Home Vrijheid Filosoof en psycholoog Lieke Asma: ‘De vrije wil bestaat wél’
Vrijheid

Filosoof en psycholoog Lieke Asma: ‘De vrije wil bestaat wél’

De vrije wil bestaat niet, klinkt het de laatste jaren. Filosoof en psycholoog Lieke Asma is het daar niet mee eens. Ze vindt het hoog tijd om de intenties van mensen serieuzer te nemen.

Door Marnix Verplancke op 25 februari 2022

Filosoof en psycholoog Lieke Asma: ‘De vrije wil bestaat wél’ beeld Amke
Cover van 03-2022
03-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De vrije wil is een illusie, stellen wetenschappers al jaren op basis van experimenten. Wij mensen denken over een vrije wil te beschikken, luidt dan het idee, maar in feite zijn we onbewuste speelballen van de causaliteit en zijn onze beslissingen terug te voeren op eerdere gegevens. We kunnen niet anders handelen dan we doen, omdat we door onze biologische en sociologische afkomst bepaald zijn. Net zoals de ene biljartbal de andere een tik geeft en vooruitduwt, zitten ook wij vast in een cluster van mentale beslissingsmomenten die elkaar noodgedwongen opvolgen.

De Nederlandse filosoof en psycholoog Lieke Asma denkt daar anders over. Onlangs verscheen haar boek Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil. ‘Als je uitgaat van een wereldbeeld waarin alles passief is en dingen alleen gebeuren omdat ze door andere dingen worden veroorzaakt, is het geen verrassing om te ontdekken dat de vrije wil niet bestaat,’ zegt ze. ‘Dan vind je wat je al wist.’

Een mooi voorbeeld van dit strikt wetenschappelijke denken over de vrije wil is het beroemde experiment dat de Amerikaanse neurowetenschapper Benjamin Libet in de jaren tachtig uitvoerde. Hij gaf een aantal proefpersonen de opdracht om op willekeurige momenten hun pols te bewegen en ging vervolgens na hoeveel tijd er zat tussen de wil om te bewegen en de hersenpuls die de beweging in gang zette. Tot zijn verbazing bleek dat de puls eerst kwam en de wil om te bewegen pas daarna. De vrije wil is een illusie, concludeerde hij.

‘Ik wil best aanvaarden dat de puls eerst kwam en de wil pas daarna,’ reageert Asma hierop. ‘Alleen betwijfel ik of de setting ervan representatief is voor de dagelijkse realiteit waarin we als handelende wezens leven. Het experiment is zo opgezet dat er een bepaalde structuur ontstaat: niemand heeft een reden om het anders te doen. Terwijl handelen uit vrije wil impliceert dat je op een hoger niveau beseft wat je aan het doen bent, dat je redenen hebt om zus of zo te handelen. Een polsbeweging maken heeft daar gewoon niets mee te maken.’

Libets onderzoeksresultaten vormen volgens Asma daarom geen argument tegen het bestaan van de vrije wil. ‘Wanneer ik met een wetenschappelijke bril van buitenaf kijk naar wat iemand aan het doen is, zie ik een causale opvolging van gebeurtenissen. Alleen doet die helemaal geen recht aan hoe iemand zijn handelingen zelf ervaart of aan de rationele structuur van die handelingen.’ Asma pleit ervoor op zoek te gaan naar de werkelijke beweegredenen van mensen bij hun handelingen – naar hun intenties dus – en die te bestuderen. ‘De vraag is dan waarom ze doen wat ze doen, en op welke gronden, in plaats van hen alleen van buitenaf te beschouwen. Beweren dat alleen objectief en neutraal onderzoek naar gebeurtenissen die van buitenaf te meten zijn waardevol is, vind ik vreemd. Dan verdwijnt niet alleen de vrije wil, maar ook bijna alles wat in ons sociale leven waardevol is.’

