Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 7/2020

De wereld van de misleide geest

Geertje Dekkers

Bestaan de dingen die we zien, ruiken, voelen en proeven wel echt, of zijn ze een product van onze geest? Met die vraag van Parmenides en Zeno houdt de filosofie zich al 2500 jaar bezig.

Kent u die van de schildpad en de Griekse held Achilles? Het langzame dier daagde de razendsnelle mens uit voor een hardloopwedstrijd. Overtuigd van zijn eigen snelheid beloofde Achilles de schildpad een voorsprong van een paar meter, waarna de schildpad triomfantelijk begon te doen. Het beestje verkondigde dat hij zeker zou winnen, want, zo beweerde hij, Achilles zou hem nooit kunnen inhalen, hoe getalenteerd en getraind hij ook was.

Eerst moest Achilles namelijk de meters afleggen die de schildpad als voorsprong had gekregen, en tegen de tijd dat hij zo ver was, zou de schildpad iets verder zijn gekropen. Dus moest Achilles vervolgens de nieuwe afstand overbruggen, maar tegen de tijd dat hij dat had gedaan, zou de schildpad weer iets verder zijn. Vervolgens moest Achilles het nieuwe verschil inhalen, terwijl de schildpad voortkroop. Zo zou het tot in het oneindige doorgaan, en nooit zou Achilles de schildpad voorbijgaan. Die redenering overtuigde Achilles, en voor de race was begonnen, gaf hij op.


IJzeren logica

Goede kans dat u, lezer, nu zoekt naar een redeneerfout in dit verhaal. Want iedereen met een beetje ervaringskennis weet dat er iets niet klopt. U hebt meer dan eens een snelle renner zonder problemen een langzame zien inhalen.

Maar de bedenker van deze ‘anekdote’ wilde het tegenovergestelde bereiken. Zeno van Elea (vijfde eeuw voor Christus) vertelde het verhaaltje om te laten zien dat we niet konden vertrouwen op onze waarneming. Misschien leek het alsof mensen en dieren elkaar dagelijks inhaalden, maar dat was slechts fantasie. De ijzeren logica van dit verhaal liet zien dat zoiets onmogelijk was.

Dat idee had Zeno van zijn leermeester, Parmenides, die in de zesde eeuw voor Christus was geboren en in het Zuid-Italiaanse Elea onderwees. In de eeuwen daarvoor waren veel Grieken naar het vruchtbaardere Italië vertrokken en zo was daar in het zuiden Magna Graecia ontstaan, een gebied dat nauwe banden onderhield met de Griekse wereld, die indertijd veel groter was dan nu. Ook aan wat we nu de Turkse westkust noemen, woonden de nodige Grieken.

Parmenides en Zeno geloven dat de ‘gewone’ wereld imaginair is

Over het leven van Parmenides is weinig bekend en de oorspronkelijke versie van zijn werk is verloren gegaan. Maar doordat latere filosofen het de moeite waard vonden hem te citeren, hebben we nog flink wat fragmenten.

Parmenides beschreef zijn ideeën in een nogal cryptisch ‘leerdicht’, over een naamloze jongeman op reis in een wagen die werd getrokken door paarden: ‘Maagden strekten tot gidsen,’ vertelt het gedicht in een vertaling van kenner Peter Brommer. ‘Gloeiend gierde de as in de kokervormige naven, want in het paar van de werv’lend draaiende wielen ter weerszij snelde hij rond, als de Maagden, de docht’ren der zon, zich zo spoedden hem te geleiden naar ’t licht.’

Voor wie zich afvraagt of dit filosofie is of eerder literatuur: bedenk dat disciplines nog niet gevestigd waren en dat er dus geen scherpe grenzen bestonden tussen verschillende takken van schrijfwerk, tussen gefantaseerde vertellingen en academische verhandelingen.

De tocht van de jongeman voerde naar de ‘poort van Dag en Nacht’, waarachter een godin zat, die sprak over Mening versus Waarheid, over breed gedragen misvattingen versus de werkelijkheid. De godin wees de jongeling – was dat Parmenides zelf? – op een splitsing in wegen. De ene weg, ‘een kwalijk begaanbaar pad, voor den geest niet te volgen’, leidde naar misvattingen. De andere naar de waarheid.

