Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 2/2021

Denken zonder tegenstellingen

Alexandra van Ditmars
Interviewer & schrijver

Sophie Bosede Oluwole wijdde haar leven aan de Afrikaanse orale denktradities die ten grondslag liggen aan het complementaire denken. Ze hoopte zo het Westen te bevrijden van het idee dat Afrika er filosofisch niet toe doet.

Ze had haar buik vol van westerse vooroordelen over Afrika. De Nigeriaanse filosoof Sophie Bosede Oluwole (1935-2018) wilde het Westen bevrijden van zijn ‘stompzinnigheid’ en ‘arrogantie’. Ze bestreed fel het idee dat er in Afrika niet rationeel, kritisch en wetenschappelijk wordt nagedacht, dat orale tradities geen filosofie kunnen zijn, dat Afrika intellectueel niet serieus genomen hoeft te worden.
Oluwole groeide uit tot een invloedrijke filosoof. Ze onderzocht zowel de filosofische waarde van Afrikaanse tradities als de verhouding tussen deze Afrikaanse filosofie en het westerse denken.

Door andermans opvattingen liet Oluwole zich niet tegenhouden. Toen haar man haar verhinderde om verder te studeren, scheidde ze van hem. Daarna promoveerde ze in 1984 – als moeder van acht kinderen –als eerste in sub-Sahara Afrika in de filosofie. Dat haar studenten aan de Universiteit van Lagos (Nigeria) haar ‘heks’ noemden kon haar niet schelen. Dat haar dochter eerst niet al haar werk wilde lezen, omdat het over ‘duivelse praktijken’ zou gaan, vond ze blijk geven van haar dochters gebrek aan ontwikkeling.

Die associaties met heksen en de duivel hebben te maken met Oluwoles onderwerpkeuzes, die niet altijd goed samengaan met de christelijke traditie waarin zij is opgevoed. In strijd met deze christelijke, koloniale traditie verdiepte ze zich onder andere in hekserij, reïncarnatie en oud-Afrikaanse religieuze uitingen.

In haar boek Witchcraft, Reincarnation and the God-Head (1992) levert ze kritiek op het feit dat de westerse wetenschap paranormale verschijnselen niet serieus neemt. In Afrikaanse tradities spelen deze verschijnselen soms een belangrijke rol. In plaats van mysteries weg te zetten als onzin, stelt ze, moet de wetenschap ze analyseren en documenteren om ze beter te begrijpen.

Dat betekent niet dat Oluwole deze fenomenen ook omarmt. Ze noemt zichzelf een ‘kritisch traditionalist’: iemand die op zoek gaat naar authentieke elementen in Afrikaanse tradities die kunnen dienen als grondslag voor Afrikaanse filosofie, maar ervoor waakt om deze tradities te romantiseren.

Gekoloniseerde gedachten

Oluwole pleit voor een brede opvatting van filosofie. Filosofie wordt door haar niet gedefinieerd als ‘systematische reflectie’, maar als ‘verschillende vormen van wijsheid waarin verscheidene aspecten van de menselijke ervaring worden samengebracht met het doel mensen in het leven de weg te wijzen’.
Deze vormen van wijsheid herontdekken vindt Oluwole essentieel om Afrika wijsgerig op de kaart te zetten. ‘Koloniale educatie heeft niet alleen nieuwe regeringssystemen en educatie aan Afrika nagelaten,’ schrijft ze. ‘Ze heeft ook Afrikaanse traditionele denkprincipes vervangen door het westerse moderne denken. Het heeft Afrika verschillende vreemde talen gebracht, die de meeste Afrikaanse wetenschappers hebben afgesneden van hun uitgangspunten.’

Zo is in Nigeria de officiële voertaal Engels, vanwege de voormalige Britse overheersing. Veel Afrikaanse intellectuelen spreken de oorspronkelijke talen niet meer. Schandalig, vindt Oluwole. Want hoe kun je Afrikaanse denktradities dan werkelijk begrijpen? De moedertaal is van belang om intellectuele principes van Afrikaanse godsdiensten, waarden en doctrines te begrijpen, benadrukt ze. Op universiteiten in Afrika leren studenten volgens haar veelal deftig Engels spreken en ideeën opdoen uit westerse boeken. ‘Waar zijn onze eigen ideeën? We worden nog steeds gekoloniseerd, mentaal tot slaaf gemaakt.’

