Home Politiek Weekendlijstje: filosofen over democratie en rechtsstaat
Mensenrechten Politiek

Weekendlijstje: filosofen over democratie en rechtsstaat

Afgelopen dinsdag oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de avondklok op verkeerde rechtsgronden was ingesteld. Dankzij de scheiding der machten kunnen burgers en actiegroepen de overheid op deze manier direct ter verantwoording roepen. Een weekendlijstje met vijf filosofen over de scheiding der machten, democratie en de rechtsstaat.

Door Femke van Hout op 19 februari 2021

Weekendlijstje: filosofen over democratie en rechtsstaat

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Montesquieu – trias politica

Volgens de Franse filosoof Montesquieu (1669-1755) moet worden voorkomen dat alle macht komt te liggen bij één persoon of groep die geen tegenspraak duldt. Om tegenspraak al in te bedden in het staatbestel, bepleitte Montesquieu de beroemde scheiding der machten: tussen de regering (de uitvoerende macht), het parlement (de wetgevende macht) en de rechters (de rechterlijke macht). Volgens hoogleraar rechtsfilosofie Willem Witteveen is het dankzij deze ‘trias politica’ dat wij burgers de vrijheid hebben de overheid rechterlijk uit te dagen – als we de coronamaatregelen onrechtmatig vinden bijvoorbeeld, of als we vinden dat de overheid de klimaatcrisis niet serieus genoeg neemt.

Hegel – de moderne staat

Net als Montesquieu was Hegel overtuigd van de noodzaak van de scheiding der machten. In zijn boek Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie schetste Hegel de contouren van de ideale moderne samenleving. Volgens Hegel voltrok de geschiedenis zich volgens bepaalde onontkoombare ‘wetten’. Het uiteindelijke ‘doel’ van de geschiedenis was voor Hegel de ideale moderne staat. Pas in de moderne staat, pleitte hij, zijn individuen werkelijk vrij. Het is echter de vraag of Hegels definitie van individuele vrijheid de tand des tijds heeft doorstaan. Zo wilde Hegel de democratie flink aan banden leggen door vooraf te bepalen wie mocht stemmen en waarover er gestemd mocht worden: voor hem was de vrijheid van het individu altijd ondergeschikt aan de rechtsstaat.

Karl Popper – de open samenleving

De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper (1902-1994) had felle kritiek op Hegels rechtsfilosofie: volgens hem bevat Hegels strakke staatsinrichting totalitaire tendensen die individuele vrijheid bedreigen in plaats van garanderen. Popper haalde vooral fel uit naar Hegels historicisme, het idee dat de geschiedenis zich voltrekt volgens een ijzeren logica. Als alternatief bepleitte hij een ‘open samenleving’ waar alles nog kan gebeuren. In Poppers liberale, democratische maatschappij staan vrijheid van denken en spreken centraal. Mensen zijn vrij zich te ontwikkelen tot kritische burgers die altijd met elkaar in discussie kunnen treden. Wat de uitkomst van zo’n democratische discussie zal zijn, weet je maar nooit.

Britta Böhler – het verval van de Nederlandse rechtsstaat

Alle rechtsfilosofische theorieën ten spijt, hoe is het nu in de praktijk gesteld met de Nederlandse rechtsstaat? Volgens rechtsfilosoof en strafrechtadvocaat Britta Böhler brokkelt de Nederlandse rechtstaat langzaam maar zeker af. In haar boek Crisis in de rechtsstaat (2012) beschrijft ze hoe de scheiding der machten in Nederland de laatste jaren onder druk is komen te staan: politici bemoeien zich steeds vaker met rechterlijke uitspraken, blijken de wet niet te kennen of plaatsen hun eigen normen en waarden boven de rechtstaat. ‘De rechtstaat garandeert dat je álle burgers in vrijheid en gelijkheid moet behandelen. Of dat je de overheid moet controleren. Met dergelijke uitgangspunten mag je niet marchanderen. En dat is nu precies wat de laatste tien jaar gebeurt.’

Laura Burgers – recht en democratie

Mag een rechter zomaar oordelen dat de avondklok ongeldig is? Of besluiten dat de staat de uitstoot van broeikasgassen moet verminderen? Of staat dit democratische besluitvorming in de weg? Volgens jurist Laura Burgers is de tegenstelling tussen democratische politiek en rechtspraak maar schijn. ‘De politiek mag dus alles doen waartoe ze democratisch gelegitimeerd is, zolang ze de mensenrechten niet schaadt. Doet ze dat wel, dan hebben de rechters de macht om de politiek te corrigeren.’