Home Spoedcursus: Ubuntu

Spoedcursus: Ubuntu

In het openingsartikel van dit dossier, ‘Het ongemak van een hokjesgeest’, vertelt de Nederlandse ­filosoof Babah Tarawally hoe hij inspiratie put uit de Afrikaanse ubuntu-filosofie om tot een diepgaander debat te komen. Wat kunnen we leren van deze ­ filoso­fie? Een cursus in vier lemma’s.

Door Simone Bassie en Michel Dijkstra op 24 september 2020

Cover van 10-2020
10-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Wijsheid is als een baobab’

Naast de alomtegenwoordige Boeddhabeelden rukt er een ander beeld op in de Nederlandse huiskamers. Namelijk: dat van een groepje Afrikaanse mannen en vrouwen die op elkaar staan of elkaar ondersteunen. Dit beeld illustreert het concept ‘ubuntu’: een van de kernideeën uit de Afrikaanse filosofie. Een mogelijke vertaling van dit woord luidt: ‘Ik ben omdat wij zijn.’

Volgens de ubuntu-filosofie is de mens als geïsoleerd individu niets, maar wordt hij pas zichzelf in het netwerk van zijn relaties. Een Afrikaans spreekwoord luidt: ‘Wijsheid is als een baobab; een mens kan hem niet in zijn eentje om armen.’ Deze woorden maken enkele cruciale facetten van de ubuntu-filosofie duidelijk. De baobab is een boom die al snel zo fors uitgroeit dat je de stam zelfs niet met twaalf mensen kunt omarmen. Bovendien verbergt de boom achter zijn schors water – een kostbaar goed in een droge omgeving – en biedt zijn brede bladerdek verkoeling. Daarom werden deze bomen vaak gebruikt voor beraadslagingen. Tijdens zo’n beraadslaging kom je de ander tegen en heb je tegelijkertijd de mogelijkheid om jezelf te vormen.

De hedendaage ubuntu-filosoof Mogobe Ramose zegt hierover dit: ‘Mens-zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen, en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aan te gaan.’ Een voorwaarde voor deze menselijkheid is dat je met elkaar in gesprek blijft. Wijsheid begint met het besef dat onze twee armen de stam van de baobab niet kunnen omarmen. Maar als we de handen ineenslaan, is het mogelijk dat wij elkaar kunnen versterken en verrijken. Dan wordt wijsheid geboren.

ubuntu masker

Masker voor de initiatie van de man, Angola
1954 | Collectie Stichting Nationaal Museum van
Wereldculturen. Coll.nr AM-17-434.

‘Het noodlot houdt ons op het goede gericht’

Bij het begrip ‘noodlot’ denk je al snel aan een reeks tragische gebeurtenissen die het individu vermorzelen of aan een vorm van predestinatie waarin het goddelijke minimale ruimte voor menselijke wilsbesluiten openlaat. In de Afrikaanse filosofie bestaat echter een subtieler fatumbegrip, dat door het Akan-volk wordt uitgedrukt in het woord hyebea: ‘op een bepaalde manier gearrangeerd, geordend of ingericht.’ Hyeba houdt in dat het leven van de mens in grote lijnen is vastgelegd, maar dat hij ook de mogelijkheid heeft om zijn lot ten goede te wenden. Op die manier lijkt de Akan-opvatting over het noodlot op het Indiase karmabegrip: de mens kan zijn eventuele kwade neigingen ombuigen door moreel hoogstaande besluiten en het eruit voortvloeiende gedrag.

Volgens de moderne Afrikaanse filosoof Joseph Kwame Danquah zorgt het noodlot ervoor dat de mens zich vanuit zijn diepste kern steeds meer op het goede richt: ‘Ieder streven naar het goede wordt als een verdienste in de binnenste kern van de mens (okra) bewaard en draagt iets bij aan de voortgaande vervulling (van het noodlot) door het individu of door het noodlot van zijn ziel.’ Deze goedheid van de okra ligt niet vast, maar groeit bij morele besluiten of handelingen.

