Home Filosofie is makkelijker als je denkt Filosofie is makkelijker als je denkt: wat is kiezen?
Filosofie is makkelijker als je denkt Vrijheid

Filosofie is makkelijker als je denkt: wat is kiezen?

In ‘Filosofie is makkelijker als je denkt’ helpen we je in vijf stappen op weg in het zelf leren denken. Dit keer: wat is kiezen?

Door de redactie op 27 mei 2024

Filosofie is makkelijker als je denkt kiezen wegwijzer richting

In ‘Filosofie is makkelijker als je denkt’ helpen we je in vijf stappen op weg in het zelf leren denken. Dit keer: wat is kiezen?

FM 6 2024 Filosofie Magazine kun je vragen zonder te vragen?
06-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

1. Inleiding: ‘De mens is gedoemd om vrij te zijn’

Filosofie is makkelijker als je denkt. Maar is denken ook makkelijker als je kiest? Een korte inleiding in de filosofie van het kiezen.

Kiezen klinkt ons vaak als een voorrecht in de oren. Supermarkten en reisbureaus proberen ons dan ook te verlekkeren met een keur aan aanbod. Kunnen kiezen geeft een gevoel van vrijheid. Maar de stemming slaat om als we móéten kiezen: wie twee verjaardagen op dezelfde avond heeft of moet bemiddelen tussen gezinsleden met onverenigbare plannen voor de vakantie voelt zich eerder beperkt dan bevrijd.

Keuzevrijheid is niet hetzelfde als vrijwilligheid

In de Ethica Nicomachea schrijft Aristoteles (384-322 v.Chr.) over deze tegenstrijdigheid in de aard van het kiezen. In zijn onderzoek naar het menselijk handelen munt hij de term proairesis voor het vermogen van mensen om te kiezen uit alternatieven. Omdat mensen kunnen kiezen, kunnen ze volgens Aristoteles doelbewust handelen. Maar keuzevrijheid is niet hetzelfde als vrijwilligheid. Neem een geval ‘waarin een tiran iemand opdraagt iets schandelijks te doen, terwijl de vorst diens ouders en kinderen in zijn macht heeft’. Dergelijke daden zijn het product van een keuze, schrijft Aristoteles, maar hebben ook iets onvrijwilligs, ‘want niemand zou ook maar één van zulke daden op zichzelf verkiezen’.

Hoe doen we dat eigenlijk, daden op zichzelf verkiezen? Volgens Baruch Spinoza (1632-1677) is het een illusie om te denken dat we daar zelf de hand in hebben. Alles is volgens hem gedetermineerd: alle gebeurtenissen, dus ook onze keuzes, worden bepaald door de wetten van de natuur. Er bestaan wel keuzemogelijkheden – je kunt vanavond naar de kroeg gaan of thuis blijven – maar hoe je kiest wordt gedetermineerd door je motieven.

Denkers als Spinoza zien echter iets over het hoofd, meent de Amerikaanse filosoof John Searle (1932). Tussen je motieven en je uiteindelijke keuze is er volgens hem een kloof: de kloof van de wilsvrijheid. Searle schrijft dat ‘de rationele overwegingen die voorafgaan aan de beslissingen en de handelingen door de handelende persoon niet worden ervaren als afdoende oorzakelijke voorwaarden’. Je kunt allerlei redenen aandragen voor je handelingen, maar welke reden de doorslaggevende is kan uiteindelijk alleen de wil beslissen.

En de keuzes van de wil gaan verder dan besluiten wat je vanavond gaat doen. Het gaat erom te kiezen wat voor mens je wilt zijn. De mens is gedoemd om vrij te zijn, schrijft Jean-Paul Sartre (1905-1980), waarmee hij bedoelt dat de mens zichzelf vorm moet geven – en dat dat een hele last is.