Maar in de wetenschap is het toch gebruikelijk om vanuit een extern standpunt te observeren? ‘Ik denk dat je op die manier handelen niet kunt begrijpen. Je kunt natuurlijk beweren dat alle handelingen illusies zijn, maar houdt dat stand? Je denkt dat je naar de supermarkt loopt, maar eigenlijk word je aangestuurd door onbewuste processen. Filosofisch gezien is dat een problematische manier om handelen te begrijpen. Bij handelingen moet je het eerstepersoons­perspectief serieus nemen. Mensen handelen omdat ze daar een reden toe hebben. Als je iets wilt onderzoeken moet je je methode aanpassen aan het object dat je wilt onderzoeken. Een mens onderzoek je op een andere manier dan een rotsformatie. Vandaar dat ik stel dat je vrije wil en handelen op zo’n manier moet onderzoeken dat je hun specifieke karakteristieken als uitgangspunt neemt. Anders krijg je een misvormd beeld van je onderzoeksobject.’

Waarom handelen we eigenlijk?
‘Omdat we iets willen bereiken, dus een intentie hebben, en we denken dat datgene wat we willen bereiken de moeite waard is. Op het hoogste niveau is een intentie het antwoord op de vraag wat het goede leven inhoudt. Op een meer praktisch vlak kan het bijvoorbeeld een maaltijd voor je vrienden klaarmaken zijn, waarna die intentie het uitgangspunt wordt voor de rest van wat je doet.’

Een intentie is dus rationeel?
‘Handelingen zijn in zichzelf rationeel. Je doet boodschappen, snijdt groenten en dekt de tafel, omdat je de intentie hebt om voor je vrienden te koken. Dat vormt een rationeel geheel. Als iemand vraagt waarom je de tafel dekt, luidt het antwoord dat je voor je vrienden aan het koken bent. Na dat antwoord stopt het vragen stellen meestal, omdat we begrijpen wat goed is aan koken voor vrienden.

Maar het kan best zijn dat je op een gegeven moment ontdekt dat je die intentie helemaal niet goed vindt, en alleen voor vrienden kookt om aardig gevonden te worden, terwijl je dat helemaal geen goede reden vindt. In die zin kan een intentie ook irrationeel zijn. Belangrijk is echter dat de handeling rationeel is. Wij mensen gaan impliciet nog steeds uit van een dualiteit tussen lichaam en geest. Onze rationaliteit zit in ons hoofd en wat we daarna met ons lichaam doen is daar het gevolg van. Dat beeld is onhoudbaar, omdat handelingen inherent intelligent zijn. Tijdens het uitvoeren van een handeling weten we wat we aan het doen zijn en sturen we constant bij.’

Is dat geen al te rationeel beeld van de mens? Onze emoties hebben toch ook invloed op ons handelen?
‘Het handelen zelf is rationeel, maar dat betekent niet dat emoties geen cruciale rol spelen om dat handelen ten uitvoer te brengen. Stel dat een jongen wordt gepest en je daar wat aan wilt doen. Dan loop je ernaartoe, ga je tussen de jongen en de pestkop in staan en voert een gesprek. Die handelingen hebben een rationale structuur die er uiteindelijk op gericht is een rechtvaardige toestand te verwezenlijken. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je emoties geen cruciale rol spelen wanneer je dit doet. Stel dat je het pesten ziet en je voelt er helemaal niets bij, dan loop je misschien gewoon door. Het zijn dus vaak je emoties die je duidelijk maken dat een bepaalde handeling nodig is, maar die handeling zelf is rationeel. Ik denk trouwens dat ethiek niet echt mogelijk zou zijn als we geen emotionele mensen van vlees en bloed waren.’

Als ik overmand door liefdesverdriet van een brug af spring, voer ik dan ook een rationele handeling uit?
‘Wat de vrije wil betreft is zelfmoord een interessant onderzoeksonderwerp. Vindt iemand die zelfmoord wil plegen dit goed om te doen, of stopt de rationele structuur ergens? Kun je vanuit je vrije wil zelfmoord plegen? Ik vind het fascinerende vragen. Volgens mijn theorie kan de oorsprong emotioneel zijn, maar is de handeling zelf rationeel en dus gebaseerd op de vrije wil, maar misschien is die wil dan maar heel minimaal vrij. Dat kan natuurlijk implicaties hebben voor de vraag of je iemand die zelfmoord wil plegen moet stoppen.’