In lijn met de ubuntu-filosofie kun je stellen dat het de opdracht van de mens is om zijn morele voortreffelijkheid te verspreiden onder zijn familie, stam, volk en uiteindelijk de hele wereld. Opvallend genoeg gaat het hier niet om een universeel ‘goed’, maar gaat het erom de goedheid die in ieder individu aanwezig is te laten opbloeien. Hoe meer mensen gehoor geven aan hun noodlot en zich tot het goede wenden, hoe beter de wereld wordt.

ubuntubeeld van hout

Ubuntubeeld, hout

‘Wij zijn vorige maand overleden’

Vraag: ‘Hoe gaat het met je vrouw?’ Antwoord: ‘Wij zijn vorige maand overleden.’ Vraag: ‘Wat doet je zoon tegenwoordig?’ Antwoord: ‘Wij studeren in Kinshasa.’ In sommige talen, zoals het hierboven aangehaalde Afrikaanse Lingala, is het onderscheid tussen ‘ik’ en ‘wij’ niet makkelijk te maken. De antwoorden op de vragen suggereren dat familieleden volledig op elkaar betrokken zijn, zozeer dat een man in zekere zin ‘overlijdt’ als zijn vrouw sterft. In deze wij-formuleringen of ‘wij-woorden’ is de door ubuntu geïnspireerde nadruk op het collectief te herkennen. De twintigste-eeuwse denker Marcel Tschiamalenga Ntumba stelt op grond van zijn taalkundig onderzoek dat Afrika ‘een filosofie van het Wij’ heeft.

Hij contrasteert het Lingala-woord voor ‘wij’, namelijk biso, met het Franse woord moi. Op die manier heeft Europa een filosofie van het moitié of ‘het Ik’ en Afrika een bisoité-wijsbegeerte. Ntumba ondersteunt deze ‘wij-filosofie’ niet alleen met taalkundige argumenten, maar ook met een metafysica gebaseerd op de stelling dat ‘het Ene alles wordt’. Dit houdt in dat er op het Afrikaanse continent een veelheid aan visies op de kosmos, de hoogste macht en de mens te vinden zijn, maar dat deze toch één zijn vanwege de overkoepelende nadruk op het ‘Wij’.

Deze filosofieën stammen allemaal uit de premoderne tijd. Ntumba’s moitié werd door westerse denkers bekritiseerd die stelden dat er geen enkele premoderne maatschappij is die het individu centraal stelt, ook de Europese niet. Daarnaast is in het klassieke Japans en het klassieke Chinees de scheiding tussen ‘ik’ en ‘wij’ evenmin helder. Hoe dit ook zij: uitspraken als ‘Wij zijn vorige maand overleden’ vormen een treffend voorbeeld van anti-solipsistisch denken.

Magische bezem waarmee de wintipriester
tijdens rituelen boze geesten verjaagt,
Suriname 1824 | Collectie Stichting Nationaal
Museum van Wereldculturen. Coll.nr. TM-H-2965

‘Geloof wat ik jullie zeg!’

Wie de houdingen ten opzichte van ziekte en gezondheid van enkele grote cultuurgebieden met elkaar vergelijkt, ziet direct felle contrasten. Zo gaat de moderne westerling doorgaans naar de dokter omdat hij klachten heeft. In de ogen van een Chinees die de traditionele geneeskunst aanhangt is deze westerse houding hoogst merkwaardig: je gaat juist preventief naar de arts, zodat de balans tussen yin en yang in je lijf niet verstoord raakt.

En een Afrikaanse aanhanger van het ubuntu-denken mist zowel bij de westerling als bij de Chinees de rol van de dialoog en het collectief bij ziekte en genezing. Van oudsher onderbreekt een inheemse Afrikaanse dokter namelijk zijn rituele genezingsproces door aan de patiënt te vragen of zijn diagnose correct is. Of je al dan niet ziek bent wordt zo een gemeenschappelijke zaak. Opvallend genoeg gebruikt de dokter het woord ‘Vumani!’, letterlijk: ‘Geloof wat ik jullie zeg.’ Als de diagnose juist is, antwoordt de patiënt: ‘Soyavuma!’, of: ‘Wij geloven.’ En anders zegt hij: ‘Asivumi’, of: ‘Wij zijn het er niet mee eens.’

Op het eerste gezicht lijkt dit curieuze gebruik van het meervoud een soort schizofrenie van de patiënt te impliceren. Bij nader inzien slaat de meervoudsvorm echter op de gemeenschap waarmee de zieke in spe verbonden is: niet alleen zijn familie, collega’s en buurtgenoten, maar bijvoorbeeld ook zijn voorouders. Zij worden allemaal op een of andere manier door zijn ziekte of gezondheid geraakt. Vandaar ook dat je vanuit het ubuntudenken kunt stellen dat de genezing van één zieke de genezing van de hele mensheid inhoudt.

De teksten zijn afkomstig uit Wu Wei, Ubuntu, Buen Vivir. Levenskunsten uit de hele wereld, van Michel Dijkstra en Simone Bassie, dat op 1 oktober verschijnt bij ISVW Uitgevers.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.