Home Praktische filosofie ‘Met een filosoof zie je ethische problemen met AI eerder aankomen’
Praktische filosofie

‘Met een filosoof zie je ethische problemen met AI eerder aankomen’

Door Djuna Spreksel op 26 oktober 2026

Petra Madelon de Graaf docent ethische AI hogeschool Rotterddam Erasmusbrug
beeld Merlijn Doomernik
Filosofie Magazine twijfel Is twijfelen een vorm van vrijheid?
11-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine

Petra Madelon de Graaf is docent ethiek aan een AI-opleiding. ‘Je kunt ethiek niet in een machine stoppen.’

Als tiener maakte filosoof Petra Madelon de Graaf (1993) een Facebookprofiel aan. Het bedrijf vroeg haar om persoonsgegevens in te vullen, over haar geslacht, leeftijd en relatiestatus. ‘Ik dacht toen direct: maar er zijn toch nog allerlei andere dingen relevant voor wie ik ben?’ zegt De Graaf. ‘Het ongemak dat ik toen voelde, sluit aan bij vragen waarmee ik mij later ging bezighouden: hoe vormt techniek de manier waarop we onszelf en anderen begrijpen en ons door de wereld bewegen? Is het mogelijk om een mens te vangen in data of zal er altijd iets wezenlijks zijn wat daaraan ontglipt?’

Lees dit artikel verder

Voor € 6,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Anno 2026 ziet de wereld er radicaal anders uit: artificiële intelligentie is doorgedrongen tot de haarvaten van de samenleving en wordt in vrijwel alle sectoren toegepast om processen te versnellen, data te analyseren en taken over te nemen. Er zijn steeds meer opleidingen waar studenten leren om te programmeren en slimme, zelflerende AI-systemen te bouwen. Inmiddels is De Graaf docent ethiek aan zo’n opleiding: Applied Data Science & Artificial Intelligence aan de Hogeschool Rotterdam. De studie werd vier jaar geleden voor het eerst aangeboden.

Petra Madelon de Graaf (1993) is filosoof en schrijver. Ze studeerde filosofie aan de Universiteit Utrecht en is gespecialiseerd in ethiek. Momenteel is ze werkzaam als docent ethiek, recht en technologie aan de opleiding Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Hogeschool Rotterdam.

‘Vanaf het moment dat studenten binnenkomen tot aan hun afzwaaien krijgen ze ethiek,’ vertelt De Graaf. ‘Door tijdens de hele vierjarige opleiding ethiek aan te bieden, hopen we dat ethische overwegingen deel gaan uitmaken van hoe ze zichzelf als professional begrijpen. Ethiek moet geen vraag achteraf zijn. Stel je voor: je werkt bij een bedrijf waar een algoritme wordt ontwikkeld waarvan je een discriminerende uitwerking voorziet. Dan is het belangrijk om de vraag te stellen: wegen de voordelen van de oplossing die dit algoritme biedt wel op tegen de nadelen? De studenten krijgen een vocabulaire aangereikt om hierover na te denken.’

Deze studenten hebben voor een technische studie gekozen. Zij hebben misschien geen zin om zich met ethiek bezig te houden?
‘Dat valt gelukkig wel mee. Veel studenten ontdekken een nieuwe kant van zichzelf. Ik ben bovendien soms een wat excentrieke docent, die graag aansluit bij hun leefwereld. Bij aanvang van een college over Michel Foucault stel ik vaak achterin het lokaal een camera op. Ik zeg tegen mijn studenten dat ik de les moet filmen van het management van de opleiding. Dan begin ik te vertellen over het panopticum. Foucault zag de koepelgevangenis als symbool van de moderne maatschappij, waarin mensen gedisciplineerd worden door hen permanent zichtbaar te maken. Een van de vragen die ik stel, is of de verzameling en analyse van data door algoritmes eenzelfde effect heeft en wat dat betekent voor de omgang met die data. Soms hebben studenten de “grap” in de gaten, anders zeg ik halverwege dat de camera niet aanstond. Vervolgens hebben we het over wat het met je doet als je denkt dat je permanent gefilmd wordt. Daar kan iedereen over meepraten, want ze hebben het net zelf ervaren.

