Home Onderwijs ‘De winst van het denken is nergens zo groot als op het vmbo’
Onderwijs

‘De winst van het denken is nergens zo groot als op het vmbo’

Ons onderwijssysteem verdeelt de samenleving onterecht in denkers en doeners. Hoe maak je filosofie toegankelijk voor iedereen?

Door Ira Pronk op 17 november 2022

filosofie op het vmbo klas klaslokaal les leraar beeld Taylor Flowe

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De filosofie heeft nog weleens last van een elitair imago. En zo gek is dat niet: veel filosofen hebben gestudeerd aan de universiteit, de canon van de filosofie staat vol ingewikkelde teksten van doorgaans welgestelde witte mannen. Toch is het idee dat filosofie alleen voor de elite is flauwekul, daar zijn de deelnemers het zaterdag 12 november 2022 over eens tijdens het symposium ‘Denken voor doeners. Filosofie op het vmbo’ op de Hogeschool voor Toegepaste filosofie (HTF). Iedereen kan en wil denken. Volgens de onderwijsdirecteur van de HTF Paul Teule ‘zie je de kansenongelijkheid die het hele onderwijssysteem parten speelt ook terug in het filosofieonderwijs. Terwijl een derde van de vwo-scholen filosofieles als keuzevak aanbieden, is dat bij de havo een zesde en zijn de cijfers voor het vmbo niet eens bekend. Al zullen dat er nooit veel zijn, want filosofie is op het vmbo geen eindexamenvak – waardoor geld, middelen en de bereidheid vanuit het schoolbestuur vaak ontbreken.’

Toch zijn er nu veel projecten om wel filosofieles op het vmbo mogelijk te maken. De filosofen, docenten en bestuurders achter deze initiatieven komen samen om te discussiëren over de vraag hoe de toekomst van het filosofieonderwijs eruit kan zien. Kan filosofie helpen de klassenverschillen in de samenleving te overbruggen? En wat verstaan we eigenlijk allemaal onder filosofie?

Doekje voor het bloeden

Filosofiedocent en auteur van filosofische jeugdboeken Joan de Ruijter, die al jaren filosofie doceert op Het 4e Gymnasium in Amsterdam, begint nu ook met filosofieles voor vmbo aan het Marcanti College. ‘Op mijn basisschool en middelbare school in Zeeland werd er nooit iets met filosofie gedaan. Omdat ik zelf rondliep met allerlei vragen, raakte ik van mijn omgeving vervreemd. Op alle niveaus, ook op het vmbo, tref ik kinderen aan zoals ik destijds: tjokvol filosofische vragen. Wat is de zin van het leven? Waarom noemen we dit eigenlijk een pen?’ De Ruijter wil die kinderen geven wat ze zelf heeft gemist.

Een ander argument voor filosofie op het vmbo is dat het zou bijdragen aan het zelfvertrouwen van kinderen, ‘het eigen mogen zijn’, zoals een schooldirecteur het noemt. De zorg is soms dat het huidige onderwijssysteem zelfverzekerde gymnasiasten produceert en vmbo’ers vol zelftwijfel. Filosofieles kan dit doorbreken: tegenover het onderwijs waarin de beoordeling voorop staat, weet tijdens de filosofieles niemand het juiste antwoord. En dat is voor kinderen van het vmbo vaak nog belangrijker dan voor die van havo of vwo, aangezien zij bij andere vakken al vaker worden getraind om vrijuit te denken.

‘Nergens is de winst van het denken zo groot,’ zegt de Rotterdamse docent Mirjam Poolster over het vmbo. Vijftig tot zestig procent van alle kinderen gaat immers naar het vmbo. Alleen is filosofieonderwijs volgens haar op dit moment soms ‘een doekje voor het bloeden voor de onderkant van het sociale gebouw’ of juist een vorm van verheffing voor de bovenkant. ‘En met die onderkant bedoel ik dan plekken als Rotterdam-Zuid, waar de straatcultuur de school binnenkomt. Daar zie je dat filosofie wordt gebruikt als een pedagogisch instrument, met als doel te zorgen dat leerlingen niet in de criminaliteit belanden.’ Door filosofie aan het vmbo te onderwijzen, hoopt ze juist de grote middengroep te bereiken.

Ook die groep heeft er baat bij. ‘Wanneer je kritisch kunt nadenken, ben je weerbaarder tegen reclames, hoaxes, volksmenners en populisten. Je bent beter in staat te beoordelen wanneer iemand politiek verschrikkelijk uit zijn nek zit te kletsen.’ Het geeft Poolster voldoening haar leerlingen zelf te laten denken. ‘Het allermooiste moment was dat een meisje van elf tegen mij zei: “Sorry juf, maar laat je mij misschien even uitpraten?” Dan heb ik het heel goed gedaan, maar zij ook. Ze durft immers beleefd en vastberaden een autoriteit – die ik wel degelijk ben – terecht te wijzen.’

