Twintig beste ideeën

Utilisme

Door Sebastien Valkenberg op 10 juli 2012

Utilisme
07-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.


Utilisme
Jeremy Bentham (1748-1832 )
Een morele handeling moet zo veel mogelijk geluk voor zo veel mogelijk mensen opleveren.

Wat is het?
Een morele maatstaf die voor iedereen geldt, ongeacht afkomst. Goede handelingen brengen maximaal genot voort en zo min mogelijk pijn.

Wat doet het?
Doordat afkomst er niet toe doet, maar louter het resultaat van de handeling, is het een sterk progressief instrument.

Mag een bankdirecteur meer dan een werknemer? Mag status, afkomst of geslacht een rol spelen in de morele vrijheid die je hebt? Jeremy Bentham meende van niet, en ontwikkelde een objectieve, neutrale morele maatstaf: het utilisme.

Zijn filosofie
Bentham is een psycholoog avant la lettre: hoe reageren we op onze omgeving? Welke prikkels vermijden we, en welke zoeken we juist op? Bentham concludeert dat we worden gedreven door twee factoren: pijn en genot. De mens heeft een egoïstische natuur; we zoeken het genot op en vermijden pijn. Daar is niets mis mee, het is een empirisch gegeven. Maar willen we een ethiek ontwikkelen, dan moeten we onze handelingen afstemmen op die van anderen. Bentham stelt vervolgens dat een morele handeling zo veel mogelijk geluk voor zo veel mogelijk mensen moet opleveren. Dat heet ook wel ‘geluks’- of ‘nutsmaximalisatie’.

Historische achtergrond
Bentham streeft naar radicale sociale hervormingen in het benepen, Victoriaanse Engeland – een standensamenleving. Net zoals veel progressieve Europese intellectuelen was hij geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie. We zien dat terug in zijn utilisme: de inzet is volkomen gelijkheid tussen alle mensen – dus ook de afschaffing van slavernij en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Een rechtvaardige samenleving is bovendien maakbaar. Als we maar het juiste, op empirie gegronde, instrument toepassen: het utilisme.

Het probleem
Het utilisme speelde inderdaad een belangrijke rol bij sociale progressie. Toch is het niet zo eenvoudig. Hoe bepaal je bijvoorbeeld wat het meeste geluk oplevert? Maakt een boek lezen gelukkiger dan geld krijgen? Levert een nieuwe snelweg meer geluk op dan subsidie voor theater? 

De oplossing
Geluk is goed en nuttig. Wat Bentham betreft is dat geen kwalitatieve norm, maar een kwantitatieve regel: ‘Is de kwantiteit van het genot gelijk, dan is hinkelen even goed als poëzie.’ Bentham ontwikkelt daarom een zogeheten ‘hedonistische calculus’, een rekenmethode om verschillende handelingen toch met elkaar te kunnen vergelijken. Intensiteit en duur zijn bijvoorbeeld objectieve gegevens. Hinkelen is fijn, maar duurt kort – een gedicht blijft langer bij je. Toch blijft het lastig om geluk te kwantificeren. John Stuart Mill, sterk door Bentham beïnvloed, voegde daarom ook kwalitatieve bepalingen toe aan het utilisme, waarbij vooral persoonlijke ontwikkeling van groot belang is. Want, aldus Mill, ‘liever een ontevreden Socrates dan een tevreden varken’.