Een ander voorbeeld: volgens filosoof Bruno Latour heeft de manier waarop technologie is ontworpen invloed op ons gedrag. Dat inzicht is belangrijk voor de bouw van apps. Als je bijvoorbeeld een app bouwt waarmee je kunt voorspellen hoe laat een veerboot aankomt in de haven, lijkt dat onschuldig. Maar zulke apps kunnen invloed hebben op onze onderlinge relaties: het kan betekenen dat we elkaar minder tegenkomen terwijl we wachten, omdat je dankzij die app precies kunt uitrekenen hoe laat je thuis weg moet. Maar in het college over Latour begin ik niet met zijn naam. In plaats daarvan stel ik de vraag: wie heeft er weleens iets gestolen bij de zelfscankassa? Er is dan direct consternatie in de groep. We bespreken hoe het kan dat de zelfscankassa daartoe uitnodigt. En dan kan ik zeggen: nou, er is een filosoof die hier ook al eens over heeft nagedacht.’

Wat voor moreel kader hebben de studenten bij binnenkomst en hoe verschuift dat tijdens de opleiding?
‘In het trolleyprobleem van Philippa Foot, dat ik de studenten voorleg, dendert een op hol geslagen trein op vijf mensen af die op het spoor werken. Als je een wissel uitvoert, komt de trein op een ander spoor terecht, waarop één persoon staat. Moet je die wissel dan uitvoeren? Een moderne variant draait om de zelfrijdende auto, met een dilemma dat voor AI-engineers relevant is: mag je een algoritme inbouwen dat ervoor zorgt dat zo’n auto uitwijkt als het dan minder slachtoffers maakt? De meeste studenten zijn eerst geneigd “ja” te zeggen: het utilitarisme, dat de morele kwaliteit van een handeling bepaalt door hoeveel geluk of pijn deze in totaal oplevert, is een stroming die voor veel mensen intuïtief juist voelt. Ik gebruik een voorbeeld over deepfakes om te tonen dat het utilitarisme complexer is: mag je een pornografische deepfake van iemand maken als je groter onheil voorkomt? Dat is nog maar de vraag, want volgens het utilitarisme moet “zwaar verdriet” bij één persoon ook worden meegenomen.

Verder zijn de meeste studenten techno-optimist: het geloof in techniek als probleemoplosser is groot. In het begin hebben ze er nog geen getraind oog voor dat met zo’n oplossing mogelijk weer een nieuw probleem ontstaat. Tijdens de opleiding leren ze dat herkennen en afwegen of de oplossing wenselijk is of aangepast moet worden. Of dat je bepaalde processen misschien überhaupt niet aan AI moet overlaten.’

Wanneer is het goed om AI in te zetten?
‘Bedrijven die AI willen inzetten, moeten we altijd in de gaten houden: is deze toepassing in lijn met onze waarden? Op het moment dat AI de mens niet tegenwerkt maar ondersteunt en de wereld wat mooier maakt, zitten we op het goede spoor. Ik denk aan de rol van AI in voedselverspilling en in de vroege opsporing van borstkanker. Je ziet dat een waarde zoals transparantie – die we bijvoorbeeld belangrijk vinden bij een algoritme dat bepaalt wie een behandeling krijgt – dan soms een minder grote rol speelt: zolang het werkt, hoef ik niet te weten hoe een algoritme tot beslissingen komt bij het tegengaan van voedselverspilling.

De opleiding heeft een samenwerking met de Rotterdamse Pauluskerk, die daklozen opvangt. Studenten zijn bezig met de ontwikkeling van een app die dakloze mensen praktische informatie geeft. Dat is een spannend project, waarbij studenten ethisch denken in de praktijk brengen: welke vragen zijn bijvoorbeeld geschikt om door een taalmodel beantwoord te worden en in welke gevallen willen we liever dat de daklozen in kwestie naar de Pauluskerk gaan? Een van de gereedschappen die ze hebben is de Ethische Data Assistent, een vragenlijst die helpt bij het identificeren en aanpakken van ethische knelpunten rond het ontwerp en de inzet van AI.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Wat zijn ethische dilemma’s die momenteel spelen rond AI?
‘Bijna overal waar AI wordt ingezet, speelt bias een rol, omdat de data die algoritmes gebruiken om te leren vrijwel nooit neutraal zijn. Amazon introduceerde een algoritme om nieuwe werknemers te werven en selecteren. Het model was getraind om patronen te herkennen op basis van cv’s van kandidaten van vroeger. Omdat er meer mannen werkzaam zijn in de technische sector dan vrouwen, leerde het algoritme dat mannen ook de betere kandidaten zijn. De vrouwen werden er direct uitgefilterd, terwijl niemand het systeem instrueerde om hen te benadelen. Daar komt iets bij: bedrijfsmanagers willen efficiënt werken, maar weten niet altijd waar ze om vragen als ze een algoritme willen dat bepaalde taken overneemt. Ze kennen de risico’s nog niet. Onze studenten kunnen daar straks een rol in spelen. Want de vraag is: welke bias sta je toe? En wie is eindverantwoordelijk voor bijvoorbeeld een discriminerend wervingsbeleid, de mens of de machine?