En hoe zit het met het onbewuste?
‘We worden onophoudelijk door dingen beïnvloed zonder dat we beseffen welke rol ze spelen in ons leven. Als ik doordat ik de geur van versgebakken brood ruik wat eerder naar de supermarkt vertrek dan gepland, wordt mijn autonomie niet aangetast. Maar soms is dat wel het geval. Hoeveel keer per dag betrappen we onszelf erop dat we in feite tegen onze zin alweer op sociale media zitten? Dat is een onbewuste invloed waarvan veel mensen zich afvragen waarom ze het doen en wat het bijdraagt aan hun dag. Zodra de kwaliteit van je handelingen door zo’n invloed achteruitgaat, wordt het een probleem.’

We zijn dus deels vrij en deels onvrij? Hoe bepaal je dan wanneer je iets doet uit vrije wil?
‘Door je af te vragen waarom je iets doet. Wat vind ik hier eigenlijk goed of waardevol aan? Als je daar een eerlijk antwoord op kunt geven zonder iets goed te praten, heb je de vrijheid gevonden. Uiteindelijk gaat het erom dat op het hoogste niveau al je handelingen deel uitmaken van een goed leven. Wanneer je leven alleen maar bestaat uit reactiviteit in de zin van: ik heb zin in een zak chips, dus ik eet een zak chips, dan zit er maar weinig vrije wil in.’

In de rechtspraak wordt de vrije wil nogal eens ontkend. Mijn cliënt is het slachtoffer van zijn afkomst en milieu, zegt de advocaat dan. Hij beging zijn daad niet uit vrije wil. Wat vindt u van een dergelijk pleidooi?
‘Ik denk dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Veel psychologische theorieën vertrekken vanuit een extern perspectief bij de ontwikkeling van een visie op waarom mensen doen wat ze doen. Zij zijn dus alleen geïnteresseerd in causale biljartbalprocessen. Er wordt mensen maar zelden gevraagd in het licht waarvan ze iets doen. Misschien wel als je bij een psycholoog of een psychiater terechtkomt, maar nauwelijks in het academische onderzoek. Terwijl dat juist een interessante dimensie is.

We moeten ons vaker afvragen vanuit welk perspectief mensen handelen. Dan zullen we ook zien dat sommigen beter in staat zijn om in te schatten of een bepaalde handeling goed is met oog op het grotere geheel. Misschien zijn sommige mensen door de omstandig­heden en de vaardigheden die ze hebben veel minder goed in staat om rationeel te handelen. Mensen die bijvoorbeeld gebukt gaan onder grote financiële stress hebben geen fut om erover na te denken of hun handeling in het grote geheel wel moreel juist is. Zij overleven vooral en reageren alleen op dingen die gebeuren. Ik denk dat we die dimensie serieus moeten nemen wanneer we mensen beoordelen. Er zijn echter ook misdadigers die heel rationeel en intentioneel te werk gaan bij hun handelingen. Zij moeten anders beoordeeld worden.’

Moeten we er als maatschappij dan niet voor zorgen dat alle mensen over een vrije wil kunnen beschikken, en dat ze dus niet onder financiële of andere stress gebukt gaan?
‘Ja, precies. Ik was verbaasd dat ik door de vrije wil te verdedigen soms als rechtsliberaal werd gezien en dat ik zou denken dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen. Maar dat is helemaal niet mijn conclusie. Over een vrije wil beschikken en rationele keuzes kunnen maken vraagt om een stabiele wereld waarin mensen de ruimte en de tijd hebben om na te denken over de vraag waar ze met hun leven naartoe willen. Iedereen moet in staat zijn om een waardevol leven te leiden. Je kunt een goed leven dus inderdaad pas nastreven wanneer anderen dat ook kunnen, want leven doe je nooit alleen.’