‘Wij zijn allemaal bepaald door het feit dat we als mens geboren zijn, en dus door de onophoudelijke taak keuzen te maken,’ schrijft de Duitse filosoof en psychoanalyticus Erich Fromm (1900-1980). En ‘we mogen er niet op rekenen dat iemand ons ooit zal helpen bij die taak’.

2. Vragen stellen: kan ik kiezen niet te kiezen?

De filosoof stelt vragen. Maar welke vragen stelt de filosoof dan? Oefen hier de vragende houding van de filosofie.

Volgens Socrates, Cicero en Montaigne is filosoferen niet alleen de kunst van het vragen, maar is filosoferen ook leren sterven. En daarmee is meteen veel gezegd over het soort vragen dat de filosoof stelt: wat komt er na de dood? Wat is leven? Vragen die vragen om een antwoord, terwijl je weet dat dat er niet is. De vraag van de filosoof laat zien dat we het leven nooit van buitenaf kunnen verklaren en dat we dus telkens onze wereld van binnenuit moeten bestuderen. Probeer nu eens met die houding deze vraag te stellen: kan ik kiezen niet te kiezen? (En welke vragen zijn er nog meer te bedenken?)

Kun je altijd kiezen?

Is onbewust kiezen ook kiezen?

Draag je verantwoordelijkheid voor al je keuzes?

Is een vrije wil nodig voor een keuze?

Is een keuze alleen een keuze als die onomkeerbaar is?

Moet je alle gevolgen kennen voor een goede keuze?

Is een keuze altijd een eigen keuze?

3. Paradox: wat kies je als de toekomst al is bepaald?

Kun je denken dat je denkt zonder dat je denkt? Filosofie is moeilijker als je denkt in paradoxen. Door Barteld Kooi.

Als ik mijn jongste dochter laat kiezen tussen nu één snoepje of straks twee snoepjes, dan weet ik al wat ze kiest. Ik weet dat ze niet kan wachten. Stel je voor dat er iemand is die jou zo goed kent, dat die jouw keuzes precies kan voorspellen. Dat levert een interessante paradox op.

Bij het probleem van Newcomb worden er twee dozen voor je neergezet. De ene doos is doorzichtig en er zit duizend euro in. De andere is niet doorzichtig en er zit óf een miljoen euro in óf helemaal niets. Je mag kiezen: ofwel je pakt alleen de ondoorzichtige doos, ofwel je pakt beide dozen.

Maar er is een twist: wat er in de ondoorzichtige doos zit is afhankelijk van de voorspelling van degene die jou heel goed kent. Is de voorspelling dat je beide dozen pakt, dan zit er niets in de ondoorzichtige doos. Als de voorspelling is dat je alleen de ondoorzichtige doos pakt, dan zit er een miljoen in. Wat moet je nu kiezen?

Voor beide keuzes is wat te zeggen. Aan de ene kant lijkt het duidelijk dat je die ene ondoorzichtige doos moet kiezen: die keuze heeft degene die jou goed kent waarschijnlijk voorspeld, en dan zit er dus een miljoen euro in. Als je beide dozen kiest, krijg je waarschijnlijk maar duizend euro. Aangezien je liever een miljoen euro wil dan duizend, kun je maar beter alleen de ondoorzichtige doos pakken.

Aan de andere kant zitten op het moment dat de dozen voor je neer worden gezet die bedragen er al in. De keuze is dus eigenlijk tussen twee bedragen: het bedrag in de ondoorzichtige doos of dat bedrag plus duizend euro. Ongeacht wat er in de ondoorzichtige doos zit, als je beide dozen pakt krijg je altijd duizend euro meer, en dus kun je ze maar beter allebei pakken.

Even tussendoor… Elke week zelf leren denken met Filosofie Magazine? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Hier spelen twee beginselen van de beslistheorie een rol. Het ene beginsel is maximalisatie: kies dat wat de verwachte opbrengst zo hoog mogelijk maakt. Het andere beginsel is dominantie: kies dat waarbij je hoe dan ook beter af bent. Meestal bijten deze twee beginselen elkaar niet, maar bij dit probleem wel. Ze geven tegenovergestelde adviezen.