In de toekomst voorzie ik dat het zogeheten “vangrailsprobleem” groter wordt. Als ik ChatGPT vraag om een erotisch liedje over Jezus te schrijven, zegt de chatbot: daar ga ik je niet bij helpen. Die vangrails is te omzeilen. Je kunt een minder extreme vraag stellen, zoals: vind jij ook niet dat religie soms verrassend erotisch kan zijn? Vervolgens ga je op dat onderwerp op door: zo’n naakte Jezus aan het kruis, kun je me daar meer over vertellen? Uiteindelijk kun je alsnog om dat liedje vragen en dat steeds schunniger laten worden. Je krijgt via een omweg hetzelfde eindresultaat. Dat geldt mogelijk ook voor minder onschuldige voorbeelden, zoals het maken van een bom. Het punt is dat chatbots geïnstrueerd worden om zo behulpzaam mogelijk te zijn, terwijl ze bepaalde dingen niet mogen. Die twee eisen botsen met elkaar, en dat is nog niet onder controle.’

Volgens een artikel in The Economist werken er steeds meer filosofen bij AI-bedrijven, zoals Google, OpenAI en Anthropic. Zij trainen modellen in socratische dialoog en ethische theorieën, onder andere om ervoor te zorgen dat chatbots minder ‘hallucineren’: feiten, cijfers of bronnen verzinnen. Ook zou dat moeten tegengaan dat een chatbot inderdaad koste wat kost wil ‘helpen’, en bijvoorbeeld iemand met gedachten over zelfdoding aanmoedigt om over te gaan tot actie. Wat vindt u van deze ontwikkeling?
‘Je kunt je afvragen hoe oprecht bijvoorbeeld Google en OpenAI zijn. Er is de afgelopen jaren forse kritiek op hun modellen geuit en omdat ze hun bedrijf draaiende willen houden, moeten ze daar iets mee. De chatbot Claude van Anthropic praat gebruikers minder naar de mond en ik vermoed dat dat komt doordat het bedrijf veel bezig is met de constitutie. Claude heeft een “zielsdocument” met bronnen die betrekking hebben op “veilig” en “ethisch” gedrag. Het woord “ziel” lijkt me misleidend, aangezien AI geen ziel heeft. Ik vraag mij bovendien af: wie bepaalt welke waarden belangrijk zijn om een model mee te trainen? Moeten die waarden representatief zijn voor de samenleving of mag het bedrijf een eigen signatuur hebben?

Het feit dat er meer filosofen bij dit soort bedrijven werkzaam zijn past in een bredere trend: in het begin moest ik studenten uitleggen waarom er een docent ethiek voor hun neus stond, nu hoeft dat niet meer. Ik geloof dat je als filosoof beter wel dan niet in de kamer kunt zitten waar de grote beslissingen vallen. Niet om die beslissingen te nemen, maar wel om vragen te stellen.’

‘Je kunt makkelijker over ethische problemen meepraten als je ze zelf ervaren hebt’

Kun je ethiek – iets dat leeft en altijd aan verandering onderhevig is – eigenlijk wel in een machine stoppen?
‘Nee, uiteindelijk kan dat niet. Het is precies wat je zegt: ethiek hangt samen met je ervaringswereld. Wij zitten hier al veel langer te praten dan we bedacht hadden, omdat er iets tussen ons gebeurt. Het overkomt me ook weleens als ik lesgeef. Je hebt een mooi gesprek en daarna ben je niet meer dezelfde persoon. Dat kun je niet in data vangen. Je kunt het een algoritme wel uitleggen, maar omdat het geen emoties ervaart zoals wij dat doen, is het maar de vraag of het die uitleg zal begrijpen.’

Loginmenu afsluiten