Home Kunst is geen bedrog

Kunst is geen bedrog

Door Frank en Maarten Meester, Frank en Maarten Meester op 26 maart 2013

06-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

Bij Homerus zijn de muzen nog het medium van de waarheid. Sinds die tijd hebben de waarheid en de schoonheid een moeilijke verhouding.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Gemakzuchtige uitgevers lusten er wel pap van: de bundeling. Het hele jaar door bundelen ze columns van gevierde schrijvers en cabaretiers. Bij speciale gelegenheden komen ze met speciale bundelingen, zoals onlangs bij het Boekenweek-thema Frankrijk de gebundelde verhalen van Nederlandse auteurs over hun tweede leven in Frankrijk. Ook aan terugkerende speciale gelegenheden hebben de uitgevers gedacht, neem de gebundelde verhalen van bekende Nederlanders over moeders voor moederdag. ‘Recycling’ heet dat in de vuilverwerkende industrie.

Een subgenre is de bundeling van eerder uitgesproken teksten bij congressen en symposia. Eerst de waarheid, dan de schoonheid, is een recent voorbeeld. Het Studium Generale en de Stichting Literaire Activiteiten, beide te Utrecht, vroegen najaar 2000 aan wetenschappers en schrijvers hun licht te laten schijnen over het ‘al dan niet bestaande onderscheid tussen “kunde” en “kunst”‘. Het resultaat verschijnt nu midden 2004 als bundel.

Wat is er in de tussentijd gebeurd? Is er een stevige eindredactie gevoerd? Het lijkt erop dat die tijd beter besteed had kunnen worden. Sommige bijdragen aan het symposium zijn zo ongeïnspireerd dat het gerechtvaardigd was geweest de auteur te vragen de tekst nog wat op te krikken, of in elk geval alle dooddoeners eruit te halen. Jaap van Heerden had dan tenminste de volgende zin niet gepubliceerd: ‘Wat in de literatuur door letterkundigen zo gewaardeerd wordt, namelijk de ambiguïteit en gelaagdheid van het literaire werk, wordt in de wetenschap gemeden als de pest. Dat brengt ook een verschil in stijl met zich mee.’

Verder hadden de redacteuren voor een degelijk voorwoord kunnen zorgen. Nu is dat niet meer dan een samenvatting van wat volgt. Terwijl er toch wel wat vragen rijzen: waarom juist deze mensen gevraagd een bijdrage te leveren? Welke opdracht kregen zij mee? Schrijfster, juriste, filosofe M. Februari/Marjolijn Drenth meldt dat haar tekst oorspronkelijk was bedoeld als een lezing over het thema ‘dankwoord’. Wie M. Februari’s werk kent, weet dat zij mogelijk bewust verwarring schept. Maar de filosoof Menno Lievers stelt weer dat hem is gevraagd ‘of er een strenge scheiding tussen wetenschap en literatuur bestaat’. Overigens lijkt Lievers zich pas op het laatste moment te herinneren dat hij aan een thema gebonden is. Daarvoor heeft hij op een frisse manier het realisme verdedigd. Merkwaardigerwijs behoort zijn bijdrage, samen met die van Ilja Leonard Pfeijffer en Februari, tot de beste, zeker voor filosofisch geïnteresseerden.

Trojaanse oorlog

Pfeijffer wijst erop dat poëtische taal in den beginne garant stond voor de waarheid. Hesiodus, voor Pfeijffer de ‘eerste wetenschapper van onze westerse geschiedenis’, schreef in de zevende eeuw voor Christus zijn Theogonie en zijn Werken en dagen in dichtvorm. Waarom? Daarmee liet hij zien dat hij met de stem van de muzen sprak en dus van de waarheid. Pfeijffer maakt aannemelijk dat de muzen niet zozeer inspireerden om mooi te dichten zoals meestal wordt aangenomen, maar juist om de waarheid te vertellen. Ook Homerus riep de muzen aan, niet als hij van plan was om een extra mooi stukje te schrijven, maar op het moment dat hij alle namen moest noemen van de helden die vochten in de Trojaanse oorlog, dus juist als hij de feitelijke waarheid wilde vertellen.

Na de drietrapsraket Socrates, Plato, Aristoteles is het voorgoed gedaan met de dichterlijke taal als het medium van de wetenschap, dan wordt een droge en zakelijke stijl verplicht. Toch is die waarheidsaanspraak van de dichtkunst nooit helemaal verdwenen. Neem onze spreekwoorden. Die zijn het beste als ze rijmen.

Eerst de waarheid, dan de schoonheid, door André Klukhuhn en Toef Jaeger (red.), uitg. Bert Bakker, Amsterdam 2004, 176 blz., € 16,95