Op de Weg van de Waarheid leerde de reiziger dat wat is, is, en wat niet is, niet is. Dat klinkt als een open deur, maar ‘overweeg dat telkens en telkens’, maande de godin, want daarna werd het ingewikkelder. Uit het voorgaande volgde namelijk dat er niets bestaat dat niets is. En dat betekende volgens de godin dat verandering onmogelijk was. Want verandering zou betekenen dat iets wat niet is veranderde in iets dat is. En dat is uit de aard der zaak onmogelijk, want wat niets is, is niet en daarom kan er niets mee gebeuren. Dus kan er alleen een onveranderlijk Al zijn, leerde de godin, een Zijnde dat alles omvat en eeuwig hetzelfde blijft, en waarbuiten niets is.

Verandering bestaat dus niet, ook al dachten de meeste mensen van wel. Hun waarnemingen waren fantasma’s: ‘Laat niet gewoonte, door ondervinding geschraagd, u verleiden ’t oog te vertrouwen, dat ziende niet ziet, of ’t geklank in de oren.’

Bedrieglijk

Het leerdicht stelt de redeneringen van de godin voor als harde logica, maar niet iedere lezer zal overtuigd zijn van de juistheid ervan. Mogelijk bedacht Parmenides’ leerling Zeno daarom ‘paradoxen’, zoals die van Achilles en de schildpad. Wie die paradox logisch doordacht, moest volgens Zeno tot de conclusie komen dat de schildpad altijd voor zou blijven op Achilles, en zelfs dat beweging op zich onmogelijk was.

Een andere paradox maakt duidelijker wat hij met het laatste bedoelde. Stel, er vliegt een pijl door de lucht. Dan neemt die pijl op een bepaald moment een bepaalde plek in. Hij ís daar, en beweegt niet, want beweging veronderstelt tijd, maar we kijken alleen naar één moment.

Als we op diezelfde manier kijken naar elk moment van de vlucht van de pijl, moeten we concluderen dat de pijl steeds stilstaat, en niet beweegt. Daarom is beweging ondenkbaar, concludeerde Zeno.

Daar ging Zeno wat kort door de bocht, vinden wis- en natuurkundigen nu. Van Newton leerden zij dat dingen ook op één moment in beweging kunnen zijn. Ook andere paradoxen hebben in de loop van de eeuwen aan paradoxaliteit ingeboet, maar ze moeten tijdgenoten van Parmenides en Zeno aan het denken hebben gezet over de robuustheid van hun kennis over de werkelijkheid.

Sterker nog: na hen was de klassieke Griekse filosofie doordrongen van het idee dat onze zintuigen ons konden bedriegen en dat de echte werkelijkheid er heel anders uitzag dan onze zintuigen suggereren. Ook verandering werd een belangrijk thema: hoe kon iets bewegen, groeien, slijten, ontwikkelen en toch hetzelfde ding blijven, vroegen filosofen zich af.

Een paar generaties later zou bijvoorbeeld Plato ook met dit soort vragen worstelen en tot de conclusie komen dat onze waarnemingen slappe aftreksels zijn van ‘Ideeën’ die in een hogere werkelijkheid bestonden en net zo onveranderlijk waren als Parmenides’ Zijnde. De Ideeën waren écht echt, en menselijke waarnemingen een product van de misleide geest.

In hoeverre Plato op die Ideeën kwam door de invloed van Parmenides en Zeno is achteraf niet te achterhalen. Het is goed mogelijk dat meer – vergeten – denkers de filosofie die richting op hebben gestuurd. Dan vertegenwoordigden de filosofen uit Elea in elk geval een belangrijke stroming in het vroege Griekse denken.

