeenschappelijke menselijkheid, maar zijn ook fundamenteel verschillend. Laten we die verschillen gebruiken om elkaar en onszelf beter te begrijpen en zo één grote gemeenschap bouwen.’
Afrikaanse filosofie
Pius Mosima en Henk Haenen
Noordboek
428 blz.
€ 34,90