Afrika is lange tijd weggezet als een dom, barbaars continent waar niks waardevols vandaan komt, stelt Oluwole. Die visie is volgens haar geïnternaliseerd door veel van de jonge studenten: ze zien zichzelf vanuit de westerse vooroordelen, waardoor ze ten onrechte denken dat Afrikaanse kennis niets voorstelt.

Socrates’ vakbroeder

Zelf richtte Oluwole zich na haar promotie op de taal, cultuur en religie van de Yoruba, een bevolking van tientallen miljoenen mensen in West-Afrika. Ze concentreerde zich met name op het Ifa-corpus, een verzameling eeuwenoude teksten in de Yoruba-taal. Deze verzen, mythen en spreekwoorden worden van oudsher mondeling overgeleverd en uit het hoofd geleerd. Maar de koloniale overheersers zetten Ifa weg als occult bijgeloof en stelden dat de grondlegger van dit corpus, Orunmila, een religieuze, mythologische figuur was.

Onzin, laat Oluwole zien in haar boek Socrates en Orunmila (2017). Orunmila was een filosoof van vlees en bloed. En niet zomaar een filosoof: Oluwole ziet in hem een vakbroeder van Socrates, een grondlegger van klassiek filosofisch gedachtegoed. Socrates en Orunmila noemt ze de twee beschermheiligen van de filosofie. Alleen wordt de een nog steeds geroemd en kent bijna niemand de ander – en als ze hem wél kennen, denken ze vaak dat hij een verzinsel is.

Orale traditiees tellen wel in de filosofie

In het boek beschrijft Oluwole de overeenkomsten tussen Socrates en Orunmila. Zo leefden ze rond dezelfde tijd, stond de dialoog centraal in hun filosofie en was hun uitgangspunt dat ze eigenlijk niets wisten. Ook waren ze allebei dik en lelijk, en hielden ze van een borrel. En ze schreven beiden niets op.

Dat laatste punt is van groot belang voor Oluwole, die vaak het verwijt kreeg dat orale tradities nu eenmaal niet tellen in de filosofie en haar pogingen om in de Ifa een Afrikaanse filosofie te ontdekken daarom tevergeefs waren. Terwijl Socrates  zelf ook nooit een letter heeft opgeschreven; zijn gedachtegoed bestaat enkel voort dankzij zijn volgelingen. Toch is dat voor ons geen reden om Socrates’ denken niet serieus te nemen. En dat zou voor Orunmila ook moeten gelden. ‘Als wij denken te luisteren naar de stem van Socrates of Orunmila, dan horen we een koor en niet een solist,’ schrijft Oluwole.
Een belangrijk verschil blijft dat Socrates’ gedachten dankzij zijn leerlingen op schrift zijn doorgegeven, terwijl het Ifa-corpus enkel mondelinge kennis betreft. Oluwole heeft zich er tot haar dood voor ingezet deze orale literaire traditie te bestuderen en op schrift te stellen.

Er zijn ook fundamentele verschillen tussen Socrates en Orunmila. De arme Socrates vond dat slaven niet dezelfde rechten moesten krijgen als de Atheense burgerij; de rijke Orunmila was juist een gelijkheidsdenker. En Socrates plaatste de grijpbare materie tegenover het ongrijpbare idee, terwijl Orunmila beide juist in het verlengde van elkaar zag: het een kan niet zonder het ander, waardoor de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

In Oluwoles ogen is Orunmila daarmee eigenlijk de grondlegger van de kwantumfysica, waarin ook blijkt dat alles met elkaar in verbinding staat. Bovendien toonde dit volgens haar dat deze Yoruba-denktraditie superieur is aan de westerse. ‘Filosofie in het Westen is zogenaamd toonaangevend, maar loopt eeuwen achter.’