Gespeculeer

Maar er knaagt iets. Want het is moeilijk te geloven dat Zeno en Parmenides het leerdicht letterlijk namen. Dan zouden ze namelijk hebben geloofd dat zijzelf – veranderlijke, sterfelijke wezens – onmogelijk konden bestaan. Hoe rijmden ze dat met het feit dat ze dichtten en paradoxen verzonnen? Was het onveranderlijke Zijnde misschien slechts een gedachte-experiment, een fantasietje om anderen aan het denken te zetten?

Sommigen houden het daarop. Zij denken dat het leerdicht gericht was tegen denkers aan de andere kant van de Griekse wereld. Aan de Turkse westkust, of, historisch verantwoorder gezegd: in Ionië hadden in de zesde eeuw v.Chr. natuurfilosofen gespeculeerd over aard en ontstaan van de kosmos. Zo had Thales van Milete beweerd dat alles terugging op de ‘oerstof’ water. Anaximenes had lucht beschouwd als de basis van de wereld en Anaximander had gefilosofeerd over het ‘onbepaalde’, waaruit alles zou zijn voortgekomen.

De theorieën van de Ioniërs hadden waarschijnlijk wortels in waarnemingen. Zo is het aannemelijk dat Thales had gezien dat water van vorm kon veranderen: van ijs naar vloeistof naar damp. En hij wist ongetwijfeld hoe cruciaal het was voor leven, en dacht wellicht dat leven spontaan uit water kon ontstaan – een lang geloofde theorie.

Misschien was Parmenides gericht tegen dit soort gespeculeer op basis van wat de filosofen om zich heen zagen. Dan zou het leerdicht bedoeld zijn om uit te leggen dat waarnemingen ons de verkeerde weg kunnen wijzen. Maar waarom zou Parmenides dan al die moeite hebben gedaan om dat onveranderlijke Zijnde uit te leggen? Als het echt alleen te doen was om kritiek op de Ioniërs, had hij zijn tekst een stuk simpeler kunnen houden.

Zoektocht naar hogere kennis

Recente kenners zoeken daarom een andere uitweg en denken dat Parmenides het had over een specifieke tak van de werkelijkheid: over ‘noodzakelijke zijnden’. Over zaken dus die er altijd waren en nooit verdwenen omdat ze noodzakelijk móésten bestaan, zoals een eeuwige God of de Ideeën van Plato. Dan zouden daarnaast ‘contingente’ zaken kunnen bestaan, die ontstaan en weer verdwijnen, zoals mensen, dieren, planten en alles wat aan slijtage onderhevig is. Die interpretatie van het leerdicht zou onder meer verklaren waarom Parmenides in een ander deel van zijn gedicht naast de ‘Weg van de Waarheid’ ook een ‘Weg van de Mening’ beschreef, over de zintuiglijke kennis van de imperfecte, veranderlijke wereld. Die kennis zou volgens deze lezing minder hoogstaand zijn dan de Weg van de Waarheid, maar meer dan een fantasietje, en dus de moeite van het gedicht waard.

 

De ene weg leidt naar misvattingen, de andere naar waarheid

Maar wat moeten we dan met de paradoxen van Zeno? Die gaan niet over onveranderlijke Goden of Ideeën, maar over wereldse pijlen en schildpadden, en over de sterfelijke Achilles. Dat suggereert dat Parmenides en Zeno wel degelijk geloofden dat de ‘gewone’ wereld imaginair was. Moeilijk te bevatten blijft dat wel, want hoe zouden bijvoorbeeld veranderlijke gedachten (zoals die van henzelf) over die imaginaire wereld kunnen bestaan in het onveranderlijke Zijnde?

Zolang er geen nieuwe fragmenten van het leerdicht opduiken – en de kans daarop is buitengewoon klein – zal het speculeren blijven over Parmenides’ exacte bedoelingen. Maar vast staat wel dat hij een van de grondleggers was van de Griekse filosofie, die het westerse denken – via grootheden als Plato – eeuwenlang heeft opgezadeld met vragen over de feilbaarheid van menselijke kennis en zoektochten naar een hogere, echtere waarheid achter onze rommelige kennis van de wereld van alledag.

Beeld Hajo de Reijger