Home Weekendlijstje: Vijf filosofen over geluk

Weekendlijstje: Vijf filosofen over geluk

Het tijdperk waarin we leven wordt gekenmerkt door zelfhulpboeken, Ted Talks, inspirational quotes en coaches die menen de weg te wijzen naar ultiem geluk. ‘Als je precies doet wat ik voorschrijf, word je gelukkig,’ vertellen bevlogen geluksgoeroes ons. Deze zoektocht naar geluk is niet nieuw, maar houdt de mens al millennia bezig. We zetten vijf filosofische perspectieven op geluk voor u op een rijtje.

Door Ilana Buijssen op 18 maart 2020

Weekendlijstje: Vijf filosofen over geluk

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

1. Aristoteles: Geluk vergt inspanning

We kunnen over allerlei zaken van mening verschillen, maar volgens Aristoteles is iedereen het er over eens dat geluk (eudaimonia in het Grieks) het ultieme doel is in ieder mensenleven. Maar hoe kunnen we dit doel bereiken? Dat is een stuk minder duidelijk, dus werkt hij de weg naar geluk uit in een van zijn bekendste werken, de Ethica Nicomachea. Om gelukkig te worden moeten we bepaalde positieve karaktereigenschappen ontwikkelen, de zogeheten deugden.


Voor Aristoteles zijn vier deugden cruciaal: rechtvaardigheid, moed, verstandigheid en maat. Dit zijn de vier kardinale deugden. Een deugdzame handeling bevindt zich altijd ergens tussen twee uitersten: moed zit bijvoorbeeld tussen lafheid en overmoedigheid. Deugdzaam handelen valt volgens Aristoteles samen met geluk. Om gelukkig te worden moeten we dus moeite doen om deugdzame mensen te worden: ‘Er is alleen geluk als er deugd en serieuze inspanning is.’

2. Epicurus: Onverstoorbaarheid is de sleutel tot geluk

‘De wortel van al het goede is genot.’ Op het eerste gezicht lijkt de Griekse filosoof een hedonist volgens wie geluk gaat om het vermijden van pijn en het opzoeken van lichamelijk genot. Zijn opvatting van geluk is echter een stuk genuanceerder. Het vinden van genot is enkel een tussenstap in het bereiken van een hoger ideaal: onverstoorbaarheid (ataraxia). Het is onverstoorbaarheid waar we ons op moeten richten om gelukkig te worden. Door ons vrij te maken van de zorgen van ons bestaan, komt onze ziel tot rust.


Epicurus biedt in zijn filosofie handreikingen om de zorgen de kop in te drukken. Met de volgende geruststellende gedachte probeert hij bijvoorbeeld mensen te laten beseffen dat ze zich over de dood geen zorgen hoeven te maken: ‘Als wij er zijn, is de dood niet, en als de dood er is, zijn wij niet.’

3. Bentham: Geluk is genot

De Engelsman en grondlegger van het utilisme Jeremy Bentham reduceert geluk tot genot. Om gelukkig te zijn, is het van belang pijn zoveel mogelijk uit de weg te gaan en genot na te jagen. Dit idee van geluk vormt de basis voor zijn utilische leer. Een handeling is moreel juist wanneer het nuttig is. De hoeveelheid genot bepaalt of een handeling nuttig is.


Een samenleving dient er volgens Bentham zoveel mogelijk op gericht zijn het geluk van de burgers te vermeerderen. Aan de hand van een berekening met genot en pijn is te bepalen welke principes het meeste geluk voor de grootste groep opleveren. Alle instituties, wetten, en regels binnen de maatschappij moeten zoveel mogelijk genot bevorderen en pijn vermijden. Bentham liet het niet bij een theoretische analyse over geluk: hij werkte een heel nieuw juridisch stelsel uit, waarbij hij zijn kwantitatieve visie op geluk als uitgangspunt nam.

4. Schopenhauer: Geluk bestaat niet

Dat Schopenhauer wordt beschouwd als pessimist bij uitstek, is mede te wijten aan zijn visie op geluk. Mensen die geluk najagen zullen teleurgesteld worden, want geluk bestaat niet. Er is alleen pijn en lijden in ons zinloze bestaan, omdat de wereld onze verlangens niet kan bevredigen. Er ligt een alomvattende wil ten grondslag aan de wereld, en ieder individu is een manifestatie van deze alomvattende wil. De mens is volgens Schopenhauer in essentie een ‘willend’ wezen. Het is de steeds voortrazende wil die in ons schuilt die maakt dat we nooit gelukkig zijn. Zodra we ons verlangen naar een bepaald object bevredigen, verlangen we alweer naar wat anders.


De enige nastrevenswaardige toestand is die van de afwezigheid van pijn en lijden, die we kunnen vinden door ons bezig te houden met activiteiten als muziek, meditatie en filosofie. Schopenhauers visie vertoont sterke overeenkomsten met de boeddhistische leer, die ons vertelt dat we moeten streven naar nirvana, een ervaring waarbij alle verlangens en begeerten uitdoven.

5. Montaigne: De dood als toetssteen voor geluk

In een van zijn bekende Essais vraagt filosoof Michel de Montaigne zich af wanneer we kunnen zeggen dat iemand gelukkig is. Hij kwam tot de conclusie dat men pas na de dood kan bepalen of iemand gelukkig is geweest.


Het bepalen of iemand een gelukkig leven heeft gehad is volgens Montaigne af te leiden uit de manier waarop hij de confrontatie met de dood aangaat: ‘Als ik iemands leven wil beoordelen, ga ik altijd na hoe zijn einde is geweest.’ Doorgaans kunnen we bij anderen de indruk wekken dat we gelukkig zijn door een masker op te zetten. Iemand die in aanblik van de dood nog steeds in staat is rust en kalmte te bewaren, toont dat het geen masker was, maar dat er sprake is geweest van echt geluk.