Ik ben, omdat wij zijn

Orunmila zag niet alleen materie en idee in het verlengde van elkaar, hij dacht überhaupt niet in tegenstellingen. ‘Complementair dualisme’ noemt Oluwole deze denkwijze. Uitersten als wetenschap-geloof, goed-kwaad en denken-voelen sluiten elkaar daarin niet uit, zoals in de dominante westerse traditie gebeurt, maar zijn verwant en hebben elkaar nodig.

Het oppositionele westerse denken zou de bron zijn van enorme ongelijkheid en onderdrukking, betoogde Oluwole. Wie bijvoorbeeld denkt in zwart versus wit, of man versus vrouw, denkt bij voorbaat al niet inclusief; door tegenstellingen te creëren, creëer je ook ruimte om te handelen naar die tegenstellingen. ‘Kapitalisme bestaat niet zonder arm versus rijk, maar waarom kunnen we niet samen groeien?’

Door verschillende kanten, of opvattingen, in elkaars verlengde te plaatsen zou een democratischer denkwijze ontstaan. ‘Tegelijkertijd erkent dit denken de waarde van elke stem, recht doend aan de bijdrage van iedere betrokkene bij een specifieke kwestie,’ schrijft Saskia van der Werff, vertaler van Socrates en Orunmila, in haar inleiding bij het boek.

Dat sluit goed aan bij het denken van Orunmila. Maar kenmerken als complementariteit en respect voor de menselijke ervaring zijn niet enkel bij de Yoruba te vinden. Van der Werff: ‘Deze kenmerken doen zich voornamelijk voor in Afrikaanse tradities, zoals die van de Yoruba, de Igbo en sommige Zuid-Afrikaanse denkwijzen; ze zijn ook aan te treffen bij filosofen die niet uit Afrika afkomstig zijn. De verzoenende kracht van dit denken is onder andere gepraktiseerd door Nelson Mandela, die de “beschadigde samenleving van Zuid-Afrika op weg hielp om verenigd de weg naar een betere toekomst in te slaan”.’

Een mens is niet primair individu, maar een persoon binnen een gemeenschap

Mandela was een aanhanger van de Afrikaanse ubuntu-filosofie. Een mens is daarin niet primair individu, zoals in het Westen, maar een persoon binnen een gemeenschap. Mensen vormen elkaar continu, is het idee; ze brengen elkaar tot stand door ideeën, verhalen, geschiedenissen uit te wisselen. De eigen menselijkheid is daarmee afhankelijk van anderen. Oftewel: ik ben, omdat wij zijn. Collectief en individu worden zo niet tegenover elkaar geplaatst, maar gezien als iets complementairs.

Van die denkwijze kan het Westen nog wat leren, vindt Oluwole. Haar denken wordt in het buitenland dan ook algauw bestempeld als ‘Afrikaans’. Maar begrijp haar niet verkeerd: met de term ‘Afrikaanse filosofie’ wil ze niet de indruk wekken dat ze het gehele continent Afrika vertegenwoordigt. Ja, het complementaire denken zie je terug in veel Afrikaans gedachtegoed. En ja, er is zeker sprake van Afrikaanse filosofie, al is lang gedaan alsof dat niet het geval is. Maar bij Afrikaanse denktradities is ook sprake van onderlinge verscheidenheid, net zoals in de westerse filosofie het geval is. ‘Kun je de Griekse, Britse, Duitse en Franse filosofen die ik moest bestuderen tot één verklaren?’ Nee, natuurlijk niet.

Oluwole zelf werd buiten Afrika ook meestal aangekondigd als ‘Afrikaanse filosoof’ in plaats van als ‘Nigeriaanse filosoof’. ‘Mij Afrikaan noemen is simpelweg aangeven dat ik geen Europeaan ben,’ zei ze daarover. Het is ook inconsistent: een westerse denker zal niet snel worden aangekondigd als ‘Europees filosoof’. Het was voor Oluwole een teken dat er nog veel werk aan de winkel is: er is nog steeds veel koloniaal, stigmatiserend denken dat doorbroken moet worden.

Socrates en Orunmila. Wat we van de Afrikaanse filosofie kunnen leren
Sophie Bosede Oluwole
Ten Have
175 blz. | € 20,99

Beeld Hajo de Reijger