Elke dag deed Anna Delvey haar omgeving geloven dat ze haar dure kleren en etentjes uit eigen zak betaalde. Haar rijke vrienden zagen in haar een Duitse erfgenaam die nog op haar fortuin wachtte, maar in werkelijkheid was ze de dochter van een arm gezin uit Moskou. Met charme en strategische halve waarheden baande ze zich een weg tot in de hoogste kringen. ‘Alle oplichters beginnen met leugens waaraan we allemaal wel eens schuldig zijn,’ zegt Aline D’Haese (1976), docent Latijn, Grieks en filosofie in het voortgezet onderwijs en verbonden aan de KU Leuven. ‘Maar soms kun je een leugen niet volhouden zonder er een nieuwe bij te verzinnen. Als leugens zich opstapelen heb je voor je het weet een nieuwe werkelijkheid gecreëerd, waarin je iemand bent die eigenlijk niet bestaat.’
Dat gebeurde bij de vrouwen die D’Haese bespreekt in Maskerade. Filosofische perspectieven op vrouwelijke bedriegers. Aan de hand van denkers als Simone de Beauvoir, Ludwig Wittgenstein en Friedrich Nietzsche onderzoekt ze in het boek hoe deze leugenaars de waarheid verdraaiden en welke rol hun gender daarin speelde. ‘We willen geloven dat mensen van nature goed en te vertrouwen zijn. Vrouwelijke bedriegers zijn extra fascinerend, omdat dat bij hen dubbel geldt: we vertrouwen vrouwen meer dan mannen. En precies daarom hebben de oplichters onder hen vrij spel om een hele nieuwe wereld te bedenken zonder ontmaskerd te worden.’
Als je losbreekt uit oude patronen of zelfs een revolutie start creëer je ook een nieuwe werkelijkheid. Hoe weet je of iets een nieuwe, revolutionaire waarheid is of een leugen?
‘De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche introduceerde het idee van de Übermensch: iemand die de gewone mens overstijgt door zich niets aan te trekken van conventies en zijn eigen waarden en waarheid schept. Een Übermensch brengt altijd iets positiefs de wereld in. De vrouwelijke oplichters die ik onderzocht zijn daarentegen niet creatief maar reproductief. Ze baseren hun identiteit niet op nieuwe waarden, maar op bestaande clichés die ze bevestigen en uitbuiten. Zo werd een Belgische vrouw die zich voordeed als CIA-spion blindelings geloofd omdat ze inspeelde op stereotypes over vrouwelijkheid, zoals dat vrouwen zorgzaam, zacht en betrouwbaar zijn.
Mensen verwachten vaak niet dat een charmante vrouw niet te vertrouwen is. Vooral mannen zijn daar gevoelig voor – iets wat ook wel benevolent sexism wordt genoemd: een paternalistische vorm van seksisme waarbij vrouwen als onschuldig en puur worden gezien, en dus beschermd moeten worden. Die ogenschijnlijk positieve maar beperkende clichés gebruiken vrouwelijke oplichters als masker. Waar een feminist clichés zichtbaar maakt om ze te bestrijden, gebruikt de oplichter ze strategisch.’
Bestaat oplichterij dus meer uit het strategisch bevestigen van waarheden dan uit liegen?
‘Dat is inderdaad een belangrijk deel van bedrog. Naast genderstereotypen gebruiken oplichters taal om met de waarheid te spelen. De betekenis van woorden hangt immers af van de context waarin ze gebruikt worden. Wittgenstein noemde dat een taalspel: dezelfde zin kan in verschillende situaties iets anders betekenen. “Het slot is dicht” betekent iets anders voor je fiets dan voor een kasteel. Oplichters maken gebruik van dat verschuivende betekeniskader. Zo zei Anna Delvey tijdens diners dat “het geld eraan kwam”. Haar gezelschap dacht dat zij zou betalen, terwijl ze doelde op geld dat ze van anderen losweekte. De uitspraak was op zichzelf niet letterlijk onwaar, maar misleidend door de context. Zo kunnen bedriegers hun geweten sussen: ze hebben technisch gezien niet gelogen.’
Authentiek
Oplichters eigenen zich een persona toe die niet de hunne is. Doordat ze zich met dat verzonnen karakter identificeren, gaan ze het verhaal vaak zelf geloven. Een sprekend voorbeeld daarvan is Rachel Dolezal, vertelt D’Haese. Zij identificeerde zich als zwart en was jarenlang het gezicht van de strijd tegen onderdrukking van zwarte Amerikanen – tot bleek dat ze witte ouders had. D’Haese: ‘Veel zwarte vrouwen reageerden boos, omdat zij hun geschiedenis van onderdrukking en kolonialisme niet deelt. Haar intenties leken goed, maar ze eigende zich een ervaring toe die niet van haar was. Maar rond dezelfde tijd veranderde Caitlyn Jenner publiekelijk van gender, wat minder verontwaardiging opriep. Waarom zien we iemand die haar gender kiest niet als bedrieger, en iemand die zich met een ander ras identificeert wel? Omdat een gendertransitie doorgaans gebeurt om authentieker te leven: de verandering brengt je dichterbij wie je echt bent. Dat is het tegenovergestelde van wat een oplichter doet: bewust niet integer en echt zijn. Zelfs als je je leugen later gelooft, weet je aanvankelijk dat je bedriegt.’
Mensen met het impostersyndroom vrezen juist dat ze de boel belazeren terwijl dat niet zo is. Waarom voelen sommige mensen zich een bedrieger zonder er een te zijn?
‘Wanneer je jezelf omschrijft, kijk je ook door de ogen van een ander. Onze identiteit wordt daardoor afhankelijk van dat externe perspectief, wat soms schadelijk is voor ons zelfvertrouwen. Vooral vrouwen zijn daar gevoelig voor. Zo ook de Franse filosoof Simone de Beauvoir, die zich soms minder voelde dan denkers als Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty. In haar boek De tweede sekse vinden we daar een mogelijke verklaring voor. Daarin analyseert ze hoe de vrouw historisch als “de ander” is gepositioneerd: de man geldt als norm, de vrouw als afwijking. Dat maakt vrouwen, ook door hun eigen ogen, voortdurend de uitzondering in plaats van het uitgangspunt. Daardoor denken ze sneller dat hun positie niet echt van hen is, of dat ze die hebben verkregen door toeval. Stereotypen, zoals de verwachting dat vrouwen bescheiden zijn, doen daar nog een schepje bovenop. Een oplichter eigent zich een valse identiteit toe, terwijl iemand met het impostersyndroom juist vreest zelf een leugen te zijn.’
Even tussendoor …
Zijn leugens altijd slecht?
‘We gaan moeiteloos mee in fictie, zolang we weten dat het fictie is. Maar zodra we erachter komen dat iets nep is, terwijl het gepresenteerd wordt als echt, voelen we ons voorgelogen. Bij sommige vervalste kunst is bijvoorbeeld niet te zien dat het nep is.
We zijn opportunisten als het aankomt op de waarheid: pas als we benadeeld worden door een leugen, hechten we eraan. Maar in gevallen waarbij een verhaal gunstig voor ons uitpakt, maakt het ons minder uit of het waar is. Dat is geen leugen, maar een waarheid om eigen bestwil.’
Maskerade. Filosofische perspectieven op vrouwelijke bedriegers
Aline D’Haese
Boom
208 blz.
€ 24,90