De vaardigheden die je in de filosofieles opdoet komen deels overeen met de burgerschapsdoelen in het onderwijs: kritisch leren nadenken, vooronderstellingen onderzoeken, een standpunt verdedigen. Maar vergeet niet de affectieve vaardigheden, zegt docent en vakdidacticus aan de Rijksuniversiteit Groningen Eva-Anne Le Coultre, die Filosofie Magazine al eerder sprak over haar project voor het ‘Nationaal Programma Groningen’, waarmee ze filosofieonderwijs voor zoveel mogelijk Groningse leerlingen toegankelijk probeert te maken. ‘We benadrukken vaak de cognitieve vaardigheden, maar het gaat net zo goed om leren luisteren naar iemand, durven spreken en openstaan voor iets dat je nog niet kent.’

Traag denken

Le Coultre heeft voor haar project een pilot opgezet met zes vmbo-docenten en vier filosofiedocenten om uit te zoeken wat goed filosofieonderwijs voor het vmbo inhoudt. ‘Die samenwerking was onmisbaar. Docenten die op het vmbo werken hebben ervaring met hun leerlingen en weten wat werkt in hun klassen.’ De taakopvatting van de filosofie is volgens haar om leerlingen te leren hun denken te vertragen. ‘De meeste mensen hebben snel hun antwoord klaar. De kunst van het filosoferen is juist om steeds een stapje terug te doen. Dat leer je door het in de klas te oefenen. Dit is in het vmbo niet anders dan op havo en vwo, maar op het vmbo gebeurt het minder vaak en zijn leerlingen er minder in getraind.’

Daarbij stuit Le Coultre net als veel docenten op talloze dilemma’s. Moet de filosofie op het vmbo een examenvak worden en daarmee net als andere vakken worden getoetst of past toetsen niet bij wat je ermee wilt bereiken? En moet filosofie wel een apart vak worden of moet er juist bij alle vakken meer aandacht zijn voor een filosofische houding? ‘Een van de belangrijkste vragen is: wie moet het doen? Moet dat een filosofiedocent zijn? Zelf denk ik van wel. Je hebt een behoorlijke filosofische achtergrond nodig om goede lessen te bedenken. Tegelijk moet je ook pedagogisch sterk zijn. Je moet een veilige omgeving creëren waarin leerlingen hun affectieve vaardigheden kunnen ontwikkelen. En dat is lastig – want vaak speelt er bij leerlingen van het vmbo van alles in hun persoonlijke leven.’

Een veelbelovende mogelijkheid voor het introduceren van het vak filosofie op het vmbo is via het burgerschapsonderwijs, waar de overheid veel in investeert. Hoewel de vaardigheden die je bij filosofie kunt leren nauw aansluiten bij de einddoelen van burgerschapsonderwijs, ziet Le Coultre ook een risico van filosofieles onder de vlag van burgerschap: ‘Het gevaar is dat je vmbo’ers en mbo’ers gaat leren hoe ze nette burgers zijn en dat je ze niet leert om kritisch te denken over democratie überhaupt.’

Hoewel leren filosoferen voor iedereen op de eerste plaats staat, verschillen de experts op het symposium van mening over de vraag of leerlingen ook vertrouwd moeten raken met de geschiedenis van de filosofie. Poolster vindt van wel: ‘Ik verdiep mij in de grote denkers en op school sla ik ze vervolgens zo plat als een duppie. En dat doe ik omdat de kennismaking met deze denkers voor leerlingen geruststellend is: als Kant en Bentham het al niet eens waren, dan is het ook niet erg als zij er niet gelijk uitkomen.’ Ook Le Coultre is een voorstander. ‘Het leren van begrippen klinkt heel moeilijk, maar eigenlijk helpt dat juist. Filosofische begrippen maken het leren filosoferen ook makkelijker, aangezien je dan taal hebt om ergens over na te denken.’

De uitdaging om complex filosofisch gedachtegoed toegankelijk te maken is niet alleen lastig, het levert ook iets op. Le Coultre: ‘We hebben het tot nu toe gemakkelijk gehad door te onderwijzen aan leerlingen voor wie vooronderstellingen bevragen en kritisch nadenken al vanzelfsprekender is. Nu word ik nog meer gedwongen om na te denken over wat filosofie nu eigenlijk is.’