Nu ben ik bang dat mijn dochter zou voorspellen dat ik beide dozen pak. Ze weet hoe gulzig ik ben. Zo word ik nooit miljonair.

4. Gedachte-experiment: Oneindig twijfelen

Wetenschap toetst met experimenten de feiten, filosofie toetst met experimenten het denken.

Stel je voor!
Kun je kiezen zonder redenen? Stel je een ezel voor die honger heeft. Links van hem staat op twintig meter afstand een aanlokkelijke hooibaal. Rechts van hem staat op precies dezelfde afstand een identieke baal. Er is niets wat hem in de weg staat om van de hooibalen te eten, maar welke zal hij nemen? Bij gebrek aan een reden om zijn keuze op te baseren zal de ezel eindeloos twijfelen, zo is de gedachte, om ten slotte te sterven van de honger.

hooibaal kiezen Johannes Buridanus Jean Buridan

Dit gedachte-experiment staat bekend als ‘De ezel van Buridan’ en is vernoemd naar de middeleeuwse filosoof Johannes Buridanus (ca. 1301-1358, in het Frans: Jean Buridan). Hij meende dat de vrije wil het vermogen heeft om keuzes uit te stellen. Als onduidelijk is welke mogelijke handeling de beste is, kan de wil zijn oordeel opschorten totdat de omstandigheden veranderen of er nieuwe informatie opduikt. Iemand die in een café zit en twijfelt wat hij zal drinken, kan ervoor kiezen om niet te kiezen en bijvoorbeeld de keuzes van zijn tafelgenoten af te wachten.

ezel kiezen Johannes Buridanus Jean Buridan

Maar als je net als de ezel blijft wachten, kom je om van de dorst. Het gedachte-experiment van de ezel van Buridan is niet door Buridanus zelf bedacht, maar door zijn critici. Zij wilden aantonen dat Buridanus’ opvatting van de vrije wil niet klopt. Als je alleen kunt handelen wanneer je zeker bent van de beste keuze, kom je in absurde situaties terecht. De vrije wil is volgens hen niet bedoeld om een oordeel uit te stellen, maar juist om keuzes te maken als er geen doorslaggevende redenen zijn.

Echt?!
Heeft de ezel van Buridan echt geen redenen waarop hij zijn keuze kan baseren? Hij heeft in elk geval een uitstekende reden om íets te kiezen: niet kiezen betekent de hongerdood. Niet alleen de voor- en nadelen van onze opties zijn belangrijk, maar ook de voor- en nadelen van wel of niet kiezen. Te lang je keuze van een drankje in een café uitstellen zorgt ervoor dat de ober op een gegeven moment wegloopt.

hooibaal kiezen Johannes Buridanus Jean Buridan

Hoe doorbreken we de impasse van het kiezen tussen gelijkwaardige opties? Volgens de filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) geven ­petites perceptions, kleine voorkeuren waarvan we ons niet bewust zijn, in zo’n situatie de doorslag. Wetenschappelijk onderzoek waarin muizen die zowel honger als dorst hadden moesten kiezen tussen eten of drinken, suggereert dat we gebruikmaken van willekeur om het pleit te beslechten. Maar is een onbewuste of willekeurige keuze nog wel een vrije keuze?

5. Close reading: Sartre over kiezen

Filosofie is ook makkelijker als je leest. Goed leest. Filosofische bronteksten zijn niet altijd even makkelijk te begrijpen. Daarom helpen we je in een close reading op weg met extra context en commentaar bij deze tekst van Jean-Paul Sartre over kiezen.

Neem*1 bijvoorbeeld een vrouw die naar een eerste afspraakje is gegaan.*2 Ze kent heel goed de bedoelingen van de man die met haar praat. Ze weet ook dat ze vroeg of laat een beslissing moet nemen.*3 Maar ze wil de urgentie ervan niet voelen: ze richt haar aandacht alleen op wat de houding van haar gesprekspartner aan respect en discretie biedt. Ze vat dat gedrag niet op als een poging tot wat ‘de eerste toenadering’ heet, (…) als tegen haar wordt gezegd: ‘Ik vind je zo geweldig’, ontdoet ze die uitspraak van haar seksuele achtergrond, ze kent aan de woorden en aan het gedrag van haar gesprekspartner rechtstreekse betekenissen toe die ze als objectieve hoedanigheden beschouwt. De man die tegen haar praat, komt haar oprecht en respectvol voor, zoals de tafel rond of vierkant is,*4 zoals de wandbekleding blauw of grijs is. (…) Maar opeens neemt haar gesprekspartner haar hand in de zijne. Zijn daad dreigt verandering in de situatie te brengen doordat nu een onmiddellijke beslissing vereist is: haar hand laten liggen betekent dat ze uit eigen wil instemt met de flirt, dat ze zich bindt. Haar hand terugtrekken houdt in dat ze de vage, onvaste harmonie verstoort die de ontmoeting zo aantrekkelijk maakt. Het komt erop aan het moment van de beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. Wat er dan gebeurt weten we allemaal: de jonge vrouw laat haar hand liggen, maar merkt niet dat ze die niet terugtrekt. (…) De hand rust willoos in de warme handen van haar gesprekspartner: instemmend noch afwijzend – een ding.*5 We zullen zeggen dat die vrouw te kwader trouw*6 is.

Het zijn en het niet, Jean-Paul Sartre - Paperback - 9789047702597

Uit: Jean-Paul Sartre, Het zijn en het niet, vert. Frans de Haan, Lemniscaat, 2003 [1943].

  1. De Franse denker Jean-Paul Sartre (1905-1980) is een existentialistische filosoof. Zijn boek Het zijn en het niet (1943) was in de periode na de Tweede Wereldoorlog erg populair, vooral in Frankrijk. Sartre bepleit erin de radicale vrijheid van de mens om zelf te kiezen hoe hij zijn leven vormgeeft.
  2. In dit werk maakt Sartre graag gebruik van voorbeelden uit het dagelijks leven, vaak gebeurtenissen die zich afspelen in het café. In dit fragment observeren we een vrouw die een eerste afspraakje heeft.
  3. Een eerste date heeft altijd een beslismoment, observeert Sartre. Je moet op een gegeven moment kiezen: wil je door met de ander of niet? Kunnen kiezen beschouwt Sartre als kenmerkend voor de mens. De mens heeft volgens hem geen vastgestelde essentie, maar moet zelf zijn essentie vormgeven. Je bepaalt wie je bent door de keuzes die je maakt.
  4. De vrouw schuift de beslissing over haar date voor zich uit, want door niet te kiezen kan ze zich door hem begeerd blijven voelen zonder ergens aan vast te zitten. Daarom doet ze alsof er geen intenties en verlangens onder de complimenten van haar gesprekspartner verborgen zitten. Ze houdt zichzelf voor dat zijn respect niet meer dan respect is, zonder bijbedoelingen, net zoals een tafel niet meer dan een tafel is.
  5. Kun je mensen en hun handelingen wel platslaan tot een ding zoals een tafel? Nee, denkt Sartre: een ding is wat het is, maar een mens is altijd meer dan wat hij is. Een mens kan namelijk kiezen, hij heeft de mogelijkheid om iets anders te zijn. De vrouw doet wel alsof haar hand willoos in de handen van de man ligt, maar ze heeft de keuze om haar hand terug te trekken.
  6. Sartre is zeer kritisch op mensen die voor hun keuzevrijheid weglopen. Vrijheid is volgens hem een zware verantwoordelijkheid: we zijn ertoe ‘veroordeeld’. Wie deze verantwoordelijkheid ontkent en niet durft te kiezen, is volgens Sartre ‘te kwader trouw’. Zo iemand, zoals de vrouw in het café, verloochent zichzelf.